Posts tonen met het label sterrenkunde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sterrenkunde. Alle posts tonen

dinsdag 11 augustus 2026

Zonsverduistering

Het is weer zover: België is duidelijk weer in de ban van de zonsverduistering. Wie een beetje met sterrenkunde bezig is, weet natuurlijk al van járen op voorhand wanneer de volgende eclips eraan komt, maar de gewone sterveling heeft het pas de voorbije dagen via de media vernomen. De media hebben het ook voortdurend over eclipsbrilletjes, en dat is nodig, want als je zonder degelijke oogbescherming recht in de zon kijkt, kun je daar blijvende oogschade aan overhouden. Door die mediagekte beseffen heel wat mensen nu ook ineens dat ze dringend zo’n brilletje nodig hebben.

Dat besef komt voor zowat 95% van de bevolking op hetzelfde moment en heel erg laat, zodat de mensen nu allemaal tegelijkertijd vaak een uur of langer in de rij gaan staan of tientallen kilometers om moeten rijden om nog ergens een eclipsbrilletje te bemachtigen. En dat terwijl ze al maanden overal gewoon te krijgen zijn. Nou ja, overal... in ieder geval wel bij de volkssterrenwachten, en de laatste weken ook op andere plekken zoals bij optiekers, in museumshops en in toerismebureaus. En je kon ze natuurlijk ook moeiteloos online bestellen.

Maar wie slim is, heeft natuurlijk zijn brilletje van vorige keer gespaard (of in elk geval niet gewacht tot het laatste moment om er eentje te kopen)...

Vergeet lasbrillen, cd’s, röntgenfoto’s of drie zonnebrillen over elkaar, dat is allemaal onvoldoende en vooral heel erg onveilig. Wil je naar de zon kijken, dan heb je absoluut een gecertificeerd, veilig eclipsbrilletje nodig, met CE-label. Duur zijn ze niet, ze kosten amper enkele euro’s en als je zo’n brilletje op je neus zet, zie je er ontzettend cool uit.

Kijk uiteraard ook nooit door een camera, verrekijker of telescoop rechtstreeks naar de zon. Daar kun je blijvende oogschade of zelfs blindheid aan overhouden. Voor die toestellen heb je een professionele zonnefilter nodig, die je stevig vóór het objectief bevestigt.

De eclips van 12 augustus 2026 is een totale zonsverduistering, maar die totaliteit is vanuit België niet te zien. Daarvoor moet je op reis: naar het uiterste westen van IJsland bijvoorbeeld, of naar het noorden van Spanje. In België zal de zon dus niet voor de volle 100%, maar slechts voor zowat 90% verduisterd zijn. Toch is dat al groot nieuws, want zo vaak komt dat niet voor. Bij de zonsverduistering van 29 maart vorig jaar was de zon bij ons maximaal voor 30% verduisterd. Wie toen een eclipsbrilletje aangeschaft heeft (en het daarna niet argeloos heeft weggegooid), hoefde dit jaar alvast niet in de rij te gaan staan.

Zonsverduisteringen zijn niet zo uitzonderlijk als je misschien wel denkt. Er zijn er gemiddeld zo’n twee per jaar. Veruit de meeste daarvan zijn echter gedeeltelijke verduisteringen, waarbij de zon nergens op Aarde compleet achter de maan verdwijnt. Totale zonsverduisteringen zijn dus wat zeldzamer, en bovendien is de totaliteit maar te zien als je je in een relatief smalle strook op Aarde bevindt, in de kernschaduw van de maan. Buiten die strook zit je ofwel in de bijschaduw en zie je een gedeeltelijke eclips, ofwel ben je te veraf en zie je helemaal niets.

De eclips van 12 augustus vindt vrij laat op de dag plaats. Bij ons (voor een waarnemer aan de Belgische kust) begint de verduistering om 19.17 uur en eindigt ze om 21.03 uur, kort voor zonsondergang. De maximale bedekking (90%) is om 20.13 uur. Op dat moment staat de zon amper 7 à 8 graden boven de horizon. Dat is bijzonder laag. Als je een goed zicht op de zon wilt hebben, moet je dus naar een plek gaan waar geen gebouwen, bomen of andere obstakels in de weg staan. Aan de kust bijvoorbeeld, of ergens waar je wat hoger dan de omgeving staat zodat je een vrij zicht op de westelijke horizon hebt. Dat geldt overigens ook voor waarnemers in de totaliteitszone in het noorden van Spanje.

Gooi na afloop je brilletje niet weg, want volgend jaar is er alweer een zonsverduistering die vanuit België te zien is. Op 2 augustus 2027 vindt de verduistering rond de middag plaats en zal de zon dus hoog aan de hemel staan. Maar omdat de totaliteitszone zich dan wat zuidelijker bevindt (het uiterste zuiden van Spanje en het noorden van Afrika), zien we vanuit België een verduistering van slechts 39%.

Zonsverduisteringen komen dus vrij vaak voor, maar als je een totale zonsverduistering wilt meemaken, dan moet je op reis. Als je in België blijft, dan moet je nog geduld hebben tot 2142. Dan trekt de kernschaduw van de maan weer over Belgische bodem. Maar zo lang wil ik natuurlijk niet wachten. Ergens in mijn niet al te verre toekomst zit er dus hoogstwaarschijnlijk wel een eclipsreisje aan te komen...

www.cozmix.be/nl/eclips-2026

maandag 28 oktober 2024

40 jaar Volkssterrenwacht Beisbroek

Ik kan me nog exact het moment voor de geest halen dat ik in de krant – ja, veertig jaar geleden hadden we nog een papieren gazet – las dat er in Brugge een volkssterrenwacht was opgericht: Volkssterrenwacht Beisbroek. Er stond een foto bij van een groot landhuis met een toren ernaast met een tot de verbeelding sprekende koepel. Ik was erg in mijn nopjes met dat goede nieuws, want Brugge was niet zo heel ver van Knokke-Heist, waar ik toen nog woonde.

Ondertussen mag de vereniging Volkssterrenwacht Beisbroek mij al bijna twintig jaar tot haar trouwe leden rekenen, en ik volg er elk jaar een aantal cursussen over ruimtevaart, sterrenkunde en aanverwante wetenschappen. Meer dan twintig jaar geleden kwam ik ook af en toe in Beisbroek, maar ik werd pas lid van de vereniging in 2005.

Afgelopen weekend werd de veertigste verjaardag uitgebreid gevierd met een feestelijke zitting. In zijn welkomstwoord gaf voorzitter Jan Vandenbruane een overzicht van veertig jaar Volkssterrenwacht Beisbroek, inmiddels ook al meer dan tien jaar gekend als Cozmix, want eind 2012 kreeg het bezoekerscentrum een nieuwe naam.

In een interview met twee stichtende leden, Herman Ghyoot en Claude Doom, kregen we sappige verhalen te horen uit de begintijd van de sterrenwacht. Ze vertelden honderduit over de onderhandelingen met het toenmalige gemeentebestuur van Sint-Michiels, de aankoop en de renovatie van het landhuis, de bouw van de toren met de koepel, de aankoop en de installatie van het planetarium, en de vele problemen die uiteindelijk allemaal overwonnen werden. Ter illustratie van hun verhalen werden enkele filmfragmenten uit de oude doos vertoond, zodat we ons een goed beeld konden vormen van hoe het er veertig jaar geleden aan toe was gegaan.

Ondertussen was ook de burgemeester gearriveerd. die op zijn beurt de aanwezigen toesprak en vol lof was over de jarenlange inzet van de vereniging en haar enthousiaste medewerkers.

Het volgende programmaonderdeel was de première van een gloednieuwe planetariumvoorstelling: Tussen de sterren, een eigen productie van Cozmix. De planetariumvoorstellingen – op het koepelplafond geprojecteerd door de enkele jaren geleden volledig vernieuwde fulldomeprojectoren – zijn doorgaans buitenlandse producties die aangekocht en van een Vlaamse commentaarstem voorzien worden. Deze Terug naar de sterren werd echter helemaal in eigen huis geproduceerd. Er zitten dan ook beelden in van het gebouw van de Brugse sterrenwacht en van Brugge. Op deze voorstelling mogen de makers terecht trots zijn!

De namiddag werd afgesloten met een uitgebreide en geslaagde receptie, met zowel alcoholvrije als alcoholhoudende drankjes en vooral héél veel bijzonder lekkere hapjes!

Over de onstaansgeschiedenis van de Brugse volkssterrenwacht kun je meer lezen op deze pagina op de website van Cozmix.

Tijdens de herfstvakantie is er elke dag iets te beleven in Cozmix, voor jong en oud!

www.cozmix.be
www.cozmix.be/nl/herfstvakantie-cozmix

woensdag 5 oktober 2022

JVS/VVS-weekend en ESA open dag 2022

Het eerste weekend van oktober stond traditioneel weer helemaal in het teken van sterrenkunde en ruimtevaart. In Genk hield de JVS/VVS haar 36e JVS/VVS-weekend, dat net zoals vorig jaar ook via streaming gevolgd kon worden. Daar heb ik dankbaar gebruik van gemaakt. Op die manier kon ik op zaterdag alle presentaties online bijwonen zonder mij naar de andere kant van het land te moeten verplaatsen. Bijkomend voordeel: ik kon dan ook wat langer uitslapen. Dat was nodig, want zondag moest ik vroeg opstaan als ik op tijd in Noordwijk wou zijn. Daar vond voor de elfde keer de ESA open dag plaats bij ESTEC (European Space Research and Technology Centre), het grootste onderzoeks- en technologisch centrum van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Die verplaatsing vond ik wél de moeite waard, want op de ESA open dag kun je niet alleen presentaties volgen, je kunt er ook een bezoek brengen aan de gebouwen en installaties van ESTEC, astronauten ontmoeten, kennis maken met onderzoekers en nog veel meer.

36e JVS/VVS-weekend

Maar daarover heb ik het straks. Eerst terug naar zaterdag. Het JVS/VVS-weekend vond plaats in de Limburgse Volkssterrenwacht Cosmodrome. Net als vorige edities stond er een evenwichtige mix van verschillende onderwerpen op het programma, gebracht door professionele astronomen én door jeugdige en al wat rijpere amateursterrenkundigen. Op zaterdag waren het met name twee jeugdige sprekers die bijzonder boeiende onderwerpen op een uitstekende manier wisten te brengen. In de voormiddag had Wout Goesaert, astronomiestudent aan de Universiteit van Leiden en voorzitter van JVS-Descartes in Limburg, het over zijn onderzoek naar kosmische magneetvelden in sterrenstelselclusters door middel van gepolariseerd radiolicht – een hele mondvol.

Na de lunch was het dan de beurt aan Daan Van Waesberghe, met een al even boeiend gebrachte lezing met als titel ‘Op zoek naar de stochastische gravitatiegolfachtergrond’. Daan won eerder dit jaar overigens de eerste prijs bij de Vlaamse Sterrenkunde Olympiade, een wedstrijd die sinds 2008 jaarlijks georganiseerd wordt door de JVS/VVS in samenwerking met de universiteiten van Leuven, Gent en Brussel en met de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade.

Er stond ook een boekvoorstelling op het programma: ‘Nucleosynthese’, door professor Claude Doom. Het boek ontstond naar aanleiding van de gelijknamige cursus die de auteur in het voorjaar van 2021 gaf voor Volkssterrenwacht Beisbroek, en die ik met belangstelling gevolgd heb. Ik heb al meerdere cursussen van hem gevolgd, en hij weet als geen ander vaak complexe materie op een zeer bevattelijke en boeiende manier uit te leggen. De bijgaande powerpointpresentaties zijn ook altijd zeer duidelijk, verhelderend en mooi vormgegeven. Dit boek is ongetwijfeld een aanrader voor al wie nu eindelijk eens wil weten waar alle chemische elementen waaruit de wereld om ons heen is samengesteld, vandaan komen.

Professionele gastsprekers waren dr. Rik ter Horst met ‘Schmidt-Cassegrain-optiek, van groot naar klein’ en prof. dr. Huib Jan van Langevelde met ‘Inzoomen op superzware zwarte gaten met millimetertelescopen’, ook twee erg interessante lezingen.

De presentaties van zondag (met o.a. prof. dr. Christoffel Waelkens over de James Webb-telescoop) heb ik gemist omdat ik die dag bij ESTEC was, maar binnenkort worden alle presentaties van het weekend voor de deelnemers online beschikbaar gesteld, en dan hoop ik de gemiste lezingen alsnog te kunnen bekijken.

11e ESA open dag bij ESTEC

Het JVS/VVS-weekend mag dan bijzonder boeiend zijn, nóg interessanter is natuurlijk een bezoek aan ESTEC, waar de ESA open dag na twee digitale edities voor het eerst sinds 2019 weer fysiek kon plaatsvinden. Bij ESTEC worden ruimtemissies gepland en ontworpen en worden satellieten getest alvorens ze (elders) in de raket worden gestopt die hen naar de ruimte zal brengen. Als Europeanen mogen we best trots zijn op ESA. Onze Europese ruimtevaartorganisatie beschikt over het beste satellietnavigatiesysteem en de beste aardobservatiesatellieten ter wereld.

Bij de ingang ontmoette ik mijn Nederlandse space- en scifi-buddy’s Annette en Detlef, met wie ik de dag verder zou doorbrengen. Na de openingsceremonie begonnen we met een bezoek aan het hoofdgebouw, met heel wat stands over de lopende en geplande ESA-ruimtemissies: Solar Orbiter, BepiColombo, Juice, Cheops, ... Uiteraard ook aandacht voor de James Webb-ruimtetelescoop (een gezamenlijke missie van ESA, NASA en CSA). Aan elke stand waren posters, stickers en andere goodies te krijgen. Ook aandacht voor Careers at ESA: informatie voor jongeren (of iets minder jongeren) die ervan dromen om voor de ESA te gaan werken.

Het hoofdgebouw is via een lange, brede gang verbonden met het lab. Ook in die gang een aantal interessante standen, o.a. over Galileo (de Europese tegenhanger van GPS). In de aansluitende gang van het lab heel wat informatieve standen over zonnepanelen, reactiewielen, aardobservatie, geavanceerde materialen etc.

Even verderop kunnen we een werkende centrifuge bekijken: de Large Diameter Centrifuge. Hierin wordt verhoogde zwaartekracht gesimuleerd ten behoeve van wetenschappelijke experimenten. Het doet me denken aan een scène uit Moonraker, de James Bond-film waarin 007 met een spaceshuttle van het fictieve Drax Industries naar de ruimte reist (en bijna het loodje legt in een op hol geslagen centrifuge).

Het bezoek aan het Test Centre is een beetje teleurstellend. Hier kunnen we enkel een nieuwe cleanroom bezichtigen. In tegenstelling tot vorige keren is de rest van het Test Centre dit jaar verboden terrein voor bezoekers, omdat er toestellen opgesteld staan die top secret zijn! Bij mijn eerste bezoek, in 2018, heb ik in het Test Centre onder andere de indrukwekkende Hertz radio frequency test chamber kunnen aanschouwen, die een complete satelliet kan huisvesten. In die reusachtige kamer, waarvan de wanden bekleed zijn met materialen die radiogolven absorberen en op die manier de lege ruimte simuleren, worden grote antennesystemen of hele satellieten getest.

Tijdens de open dag kon het publiek kennismaken met twee ESA-astronauten: de Nederlander André Kuipers (vaste klant bij ESTEC) en de Duitser Matthias Maurer. Maurer vloog in november vorig jaar naar het ISS met de SpaceX Crew-3-vlucht, met een Crew Dragon-capsule van SpaceX, het commerciële ruimtevaartbedrijf van Elon Musk. Daarmee werd hij de 600e persoon in de ruimte. Tijdens zijn praatje vertelt hij over zijn verblijf in het ISS en zijn vlucht met de Crew Dragon.

Daarna volgen we twee hoogst interessante presentaties: een eerste over de James Webb-telescoop en een tweede over het Artemis-project, dat in de eerstkomende jaren weer mensen naar de maan moet brengen (maar ondertussen met wat vertraging te kampen heeft).

Na een bezoek aan het Erasmus-gebouw met maquettes en replica’s van ruimtetuigen (o.a. het Columbus Orbital Lab) en de grote NL Space Tent, waarin vooral de Nederlandse ruimtevaartactiviteiten in de verf gezet worden, komen we bij het podium van Space Rocks, een initiatief dat omschreven wordt als ‘a celebration of space exploration and the art, music, and culture it inspires’.

Een van de gasten was de Britse actrice Dominique Tipper, gekend van haar rol als Naomi Nagata in de alom geprezen scifi-serie The Expanse. Eerder op de dag was er al een gesprek geweest met Andy Saunders over zijn nieuwe fotoboek Apollo Remastered, met foto’s van de Apollo-missies. Jammer dat ik dat heb gemist, maar ik was wel op de hoogte van het verschijnen van dit nieuwe boek, dat binnenkort beslist een plaatsje in mijn boekenkast krijgt. Voor het boek werden nieuwe hogedefinitiescans van het originele filmmateriaal gemaakt en de beelden werden digitaal verbeterd tot een verbluffend gedetailleerd, contrastrijk en kleurrijk resultaat.

We waren wel nog op tijd voor Mark McCaughreans presentatie over de James Webb-ruimtetelescoop. Zoals we van Mark gewoon zijn – we hebben hem al vaak aan het werk gezien, zowel op eerdere edities van de ESA open dag als op FedCon, de scifi-conventie in Duitsland waar we ieder jaar naartoe gaan – was de presentatie weer tot in de puntjes verzorgd en bijzonder interessant en informatief.

Daarna waren er nog twee programmapunten: een panel met Andy Saunders en Matthias Maurer, en tenslotte ‘The Rhythm of Space’, waarin dj Lilly Palmer haar nieuwste project kwam voorstellen. Ik ben niet zo’n fan van dj’s en had dus nog nooit van Lilly Palmer gehoord, maar ze is blijkbaar wel bekend bij liefhebbers van het genre. Wat doet zo’n dj op de ESA open dag, vraag je je misschien af. Welnu, ze heeft een video mogen opnemen in de befaamde Hertz room, die het publiek deze keer niet mocht bezoeken. Het resultaat kun je zien op haar YouTube-kanaal. Ik heb een poging gedaan om er eens naar te luisteren. Het duurt maar liefst een uur en vijf minuten, maar gaat al snel vervelen wegens bijzonder monotoon en repetitief. Ik heb het dus niet helemaal uitgekeken. Maar de setting is natuurlijk wel uniek. Een video mogen opnemen in de Hertz room, wie zou daar niet voor tekenen?

www.amazon.nl/Apollo-Remastered
www.esa.int
www.esa.int/About_Us/ESTEC
www.esa.int/About_Us/ESTEC/Open_Day_2022
www.space-expo.nl
www.vvs.be
www.vvs.be/nucleosynthese
www.vvs.be/subsite/vlaamse-sterrenkunde-olympiade
youtu.be/r3YCGFKwBr8

zondag 3 oktober 2021

JVS/VVS-weekend en ESA open dag 2021

Voor de tweede keer werd het jaarlijkse weekend van de Vereniging voor Sterrenkunde een hybride event, dat zowel ter plaatse in Oostende als via streaming gevolgd kon worden. Vorig jaar koos ik voor streaming om niet helemaal naar de andere kant van het land (Genk) te moeten rijden. Dit jaar was het veel dichter bij huis, maar om praktische redenen heb ik toch maar weer voor de streamingformule gekozen. Zoals gewoonlijk had ik immers weer een drukke agenda, waardoor ik het programma van de late zaterdagmiddag, de zaterdagavond en de late zondagmiddag sowieso niet ter plaatse zou kunnen bijwonen aangezien mijn aanwezigheid elders vereist was.

Op het JVS/VVS-weekend komt doorgaans een boeiende en afwisselende mix van JVS/VVS-leden en professionele sprekers aan bod, en is er zowel aandacht voor sterrenkunde als voor ruimtevaart. Bij de amateursterrenkundigen heb je eigenlijk twee grote groepen: enerzijds de mensen die vooral bezig zijn met waarnemen en fotograferen van allerlei interessante hemelobjecten, en anderzijds mensen die vooral belangstelling hebben voor de theoretische aspecten van astronomie en kosmologie. Die tweede groep (waartoe ik behoor) kan uiteraard niet zonder de eerste.

Voor mij waren op dag 1 dus vooral de presentaties van Thibault Brackenier (Primordiale zwarte gaten) en van de Poolse gastspreker Łukasz Wyrzykowski (How to find a black hole with gravitational microlensing) bijzonder interessant. Maar ook het geschiedkundige praatje van Jan Vandenbruaene (De 19de eeuwse Belgische pioniersfotograaf en amateurastronoom Adolphe Neyt), de ruimtevaartlezing van Koen Geukens (De lancering van de James Web Space Telescope – eindelijk!) en de presentatie van Peter Grognard (Een beknopte inleiding tot satellietnavigatie) wisten mij heel erg te boeien. De interessantste lezingen van dag 2 hoop ik later nog uitgesteld te kunnen bekijken, want op zondag wou ik toch echt wel overschakelen naar de livestream vanuit ESTEC, waar ik een keuze kon maken uit acht verschillende ‘rooms’. Weer moeilijk om te kiezen, maar ik heb toch voornamelijk vertoefd in room #8, waar ESA-wetenschappers en een ESA-astronaut (Alexander Gerst) aan het woord kwamen.

Dag 2, de zondag, viel immers zoals gewoonlijk jammer genoeg weer samen met de jaarlijkse open dag van ESA in ESTEC (Noordwijk), die ik natuurlijk óók graag wou bijwonen. Het is een jaarlijks terugkerend probleem: zowel het bijzonder interessante JVS/VVS-weekend als de minstens even interessante open dag bij ESTEC vinden doorgaans in hetzelfde eerste weekend van oktober plaats.

Net zoals vorig jaar was de ESA open dag voor het grote publiek enkel bij te wonen via een virtueel event, op zondagnamiddag. Dit jaar ontvingen ze bij ESTEC echter wel een kleinere groep mensen met een beperking (en hun begeleiders) ter plaatse. Zij konden op zaterdag al een rondleiding volgen, ESA-medewerkers ontmoeten en een presentatie van astronaut André Kuipers bijwonen.

De JVS, de jongerenafdeling van de VVS, werd opgericht in het najaar van 1971. De retrospectieve over 50 jaar JVS (Jeugdvereniging voor Sterrenkunde) en de feestelijke receptie heb ik helaas moeten missen, maar ik hoop in elk geval de retrospectieve later nog online te kunnen bekijken. Voor de receptie moest je echt wel ter plaatse zijn, want hapjes en drankjes kunnen tot nader order nog altijd niet via streaming geserveerd worden. Maar geen nood, ik had die avond gelukkig een andere receptie én een lekker etentje op onze jaarlijkse familiebijeenkomst (die vorig jaar om gekende redenen niet kon plaatsvinden).

Een ander programmaonderdeel waar ik door mijn virtuele aanwezigheid niet aan heb kunnen deelnemen, was het VVS-bezoek aan Astropolis in Oostende op zondagochtend, dat dit weekend voor het eerst zijn deuren opende voor het publiek. Maar geen nood, ik zal Astropolis binnenkort beslist eens op eigen houtje bezoeken.

Ik zie ernaar uit om volgend jaar hopelijk weer deze evenementen ter plaatse te kunnen bijwonen. De datum voor het volgende JVS/VVS-weekend is al bekend, die voor de volgende ESA open dag nog niet. Als ze in hetzelfde weekend vallen, zal ik weer een hartverscheurende keuze moeten maken.

astropolis.be
www.esa.int/About_Us/ESTEC
www.vvs.be

donderdag 10 juni 2021

Zonsverduistering

Vandaag, 10 juni 2021, vond er een zonsverduistering (of zoneclips) plaats. De afgelopen dagen was er al vrij veel aandacht aan besteed op radio en tv, dus als je van niets wist, is het waarschijnlijk je eigen schuld.

Het is bijna traditie dat het in België zwaarbewolkt is wanneer er iets speciaals te zien is aan de hemel, maar vandaag hadden we geluk en kregen we een bijna wolkenloze lucht.

Heel erg spectaculair was het echter niet, want vanaf hier gezien was het slechts een gedeeltelijke zonsverduistering. Op het hoogtepunt, rond twintig over twaalf, was zo’n 16% van het zonneoppervlak verduisterd. In het hoge noorden was het echter veel specialer. Daar was een ringvormige verduistering te zien. Wie er geen verre reis voor over had, kon het schouwspel onder andere via meerdere live videofeeds volgen op het internet. Voor de leken onder ons leg ik even in simpele bewoordingen uit wat er precies gebeurd is.

Een zonsverduistering treedt op wanneer vanaf de Aarde gezien de maan voor de zon schuift. Door een kosmisch toeval zit de zon, die in werkelijkheid 400 keer groter is dan de maan (in diameter), ook ongeveer 400 keer verder weg. Daardoor lijken ze even groot en kan de zon heel eventjes volledig door de maan bedekt worden. We spreken dan van een totale zonsverduistering. De maan zelf kun je eigenlijk niet zien, want de kant van de maan die naar ons toe gericht is, wordt niet door de zon verlicht en is dus helemaal donker.

De laatste keer dat vanuit België een totale zonsverduistering te zien was, was op 11 augustus 1999. Je moest dan wel helemaal naar het uiterste zuidpuntje van het land om die totaliteit te kunnen zien, en het weer zat niet echt mee. Meer noorderlijk werd de zon niet voor de volle 100% door de maan bedekt, maar net iets minder. Zo kon bijvoorbeeld iemand die toen in Brussel zat, een zon zien die slechts voor 97,4% verduisterd was.

Nu denk je misschien dat die paar procenten niet zoveel uitmaken, maar ik kan je verzekeren: het is letterlijk een verschil van dag en nacht. Alleen bij een totale verduistering wordt de hemel helemaal donker. Zó donker, dat je overdag sterren kunt zien, zoals ’s nachts. Aan de horizon zie je 360 graden in het rond iets wat op een ochtend- of avondschemering lijkt, en het wordt ijzingwekkend stil, omdat vogels en andere dieren niet weten wat hen overkomt of denken dat het nacht is. Als je de kans krijgt om zoiets mee te maken, mag je die kans in geen geval laten liggen! In 1999 heb ik die kans met beide handen gegrepen. Ik ben niet naar het zuiden van België gegaan, maar ben samen met enkele busladingen vol andere Belgen – een trip georganiseerd door de Vereniging voor Sterrenkunde en de Vlaamse Volkssterrenwachten – naar het noorden van Frankrijk gereden, waar de totaliteit nog net iets langer duurde dan in het zuidpuntje van België. Het was een ervaring die ik nooit zal vergeten!

Maar de verduistering van vandaag was dus lang niet zo spectaculair als toen, omdat er eigenlijk maar een klein stukje van de zon door de maan bedekt werd. Wie van niets wist, heeft het naar alle waarschijnlijkheid niet eens gemerkt, want ondanks het feit dat we op het hoogtepunt 16% minder licht van de zon ontvingen, werd het niet merkbaar donkerder. Als er eens een wolk voor de zon schuift, is het effect daarvan veel groter. Wie het wél merkt, zijn de mensen die de opbrengst van hun zonnepanelen nauwkeurig in de gaten houden.

Wat je precies te zien krijgt tijdens een zonsverduistering, hangt af van waar je je op dat moment bevindt. Wie vandaag in het hoge noorden zat (of pal op de noorpool) kreeg een betoverend schouwspel te zien. Daar werd tijdens het hoogtepunt de zon ook niet 100% door de maan bedekt, maar bleef de volledige rand van de zon nog zichtbaar. Dat is een ringvormige zonsverduistering, waarbij een zogenaamde ‘ring of fire’ te zien is. Dat komt doordat de maan de zon vandaag niet helemaal kon bedekken, doordat de maan wat verder weg zat en daardoor net iets kleiner dan de zon leek.

Wellicht is het je nog nooit opgevallen, maar we zien de maan niet altijd even groot. De maan draait namelijk niet in een perfecte cirkel om de Aarde, maar in een ietwat langgerekte elleptische baan. Bijgevolg zit de de maan de ene keer wat dichterbij (waardoor ze wat groter lijkt), de andere keer wat verderaf (waardoor ze wat kleiner lijkt). Valt een zonsverduistering toevallig samen met het moment dat de maan wat verder weg zit (zoals vandaag dus), dan is de maan net niet groot genoeg om de zon volledig te bedekken en krijg je geen totale maar een ringvormige zonsverduistering.

Om een zonsverduistering te zien, moet je natuurlijk naar de zon kijken. Maar dat mag je niet zomaar doen. Als je rechtstreeks in de zon kijkt, kunnen je ogen daardoor ernstig beschadigd raken. Je kunt je daartegen beschermen met een eclipsbrilletje. Dat is een eenvoudig brilletje met een beschermende filter die het grootste deel van het licht tegenhoudt. Wanneer je met zo’n brilletje op je neus rondloopt, dan bots je vast overal tegenaan. Maar wanneer je ermee recht naar de zon kijkt, dan zie je een perfecte zonneschijf zonder dat je verblind wordt. Tijdens de eerste helft van de eclips schuift de maan langzaam voor de zon, waardoor het lijkt alsof er een steeds groter wordende hap uit de zon genomen wordt. Tijdens het tweede deel van de eclips schuift de maan verder door en verdwijnt weer aan de andere kant van de zon.

Vanuit België gezien heeft de gedeeltelijke eclips ongeveer twee uur geduurd. In Brugge begon het schouwspel rond kwart over elf. Een uur en een paar minuten later was de hap uit de zon het grootst, en nog eens een uur later was alles weer voorbij. Op enkele korte ogenblikken met een paar wolkjes na, was de eclips de hele tijd perfect te zien. Ik had nog enkele eclipsbrilletjes liggen van vorige keren, maar heb ook mijn oude kijker weer eens vanonder het stof gehaald. Ik mag mezelf dan wel als een amateursterrenkundige beschouwen, een gedreven waarnemer ben ik niet. Mijn telescoop is dan ook maar een heel eenvoudig lenzenkijkertje dat ik op 14-jarige leeftijd gekocht heb met het geld van mijn eerste vakantiejob. Veel komt het ding niet meer buiten, maar vandaag dus wel.

Ook met een verrekijker of telescoop mag je natuurlijk niet zomaar recht in de zon kijken. Bij de kijker die ik lang geleden heb aangeschaft, zat een zonnefilter: een klein filtertje dat op het oculair geschroefd wordt en zo het grootste deel van het zonlicht tegenhoudt zodat je veilig kunt kijken. Maar erg veilig zijn dat soort filtertjes eigenlijk niet. Doordat ze op het oculair (en niet op het objectief) geschroefd worden, waar het zonlicht geconcentreerd wordt, kan het op die plek heel erg warm worden. Daardoor is het niet ondenkbaar dat de filter kapot springt. Tegenwoordig gebruikt men een veiliger manier: geen klein filtertje op het oculair, maar een grote zonnefilter voor het objectief (aan het andere eind van de telescoop). Zo’n zonnefilter is eigenlijk een grote eclipsbril voor de telescoop, die ervoor zorgt dat je veilig kunt waarnemen zonder het risico verblind te worden.

Maar er is nog een andere manier om met een kijker naar de zon te kijken. In plaats van rechtstreeks (met filter!) door de kijker te kijken, kun je met de kijker het zonlicht (zonder filter) projecteren op een wit scherm. Op die manier kun je de zonsverduistering heel goed en in alle veiligheid volgen zonder filter of brilletje.

Zonsverduisteringen komen regelmatig voor en zijn eigenlijk niet zo zeldzaam, in die zin dat er bijna elk jaar wel ergens ter wereld een te zien is. Een totale zonsverduistering echter, die te zien is vanaf de plaats waar jij je bevindt, is echter wél vrij zeldzaam. De totaliteit is immers maar binnen een relatief klein gebied op Aarde te zien. Wanneer dat gebied bijna volledig over de zeeën en oceanen valt, krijgt bijna niemand de kans de eclips te zien. Bovendien vindt dan nog eens de helft van de verduisteringen aan de andere kant van de planeet plaats. Op een totale verduistering moeten we België deze eeuw alvast niet meer rekennen. Wie er een wil zien, zal dus op reis moeten gaan (bijvoorbeeld op 8 april 2024 naar Noord-Amerika). De volgende gedeeltelijke zonsverduistering in België is volgend jaar al, op 25 oktober 2022. Maar eind oktober is de kans op mooi weer natuurlijk een heel stuk kleiner dan vandaag. Vandaag hadden we echt wel geluk. De vorige gedeeltelijke zonsverduistering in België, die van 20 maart 2015, had te kampen met slecht weer. Voor de meesten onder ons was het daarom al minstens van 1 augustus 2008 geleden dat we nog eens een zoneclips konden zien.

Er bestaat ook nog een ander soort eclips: de maansverduistering. Dan zijn de rollen omgekeerd: bij een zonsverduistering trekt de Aarde door de schaduw van de maan, en bij een maansverduistering trekt de maan door de schaduw van de Aarde. Maar dat is een heel ander verhaal, voor een andere keer.

dinsdag 20 oktober 2020

Mars Society Virtual Convention 2020

Vier dagen lang, van 15 tot en met 18 oktober 2020, vond het 23e congres van de Mars Society plaats. Op dat congres komen traditioneel heel wat wetenschappers en ingenieurs samen die van ver of nabij iets te maken hebben met ruimtemissies naar de planeet Mars. Door de coronacrisis (ja, daar gaan we weer) kon dat congres dit jaar niet op de gebruikelijke manier georganiseerd worden. Maar daar lieten de organisatoren zich niet door tegenhouden. Het evenement werd omgevormd tot de eerste Mars Society Virtual Convention en was bovendien volledig gratis te volgen door iedereen die dat wou.

Mooi zo, dacht ik. Dit is mijn kans! Je kon op voorhand registreren en kon daarna inloggen op een website met alle nodige informatie: het overvolle programma, een lijst met de deelnemers, een lijst met de sprekers, met bij iedere spreker een korte biografie en een overzicht van hun presentaties, en zoom-links voor het bijwonen van de sessies.

Zoals bij elk groot congres waren er enkele plenaire sessies, aangevuld met verscheidene ‘tracks’: een reeks van presentaties rond eenzelfde thema. Die tracks liepen vaak gelijktijdig, dus je moest keuzes maken. Als je alles in real time wilde volgen, tenminste, en vragen wilde kunnen stellen via de Q&A. Het mooie van zo’n virtueel congres is, dat alle sessies opgenomen worden en indien gewenst uitgesteld bekeken kunnen worden.

Dat laatste kwam mij goed uit, want heel wat interessante sessies met Amerikaanse sprekers vonden midden in de nacht plaats, op een moment dat ik doorgaans in een diepe slaap verzonken ben. De ‘morning sessions’ – het was toen voormiddag aan de Amerikaanse westkust – vonden plaats wanneer het in Europa avond was, en de ‘evening sessions’ waren bijgevolg midden in de nacht. Geen nood echter: die kon ik ’s anderendaags bekijken op een moment dat het mij uitkwam.

Op de 2020 Mars Society Virtual Convention waren enkele bijzonder vermaarde sprekers te gast, zoals Robert Zubrin (oprichter van de Mars Society), Jim Bridenstine (grote baas van NASA), Michael Griffin (voormalig NASA-administrator), Chris McKay (planetoloog), Alan Stern (principal investigator van de succesvolle New Horizons-missie naar Pluto) en niemand minder dan Elon Musk (oprichter en CEO van SpaceX). Dat zijn maar enkele namen van de in totaal zo’n 150 sprekers!

Ik heb natuurlijk niet ál die presentaties gevolgd, maar wel die van de hierboven genoemde sprekers, aangevuld met nog tal van andere wetenschappers die kwamen vertellen over hun experimenten aan boord van Mars-landers, Mars-rovers en Mars-orbiters, en het panel rond de zoektocht naar leven op Mars (met Robert Zubrin, Chris McKay, Carol Stoker, Reut Abramovich en Nicole Willett). Bijzonder interessant allemaal.

Elon Musk stond aanvankelijk niet op de sprekerslijst, maar werd tijdens de openingssessie aangekondigd door Zubrin. Dat lokte bij heel wat toehoorders groot enthousiasme uit, want Musk is dezer dagen een ware held in de ruimtevaart. Op enkele jaren tijd bereikte hij uit het niets wat de NASA vandaag de dag nog altijd niet voor elkaar heeft: veel goedkopere, want herbruikbare raketten lanceren. Niet zo lang geleden kwam SpaceX nog uitgebreid in het nieuws met de eerste bemande commerciële ruimtevlucht naar het ISS. En Musk heeft nog meer grootse plannen. Over vier jaar wil hij zijn Starship op Mars laten landen!

Er is bijzonder veel te vertellen over Mars. De huidige missies leveren knap werk, en op dit eigenste ogenblik er zijn enkele nieuwe, veelbelovende ruimtetuigen onderweg naar de rode planeet. Eén daarvan is de Mars 2020-missie van de NASA, die de nieuwe Mars-rover Perseverance aan de grond zal zetten. Die rover heeft ook kleine helikopter aan boord. Ja, je leest het goed: als alles goed gaat, vliegt er over enige tijd een onbemande helikopter rond op mars. Dat toestel heeft de naam Ingenuity meegekregen, en ook daarover was er natuurlijk een afzonderlijke presentatie. Ik hoop heel erg dat het gaat lukken en ben ontzettend benieuwd naar wat die missie zal opleveren. Perseverance is de eerste Marsmissie sedert de Viking-landers uit de jaren 70 die actief naar tekenen van leven gaat zoeken en bevat ook een fabriekje dat zuurstof zal maken uit de Marsatmosfeer. Dat laatste zal van pas komen bij latere bemande missies naar onze buurplaneet. De landing zal plaatsvinden op 18 februari volgend jaar in de krater Jezero, een geologisch interessant gebied waarvan zo goed als zeker is dat het ooit een meer is geweest.

De meeste presentaties zijn ondertussen te vinden op het YouTube-kanaal van The Mars Society, en de rest volgt in de komende dagen. Deze eerste virtuele editie was alvast een gigantisch succes. Op de laatste dag van het congres werd aangekondigd dat zich meer dan 10.000 deelnemers hadden geregistreerd. Het praatje van Elon Musk werd door meer dan 8.000 mensen tegelijkertijd in real time gevolgd (en vele anderen zullen de video wellicht nog op een later tijdstip bekijken). Dit virtuele congres was prima georganiseerd, en technisch gezien viel er weinig op aan te merken. Van zodra ik inlogde op de website, merkte ik dat alles er heel professioneel uitzag, en tijdens de Zoom-sessies heb ik geen technische problemen ondervonden. Ik kan alleen maar hopen dat de organisatoren ook ná de coronacrisis de mogelijkheid zullen blijven bieden om dit jaarlijkse evenement online te kunnen volgen, want ik vond het een bijzonder leerrijke ervaring.

mars.nasa.gov/mars2020
www.marssociety.org
www.youtube.com/c/TheMarsSociety

donderdag 19 maart 2020

Cosmos: Possible Worlds

Sinds 9 maart zit ik weer iedere maandag aan het scherm gekluisterd voor het derde seizoen van Cosmos op National Geographic Channel. Cosmos: Possible Worlds is het langverwachte vervolg op Cosmos: A Spacetime Odyssey uit 2014, zelf de opvolger van Cosmos: A Personal Voyage van Carl Sagan uit 1980.

Cosmos: Possible Worlds

De makers hebben weer ontzettend hun best gedaan om er een prachtige serie van te maken. Aan onderwerpen alvast geen gebrek, want het gaat natuurlijk over de kosmos, het universum, de eindeloze uitgestrektheid van het heelal. Al van zo lang de mensheid bestaat, kijken we gefascineerd omhoog naar al die mysterieuze lichtjes aan de hemel. Al eeuwen lang blijven we nieuwe ontdekkingen doen over het heelal, en we hebben er al ontzettend veel over geleerd. Ook de laatste jaren komen er voortdurend nieuwe inzichten en nieuwe ontdekkingen. Het is en blijft een bijzonder boeiende materie.

Net als vorig seizoen is het weer Neil deGrasse Tyson die de reeks presenteert. De regie en het scenario zijn in handen van Ann Druyan en Brannon Braga. Druyan is Sagans weduwe. Ze is de rode draad die doorheen de drie seizoenen van Cosmos loopt. In 1980 schreef ze samen met Carl Sagan het scenario van de originele reeks, en ze schreef en produceerde ook Cosmos: A Spacetime Odyssey. Dat laatste deed ze samen met Brannon Braga, die we natuurlijk nog kennen van zijn werk aan Star Trek.

Ook Seth MacFarlane is weer van de partij. Samen met Druyan, Braga en Jason Clark is hij executive producer van de reeks. Het was dankzij McFarlane dat de vorige reeks op Fox te zien was, waardoor een groot publiek bereikt kon worden.

Lieven Scheire, onze Vlaamse wetenschapscommunicator, had onlangs (nog vóór de coronacrisis) het geluk om Neil deGrasse Tyson te mogen ontmoeten voor een interview. Een stukje van dat interview is te zien op Scheires Youtube-kanaal.

In totaal komen er dit seizoen weer dertien afleveringen. Die zal ik allemaal met veel belangstelling bekijken en daarna, net zoals de vorige twee seizoenen, ongetwijfeld nog een aantal keer herbekijken. Elke aflevering zit vol interessante verhalen en prachtige beelden. De kosmos boeit me al van kinds af aan, en zal dat ongetwijfeld nog lang blijven doen.

www.nationalgeographic.nl/video/tv/cosmos-possible-worlds-2
youtu.be/Yp9cTbmEE2k

zaterdag 21 december 2019

Nieuwe fulldomeprojectoren bij Cozmix!

In 2008 was Cozmix, het bezoekerscentrum van Volkssterrenwacht Beisbroek in Brugge, het eerste planetarium in België met een fulldomeprojectiesysteem: projectoren die videobeelden laten zien op de binnenkant van de planetariumkoepel.

Elf jaar later waren de projectoren dringend aan vervanging toe. Gisteravond was het zover. We waren te gast op de plechtige inauguratie van de nieuwe fulldomeprojectoren. We kregen een uitgebreide demonstratie van de planetariumsoftware en konden een compilatie bekijken van fragmenten uit een aantal recente fulldomedocumentaires.

We zagen dat het goed was. Het resultaat is een hemelsbreed verschil – en dat mag je hier dus letterlijk nemen – met wat we hier vroeger hebben gezien. Er wordt nu gebruikgemaakt van fosforlaserprojectie, waardoor de beelden helderder, scherper en contrastrijker zijn dan ooit tevoren. Het systeem bestaat uit twee state-of-the-art Barco F70-4K6-projectoren, Belgische technologie dus.

Wie niet weet wat gedaan in de kerstvakantie, moet zeker eens gaan kijken, het is de moeite! Het programma met de voorstellingen vind je op de Cozmix-website. Ik zal alvast tijd proberen vrijmaken om de komende tijd enkele voorstellingen te gaan (her)bekijken.

www.barco.com/en/product/f70-4k6
cozmix.be

maandag 7 oktober 2019

ESA Open Dag 2019

Afgelopen weekend ben ik voor de tweede keer naar de ESA Open Day getrokken in Noordwijk. Daar bevindt zich het European Space Research and Technology Centre, kortweg ESTEC. Eén keer per jaar worden de gebouwen en terreinen van ESTEC opengesteld voor het publiek. Daarnaast is er ook een bezoekerscentrum, Space Expo, dat het hele jaar door geopend is. Net zoals vorig jaar was alles weer heel netjes geregeld, met meerdere gratis parkeerplaatsen in de omgeving, vanwaar pendelbussen de bezoekers naar ESTEC brachten.

Ik was wat eerder dan vorig jaar en kon daardoor nog de korte openingsceremonie meemaken. Op de ESA Open Dag 2019 was er speciale aandacht voor de 50e verjaardag van Apollo 11, de maanmissie die in juli 1969 voor het eerst in de geschiedenis mensen naar het oppervlak van de Maan bracht (en veilig weer terug). Voor de gelegenheid had de ESA twee NASA-astronauten uitgenodigd die hun sporen hebben verdiend in het Apollo-programma: Walter Cunningham (Apollo 7) en Rusty Schweickart (Apollo 9).

ESA Open Dag 2019

Naast Cunningham en Schweickart waren er ook nog twee ESA-astronauten te gast: de Duitser Alexander Gerst (ISS-expedities 40/41 en 56/57) en de Nederlander André Kuipers (Sojoez TMA-4 en ISS Expeditie 30/31), vaste klant op de ESA Open Day.

Dat betekent dat ik weer drie nieuwe namen mag toevoegen aan het lijstje van astronauten die ik in levende lijve ontmoet heb – de teller staat nu op 16, waarvan 9 NASA- en 7 ESA-astronauten.

Op de Open Dag is van alles te zien, te doen en te beleven. De dag is sowieso te kort, dus je moet keuzes maken. Vorig jaar had ik van Detlef en Annette, twee mede-ruimtefanaten die ik ken van FedCon, een uitgebreide rondleiding gekregen, met interessante bezoeken aan het Test Centre en de permanente tentoonstelling in het Erasmusgebouw. We brachten toen ook veel tijd door bij de Open Stage, een groot podium dat buiten op de parking staat opgesteld. Maar dit jaar hebben we ons, wegens de aanhoudende regen, moeten beperken tot binnenactiviteiten.

We wilden de presentaties van de Apollo-astronauten zeker niet missen, en ook niet die van Alexander Gerst.

Alexander Gerst maakte een eerste ruimtevlucht met een Soyuz TMA naar het ISS in 2014, waar hij zes maanden lang deel uitmaakte van Expeditie 40/41. Hij mocht er een EVA uitvoeren (extra-vehicular activity, een ruimtewandeling). Hij keerde terug naar het ISS op zijn tweede vlucht in 2018 (Expeditie 56/57). Hij werd er de tweede ESA-astronaut die commandant werd van het ISS (na Frank De Winne in 2009). Daarmee was hij meteen ook de jongste ISS-commandant ooit. Op de ESA Open Day brengt Alexander Gerst een bijzonder boeiende en leerrijke presentatie.

De volgende spreker is geen astronaut, maar wel een oude bekende: Mark McCaughrean, senior ESA science advisor, die de voorbije jaren telkens een bijzonder gewaardeerd spreker was op FedCon, en die we ook op de ESA Open Day 2018 aan het werk hebben gezien. Ook deze keer geeft hij een erg interessante presentatie met als titel ‘Who owns space?’.

En dan is het tijd voor de twee gewezen Apollo-astronauten, die elk om beurt aan het woord komen, eerst Rusty Schweickart, daarna Walt Cunningham. Beide mannen hebben ondertussen al een respectabele leeftijd bereikt (Schweickart wordt later deze maand 84, Cunningham is al 87). Ze maakten deel uit van Apollo-missies 7 en 9, die bij het grote publiek maar weinig in de herinnering voortleven.

Apollo 7 was de eerste bemande Apollo-missie. Samen met zijn collega’s Wally Schirra en Donn Eisele maakte Cunningham in oktober 1968 een vlucht van bijna 11 dagen in een baan om de Aarde, met als voornaamste doel de CSM (Command and Service Module) uitgebreid te testen als voorbereiding op een eerste vlucht naar de Maan. Het was de eerste Amerikaanse bemanning die de ruimte in ging na het ongeluk met Apollo 1 in 1967, waarbij drie astronauten om het leven kwamen bij een test op de grond. Het was ook de eerste vlucht waarbij drie astronauten samen de ruimte in gingen.

Nadat Apollo 8 in december 1968 voor het eerst mensen in een baan om de Maan bracht (maar nog zonder maanlander), was Apollo 9 weer een testvlucht in een baan om de Aarde. Deze keer kon voor het eerst de volledige configuratie uitgetest worden, mét maanlander. Dit was de vlucht van Rusty Schweickart, samen met James McDivitt en David Scott. De vlucht duurde iets meer dan 10 dagen. Tijdens deze vlucht werd ook het ruimtepak getest dat de astronauten op de Maan zouden dragen. Rusty Schweickart moest daarvoor een EVA uitvoeren. Terwijl zijn collega’s een probleem met een camera oplosten, kreeg Schweickart tijdens zijn ruimtewandeling wat extra tijd, die hij maar al te graag benutte om het wijdse uitzicht op de Aarde en op de ruimte ten volle in zich op te nemen.

Het spreekt vanzelf dat het verhaal van deze astronauten erg tot de verbeelding spreekt. Ik ben dan ook heel blij dat de ESA hen naar Nederland heeft gehaald en dat ik op deze open dag naar hun ervaringen heb kunnen luisteren.

Voor de ESA Open Dag 2019 zijn ondanks de regen maar liefst 9159 bezoekers naar Noordwijk afgezakt. Ze kwamen van overal, dus zeker niet alleen maar uit Nederland en de buurlanden. Jammer genoeg viel deze open dag, net als vorig jaar, weer samen met het jaarlijkse weekend van de Belgische Vereniging voor Sterrenkunde (VVS). Maar ik heb mijn weekend netjes opgedeeld: zaterdag VVS in Blankenberge, zondag ESA in Noordwijk.

www.esa.int
www.esa.int/About_Us/ESTEC
www.space-expo.nl

dinsdag 1 oktober 2019

Maan/Moon

Onder de titel Maan/Moon loopt nog tot 6 oktober een interessante fototentoonstelling in het FOMU (Fotomuseum Antwerpen). Afgelopen weekend brachten we er met enkele leden van Volkssterrenwacht Beisbroek een geleid bezoek. De tentoonstelling belicht twee verschillende aspecten van de Maan: enerzijds het wetenschappelijk-historisch-technologische aspect: het bestuderen van de Maan en de space race om er te geraken, anderzijds de poëtische kant van de Maan. Heel wat kunstenaars lieten zich door dit bijzondere hemellichaam inspireren.

De tentoonstelling bestaat voornamelijk uit foto’s, maar er zijn ook enkele video’s en kunstobjecten te zien, alsook artikels uit kranten en tijdschriften die 50 jaar geleden verschenen naar aanleiding van de eerste mensen op de Maan. In een grote zaal is een volledige wand bekleed met reproducties van de befaamde fotografische maanatlas van Maurice Lœwy en Pierre Puiseux uit 1910.

Ondertussen horen we een bekende klassieke pianomelodie: de Mondscheinsonate van Beethoven. Maar wie goed luistert, merkt al gauw dat er wat aan schort. Hier en daar ontbreekt er een noot en is het ritme wat uit balans. Onze gids van het FOMU legt ons uit hoe dat komt: het stuk dat we horen is het resultaat van een signaal dat naar de Maan is gestuurd, door de Maan werd gereflecteerd en vervolgens op Aarde weer werd opgevangen. Daardoor zijn er storingen in het signaal opgetreden, ten gevolge van het reliëf van de Maan en de atmosfeer van de Aarde. Wanneer het ontvangen signaal weer in muziek wordt omgezet, ontbreekt hier en daar iets, of is het ritme niet meer helemaal correct. Interessant, en toch nog erg genietbaar.

We zien ook stereobeelden van de Maan, ontstaan door meerdere foto’s te combineren, het onvermijdelijke videofragment van de Moon Speech van Kennedy, een relaxte Werner von Braun (met voeten op het bureau) met op de achtergrond een hele reeks schaalmodellen van raketten, en een levensgrote foto van een jonge Margaret Hamilton met een stapel kettingpapier zo hoog als zijzelf. Het is een afdruk van alle software die aan het Massachusetts Institute of Technology werd ontwikkeld om de Apollo-vluchten te kunnen uitvoeren.

Ook bijzonder – in een ruimte met weinig licht – is een oude daguerreotype, een van de oudste nog bestaande foto’s van de Maan. Al dat moois – en nog veel meer – is ook verzameld in een prachtig fotoboek dat bij de tentoonstelling hoort.

www.fotomuseum.be

woensdag 1 mei 2019

75 jaar VVS

Op 30 maart van dit jaar vond in het Brusselse Paleis der Academiën (vlakbij het Warandepark en het Koninklijk Paleis) een academische zitting plaats ter gelegenheid van de 75e verjaardag van de Vereniging voor Sterrenkunde, Meteorologie, Geofysica en Aanverwante Wetenschappen, zoals de VVS voluit heet. Deze vereniging van Vlaamse amateurastronomen telt vandaag bijna 2000 leden.

Aangezien ik al sedert mijn prilste jeugd belangstelling heb voor ruimtevaart en sterrenkunde, ken ik de vereniging natuurlijk al heel lang. Toch ben ik pas in 2014 lid van geworden. De VVS is een vereniging met individuele leden, maar fungeert eveneens als overkoepelende vereniging voor de Vlaamse volkssterrenwachten en andere sterrenkundige of aanverwante verenigingen. Van zo’n volkssterrenwacht ben ik al langer lid. Ik neem al jaren deel aan heel wat activiteiten van Volkssterrenwacht Beisbroek, en sedert een jaar of vijf ben ik graag van de partij op het jaarlijkse JVS/VVS-weekend. JVS is de Jongerenvereniging voor Sterrenkunde.

Over het JVS/VVS-weekend heb ik eerder op deze blog al bericht. Twee dagen lang komen de Vlaamse amateursterrenkudigen ergens te lande bijeen om in een ongedwongen sfeer informatie uit te wisselen, contacten te leggen, en te genieten van hoogstinteressante presentaties van zowel amateurs als professionele astronomen.

De viering van 75 jaar VVS was een soort mini-uitgave van het JVS/VVS-weekend, maar dan met een wat feestelijker tintje – de hapjes en versnaperingen waren verrukkelijk! –, en met veel aandacht voor de rijke geschiedenis van de vereniging. De lezingen werden afgewisseld met enkele videoboodschappen van VVS-leden, en de presentatie van de academische zitting was in handen van Frank Deboosere, naast tv-weerman ook al jaren VVS-lid.

Na de inleiding van voorzitter Marnik Van Impe had Tonny Vanmunster het in de voormiddag over de evolutie van de amateursterrenkunde gedurende de voorbije 75 jaar en de verwachtingen voor de toekomst, en sprak prof. dr. Christoffel Waelkens over de sterrenkundige hoogtepunten van de afgelopen 75 jaar. Wie Waelkens eerder al bezig gehoord heeft, weet dat zijn spreekbeurten altijd met de nodige humor doorspekt en bijzonder entertainend zijn.

Na een bijzonder verzorgde en uitgebreide broodjeslunch in het moderne atrium van het Paleis der Academiën kwamen in de nadmiddag nog enkele sprekers aan bod: Tony Dethier en Claude Doom, beiden oud-voorzitter, behandelden de rijke geschiedenis van de VVS. Daarna volgde Prof. dr. Jan Cami over zijn boeiende onderzoek naar buckyballs en zijn passie voor astronomie.

Alvorens de dag af te sluiten met een feestelijke receptie, was er nog de plechtige uitreiking van de Galileiprijzen en de toekenning van enkele erelidmaatschappen. De Galileiprijzen vallen te beurt aan mensen die zich in de vereniging op een of andere manier bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt. Er is een bronzen, een zilveren en een gouden Galileiprijs, maar ze worden niet noodzakelijk ieder jaar uitgereikt.

Marjorie Decleir kreeg een bronzen Galileiprijs voor haar inzet bij de JVS. Een zilveren Galileiprijs werd uitgereikt aan Henri Schepers en Kris Delcourte, en de slechts zelden uitgereikte en fel begeerde gouden Galileiprijs was voor penningmeester en oud-voorzitter Christian Steyaert.

Na 75 jaar is de VVS uitgegroeid tot een bloeiende community van mensen met een passie voor wetenschap, sterrenkunde en ruimtevaart, waar ik graag deel van uitmaak.

www.vvs.be

woensdag 10 oktober 2018

ESTEC Open Dag 2018

Op 7 oktober ben ik naar Noordwijk getrokken voor de open dag van ESTEC (European Space Research and Technology Centre). Miche en Annelies, die niet zo’n grote passie voor sterrenkunde ruimtevaart hebben als ik, maakten maar al te graag van de gelegenheid gebruik om mee te rijden tot in Scheveningen voor een dagje shoppen. De winkels in Scheveningen en Den Haag zijn open op zondag, dat hadden we natuurlijk op voorhand gecheckt.

Ik had nog even overwogen om met de trein te komen, maar als je op zondagochtend vanuit Brugge met het openbaar vervoor naar Noordwijk wilt en daar vóór 10.00 uur wilt aankomen, dan stelt de routeplanner van Google Maps je voor om alvast de avond voordien te vertrekken. Dat zag ik niet zitten, dus het werd de auto. Daarmee lukte het in zowat drie uur, het ommetje via Scheveningen Bad inbegrepen.

Een klein half uurtje nadat ik mijn vrouw en dochter veilig heb gedropt in de buurt van het Kurhaus, rijd ik naar een van de parkeerterreinen die ESTEC voorzien heeft. Ja, als je 8000 bezoekers verwacht, moet je de zaken goed organiseren. En dat hebben ze bij ESTEC ook gedaan. Van de vijf gratis parkeerterreinen ergens in de omgeving vertrekt om het kwartier een gratis pendelbus naar ESTEC. Daar aangekomen, is het eventjes aanschuiven om binnen te geraken.

De bezoekers worden verwelkomd door stormtroopers en andere personages uit het Star Wars-universum. Zou ESTEC overgenomen zijn door het Galactische Keizerrijk? Neen, gelukkig niet, het zijn de Star Wars-fans van het 501st Legion (Dutch Garrison) maar, de internationale Star Wars-fanclub waarmee ik op tal van sciencefictionconventies al eerder kennis heb gemaakt. Ze zijn volkomen onschuldig. Later op de dag verneem ik dat niemand minder dan Matt Taylor (de Britse astrofysicus, project scientist van de Rosetta-missie) onder een van die stormtrooper-helmen verborgen zit...

Om de jaarlijkse ESTEC Open Day bij te wonen, moet je op voorhand inschrijven, want het aantal bezoekers is beperkt. Inschrijven is evenwel helemaal gratis. De ESA (European Space Agency) heeft de plicht om de burgers van de aangesloten landen te informeren over wat er met hun belastinggeld gebeurt, en een van de manieren waarop ze dat doen, is bijvoorbeeld deze jaarlijkse open dag bij ESTEC, het technische centrum van de ESA. Wegens agendaconflicten was ik nog niet eerder kunnen komen. Dit jaar lukte het ook weer bijna niet, maar ik heb het dóen lukken, al moest ik daar wel één dag van het JVS/VVS-weekend voor laten schieten.

Maar dat heb ik me absoluut niet beklaagd. Het bezoek aan ESTEC blijkt immers méér dan de moeite waard. Er is zo veel te zien en te beleven, dat ik onmogelijk alles kan doen. Ik zal dus zeker nog eens moeten terugkomen. Als mijn agenda het toelaat, liefst volgend jaar al.

Ruimtevaartliefhebbers kennen Noordwijk wellicht van Space Expo, de permanente ruimtevaarttentoonstelling, die tevens het officiële bezoekerscentrum van ESTEC is. Space Expo heb ik al eerder bezocht, al moet ik toegeven dat dat al héél lang geleden is.

Op de Open Dag kun je echter het terrein en de gebouwen van ESTEC zélf bezoeken, iets wat op andere dagen niet kan. Er is een overvol programma, met heel wat lezingen, tentoonstellingen en andere activiteiten. Het is onmogelijk om alles te zien of te doen, want doorgaans vindt er wel op vier of vijf locaties tegelijkertijd een lezing of een panelgesprek plaats.

Ik trek de hele dag op met Detlef en Annette, twee Nederlandse ruimte-enthousiastelingen die ik ken van mijn jaarlijkse bezoeken aan FedCon in Duitsland. Detlef en Annette zijn al vaker op een ESTEC Open Dag geweest en zorgen ervoor dat ik niet verloren loop op het grote ESTEC-terrein.

Na een bezoekje aan het hoofdgebouw en een wandeling door de lange gang naar het lab, waar heel wat standhouders een plaatsje hebben, is het al tijd voor een eerste presentatie. In de Escape Tennis Hall geeft Mark McCaughrean een lezing met als titel ‘Cosmic vertigo: A journey across the whole Universe in 30 minutes’. McCaughrean, ESA senior science advisor, kennen we van de ESA-presentaties van de voorbije jaren op FedCon. Hij kan alles heel begrijpelijk uitleggen voor een groot publiek, weten we, en dat doet hij ook vandaag weer.

Na McCaughreans presentatie gaan we een kijkje nemen in het Test Centre. Dat is het gebouw waar instrumenten en complete satellieten uitvoerig getest worden voordat ze met een raket naar de ruimte worden gelanceerd. Het is een groot gebouw met hoge, indrukwekkende vertrekken. Een daarvan is de Hertz Radio Frequency Test Chamber. Het is een grote kamer die wat doet denken aan een geluidsdichte opnamestudio, waarvan alle wanden, inclusief vloer en plafond, met blauwe, piramidevormige uitsteeksels bekleed zijn. Dit vertrek wordt gebruikt om de straling die een satelliet geeft, in kaart te brengen. De wanden absorberen niet alleen geluid, maar ook radiostraling. Dat is een van de manieren om op Aarde de leegte van de ruimte te simuleren.

Even verderop staat de Hydra Earthquake-Strength Shaker. Een satelliet die op dit platform geplaatst wordt, kan hier blootgesteld worden aan trillingen en schokken die vergelijkbaar zijn met die bij een lancering. Als je allerlei hoogtechnologische instrumenten naar de ruimte wilt sturen, dan moet je natuurlijk zeker zijn dat ze de lancering goed kunnen doorstaan, dus dat moet getest worden. Annette en Detlef vertellen me dat ze hier bij een eerder bezoek BepiColombo hebben zien staan, een ruimtesonde die later deze maand naar Mercurius gelanceerd wordt. De lancering is voorzien voor 20 oktober. Mercurius bevindt zich op een vergelijkbare afstand van de Aarde als Mars, maar toch duurt een reis naar deze binnenplaneet veel langer, omdat het, door de grotere aantrekkingskracht van de zon, erg moeilijk is om in een baan om Mercurius te komen. Daarom moet het ruimtetuig een lang en ingewikkeld traject afleggen en zal het pas in 2025 bij Mercurius arriveren.

Na het bezoek aan het Test Centre willen we een lezing over Mars- en maanverkenning bijwonen in het Newton-auditorium, maar we hebben pech: het auditorium zit vol, en we mogen er niet meer in. Geen nood echter, er zijn nog genoeg andere dingen te doen.

We gaan een kijkje nemen in het Erasmusgebouw, waar een permanente tentoonstelling staat opgesteld. Hier staan heel wat schaalmodellen van satellieten, Ariane-raketten en andere ruimtetuigen. De blikvanger is een replica van de Columbus-module, het Europese laboratorium dat deel uitmaakt van het ISS (International Space Station). Aan het plafond hangt een groot schaalmodel van het ruimtestation. Er is ook een stuk Marsoppervlak nagebouwd, met daarop verschillende Marslanders. Naast een niet-werkende replica op ware grootte van de ExoMars-rover staat een kleinere versie op schaal 1:2, die volledig functioneel is en bij allerlei tests gebruikt wordt. In 2020 wil de ESA zijn rover naar Mars sturen. Rovers zijn landers op wielen, die over het oppervlak van een planeet kunnen rondrijden.

Nadat ik de rover grondig heb bestudeerd, wordt mijn aandacht getrokken door een bijzonder prototype dat even verderop staat. Het gaat om een concept dat men aan het uittesten is voor latere missies. Het toestel heeft geen wielen, maar vier poten waarmee het kan lopen! Het is de ‘Space Bok’, ontwikkeld aan de ETH Zürich. Het lijkt wat op de hond-achtige robots van Boston Dynamics, waarvan coole video’s de ronde doen op het internet. Een ESA-medewerker vertelt me dat het toestel zich over het Marsoppervlak moet voortbewegen met kleine sprongetjes, en dat het op die manier op plaatsen zal kunnen komen waar toestellen op wielen niet bij kunnen. Op Mars is de zwaartekracht maar 1/3 van die op Aarde, wat springen een heel stuk makkelijker maakt, en wellicht zelfs energiezuiniger dan rijden.

Daarnet, op weg naar het Erasmusgebouw, waren we voorbij de Open Stage gekomen, een podium dat buiten staat opgesteld, met een groot ledscherm ernaast. We zijn niet blijven staan kijken en luisteren, maar ik merkte dat het podium op dat moment werd ingenomen door Sue Nelson en Richard Hollingham, twee stemmen van de Space Boffins-podcast. Ik ken hen via een andere BBC-podcast, The Naked Scientists.

Op de Open Stage is nu de Nederlandse astronaut André Kuipers aan het vertellen over zijn ervaringen in de ruimte. Kuipers heeft tweemaal een ruimtereis gemaakt. Tijdens zijn eerste vlucht, in 2002, verbleef hij ruim een week aan boord van het ISS. In 2011 ging Kuipers voor een tweede maal naar het ISS tijdens Expedities 30 en 31, nu voor een langer verblijf van vijf maanden. Hij illustreert zijn verhaal met heel wat videobeelden.

Na André Kuipers blijven we staan voor Astronaut Rock, een panelgesprek met de Duitse astronaut Thomas Reiter, Steve Rothery (gitarist van de Engelse rockband Marillion) en een surprise guest: Rick Armstrong. Rick is de zoon van Neil Armstrong, de man die in de zomer van 1969 als eerste mens voet op de maan zette. Er wordt onder andere gepraat over de film First Man, een biopic over het leven van Neil Armstrong, die bij ons op 12 oktober in première gaat op het Film Fest Gent en vanaf de week daarna in de bioscoopzalen te zien is. Van Thomas Reiter krijgen we ook het verhaal te horen over de eerste gitaar in de ruimte.

Het gesprek wordt gemodereerd door Alexander Milas en kadert in Space Rocks, een initiatief dat eerder dit jaar ook al op FedCon gepromoot werd door Mark McCaughrean. Space Rocks omschrijft zichzelf als ‘a celebration of space exploration and the art, music, and culture it inspires’. McCaughrean en Milas zijn de initiatiefnemers van Space Rocks.

Na Astronaut Rock is het tijd voor The Science of Sci-fi. Sue Nelson komt het podium op en kondigt een bijzondere gast aan, waarmee ik als Trekkie erg in mijn nopjes ben: het is niemand minder dan Jason Isaacs, de acteur die de rol van kapitein Lorca vertolkt in Star Trek: Discovery. Behalve van Star Trek is Isaacs bij het grote publiek ook gekend van zijn rol als Lucius Malfoy in de Harry Potter-films. Het is al de tweede keer dit jaar dat ik deze acteur ontmoet. In mei was hij een van de vele gasten op FedCon in Bonn. Toen had hij duidelijk te verstaan gegeven dat hij tijdens zijn panel niet gefilmd en zelfs niet gefotografeerd wilde worden, maar vandaag slaag ik erin zowel video-opnamen als foto’s te maken. Ik sta erg dicht bij het podium en kan goede beelden maken.

Aanvankelijk wordt Jason Isaacs geïnterviewd door Sue Nelson, en het gaat natuurlijk vooral over Star Trek. Jammer genoeg wil Isaacs niet veel kwijt over het komende seizoen, waar iedereen uiteraard heel benieuwd naar is.

Later komen er twee ESA-medewerksters bij voor een panelgesprek over sci-fi en wetenschap. Eén van hen ken ik van FedCon (2016): Armelle Hubault. Zij is spacecraft operations engineer, wat erop neerkomt dat ze ruimtetuigen mag besturen. Je moet je daarbij niet voorstellen dat ze op de brug van de Enterprise zit. In werkelijkheid gaat het er wat minder avontuurlijk aan toe. Armelle zit gewoon bij ESOC (European Space Operations Centre) in Darmstadt en stuurt commando’s naar bijvoorbeeld de Rosetta-ruimtesonde om een koerscorrectie uit te voeren. De bijzonder succesvolle Rosetta-missie is ondertussen beëindigd, en momenteel werkt Hubault bij het ExoMars Trace Gas Orbiter flight control team, waar ze hielp met het uitvoeren van de aerobraking-maneuvers. ExoMars TGO is de eerste van twee ExoMars-missies; de tweede missie moet in 2020 de rover, die we eerder vandaag in het Erasmusgebouw zagen, naar Mars sturen.

De andere gast is Nicol Caplin. Caplin is een exobiologe: iemand die onderzoek doet naar leven buiten de Aarde. Ze heeft het onder andere over beerdiertjes (in het Engels: tardigrades), microscopische diertjes die in extreme omstandigheden kunnen overleven, zoals omgevingen waar ze blootgesteld worden aan hoge stralingsdoses of zelfs het vacuüm van de ruimte. De link met Star Trek ligt voor de hand, want ook in Star Trek: Discovery speelt de tardigrade een rol (zij het dan een macroscopische versie ervan). Nicol Caplin heeft ook een paar pluchen beestjes meegebracht om haar verhaal te illustreren: twee beerdiertjes. Sue Nelson komt ook nog met een tribble opdraven (die door Caplin omschreven wordt als ‘something Donald Trump might wear’)!

Na Space Rocks reppen we ons terug naar de Escape Tennis Hall, omdat we in geen geval de lezing van de Italiaanse astronaut Paolo Nespoli willen missen. We zijn nog wat te vroeg en kunnen ook nog een stuk van de presentatie van Thomas Reiter bijwonen. Detlef heeft Nespoli eerder aan het werk gezien en laat me weten dat hij erg grappig is. Zijn praatje is inderdaad bijzonder entertainend, en we steken er nog heel wat van op ook.

Helaas, er komt veel te vroeg een einde aan deze ESTEC Open Dag. Om 17.00 uur zijn alle activiteiten afgelopen en gaan alle gebouwen onverbiddelijk dicht. We lopen samen naar de uitgang, tevreden over een bijzonder geslaagde, interessante en inspirerende dag.

Op de parking van Space Expo (dat ik vandaag wegens tijdsgebrek niet heb kunnen bezoeken) nemen we afscheid. Annette en Detlef nemen hier de bus naar het station van Leiden en rijden dan met de trein naar huis. Ik stap op de gratis pendelbus die me weer naar het parkeerterrein brengt waar ik vanmorgen mijn wagen heb achtergelaten.

Na een half uurtje rijden ben ik weer in Scheveningen, waar even later Miche en Annelies van de tram stappen met drie grote papieren tassen in de hand. Zo te zien is hun shoppingzondag een groot succes geweest. Alvorens we de terugrit naar België aanvatten, gaan we eerst nog lekker wokken bij eazie, en om ons eten wat te laten zakken maken we daarna een verkwikkend avondwandelingetje op de pier. Het reuzenrad is prachtig verlicht ’s avonds!

Volgend jaar weer? Als de agenda het toelaat: zeker!

O ja, nog dit: ik heb helaas geen tijd gehad om even bij hem langs te gaan, maar ook mede-VVS-lid Jean Pierre Grootaerd was op de open dag aanwezig met zijn SSVI-stand. SVVI staat voor Sterren Schitteren Voor Iedereen en is een initiatief dat goedkope telescopen ter beschikking stelt aan scholen in binnen- en buitenland. Telkens wanneer een gelegenheid zich voordoet, laat Jean Pierre een aantal van zijn telescopen signeren door astronauten. En vandaag was er natuurlijk weer zo’n gelegenheid: zowel André Kuipers, Thomas Reiter als Paolo Nespoli waren graag bereid om 20 exemplaren te signeren.

Edit 2018-10-12: ik heb inmiddels de video geüpload van het panelgesprek met Sue Nelson, Jason Isaacs, Nicole Caplin en Armelle Hubault: youtu.be/6QNkcZgBEXI

Meer weten over de dingen die hierboven aan bod kwamen? Gebruik deze links:

501st.nl
spacebok.ch
spacerocksofficial.com
www.boffinmedia.co.uk/space-boffins
www.esa.int
www.esa.int/About_Us/ESTEC
www.fedcon.de
www.space-expo.nl
www.ssvi.be
www.vvs.be

maandag 8 oktober 2018

JVS/VVS-weekend 2018

In het weekend van 6 en 7 oktober vond in Oostende het 32e JVS/VVS-weekend plaats, een evenement dat sedert meerdere jaren een vast plaatsje in mijn vaak overvolle agenda heeft. En ja, mijn agenda was dit jaar ook weer zo overvol, dat ik jammer genoeg enkel de eerste helft van het weekend kon bijwonen. Op zondag had ik namelijk iets anders gepland, dat óók met sterrenkunde en ruimtevaart te maken had: de jaarlijkse open dag van ESTEC in Noordwijk. Maar daarover meer in een volgende blogpost.

Het JVS/VVS-weekend wordt ieder jaar ergens in Vlaanderen georganiseerd door de Vereniging voor Sterrenkunde (VVS) en haar jongerenafdeling, de Jongerenvereniging voor Sterrenkunde (JVS). Twee dagen lang komen leden en andere geïnteresseerden bijeen voor tal van voordrachten over sterrenkunde en ruimtevaart. Boeiende presentaties van professionele sprekers uit binnen- en buitenland worden afgewisseld met al even interessante bijdragen van VVS-leden.

Zaterdagmorgen was ik dus al vroeg uit de veren (volgens mijn normen toch) om naar Oostende te sporen. Eerst met de trein en dan verder met de tram, tot vlak voor de ingang van Vayamundo, een vakantiecomplex met vergader- en congresfaciliteiten.

Na de opening door VVS-voorzitter Marnik Van Impe kregen we in de voormiddag al vijf korte voordrachten. Franky Dubois beet de spits af met een boeiende presentatie over 38 jaar zonnewaarnemingen, en daarna kwam Stijn Vanderheiden aan het woord met een stand van zaken over Astropolis, het momenteel in aanbouw zijnde space science center. Hoewel er ook een bescheiden sterrenwacht in Astropolis ondergebracht zal worden, wil Astropolis zich vooral profileren als wetenschapscentrum, waarbij zowel volwassenen als jongeren tot de doelgroep behoren.

Oostende had eerder al een tijdje een wetenschapscentrum, het helaas ter ziele gegane Earth Explorer – dat oorspronkelijk Dirk Frimout Center zou heten, naar Belgiës eerste astronaut, en dat later hernoemd werd tot Explorado – maar in Astropolis zal de aandacht vooral gaan naar ruimtevaart en sterrenkunde. Afgaand op Vanderheidens presentatie ziet het er allemaal erg veelbelovend uit, dus we zijn natuurlijk reuze benieuwd. Astropolis zal onderdeel uitmaken van een gloednieuw park in het zuiden van Oostende, gelegen langs het ‘Groene lint’, een nieuw 35 km lang fietspad rond de stad.

Verder waren er voor de middagpauze nog interessante bijdragen van Janos Barabas en Emmanuel Fabel, en het ochtendprogramma werd afgesloten met een presentatie van Arthur Schoeters over zijn bezoek aan de Russische lanceerbasis Bajkonoer (die, hou je vast, maar eventjes de oppervlakte heeft van twee Vlaamse provincies!).

Na de lunchpauze – waarvan ik dankbaar gebruik gemaakt heb om nog een korte strandwandeling te maken – had Koen Geukens het over de vijftigste verjaardag van Apollo VII (de laatste Apollo-testvlucht in een baan om de Aarde), en bracht Stijn Vanderheiden een update over de IDA Dark Sky Parks.

Dat laatste heeft te maken met lichtvervuiling, of liever, met de afwezigheid daarvan. Amateurastronomen in een dichtbevolkt gebied als Vlaanderen, dat je ’s nachts vanuit de ruimte gemakkelijk kunt herkennen als een enorme lichtvlek, hebben het niet gemakkelijk om lichtzwakke sterren of nevels waar te nemen vanuit hun achtertuin. Lichtvervuiling is overigens niet alleen een probleem voor astronomen, maar ook voor dieren en planten, die hun biologische dag- en nachtritme verstoord zien.

De International Dark-Sky Association (IDA) is een internationale organisatie die verschillende soorten labels toekent aan gebieden met een minimale lichtvervuiling, van waaruit ’s nachts de pikdonkere sterrenhemel in al zijn pracht bewonderd en geobserveerd kan worden. De bedoeling is om ook in Vlaanderen enkele gebieden een label te bezorgen. De beste kanshebber daarvoor is de Westhoek. Ook net over de grens, in Zeeuws Vlaanderen en andere delen van de Nederlandse provincie Zeeland, is het hier en daar ’s nachts nog behoorlijk donker. Onderstaand kaartje geeft een idee van de situatie in Vlaanderen (klik op de afbeelding voor een grotere versie). De gele gebieden komen (misschien) in aanmerking voor een IDA-label.

En dan was het tijd voor de eerste professionele gastspreker: de Nederlander Freek Roelofs van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn presentatie ging over de Event Horizon Telescope, die ons binnen afzienbare tijd de eerste foto van een zwart gat moet opleveren. Ik zal hier niet uitleggen wat zwarte gaten precies zijn, maar ik beperk me tot een bijzonder beknopte en onvolledige omschrijving: zwarte gaten zijn astronomische objecten waaruit niets kan ontsnappen, dus ook geen licht of andere vormen van straling. De vraag rijst dus: koe kun je een foto maken van iets dat geen licht geeft (en ook geen licht weerkaatst)? Welnu, het zwarte gat zelf is in principe inderdaad niet te zien of te fotograferen, maar actieve zwarte gaten worden wel omgeven door een accretieschijf met allerlei materiaal dat wél licht geeft, en dat licht kan wel opgevangen worden. Op die manier hoopt men de ‘schaduw’ van het zwarte in dat licht te kunnen zien. Daaruit moet bijvoorbeeld ook afgeleid kunnen worden hoe de accretieschijf in de ruimte georiënteerd is.

Astronomen weten met zekerheid dat er zich een gigantisch zwart gat bevindt in het centrum van ons melkwegstelsel, en dat zwarte gat willen ze nu dus fotograferen. Het probleem is echter, dat allerlei kosmisch stof ons zicht op het centrum van het melkwegstelsel belemmert. Toch weten we wat zich daar allemaal bevindt, want al kan gewoon zichtbaar licht niet doorheen dat stof, radiogolven kunnen dat wel. Dus gebruiken astronomen geen optische telescopen, maar radiotelescopen om naar het centrum van het melkwegstelsel te kijken.

Het zwarte gat zelf (en de accretieschijf errond) mag dan wel een kanjer zijn, vanop een afstand van zowat 26.400 lichtjaar valt het niet mee om het waar te nemen. Daar zou je een héél grote radiotelescoop voor nodig hebben. Dergelijke grote telescopen bestaan niet en kunnen we ook niet bouwen, maar daar hebben die slimme astronomen weer iets op bedacht: ze maken namelijk gebruik van meerdere telescopen die over de hele wereld verspreid staan, en combineren de opgevangen signalen via interferometrie. De Event Horizon Telescope is dus niet één instrument, maar een combinatie van instrumenten die op verschillende plaatsen op Aarde verspreid staan. Door al die telescopen naar hetzelfde object te laten kijken en de waarnemingen op een slimme manier te combineren, kan men uiteindelijk een beeld maken waarop het zwarte gat te zien zou moeten zijn. Het project is nog niet klaar, maar er zijn ondertussen al heel wat computersimulaties gemaakt die een idee moeten geven van wat het uiteindelijke beeld moet worden. Die simulaties kregen we zaterdag in Oostende alvast te zien.

Na de koffiepauze was de tweede gastspreker al aan de beurt: de Spaanse dr. Jose Antonio Caballero, die het in vrij goed verstaanbaar Engels had over Carmenes, exo-Aardes en muziek. Exo-Aardes zijn Aarde-achtige exoplaneten (planeten die niet om de zon, maar om andere sterren draaien). Exoplaneten worden tegenwoordig aan de lopende band ontdekt, maar het zijn natuurlijk vooral de planeten die op de Aarde lijken die ons het meeste interesseren (met het oog op de mogelijke aanwezigheid van buitenaards leven).

Het namiddagprogramma van dag 1 werd afgesloten door bijdragen van Christian Steyaert en Kurt Christiaens.

Helaas heb ik de voordracht van dr. Marcel Vonk over emergente zwaartekracht en het donkere heelal en andere ongetwijfeld boeiende presentaties op zondag moeten missen, maar ik wou dit jaar toch écht wel eens naar de open dag van ESTEC, die jammer genoeg in hetzelfde weekend viel.

Soms zou het me heel goed uitkomen als ik een TARDIS zou hebben, dan zou ik gewoon eventjes terug in de tijd kunnen rezien en op twee plaatsen tegelijk zijn... Over de TARDIS gesproken, 7 oktober was overigens ook een datum waar alle Doctor Who-fans halsreikend naar uitkeken, want die avond was op de BBC de seizoenspremière van een nieuw Doctor Who-seizoen te zien, met een nieuwe actrice – voor het eerst een vrouw – in de rol van The Doctor!

carmenes.caha.es
darksky.org
eventhorizontelescope.org
www.astropolis.be
www.vvs.be