Naar zowat jaarlijkse gewoonte ben ik ook dit jaar weer naar het concert geweest dat georganiseerd wordt door het Film Fest Gent, daags na de uitreiking van de World Soundtrack Awards. Dit jaar kozen de organisatoren voor een huldeconcert met de muziek van een van de belangrijkste filmcomponisten van de voorbije decennia: James Horner (1953-2015).
Bij het grote publiek is Horner wellicht best gekend voor de muziek die hij schreef voor James Camerons Titanic. Voor die blockbuster schreef hij niet alleen de partituur, maar ook de song My Heart Will Go On, meesterlijk vertolkt door Céline Dion. Dit leverde hem twee Oscars, twee Golden Globes en een Grammy op. Verder kreeg hij nog awards en tal van nominaties voor films als An American Tail, Aliens, Legends of the Fall, Braveheart, Apollo 13, A Beautiful Mind en Avatar.
Het James Horner Tribute Concert vond plaats in het Muziekcentrum De Bijloke in Gent, een middeleeuwse ziekenzaal die omgebouwd werd tot een moderne concertzaal die plaats biedt aan 830 bezoekers. Die zitjes waren de avond van het concert allemaal uitverkocht. Wie te laat was, kon ’s middags naar de repetitie komen kijken. Ik had gelukkig wel tijdig een ticket bemachtigd, en kon samen met honderden andere filmmuziekliefhebbers (onder wie Robin, die door een wonderlijk toeval de stoel naast mij had geboekt) genieten van een schitterende avond, gebracht door het Brussels Philharmonic onder de leiding van maestro Dirk Brossé en aaneengepraat door Carlo Siau (presentator van Iedereen Klassiek en andere programma’s op Klara).
Op het programma stond muziek uit The Rocketeer, Aliens, Star Trek II: The Wrath of Khan, Avatar, A Beautiful Mind, Braveheart, Legends of the Fall, Krull, Sneakers, Titanic en als toemaatje The Mask of Zorro. Op het grote scherm boven het orkest werden beeldfragmenten uit de films afgewisseld met close-ups van orkest, dirigent en solisten.
Speciale gast was Simon Franglen, die het programma van de avond had samengesteld. Franklen werkte erg nauw samen met Horner, en hij werkte de partiruur van The Magnificent Seven verder af na Horners overlijden bij een vliegtuigongeval in 2015. Er werd ook een videoboodschap afgespeeld van James Cameron, die voor de soundtrack bij zijn bekendse films (Aliens, Titanic, Avatar) een beroep deed op James Horner.
Hoogtepunt van het concert was ongetwijfeld de afsluiter: My Heart Will Go On uit Titanic, gezongen door Charlotte Campion. Deze Vlaamse actrice en musicalster leende haar stem voor meerdere muzikale animatiefilms en begon al op jonge leeftijd aan haar musicalcarrière.
Gisteren hoorde ik op de radio dat steeds meer openbare bibliotheken, vaak met spijt in het hart, hun cd-afdeling sluiten. Het lijkt erop dat het einde van de compact disc nu definitief is ingezet, een proces dat al jaren aan de gang is. Zelf speel ik al jaren geen cd’tjes meer. Tegenwoordig downloaden we en streamen we onze muziek. Zelfs in de auto maken we amper nog gebruik van de glanzende schijfjes om naar onze favoriete deuntjes te luisteren.
Toen de compact disc in het begin van de jaren tachtig zijn intrede deed, zorgde de digitale muziekdrager voor een ware revolutie. Vóór die tijd luisterden we naar onze muziekverzameling via krakende en haperende vinylplaten of via bandopnemers en audiocassettes, waarbij het bandje niet zelden in het mechaniek vast kwam te zitten. De cd bracht een enorme verandering teweeg. Het schijfje moest niet meer halverwege worden omgedraaid (zoals platen en cassettes) en bood een superieure geluidskwaliteit, ook na talloze keren opnieuw afspelen.
Ik weet nog precies met welke twee albums mijn cd-collectie in 1984 begon: Hear the Light on Philips, een compilatie van klassieke muziek waarop om een of andere reden ook de Raiders of the Lost Ark March uit de eerste Indiana Jones-film stond, en Mamma, met Italiaanse klassiekers van Luciano Pavarotti. Mijn verzameling groeide snel aan, met voornamelijk klassieke muziek, filmsoundtracks en enkele synthesizer-albums. Ik had – en heb nog steeds – een uitgesproken voorkeur voor instrumentale muziek en kocht maar zelden iets van zangers. Uiteraard kwam er toen ook een gloednieuwe muziekinstallatie in huis, met een versterker en twee grote luidsprekers, waarmee het digitale geluid uitstekend tot zijn recht kwam. Wat een verschil met de eerder povere klanken die mijn draagbare cassetterecorder voortbracht!
De compact disc werd al snel niet enkel voor muziek gebruikt, maar kon ook andere digitale informatie bevatten: naast de audio-cd maakten we ook kennis met de cd-rom. Dat schijfje zag er precies hetzelfde uit, maar het bevatte software in plaats van muziek. Computers werden uitgerust met cd-lezers, en enige tijd later ook met cd-writers, zodat we onze eigen cd’s konden maken, zowel cd’s met muziek als cd’s met computerdata. De cd kreeg ook opvolgers, eerst in de vorm van de dvd (die voor opslag van video of computerdata gebruikt kon worden), later in de vorm van blu-ray (idem dito).
Net als de cd bracht de dvd een heuse revolutie teweeg. Vóór die tijd bekeken we films of tv-programma’s die opgenomen waren op een vhs-cassette, een soort oversizede audiocassette met videobeelden in lage resolutie en slechte kwaliteit (al hadden we dat toen blijkbaar niet door, want de tv-toestellen uit die tijd waren ook niet veel bijzonders). De kwaliteit van een film op dvd was stukken beter dan die van een film op vhs, dus dvd’s werden heel snel populair. Maar als je een dvd vergelijkt met de hogeresolutiebeelden van tegenwoordig (full HD, 4K of nog beter), dan zul je moeten toegeven dat de beeldkwaliteit van een dvd eigenlijk ondermaats is. Het verbaast me daarom dat er ook vandaag de dag nog zoveel dvd’s verkocht worden. Ik koop al jarenlang geen dvd’s meer. Als een film die ik écht wil zien niet te vinden is op een van de streamingdiensten, dan koop ik alsnog de blu-ray. Blu-rays hebben overigens vaak een toegevoegde waarde: niet zelden bevatten ze interessante extra’s die je niet via de streamingplatformen kunt bekijken.
Een tijdlang heb ik heel wat video’s gemonteerd die ik eerst op vhs, later op dvd bewaarde. Maar ook die tijd ligt ondertussen al jaren achter ons. Cd’s en dvd’s zijn echt niet meer van deze tijd. Ik bewaar nu mijn complete audiocollectie en al mijn video’s op externe harde schijven en usb-flashdrives. De muziek stream ik vanaf mijn thuisnetwerk naar mijn bluetoothspeaker en mijn video’s naar een van mijn tv-toestellen. Altijd de hele collectie bij de hand en geen gedoe meer met schijfjes. Voor in de auto heb ik een selectie van mijn muziekcollectie op een usb-stick gezet, dan moeten er tijdens het rijden ook geen cd’tjes meer gewisseld worden.
Wellicht ben ik heel ouderwets, want ik luister niet naar Spotify. Ik houd nog vast aan de idee van een persoonlijke muziekcollectie, weliswaar niet meer in de vorm van vinylplaten, audiocassettes of audio-cd’s, maar in de vorm van mp3-bestanden op mijn thuisnetwerk. Af en toe koop ik nog een muziekalbum, niet op cd maar als digitale download. Slechts héél uitzonderlijk zou ik nog wel eens een cd durven kopen, maar alleen wanneer het betreffende album niet als digitale download beschikbaar is. Die cd wordt dan meteen geript en verdwijnt vervolgens in een archiefdoos, zodat ik naar de mp3’tjes kan luisteren. De cd is passé, en de dvd zal weldra volgen.
In maart 2020 schreef ik op deze blog een stukje over mijn geplande bezoek aan een opvoering van Carmina Burana in het Brugse Concertgebouw, ter gelegenheid van de 125e geboortedag van Carl Orff. Het was een van de eerste evenementen die afgelast werden omwille van de coronacrisis. Geen nood, er kwam al snel een nieuwe datum: november 2020.
Maar ook dat ging niet door, want in het najaar van 2020 zaten we in de tweede golf van de pandemie. Het evenement werd meteen nóg een keer uitgesteld, nu tot november 2021.
Gisteravond was het dan eindelijk zover. Ik had een uitstekende plaats: centraal op de eerste rij, net voor de orkestbak, met vrij zicht op het podium. In tegenstelling tot de voorsteling die ik in diezelfde concertzaal in 2008 bijwoonde, zaten de orkestleden deze keer dus niet op de bühne, maar was het podium helemaal vrij voor koor, solisten en ballet.
Carmina Burana (Latijn voor ‘Liederen uit Beuern’, een dorpje in Beieren) is het werk dat Carl Orff in 1937 in één klap beroemd maakte. Zelf vond hij dat alles wat hij voordien gecomponeerd had, eigenlijk meteen de prullenmand in kon. De teksten voor de liederen komen van een collectie middeleeuwse gedichten, geschreven in het Duits en in het Latijn.
Het bekendste stuk uit Carmina Burana van Orff is ongetwijfeld het overweldigende O Fortuna, dat al talloze keren is gebruikt in films of reclamespots, en dat ik zelf ook ooit eens als opener van een van mijn diamontages gebezigd heb, in lang vervlogen tijden... De muziek van Carmina Burana – en van Orff-composities in het algemeen – wordt gekenmerkt door het veelvuldig gebruik van syncopen.
Ik heb voor het eerst met dit stuk kennis gemaakt in de muziekles op de middelbare school, en sindsdien is het een van mijn absolute favorieten. Uiteraard heb ik meerdere uitvoeringen in mijn muziekcollectie zitten en ik heb er de voorbije dagen, als voorbereiding op dit concert, nog een paar keer naar geluisterd. Ik houd ontzettend veel van de talloze ritmewisselingen en syncopen die dit werk kenmerken, en grote delen van de Latijnse tekst kan ik uit het hoofd meezingen (maar ik heb me gisteren in de zaal natuurlijk wel rustig gehouden).
De voorstelling van gisteravond heeft mij bijzonder aangenaam verrast. Eerst wist ik niet goed wat te verwachten, want toen het doek omhoog ging zagen we tot onze verbazing geen groot gemengd koor dat klaar stond om O Fortuna aan te vatten, maar werden we verrast met een stukje modern ballet in complete stilte (op het geschuifel van de balletschoenen op de toneelvloer na), op een vrijwel leeg podium. Op grote mobiele ledschermen in de achtergrond werden videobeelden vertoond, die ook tijdens het vervolg van de voorstelling een grote rol bleven spelen.
De drie solisten – een bariton, een sopraan en een contratenor, zoals het hoort – waren gekleed in prachtige kostuums, ontworpen door Nancy Avondts. Zij zorgde ook voor de kostuums van de koorleden en de dansers. Mede daardoor was deze opvoering helemaal anders dan het concert dat ik in 2008 had gezien. Toen betrof het een klassiek concert, met het symfonieorkest centraal op het podium geplaatst, daarachter het koor dat de hele tijd op zijn vaste plaats bleef staan, en vooraan de solisten.
Deze keer maakten de solisten en vooral de koorleden eigenlijk deel uit van het ballet. Soms stonden alle koorleden in één groep bij elkaar, even later stonden de bassen en tenoren aan de ene kant van het podium, de alten en sopranen aan de andere kant. En in tegenstelling tot de voorstelling van 2008 was er nu ook een kinderkoor voor Amor volat undique en Tempus est iocundum.
Het video-concept was een ontwerp van Sibe Kokke, op wiens Instagram-pagina je enkele foto’s van het evenement kunt zien (hier en hier).
Alles bij elkaar was deze productie, in een regie en choreografie van Gerard Mostard, een totaal andere en vernieuwende manier om Carmina Burana te ervaren. Dit was zo veel meer dan een klassiek concert; dit was een complete audiovisuele ervaring met muziek, dans, licht, kostuums en video, prachtig om te zien en heerlijk om naar te luisteren.
Al twintig jaar zijn de World Soundtrack Awards een vast onderdeel van het Film Fest Ghent (het filmfestival van Gent). De awards worden uitgereikt door de World Soundtrack Academy, een organisatie die ondertussen in hoog aanzien staat bij filmcomponisten uit alle hoeken van de wereld.
Ik ben een groot liefhebber van filmmuziek, dus al jarenlang probeer ik, wanneer het in mijn drukke agenda past, het WSA-concert bij te wonen.
Dit jaar is mijn agenda niet zo druk gevuld, omdat er wegens de coronacrisis vrij weinig te beleven valt. Zowat alles is afgelast of uitgesteld. Maar gelukkig ging de uitreiking van de World Soundtrack Awards met bijbehorend concert wél door, zij het dan volledig online. Ik had me een tijdje geleden al aangemeld voor het gebeuren, en ik heb meteen ook de audio-cd besteld die ter gelegenheid van deze 20e verjaardag zou verschijnen. Op 22 oktober, een dag voor de officiële releasedatum, zat hij al in mijn brievenbus. Meteen geript en op mijn netwerk gezet, zodat ik de muziek overal in huis kan beluisteren.
Het album bevat filmmuziek van alle componisten die in de voorbije twee decennia uitgeroepen werden tot World Soundtrack Film Composer of the Year en bevat gloednieuwe opnamen – door het Brussels Philharmonic en het Vlaams Radiokoor onder de leiding van Dirk Brossé – van muziek van Angelo Badalamenti, Nicholas Britell, Carter Burwell, Mychael Danna, Alexandre Desplat, Patrick Doyle, Michael Giacchino, Elliot Goldenthal, James Newton Howard, Alberto Iglesias, Jóhann Jóhannsson & Rutger Hoedemaekers, John Williams, and Gabriel Yared. Het album opent met de World Soundtrack Awards Fanfare gecomponeerd door Elmer Bernstein en wordt afgesloten met Tribute to the Film Composer, een compilatie gearrangeerd door John Williams. In totaal vijftien tracks, goed voor meer dan een uur muzikaal genot van de bovenste plank.
De uitreiking van de World Soundtrack Awards, mét concert, achtergrondinformatie, en video’s met de laureaten, werd op 24 oktober live gestreamd. Ik zat vol ongeduld klaar voor mijn tv, maar ondervond toch wel wat technische problemen, die vermoedelijk niet aan mijn kant maar aan de kant van het Film Fest Ghent lagen. Soms werden een paar seconden video herhaald, daarna ging het beeld haperen of viel de video helemaal stil. Op die manier was het jammer genoeg niet doenbaar om van het gebeuren te genieten.
’s Anderendaags heb ik dan maar een nieuwe poging gedaan. Ondertussen stond de video integraal op Vimeo en daar was hij zonder haperen of stoten te bekijken.
Voor een compleet overzicht van alle awards en laureaten verwijs ik naar de website, maar ik verklap nu al graag dat de belangrijkste prijs, de Film Composer of the Year Award, naar de IJslandse componiste Hildur Guðnadóttir gaat, voor haar sublieme score voor Joker. Eerder dit jaar won Guðnadóttir ook al een Oscar en tal van andere prijzen.
Door de coronamaatregelen kunnen we al een hele tijd niet meer naar theater, musical, opera of concert. Maar gelukkig is er het internet. Via de website van Deutsche Grammophon worden regelmatig klassieke concerten aangeboden voor de liefhebbers van het betere muziekgenre.
Een concert dat ik beslist niet mocht overslaan, was John Williams in Vienna, een opname van een concert dat eerder dit jaar plaatsvond in de bekende Wiener Musikvereinsaal, vanwaar ook ieder jaar op 1 januari het Nieuwjaarsconcert onze huiskamers binnenkomt. Dit dirigeerdebuut van John Williams bij de Wiener Philharmoniker was meteen ook de allereerste keer dat de legendarische maestro in continentaal Europa dirigeerde.
John Williams is zonder enige twijfel de allergrootste en meest getalenteerde filmcomponist ooit, al doet hij daar zelf erg bescheiden over. Maar het publiek in de zaal deelt alvast mijn mening, want toen Williams het podium op kwam, werd hij verwelkomd met een staande ovatie, nog vóór er ook maar één muzieknoot in de zaal had weerklonken. Williams zei dat hij het een bijzonder grote eer vond om met de getalenteerde muzikanten van de Wiener Philharmoniker te mogen optreden.
Het concert was een aaneenschakeling van bekende filmmelodieën. Williams’ oeuvre is bijzonder gevarieerd. Op het programma stonden fragmenten uit Hook, Close Encounters of the Third Kind, Harry Potter and the Philosopher’s Stone, Sabrina, Far and Away, The Witches of Eastwick, E.T. the Extra-Terrestrial, Jurassic Park, War Horse, Jaws, Raiders of the Lost Ark, Cinderella Liberty, The Adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn, Star Wars en Schindler’s List.
Ik ken al die melodieën natuurlijk al, want de meeste van die films heb ik gezien, en mijn filmmuziekcollectie bevat heel wat John Williams-soundtracks. Toch is het weer een heel nieuwe ervaring om Williams nu eens zelf met het dirigeerstokje te zien, niet in een opnamestudio in een behind-the-scenes-video, maar tijdens een live uitvoering met een wereldberoemd orkest, in een wereldberoemde concertzaal in de wereldhoofdstad van de klassieke muziek. Bovendien had dit concert nog een extra troef: de Duitse vioolvirtuose Anne-Sophie Mutter, die het beste van haar kunnen gaf. Haar vertolking van Hedwig’s Theme uit Harry Potter and the Philosopher’s Stone in het eerste deel en Remembrances uit Schindler’s List in het tweede deel van het concert waren werkelijk fenomenaal.
Het mag dan ook niet verbazen dat er tijdens het concert nog meerdere staande ovaties volgden, volkomen terecht. John Williams is een waar muzikaal genie, en zijn composities zijn stuk voor stuk meesterwerken. Dat in combinatie met een toporkest bestaande uit zeer getalenteerde muzikanten en een al even getalenteerde violiste, maakt dit concert voor mij tot het muzikale hoogtepunt van het jaar.
Volgende maand brengt Deutsche Grammophon John Williams in Vienna uit op verschillende fysieke en digitale formaten: cd, blu-ray, vinyl, etc. Dit verdient beslist een plaatsje in de verzameling van iedere filmmuziekliefhebber.
Normaal gezien had ik hier een verslagje willen plaatsen van mijn geplande bezoek aan de opvoering van Carmina Burana, die maandagavond in het Brugse Concertgebouw had moeten plaatsvinden. Carmina Burama is al sedert mijn jeugd een van mijn favoriete muziekstukken. Ik maakte voor het eerst kennis met dit meesterwerk van Carl Orff tijdens de muziekles op de middelbare school, en ik zag ernaar uit om nog eens een live opvoering te kunnen meemaken. Dat was al geleden van 2008.
Maar helaas, het coronavirus kwam roet in het eten gooien. Zoals jullie allemaal wel zullen weten, zijn alle culturele en andere evenementen afgelast en is zowat alles gesloten. Geen concerten meer, geen musicals, bioscopen dicht, bibliotheken dicht, musea gesloten, café’s, tearooms en restaurants dicht, niet meer gaan shoppen in het weekend en binnenkort zelfs niet meer naar de kapper. Ons geplande weekendje Disneyland Parijs, dat al een paar keer was uitgesteld vanwege de opeenvolgende weekendstormen in februari, konden we op onze buik schrijven, en ook de volkssterrenwacht waar ik lid van ben, heeft voorlopig alle activiteiten opgeschort.
Maar goed, uitstel is geen afstel. Ons Disneytripje verplaatsen we gewoon naar later dit jaar. Onze jaarpassen zullen langer geldig blijven om de coronasluiting te compenseren, heeft Disney ons laten weten. In afwachting zullen we niet doodgaan van de honger, en we zullen niets te kort komen, ook al denken heel wat hamsteraars blijkbaar van wel.
Thuisblijven is voor mij overigens geen straf. Het is geen groot geheim dat ik veel liever thuis zit met een goed boek en een glaasje wijn dan naar wilde (of saaie) feestjes te gaan. Ik heb hier een hele stapel ongelezen boeken liggen, waar ik nog wel even zoet mee ben. Ik zal de extra vrije tijd die de coronacrisis met zich brengt, nuttig gebruiken om die stapel wat te doen slinken. Wie zei ook alweer ‘ieder nadeel heb z’n voordeel’?
Carmina Burana is uitgesteld tot november, hebben de organisatoren me laten weten. Mijn ticket blijft gewoon geldig voor de nieuwe datum.
In 2018 waren we al erg enthousiast over The Best of Musicals. Vorig weekend genoten we minstens evenveel van de nieuwste editie: The Best of Musicals at the Movies, met een potpourri van musicalnummers uit bekende films als onder andere The Greatest Showman (kan tellen als opener!), La La Land, Les Misérables, Titanic, Footlose, Frozen, An Officer and a Gentleman, The Wizard of Oz, James Bond, Bohemian Rhapsody en na de pauze Moulin Rouge, Fiddler on the Roof, Cabaret, West Side Story, The Bodyguard, The Lion King, Grease en nog meer.
Ik was uiteraard verheugd om mijn favoriete musical-ster, Hans Peter Janssens, weer aan het werk te kunnen zien. Hij schitterde weerom met Stars uit Les Misérables, Somewhere over the rainbow uit The Wizard of Oz en If I were a rich man uit Fiddler on the Roof.
Verder waren we ook nog bijzonder onder de indruk van Elke Buyles vertolking van Into the unknown uit Frozen II. Prachtig gewoon. Dit is niet alleen een fantastisch nummer, het werd ook nog eens op een sublieme wijze gebracht.
Na de pauze bewees Charlotte Campion haar talent met I will always love you uit The Bodyguard, dat door het overenthousiaste publiek bijzonder werd gesmaakt, terecht!
Eigenlijk waren er te veel nummers om op te noemen. Musical is een mix van verschillende stijlen, en dat zorgde voor een bijzonder gevarieerd programma. Deze derde editie van The Best of Musicals stond garant voor een avondje entertainment van bijzonder hoog niveau.
Naast de genoemde musicalsterren bestond de cast verder ook nog uit Eva-Jane Smeenk, Ivann Vermeer, Chris Van Tongelen, Marleen van der Loo, Jeroen Logghe, Gene Thomas, Goele De Raedt, Charlotte Verduyn, Rick van den Belt, Wim Van Den Driessche en Christophe Coenegrachts. In totaal 14 stemmen, begeleid door een 26 leden tellend live orkest en de nodige licht- en pyrotechnische effecten.
We zien nu al uit naar de editie van volgend jaar!
Meer dan tien jaar geleden woonde ik voor het eerst een live voorstelling bij van Aida, de opera van Giuseppe Verdi die zich afspeelt in het oude Egypte. Verdi schreef zijn meesterwerk bijna 150 jaar geleden in opdracht, voor de opening van het nieuwe operagebouw van Caïro.
Vorig weekend ben ik samen met Miche opnieuw naar een opvoering van Aida gegaan in het Concertgebouw in Brugge. Het stuk, in een regie van Marc Krone en onder de muzikale leiding van Jeroen Weierink, werd gebracht door het Charkov City Opera & Ballet, een opera- en balletgezelschap afkomstig uit Oekraïne en de voormalige Sovjet-Unie.
Ik heb nu in totaal drie voorstellingen van deze beroemde opera gezien, en telkens was het een compleet andere ervaring. In september 2009 woonde ik een ingekorte, moderne openluchtvoorstelling bij op de Burg in Brugge. Die versie speelde zich weliswaar nog steeds in Egypte af, maar dan aan het einde van de negentiende eeuw. Enkele maanden later zag ik via Opera in de cinema van Kinepolis een ronduit spectaculaire productie van de Metropolitan Opera in New York, met schitterende kostuums, indrukwekkende decors en tot de verbeelding sprekende massascènes.
De voorsteling van afgelopen weekend in het Brugse Concertgebouw was een ‘klassieke’ versie, zonder olifanten op het podium (wat wel eens gebeurt bij een groots opgezette spektakeluitvoering). De opera is ingedeeld in vier akten en duurt bijna drie uur, maar verveelt geen seconde. Een van de hoogtepunten is natuurlijk de overbekende Triomfmars in de tweede akte, en daar heb ik weer ten volle van genoten.
Deze productie is de komende dagen ook nog op verschillende plaatsen in Nederland te zien.
Wanneer ik naar een klassiek concert ga, is dat meestal ’s avonds, maar vandaag was het weer eens tijd voor een heus aperitiefconcert op zondagvoormiddag. Het concert vond plaats in het auditorium van het Brugse Sint-Lodewijkscollege, waar ik vele decennia geleden middelbare school liep.
Er waren twee belangrijke redenen waarom ik dit concert graag wou bijwonen. Om te beginnen was het concert een eerbetoon aan wijlen Paul Hanoulle, oud-muziekleraar aan het college, van wie ik gedurende meerdere jaren muziekles heb gekregen. Paul Hanoulle was ongetwijfeld een van de betere leerkrachten die ik me herinner van mijn middelbare schooltijd. Als leerling heb je altijd een aantal leerkrachten naar wie je opkijkt en wiens lessen je bijzonder graag bijwoont, en een aantal anderen die je maar niets vindt. Paul Hanoulle behoorde zonder twijfel tot de eerste categorie. Muziek was een ware passie voor hem, en hij kon bijzonder goed lesgeven. Hij was ook stichter en dirigent van de jeugdmuziekgroep van het college, Ons Dorado, en pionier van de
muziekpedagogie van Carl Orff. Dankzij hem heb ik toen onder andere kennisgemaakt met Carmina Burana, dat nog steeds tot mijn favoriete werken behoort.
De tweede reden waarom ik dit concert niet wou missen, was dat één van de drie muzikanten die het concert uitvoerden, een oud-klasgenoot van mij was: Peter Van Heyghen. Peter heeft van muziek zijn beroep gemaakt. Ik had hem acht jaar geleden laatst aan het werk gezien tijdens een concert in het kader van het MAfestival in Brugge. de ‘MA’ in ‘MAfestival’ staat voor musica antiqua: oude muziek.
Peter Van Heyghen heeft zich ontpopt tot een internationaal erkend specialist op het gebied van de uitvoering van oude muziek uit de 16e, 17e en 18e eeuw (renaissance en barok). Hij concerteert wereldwijd als solist (blokfluit en zang), onder andere met het kamermuziekensemble More Maiorum en het blokfluitconsort Mezza Luna. Hij dirigeert ook verschillende ensembles en barokorkesten. Daarnaast doet hij nog tal van andere zaken die met oude muziek te maken hebben (onderzoeker, publicist, referent, docent).
Net als de rest van het publiek heb ik erg van het concert genoten. Naast Peter Van Heyghen (blokfluit) stonden ook Patrick Beuckels (traverso) en Guy Penson (basso continuo) op het podium. Beuckels is net als Van Heyghen oud-leerling van het Sint-Lodewijkscollege en oud-lid van Ons Dorado. Guy Penson begeleidde de twee fluitisten op een klavecimbel. De drie brachten een gevarieerd programma met werken van Quantz, Bach, Händel en Telemann.
Aangezien het om een aperitiefconcert ging, was er achteraf gelegenheid om bij een hapje en een drankje wat bij te praten met oude bekenden. Ik vond het bijzonder aangenaam om weer even te kunnen converseren met onder anderen Peter, Marc (een andere oud-klasgenoot) en enkele van mijn oud-leerkrachten.
Het absolute hoogtepunt van de opening ceremony van het 52e Intersteno-congres in Cagliari was ongetwijfeld de wereldpremière van het Intersteno Anthem. Het anthem kwam er op initiatief van Carlo Eugeni. We lazen voor het eerst over Carlo’s voorstel om een heus Intersteno-anthem te maken in E-News (de driemaandelijkse elektronische nieuwsbrief van Intersteno) nummer 82 van december 2017.
In voornoemd nummer van E-News, en later ook op de Intersteno-pagina op Facebook, deed hij een oproep om ideeën in te sturen. Welke muziek zou voor het Intersteno-anthem gebruikt kunnen worden? Beethovens negende? Verdi’s triomfmars uit Aida? Een originele compositie? Waar moet de tekst over gaan? Over Intersteno natuurlijk. Maar wat betekent Intersteno voor ieder van ons? Waarom ben je trots erbij te horen? Welke waarden draagt de organisatie uit, en wat is haar bijdrage aan de wereld? Wie het weet, mag Carlo een mailtje sturen.
De andere leden van raad van bestuur vonden het eerst maar een beetje een mal idee, maar ze lieten Carlo doen. Het resultaat overtreft echter alle verwachtingen! In het jongste nummer van E-News konden we de tekst van het anthem al lezen. Bij de opening ceremony van het 52e Intersteno-congres in Cagliari worden we getrakteerd op de première: een live uitvoering met orkest, met een soliste en met een koor.
Het is geen gewoon koor. De koorleden zijn immers geen vocalisten, maar doventolken. Ze zijn in het zwart gekleed en dragen witte handschoenen, waardoor de gebaren die ze met hun handen maken, heel duidelijk zichtbaar zijn. De naam van dit koor uit Cagliari (met koorleden van over heel Sardinië) is MusicàLIS. De groep staat onder de leiding van muziektherapeute Stefania Coccoda en doventolk Luciana Ledda. De LIS in MusicàLIS is overigens de afkorting van ‘Lingua dei Segni Italiana’: de Italiaanse Gebarentaal.
De soliste is Alice Madeddu, een sopraan met roots in Cagliari en met een internationaal palmares. Het orkest is de Banda di Monastir, gedirigeerd door Alessandro Cabras.
Na zijn veel te lange intro verdwijnt Carlo van het podium. Het wordt muisstil in de zaal. En dan horen we door de luidsprekers (een variatie op) een bekende Franse zin weerklinken: ‘Attention... 3, 2, 1...’ gevolgd door een fluitsignaal, zoals aan het begin van een wedstrijd. Vervolgens horen we meerdere sprekers, in verschillende talen, door elkaar. De stemmen vervagen en worden overstemd door het geratel van schrijfmachines. Wanneer ook dat geluid wegebt, komt het orkest in actie. Eerst met tromgeroffel, dan met een rustige begeleiding van piano en strijkers. De sopraan begint te zingen: ‘Intersteno! Intersteno! ...’
Tijdens de uitvoering wordt de tekst op het grote scherm geprojecteerd, zoals bij karaoke, met het aan de beurt zijnde woord in een kleurtje. Aan het einde, bij de ‘clackity-clack’ (een onomatopee voor het getik van een schrijfmachine) wordt het publiek aangemoedigd om mee te zingen.
De uitvoering is fantastisch! Dat vind ik althans, en met mij blijkbaar vele anderen, want na afloop krijgen de uitvoerders (en Carlo) een staande ovatie. De muziek, de tekst, de hele performance: fenomenaal! Om eerlijk te zijn, toen Carlo een kleine twee jaar geleden met zijn gekke idee kwam, had ik nooit gedacht dat het uiteindelijk zoiets moois en ontroerends zou worden.
De ingestuurde ideeën werden door Carlo verzameld en aaneengeregen tot een min of meer samenhangend geheel. Daarna riep Carlo professionele hulp in van een Amerikaanse songwriter (Hannah Kohl) en een Italiaanse componist (Matteo Magris). Samen maakten ze er een bijzonder geslaagde compositie van. In E-News gaf Carlo de nodige toelichting bij de tekst. Het anthem kreeg als titel Verba Manent – The Spoken Word Remains.
In een eerste strofe wordt verwezen naar de geschiedenis van Intersteno en worden de namen genoemd van Marcus Tullius Tiro (algemeen beschouwd als de grondlegger van de stenografie), sir John Westby Gibson (de organisator van het allereerste Intersteno-congres in 1887) en Marcel Racine (voormalig secretaris-generaal van Intersteno, gekend van de Racine-show).
Het tweede couplet legt de nadruk op Intersteno als een grote familie, op de activiteiten van de federatie, en op waar het allemaal om draait: het ‘vangen’ van woorden. De twee laatste strofen gaan over de gebruikte technieken en over de competitiegeest bij de wedstrijden.
Tussen de coupletten door wordt telkens het refrein herhaald. Het refrein (alsook de titel van het anthem) is gebaseerd op het bekende Latijnse gezegde ‘verba volant, scripta manent’, wat je vrij kunt vertalen als ‘het gesproken woord vervliegt, wat geschreven staat, blijft’. In het refrein wordt het als volgt verwoord: ‘Verba volant – The spoken word flies away’, en ‘Scripta manent – The written word remains’. Maar Intersteno maakt daar komaf mee: Intersteno vangt immers het gesproken woord en legt het vast op schrift, waardoor ook het gesproken woord blijft! En zo ontstaat het nieuwe motto: ‘Verba manent – The spoken word remains!’, meteen de titel van het Intersteno-anthem.
Het anthem wordt beëindigd met een reeks ‘clackity-clacks’, met af en toe een ‘ding!’ ertussen, wat uiteraard doet denken aan het getik en het einde-regel-belletje bij een schrijfmachine. De onomatopeeën worden een aantal keer herhaald, accelerando, tot op het einde nog één keer een triomfantelijk ‘Intersteno!’ weerklinkt, gevolgd door het definitieve fluitsignaal dat ook het einde van een wedstrijd aankondigt.
Ik heb het hele anthem op video vastgelegd, omdat ik het na afloop beslist nog een paar keer wou kunnen bekijken en beluisteren. Een audio-opname van prima kwaliteit (opgenomen zonder publiek) kun je inmiddels ook beluisteren en downloaden vanaf de Intersteno 2019-website.
Doornroosje is een van de drie balletten van Pjotr Iljitsj Tsjajkovski. Hoewel de muziek van Het Zwanenmeer en De Notenkraker, Tsjajkovski’s twee andere balletcomposities, bij het grote publiek wellicht meer bekendheid genieten, wordt Doornroosje algemeen beschouwd als zijn meest geraffineerde ballet. Wél erg bekend uit Doornroosje is de wals uit de eerste akte.
Afgelopen weekend konden we in de Antwerpse Stadsschouwburg een voorstelling van dit wondermooie ballet, opgevoerd door de getalenteerde dansers van het Russische Jacobsonballetgezelschap, met schitterende kostuums en decors.
Het verhaal is gebaseerd op het bekende sprookje van Charles Perrault. Doornroosje of De schone slaapster is het verhaal van prinses Aurora, die op haar doopfeest de magische zegen krijgt van alle feeën van het koninkrijk. Het feest wordt echter abrupt verstoord door de komst van de slechte fee Carabosse (in de Disney-versie: Maleficent), die boos is omdat ze niet werd uitgenodigd. Ze spreekt een vloek uit over prinses Aurora, die zich op haar zestiende verjaardag aan een spoel zal prikken en sterven.
Maar één van de andere feeën, de Seringenfee, had haar geschenk nog niet gegeven en kan Carabosses vloek verzachten: Aurora zal niet sterven, maar honderd jaar slapen. Enkel de kus van een prins kan haar weer doen ontwaken.
Aurora groeit zorgeloos op, maar ondanks alle voorzorgen van koning Florestan slaat het noodlot toe: Aurora prikt zich en valt prompt in slaap, samen met iedereen die op dat moment in het kasteel aanwezig is: het koningspaar, de hele hofhouding, en de vier prinsen uit verre landen die naar de hand van de prinses kwamen dingen.
Tweede akte, honderd jaar later: prins Désiré (in de Disney-versie: prins Filip) wordt door de Seringenfee naar het kasteel geleid. Hij treft iedereen slapend aan, kust Aurora, en breekt zo de vloek. Iedereen wordt wakker. Eind goed, al goed.
Maar wacht even, ’t is nog niet gedaan. Dit is nog maar het einde van akte twee! Eigenlijk is het verhaal afgerond, maar in de derde akte wordt op het kasteel een groot feest gegeven, een opeenvolging van divertissements waarin de balletdansers en -danseressen het beste van hun kunnen opvoeren. De ene dans is nog spectaculairder en nog mooier dan de andere, en het publiek applaudisseert enthousiast.
Ik ben erg blij dat we dit ballet hebben bijgewoond. Daarmee hebben we nu alle drie de balletten van Tsjajkovski gezien. Het viel op dat er meer kinderen in de zaal zaten dan je bij een klassiek ballet verwacht, en dat ondanks het feit dat het een avondvoorstelling was die zo’n drie uur duurde, twee pauzes inbegrepen. Ik hoop maar dat die kinderen en hun ouders zich niet van voorstelling vergist hadden, want Doornroosje is ook de titel van een Studio 100-musical. Maar dat is natuurlijk een heel andere interpretatie van het verhaal...
FACTS heeft al meerdere jaren een vaste plaats op mijn agenda. Of liever: twee vaste plaatsen, want sedert 2016 is er een lente- en een herfsteditie, telkens twee dagen.
Ik schreef het al eerder: op FACTS is van alles te beleven voor elke liefhebber van series en films (vooral scifi en fantasy), comics, games, anime, cosplay en al wat daar enigszins op lijkt. Voor echte geeks dus.
Ik ga voornamelijk naar dergelijke evenementen om de acteurs en actrices uit mijn favoriete series en films te ontmoeten en hun Q&A’s bij te wonen, maar daarover straks meer.
FACTS is natuurlijk ook een erg commercieel gebeuren, waar heel wat bezoekers zich laten verleiden tot de aankoop van allerlei leuke hebbedingetjes. Erg veel spullen koop ik niet, maar een van de handelaars bij wie ik graag langs ga, is John-Jan Soundtrack. Deze handelaar is gespecialiseerd in soundtracks van het soort films en series dat erg in trek is bij heel wat FACTS-bezoekers. Dat soort soundtracks is doorgaans niet te koop bij MediaMarkt, Fnac, Bol.com of Amazon, en je vindt ze niet op iTunes, Spotify of Google Play.
Neen, voor gespecialiseerde zaken moet je terecht bij een specialist. Ik ben ondertussen dus een trouwe klant geworden. Ik koop vooral de albums van La-La Land Records, een Amerikaans platenlabel dat gespecialiseerd is in film- en tv-soundtracks. De laatste tijd worden heel wat zogenaamde ‘anniversary editions’ uitgebracht van klassieke soundtracks. Het gaat dan om een geremasterde editie, waarbij het oorspronkelijk uitgebrachte album aangevuld wordt met niet eerder uitgegeven tracks en/of tracks die wel voor de film of serie gecomponeerd zijn maar die uiteindelijk niet gebruikt werden.
Zo kocht ik in het verleden onder andere al E.T., The Extra-Terrestrial – 35th Anniversary Remastered Edition (2 cd’s), Close Encounters of the Third Kind – 40th Anniversary Remastered Edition (2 cd’s), Star Trek – 50th Anniversary Collection (4 cd’s) en John Williams & Steven Spielberg – The Ultimate Collection (3 cd’s en een dvd).
Op de Spring Edition 2019 van FACTS heb ik Superman: The Movie – 40th Anniversary Remastered Edition aan mijn collectie toegevoegd, en het is héérlijk nostalgisch om daarnaar te luisteren. Ik waan me weer 40 jaar terug in de tijd, wanneer ik voor het eerst de échte Superman (Christopher Reeve) met een wapperende cape en de rechterarm voor zich uit gestrekt over het scherm zie vliegen. De iconische, heroïsche muziek van John Williams – mijn favoriete componist en een waar muzikaal genie! – heeft ongetwijfeld een grote bijdrage geleverd aan het succes van die film.
Ook qua acteurs werd ik op deze editie van FACTS verwend, met Gaten Matarazzo (Dustin uit Stranger Things), Jason Isaacs (Gabriel Lorca uit Star Trek: Discovery en Lucius Malfoy in Harry Potter), Mads Mikkelsen (Galen Erso in Rogue One: A Star Wars Story en Le Chiffre in Casino Royale), Lana Parrilla (Evil Queen / Regina Mills in Once Upon A Time), Tom Hopper (Luther Hargreeves in The Umbrella Academy en Dickon Tarly in Game of Thrones), Shannen Doherty (Prue Halliwell in Charmed en Brenda Walsch in Berverly Hills, 90210) en Dolph Lundgren (Ivan Drago in Rocky IV).
Ik had van tevoren vooral uitgezien naar Matarazzo, Parrilla, Hopper, Isaacs en Mikkelsen. Jason Isaacs heb ik het afgelopen jaar al twee keer eerder ontmoet: een eerste keer op FedCon 2018 in Bonn, en een tweede keer op de Open Dag van ESTEC in Noordwijk. Net als op FedCon vroeg hij (als enige) uitdrukkelijk om tijdens zijn Q&A niet te fotograferen en vooral niet te filmen, omdat hij anders te veel moet opletten wat hij zegt. Jammer, want zijn twee panels waren erg leuk. En net als op FedCon liep een dame (zijn manager?) voortdurend rond tussen het publiek om op het filmverbod toe te zien. Beetje irritant.
Na de vorige FACTS (Fall Edition 2018), naar aanleiding van de Q&A van Jennifer Morrison, ben ik beginnen kijken naar Once Upon A Time. Ondertussen heb ik twee seizoenen van de serie gezien en ik weet de serie erg te smaken. Daarom was ik bijzonder blij dat er nu een andere actrice uit deze reeks op FACTS te gast was: Lana Parrilla.
In Once Upon A Time zijn zowat alle bekende sprookjesfiguren door een vloek van de Evil Queen (Lana Parrilla) verbannen naar een plaats zonder magie: het fictieve plaatsje Storybrooke in de Verenigde Staten. De reeks heeft een bijzonder originele opzet: door de vloek zijn alle personages ‘gewone’ mensen geworden, die in een gewoon stadje leven, wonen en werken, en die aanvankelijk alle herinneringen aan hun verleden als sprookjesfiguur vergeten zijn... Tot het hoofdpersonage Emma Swan (Jennifer Morrison) in Storybrooke komt opdagen, waarna beetje bij beetje de ware toedracht onthuld wordt. In het eerste seizoen worden scènes in Storybrooke voortdurend afgewisseld met flashbacks naar de sprookjeswereld, waarin we steeds meer sprookjesfiguren en hun onderlinge verhoudingen ontdekken.
Bijzonder intrigerend, want in Once Upon A Time staan de sprookjes niet los van elkaar; de verhaallijnen zijn met elkaar verweven, en figuren duiken op waar je ze niet meteen verwacht. Zo blijkt de moeder van de Evil Queen niemand minder te zijn dan de koningin van Wonderland, de Queen of Hearts. En Repelsteeltje blijkt verrassende banden met meerdere andere personages te hebben. Als je tijd over hebt en niet weet wat te kijken op tv, dan is Once Upon A Time beslist een aanrader. De reeks telt 7 seizoenen, goed voor in totaal 155 afleveringen. Ik begin binnenkort met seizoen 3 en heb dus nog wel even te gaan.
FACTS lijkt nog maar net voorbij, of er staat alweer een ander gelijkaardig (maar iets bescheidener) event op het programma: volgend weekend is het alweer tijd voor Comic Con Gent. Ook daar hoop ik weer een aantal acteurs uit mijn favoriete series te ontmoeten.
In Antwerpen kun je dezer dagen gaan kijken naar Scrooge, de Musical, de nieuwste productie van Music Hall. Wij waren bij de avant-première op 8 december.
Al meteen na het grote succes van Oliver! enkele jaren geleden ontstonden de plannen om een ander verhaal van Charles Dickens als musical te brengen. Een van Dickens’ bekendste novelles, die zich daar bijzonder goed toe leent, is natuurlijk de ultieme kerstklassieker A Christmas Carol, die het verhaal brengt van een oude, verbitterde vrek die luistert naar de naam Ebenezer Scrooge.
Voor de muziek van Scrooge, de Musical deed het productiehuis een beroep op componist Dirk Brossé, die zijn sporen als film- en musicalcomponist al ruimschoots heeft verdiend en die ook vaak als dirigent bij allerlei concerten optreedt. Het scenario en de liedteksten zijn van Frank Van Laecke en Allard Blom. Inderdaad: Scrooge is geen naar het Nederlands vertaalde broadwaymusical, maar een originele, Vlaamse productie.
In zijn eerste musical(hoofd)rol vinden we Warre Borgmans (gekend van tal van Vlaamse films en tv-series) als Ebenezer Scrooge. Een groot zangtalent is hij niet, maar als Scrooge brengt hij het er prima vanaf. De rol lijkt hem op het lijf geschreven.
Bij deze musical, in een regie van Cornelius Baltus (onder andere bekend van Tanz der Vampiere en The Lion King), wordt weer flink gebruik gemaakt van de grote draaischijf in de toneelvloer van de Antwerpse Stadsschouwburg. De decorelementen, waarbij videoprojecties worden gebruikt, zijn erg origineel. Verantwoordelijk voor dit bijzondere decor (en voor de kostuums) is Dan Potra, die ook al heel wat internationale producties op zijn naam heeft staan.
Zowat 175 jaar na de publicatie van A Christmas Carol spreekt het verhaal de mensen nog altijd even sterk aan als in de tijd van Charles Dickens. Het is het gekende verhaal van een oude vrek die niemand iets gunt, geen greintje medeleven toont en iedere cent zes keer omdraait. Maar na de dood van zijn zakenpartner Marley krijgt hij – in een droom, want geesten bestaan natuurlijk niet echt – tijdens de kerstnacht het bezoek van diens geest, en vervolgens van de geesten van het verleden, van het heden en van de toekomst. Ze laten hem confronterende scènes zien, waardoor hij uiteindelijk tot inkeer komt. ’s Anderendaags, op Kerstdag, heeft de gierige vrek een complete metamorfose ondergaan en is hij een gulle, vrijgevige man geworden die zijn naasten graag een financieel ruggensteuntje geeft.
Een verhaal als dit helpt natuurlijk prima om de toeschouwer helemaal in de kerstsfeer te brengen, en op het toneel is er dan ook geen gebrek aan kerstbomen en nepsneeuw. Ook een kinderkoortje ontbreekt niet. Nog tot eind december kun je Scrooge gaan bekijken in de Antwerpse Stadsschouwburg. In januari – maar dat zijn een beetje vijgen na Pasen, als je ’t mij vraagt (of beter gezegd: kalkoen na Kerstmis) – zijn er ook nog opvoeringen in de Gentse Capitole, zij het dan op een iets kleiner toneel zonder draaischijf.
Ik had het op deze blog al eerder over Opera in de cinema, Ballet in de cinema en Theater in de cinema. Maar er is ook Musical in de cinema. Vorige week stond The King and I op het programma, de musical van Rodgers en Hammerstein, opgevoerd in het London Palladium.
Het verhaal is dat van Margaret Landons biografische roman Anna and the King of Siam, waarin het hoofdpersonage, een jonge Britse weduwe, naar Siam (Thailand) trekt om er les te geven aan de vrouwen en de kinderen van de Siamese koning, die van Siam een moderne natie wil maken. De hoofdrollen waren voor Kelli O’Hara (Anna) en Ken Watanabe (de koning).
De productie won in 2015 maar liefst vier Tony Awards: beste actrice in een hoofdrol (Kelli O’Hara), beste actrice in een bijrol (Ruthie Ann Miles), beste kostuumontwerp, en beste musicalrevival. Verder waren er nog Tony-nominaties voor beste acteur in een hoofdrol (Ken Watanabe), beste regie, beste toneelontwerp, beste belichting en beste choreografie.
Hoewel ik heel wat melodieën kende, had ik de musical zelf nooit eerder gezien. The King and I ging in 1951 in première op Broadway en werd daar bijna drie jaar lang opgevoerd. Daarna ging de musical meermaals op tournee en kwamen er heel wat revivals. De productie die op het grote Kinepolis-scherm te zien was, is de revival van 2018 in Londen, die heel wat succes oogst.
De voorstelling was heel erg de moeite waard. De openingscène maakt al bijzonder veel indruk, wanneer Anna met haar zoon per schip aankomt in Siam. De muziek van Richard Rodgers is bijzonder genietbaar, net als de dialogen van Oscar Hammerstein. De kostuums zijn prachtig, de decors inventief en impressionant, de vertolkingen van een erg hoogstaand niveau.
De opkomst in Kinepolis was helaas wat aan de lage kant. Ik vind dat vreemd, want het aanhoudend succes van de musical in Vlaanderen, in zalen als de Antwerpse Stadsschouwburg en de Gentse Capitole, bewijst dat er bij ons wel degelijk een groot musical-minnend publiek is. De Musical in de cinema-formule laat je toe om tegen een fractie van de prijs van een theaterticket een productie van topniveau vanop de eerste rij te bekijken. De afwezigen hadden dus alweer ongelijk...
Binnenkort ga ik weer naar de musical, niet in de bios, maar in het écht. Zondag gaat in de Antwerpse Stadsschouwburg immers Scrooge, de Musical in première, een Vlaamse adaptatie van het beroemde A Christmas Carol van Charles Dickens met Warre Borgmans in de rol van Ebenezer Scrooge. Beslist meer daarover in een volgend blogje.
Op 18 oktober verwende het Film Fest Gent de liefhebbers van filmmuziek en sci-fi met een fantastisch concert. In de Gentse Capitole kwamen de fans (onder wie schrijver dezes) bijeen voor 2001 And Beyond: A Symphonic Odyssey. De titel verwijst uiteraard naar Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey, die dit jaar zijn 50e verjaardag viert. Het openingsnummer van het concert was, hoe kan het ook anders, Also Sprach Zarathustra van Richard Strauss, het stuk dat al 50 jaar onlosmakelijk verbonden is met Kubricks visionaire ruimte-epos.
Op het podium, zoals ieder jaar, het Brussels Philharmonic, onder de deskundige leiding van maestro Dirk Brossé. Boven het orkest drie grote schermen, met op het centrale scherm beeldfragmenten uit de films, en op de zijschermen beelden van het orkest. De avond werd traditiegetrouw aaneengepraat door Thomas Vanderveken, die vorig jaar nog stuntte met zijn aardig geslaagde poging om op één jaar tijd het aartsmoeilijke pianoconcerto van Edvard Grieg onder de knie te krijgen.
Het openingsnummer werd gevolgd door een tweede track uit 2001: An der schönen blauen Donau van een andere telg uit de Strauss-familie: Johann Strauss jr., koning van de wals. En die walsmuziek past wonderlijk goed bij de beelden van het draaiende ruimtestation. Dat vond Kubrick ook, ondanks het feit dat hij voor zijn film een componist had ingehuurd: Alex North schreef een complete, originele soundtrack voor 2001... die vervolgens door Kubrick in de prullenmand werd gegooid.
Het is een verhaal apart. Regisseurs gebruiken bij het monteren van een film vaak bestaande muziek als tijdelijke score, en schakelen daarna een componist in om de definitieve filmmuziek te schrijven. Zo geschiedde het ook voor 2001. North werkte zich uit de naad voor een mooie score, maar op de valreep besliste Kubrick om toch maar de klassieke muziek in de definitieve montage te behouden. De muziek van North wordt dus niet in de film gebruikt, iets wat de componist tot zijn grote verbazing pas ontdekte tijdens de première! Dat moet hem, aldus Vanderveken, een geweldig creatief trauma hebben bezorgd.
Het Film Fest Gent bezorgde North een beetje eerherstel: tijdens het concert kregen we, na de Strauss-muziek, een stuk te horen dat Alex North voor 2001 schreef, voorzien van dezelfde beelden. Een uniek experiment. Het was voor het eerst dat ik deze muziek hoorde. De muziek klinkt overduidelijk wat jaren 60-achtig en is niet slecht, maar de meerderheid van de toehoorders was het er wellicht over eens dat Kubrick indertijd de juiste keuze heeft gemaakt door toch maar de klassieke stukken voor zijn film te gebruiken. Maar dat hij North tot op de première in het ongewisse liet, is natuurlijk niet erg netjes.
De rest van de avond was een feest voor het oor en het oog, met het hoofdthema van Star Wars (muziek van muzikaal genie John Williams), een suite uit Disney’s The Black Hole (John Barry), en fragmenten uit Alien en Star Trek: The Motion Picture (beide van Jerry Goldsmith).
Het programma werd in chronologische volgorde afgewerkt, met verder nog The Right Stuff (muziek van Bill Conti), The Rocketeer (James Horner), Alien 3 (Elliot Goldenthal), Starship Troopers (Basil Poledouris), Mission To Mars (Ennio Morricone), Solaris (Cliff Martinez) en The Martian (Harry Gregson-Williams).
Met de laatste drie stukken was ik erg in mijn nopjes: eerst twee nummers uit een aflevering van een Netflix-serie: de Black Mirror-aflevering USS Callister, gecomponeerd door Daniel Pemberton. In USS Callister gebruikt het hoofdpersonage DNA van zijn collega’s – zonder hun medeweten – om digitale clonen van hen te creëren, die hij vervolgens laat opdraven in een virtuele, Star Trek-achtige wereld waar hij de autoritaire kapitein is. Erg leuk om de beeldfragmenten op een groot scherm te zien, voorzien van live muziek. Ik moet dringend USS Callister eens herbekijken.
Het concert werd afgesloten met een wereldprimeur: een stuk van John Powell dat hier, in Gent, voor het eerst voor een live publiek ten gehore werd gebracht: Mine Mission Suite uit de jongste Star Wars-film, Solo: A Star Wars Story.
Moet het nog gezegd dat ik weer bijzonder van deze muzikale en filmische topavond heb genoten?
Het is gelukt. De muziek van Carmen, die al een hele week in mijn hoofd bleef hangen, is eruit. Maar nu zitten er twee andere liedjes in. Dat komt doordat ik afgelopen weekend weer naar FACTS (‘Your Belgian Comic Con!’) ben geweest, het grootste geek fest van de Benelux.
De earworms waar ik nu mee opgescheept zit, zijn twee nummers die op FACTS op sublieme wijze vertolkt werden door John Barrowman, die naast acteur (o.a. Captain Jack Harkness in Doctor Who en Torchwood en Malcolm Merlyn / Dark Archer in het Arrowverse) ook een bijzonder getalenteerd entertainer en musicalartiest is. Wat een showman! Wat een talent! Wat een stem!
Het eerste nummer, A Thousand Years, komt uit de soundtrack van The Twilight Saga: Breaking Dawn – Part 1, het tweede, I Am What I Am, uit de Broadwaymusical La Cage aux Folles.
Zelfs als je niets afweet van fantasy, anime, comics, sci-fi of games, zul je vast wel weten dat er zoiets bestaat als FACTS en Comic Con. Af en toe is het een fait divers op het einde van het tv-journaal, met beelden van verklede bezoekers (‘cosplayers’) of bekende acteurs en actrices.
Het is vooral voor die acteurs en actrices dat ik graag FACTS en andere cons bezoek. Op deze editie waren, naast de al genoemde John Barrowman, ook David Tennant (de Tenth Doctor in Doctor Who en Kilgrave in Jessica Jones), Tom Felton (Draco Malfoy in alle Harry Potter-films en Julian Albert in The Flash) en Jennifer Morrison (Emma Swan in Once Upon A Time) te gast.
Hal 2 van Flanders Expo zat voor deze acteurs en actrice telkens afgeladen vol. Deze keer had de organisatie inderdaad (bijna) een complete hal voorzien voor de panels en Q&A’s. Bij eerdere edities werd daarvoor de zaal met het glazen koepeldak (FLEX large) gebruikt, maar die begon duidelijk wat te klein te worden. Want ja, FACTS groeit blijkbaar nog steeds. Vooral zaterdagnamiddag was het er bijzonder druk. Ik denk niet dat ik ooit eerder zó veel volk op FACTS gezien heb.
Er waren nog twee gasten die een panel gaven, twee stemacteurs: Charles Martinet (de stem van Super Mario) en Carolina Ravassa (Sombra in de videogame Overwatch).
Voor de rest de gebruikelijke dingen: een groot assortiment aan handelaars met allerlei verleidelijke merchandising, tal van prachtig uitgedoste cosplayers, workshops, games, fanclubs, tekenaars van comics, handtekeningen- en fotosessies, onigiri en fantastisch lekkere koffie. En veel volk. Héél veel volk.
Operaliefhebbers moeten doorgaans naar Brussel, Antwerpen of Gent als ze een opera willen zien. Maar op 22 september vond een voorstelling van Carmen plaats in het Brugse Concertgebouw. Die kans mochten we dus in geen geval laten schieten!
Carmen, het meesterwerk van Georges Bizet, is een van mijn favoriete opera’s. Als kind al vond ik de muziek geweldig. Ik herinner me dat ik op zondagmiddag vaak aan de radio gekluisterd zat voor Opera en Belcanto, met de cassetterecorder in aanslag. Op die manier maakte ik kennis met beroemde aria’s. Ik was meteen wildenthousiast van L’amour est un oiseau rebelle en Votre toast... je peux vous le rendre (beter gekend als het Toreador-lied).
Carmen dus. Maar niet zoals we gewoon waren. Deze voorstelling was een eigentijdse, expliciete versie, in een regie van Frank Van Laecke. Helemaal anders dan de versie van de New-Yorkse Metropolitan Opera (the ‘Met’) die ik in 2010 zag via Opera in de cinema.
Carmen is oorspronkelijk een opéra comique (wat absoluut niet betekent dat het komisch is, maar wel dat er naast gezongen partijen ook korte gesproken dialogen in voorkomen) die zich afspeelt in Sevilla rond 1830. Het hoofdpersonage, Carmen, is een vrijgevochten zigeunerin die in een sigarenfabriek werkt. De versie die we in Brugge te zien kregen, is geprojecteerd op onze eigen tijd, naar het milieu van mensenhandel, drugs- en wapensmokkel.
Maar het thema blijft natuurlijk hetzelfde: liefde, jaloezie en de weg naar vrijheid. En de muziek is nog altijd even fantastisch. De melodieën zitten al een hele week in mijn hoofd, en ze willen er niet meer uit!
Op de valreep – we waren wat aan de late kant met reserveren – konden we nog tickets bemachtigen voor de laatste extra-voorstelling van The Best of Musicals in de Antwerpse stadsschouwburg, een bijzonder geslaagde aaneenschakeling van memorabele musicalnummers, vertolkt door een hele schare talentvolle zangeressen, zangers, danseressen en dansers, onder begeleiding van een live orkest.
Na afloop van de voorstelling waren we het er roerend over eens: de afwezigen hadden ongelijk! Dit was entertainment van de bovenste plank!
Dat kon ook moeilijk anders, als je weet dat de naam van Hans Peter Janssens op de affiche stond (al was Annelies ook bijzonder enthousiast over Deborah De Ridder en Roodkapje-vertolkster Lauren De Ruyck).
De voorstelling werd geopend met scènes uit Les Misérables, gevolgd door een paar luchtige nummers uit Hairspray. Op het programma van deel 1 stonden verder nog de bekendste melodieën uit onder andere Miss Saigon, Evita, Catch Me If You Can en Funny Girl, om net voor de pauze af te sluiten met het bekende There’s No Business Like Showbusiness uit Annie Get Your Gun. Behalve de vele Engelstalige nummers waren er ook enkele Nederlandse teksten (Roodkapje en Frozen).
Na de pauze ging het feest verder met Cats, Jekyll & Hyde, Saturday Night Fever, The Phantom of the Opera, Mozart, Grease en als sluitstuk de ABBA-musical Mamma Mia.
Meer ingetogen nummers werden afgewisseld met veel show en spektakel en opgeluisterd met videobeelden op grote ledschermen en occasionele pyrotechnische effecten.
Naast de al genoemde musicalartiesten – Janssens, De Ruyck, De Ridder – bestond de cast uit Ruben Van Keer (die we enkele maanden geleden nog aan het werk zagen in Mozart! – De Musical), Marleen van der Loo, Charlotte Campion, Christophe Coenegrachts, Fleur Brusselmans, Elke Buyle, Sven Tummeleer, Jervin Weckx en Reuben De Boel, stuk voor stuk bijzonder getalenteerde zangeressen en zangers.
Vooral Hans Peter Janssens schitterde met zijn vertolkingen van Bring Him Home uit Les Misérables, This Is The Moment uit Jekyll & Hyde, Music Of The Night en Phantom Of The Opera, beide uit de gelijknamige musical. Hij was ongetwijfeld de grootste ster van de dag, al was ik ook erg aangenaam verrast door Fleur Brusselmans (Phantom Of The Opera) en Lauren De Ruyck (Hopelessly Devoted To You).
Na de voorstelling hadden we het geluk in de foyer enkele artiesten te spotten. Het was Annelies, die een van de Romeo’s opmerkte. De Romeo’s zaten niet in de show, maar een van hen zat blijkbaar wel in het publiek. Annelies kon met hem op de foto. Ze heeft me verteld welke Romeo het was, maar ik ben het alweer vergeten. Ik kan die Romeo’s moeilijk uit elkaar houden. Kort daarna vond Annelies ook Deborah De Ridder en Lauren De Ruyck bereid tot enkele selfies, en even later kon ik warempel met niemand minder dan Hans Peter Janssens op de foto. Met elk van deze artiesten hebben we een kort praatje gemaakt, allemaal erg sympathieke mensen!
Onlangs zijn we naar A Night at the Opera geweest, een aaneenschakeling van hoogtepunten uit de Italiaanse opera. Op het programma stonden aria’s en koorfragmenten uit onder andere Nabucco, Rigoletto, Il Trovatore en La Traviata (Verdi), Tosca en Turandot (Puccini), en L’Elisir d’amore (Donizetti). Er werden ook enkele orkestrale stukken opgevoerd, zoals de prelude uit Cavalleria Rusticana van Mascagni en de ouverture uit La Gazza Ladra van Rossini, een opera die de meeste Kuifje-fans wel van naam zullen kennen uit het album De juwelen van Bianca Castafiore.
De vier Italiaanse solisten (Pier Luigi Dilengeti, bariton, Michael Spadaccini, tenor, Sandra Buongrazio, mezzo-sopraan en Valeria Esposito, sopraan) gaven het beste van hun kunnen, met passende kostuums en geprojecteerde decors. Ze konden zich wat mij betreft gerust meten met La Castafiore! De solisten werden begeleid door het Music Hall Classical Orchestra and Choir, onder de leiding van dirigent Igor Tchernetsky.
Ik ben natuurlijk al langer een operaliefhebber, maar voor mijn vrouw en dochter was het hun allereerste opera-ervaring (amper enkele maanden na hun eerste operette). Voor hen was A Night at the Opera een prima kennismaking met het genre: niet meteen een compleet stuk, maar een best-of van de Italiaanse opera.
Zo waren ze al een beetje voorbereid op de voorstelling van de week nadien: dan zijn we in de Antwerpse Stadsschouwburg gaan kijken naar Schoppenvrouw (ook gekend als Pique Dame, of onder de originele titel Пиковая дама) van Tsjajkovski. Ja, ze hadden de smaak te pakken en waren klaar voor hun eerste echte opera, deze keer in het Russisch. Gelukkig waren er Nederlandse boventitels en hadden we op het internet al een samenvatting gelezen, zodat we het verhaal een beetje konden volgen.
Om het culturele jaar in schoonheid af te sluiten, hebben we op de valreep nog een voorstelling van Die Lustige Witwe meegepikt. Deze komische operette van Franz Lehár werd op 27, 28 en 29 december opgevoerd in zaal Capitole in Gent.
Het werd een zeer genietbare uitvoering door het ballet, het orkest en het koor van The Budapest Operetta and Musical Theatre. Uiteraard in het Duits, maar met Nederlandse boventiteling voor wie geen polyglot is.
Als liefhebber van klassieke muziek, opera en operette was ik natuurlijk al vertrouwd met dit stuk, maar voor mijn metgezellen van gisteravond was het hun eerste operette-ervaring. Miche en Annelies zijn wel musicalliefhebbers, maar operette is toch weer iets anders...
Gelukkig is Die Lustige Witwe prima geschikt als kennismaking met het operettegenre. Het verhaal speelt zich af in het Parijs van rond 1900. Sedert de première in 1905 (in het Weense Theater an der Wien) kent deze operette een onophoudend wereldwijd succes, met muzikale toppers als het overbekende Vilja-Lied en Da geh’ ich zu Maxim.
In 2005 zag ik nog een voorstelling in het Concertgebouw in Brugge, maar die vond ik niet zo goed als de opvoering van gisteravond in Gent. Het Budapest Operetta and Musical Theatre beschikt over uitstekende zangers en dansers, en het decor was verrassend, met werkende fonteinen op de bühne tijdens de tweede akte.
Niet enkel voor mij, maar ook voor Miche en Annelies was dit een positieve ervaring. In de toekomst zijn meer operettebezoeken dus zeker niet uitgesloten. En wie weet, misschien kan ik hen wel overhalen om eens mee te gaan naar een opera…