Posts tonen met het label internet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label internet. Alle posts tonen

vrijdag 10 juli 2026

Facebook zonder ergernissen

Ik behoor tot de eerste generatie socialmediagebruikers. Ik herinner me nog LiveJournal, MySpace en Netlog, en daarna kwam Facebook. Eerst Facebook in de webbrowser op de computer, daarna de Facebook-app op mijn Android-toestellen.

Toen ik in oktober 2008 een Facebook-account aanmaakte, vond ik de overzichtelijke gebruikersinterface alvast een hele verbetering ten opzichte van het bijzonder rommelige MySpace. Maar in de loop der jaren begon ik me toch aan een aantal zaken te ergeren. Aanvankelijk kreeg ik in mijn feed precies te zien wat ik wou, namelijk de updates van mijn vrienden, van de pagina’s die ik volgde en van de groepen waar ik lid van was. Maar later kwamen daar heel wat dingen bij waar ik absoluut niet om gevraagd had: te veel irritante en storende advertenties, gesponsorde posts, en volkomen willekeurige posts van groepen, pagina’s of gebruikers die ik helemaal niet volgde, maar waarvan Facebook dacht dat ik er misschien wel in geïnteresseerd zou zijn (wat meer niet dan wel het geval was).

Komen daar nog bij de reels en de vriendenvoorstellen (‘mensen die je misschien kent’, maar van wie ik in zowat 95% van de gevallen geen flauw idee heb wie ze zijn). De Facebook-app op Android toont bovendien om de haverklap advertenties waar ik niet voorbij kan scrollen, met een aftelklokje erbij hoeveel seconden ik er nog verplicht naar moet zitten staren.

Ook heel storend: wanneer ik in een Facebook-post op een link klik, dan opent de Facebook-app die link niet in mijn standaard webbrowser, maar in zijn eigen, ‘in-app’ browser, waarmee advertenties en trackers natuurlijk niet geblokkeerd kunnen worden, en waarmee ik bestookt word met vervelende cookie-pop-ups telkens wanneer ik een nieuwe site bezoek.

Op die manier is het natuurlijk totaal niet leuk meer, maar gelukkig zijn er enkele mogelijkheden om daar iets aan te doen, zodat de Facebook-ervaring weer een stuk aantrekkelijker wordt.

De grootste zegen voor Facebookgebruikers die zonder veel ergernissen door hun feed willen scrollen, is ongetwijfeld een browserextensie met de naam ‘Fluff Busting Purity’, waarmee je FB inderdaad een heel stuk puurder kan maken. Eenmaal geïnstalleerd zie je rechts bovenaan, naast je profielfoto, een extra FBP-knop. Daarmee open je het opties-venster van FB Purity, waarmee je een massa dingen naar believen in of uit kan schakelen. Op die manier kan je bijvoorbeeld gesponsorde posts verbergen, of je kan de volgorde van de berichten in je feed aanpassen zodat je posts van vrienden altijd eerst ziet.

Bijzonder handig! Op die manier wordt Facebook op de laptop een heel stuk gebruiksvriendelijker. Maar wat met de mobiele app op je telefoon of tablet? FB Purity is een browserextensie, dus die kan je niet met de app gebruiken...

Welnu, goed nieuws: je hebt de Facebook-app helemaal niet nodig! Ook op je mobiele apparaat kan je Facebook gewoon in je webbrowser openen. Je gebruikt daarvoor bij voorkeur niet de Android-browser, Chrome of Edge, maar wel Firefox of Brave. Daarmee worden de meeste advertenties en andere storende elementen geblokkeerd, en als je op een link klikt, dan wordt die gewoon netjes in je browser geopend. Dat levert je een veel betere ervaring op dan met de Facebook-app. Mobiele browsers ondersteunen doorgaans geen browserextensies, dus FB Purity kan je op je mobiele apparaat niet gebruiken, maar ook zonder FB Purity is het werken met Facebook in bijvoorbeeld Brave al een hele verademing in vergelijking met de Facebook-app!

Om Facebook in de browser even vlotjes te openen als met de app, kan je vanuit de browser een snelkoppeling toevoegen aan je startscherm. Daarmee kan je Facebook voortaan even snel en makkelijk openen als met de app.

Ik heb beide op mijn telefoon een tijdje naast elkaar geprobeerd: enerzijds de Facebook-app en anderzijds Facebook in mijn favoriete browser, Brave. Het verschil is enorm! De app heb ik ondertussen van mijn telefoon verwijderd. Daarmee werd ineens ook meer dan 10 GB aan opslagruimte vrijgemaakt, want de Facebook-app is nogal een slokop!

Ik ben erg blij met de Facebook-switch op mijn telefoon. Ik krijg nu véél minder advertenties te zien, niet alleen in mijn Facebook-feed, maar ook wanneer ik op een link klik om een webpagina te openen. Dankzij Brave krijg ik dan ook niet telkens een vervelende cookie-pop-up te zien, want Brave neemt het cookie-gedoe automatisch van me over: enkel de noodzakelijke cookies worden automatisch geaccepteerd, al de rest wordt automatisch geblokkeerd. De overstap naar Brave heb ik een tijdje geleden al gemaakt, en ik heb het mij nog geen seconde beklaagd!

Tot slot nog iets waar je rekening mee moet houden als je besluit om FB Purity te gebruiken: de maker van deze extensie doet zijn uiterste best om de extensie up-to-date te houden, maar Facebook heeft de vervelende gewoonte om af en toe kleine of grote aanpassingen te doen aan zijn platform (al of niet zichtbaar). Daardoor kan het dus gebeuren dat een bepaalde instelling van FB Purity ineens niet meer werkt. Geen nood echter, de maker van FB Purity zoekt dan zo snel mogelijk uit wat er aan de hand is en past de extensie aan, zodat alles binnen de kortste keren weer werkt zoals het hoort. Maar het is een voortdurend kat-en-muisspel: Facebook houdt er natuurlijk niet van dat gebruikers via browserextensies advertenties of gesponsorde posts proberen te verbergen en probeert steeds weer nieuwe manieren uit om ze tóch te laten verschijnen, ook al heb je ze geblokkeerd...

Wil je ook een Facebook-ervaring zonder (of in elk geval met heel wat minder) ergernissen? Dan weet je wat je te doen staat: op je laptop kan je de FB Purity-browserextensie installeren, en op je smartphone kan je voortaan Facebook openen met je mobiele browser (bij voorkeur Brave). Als je wil, kan je de Facebook-app voorlopig nog even laten staan, en als de nieuwe manier van werken je bevalt, dan kan je de app verwijderen. Je krijgt er dan ook nog wat extra opslagruimte bij (voor foto’s, video’s of andere apps).

brave.com
www.fbpurity.com

vrijdag 5 juni 2026

Europese software-alternatieven

Op 9 juni lanceert de Europese Unie Euro-Office, een kantoorsoftwarepakket dat als voornaamste doel heeft om na verloop van tijd volledige onafhankelijkheid van Microsoft Office te bereiken op computersystemen van de overheid. De EU streeft naar digitale soevereiniteit: ze wil onafhankelijk worden van de Amerikaanse softwarepaketten die nu door heel wat overheidsinstanties gebruikt worden. Net als Microsoft 365 is Euro-Office groupware, wat betekent dat de software niet enkel ontworpen is voor individuele gebruikers, maar gericht is op samenwerking in een groep van gebruikers. Net als bij MS 365 zal je dus met meerdere collega’s op hetzelfde moment aan eenzelfde document kunnen werken. Op die manier moet Euro-Office een waardige vervanger worden van Microsoft 365.

Vooralsnog werkt Euro-Office uitsluitend in de cloud en zijn er bij de lancering nog geen desktoptoepassingen. Je gebruikt de toepassingen dus via een webbrowser, net als bij Google Docs. Ook bij MS 365 kan je de toepassingen overigens gewoon in je webbrowser draaien. Na de introductie van de cloudtoepassingen zal naarstig verder gewerkt worden aan mobiele en desktoptoepassingen, net als bij MS 365.

De makers zijn niet vanaf nul gestart. Euro-Office is een fork van OnlyOffice (initieel gereleaset in 2009). Zo’n fork ontstaat als een kopie van andere software, die dan aangepast en verder doorontwikkeld wordt. Dat kan zomaar doordat het gaat om openbronsoftware, die vrij beschikbaar is en vrij gekopieerd en aangepast mag worden. Ook dat is een extra troef: in tegenstelling tot een gesloten, commercieel systeem als Microsoft Office kan iedereen met de broncode van openbronsoftware aan de slag en kan je dus ook precies uitzoeken hoe het allemaal in elkaar zit.

Allemaal goed en wel, hoor ik je denken, maar wat moeten we dan aanvangen met de massa’s Word- en Excelbestanden die we nu gebruiken? Worden die dan onbruikbaar wanneer we straks overschakelen van MS 365 naar Euro-Office? Neen, gelukkig niet. Euro-Office streeft naar een zo groot mogelijke compatibiliteit met de bestandsformaten die door Microsoft gebruikt worden. Euro-Office-gebruikers zullen probleemloos kunnen werken met bestandsformaten als docx (Word), xlsx (Excel), pptx (Powerpoint), pdf, odt, ods, odp, txt en heel wat andere formaten.

Microsoft 365 zelf mag dan wel gesloten, commerciële software zijn, dat geldt (gelukkig) niet voor de bestandsformaten die gebruikt worden: bestandsformaten als docx, xlsx en pptx maken deel uit van OOXML (Office Open XML), een open bestandsformaat voor office-documenten, gestandaardiseerd door internationale organisaties als Ecma en ISO/IEC. De computergeeks en softwarehackers onder ons zullen ongetwijfeld weten dat bijvoorbeeld een docx-bestand in feite een zip-archief is, waarin de tekst en de stijlen van het Word-document vervat zitten in de vorm van xml-bestanden, samen met eventuele afbeeldingen en andere informatie. Probeer het maar eens: je kan een docx-bestand gewoon openen met bijvoorbeeld 7‑Zip om te kijken wat er allemaal in verstopt zit. De makers van Euro-Office streven naar volledige compatibiliteit met Word-, Excel- en Powerpoint-documenten en willen de overstap zo soepel mogelijk laten verlopen.

Ik heb Euro-Office natuurlijk nog niet kunnen uitproberen, maar ik maak wel al jarenlang gebruik van een ander alternatief kantoorsoftwarepakket: LibreOffice. Ook LibreOffice (een fork van OpenOffice) ondersteunt de hierboven genoemde bestandsformaten.

Sinds 4 juni gebruikt de EU ook niet langer Google als default zoekmachine, maar Qwant, een Franse zoekmachine. Net als DuckDuckGo, de zoekmachine die ik sinds kort gebruik, volgt Qwant geen gebruikers en verzamelt en verkoopt het geen persoonlijke gegevens. Qwant is nu voor de overheidsinstanties van de EU de default, maar gebruikers kunnen uiteraard nog altijd Google of een andere zoekmachine gebruiken als ze dat willen.

De uitrol van Euro-Office is een belangrijke volgende stap in iets wat al langer aan de gang is: heel wat bedrijven en overheden, en in mindere mate ook individuele gebruikers, ruilen Amerikaanse software steeds vaker in voor Europese alternatieven. Op de website European Alternatives vind je tal van links naar Europese alternatieven voor heel wat populaire services, tools, apps en providers. Het loont beslist de moeite om daar eens een kijkje te nemen.

De beschikbaarheid van goede, volwaardige Europese alternatieven biedt meerdere voordelen: om te beginnen is er de al eerder genoemde digitale soevereiniteit, waardoor we in Europa niet langer afhankelijk zijn van Amerikaanse systemen. Daarin speelt niet alleen de geopolitieke context een rol maar ook de dominantie van een beperkt aantal grote spelers buiten de EU. Er is ook de veel betere bescherming door de Europese privacywetgeving. Data die op servers in Europa worden bewaard, zijn sowieso beter beschermd dan data die naar Amerikaanse cloudomgevingen stromen. Ten slotte is er natuurlijk nog een financieel aspect: waarom zou je nog dure, commerciële licenties betalen als je evengoed gebruik kan maken van gratis openbronsoftware waarmee je net hetzelfde kan doen? Zowel bedrijven, overheden als individuele gebruikers kunnen hier flink mee besparen! Als Euro-Office eenmaal breed uitgerold en ingeburgerd is, zal hopelijk ook het onderwijs snel volgen en niet langer van de leerlingen en studenten eisen dat ze de Microsoft-producten blijven gebruiken.

Enkele recente koppen uit het nieuws:

Als je even googelt, vind je er vast nog meer. Het werkwoord ‘googelen’ is overigens al enige tijd opgenomen in de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal. Het betekent simpelweg ‘iets opzoeken op het internet’, dus dat moet niet noodzakelijk met de zoekmachine van Google gebeuren. Je kan dus evengoed de AI-vrije zoekmachine van DuckDuckGo gebruiken, bijvoorbeeld, of een Europese zoekmachine als Qwant of SwissCows.

european-alternatives.eu
github.com/Euro-Office
www.qwant.com

zaterdag 30 mei 2026

Bye-bye Google, hello DuckDuckGo!

We gaan verder met de reeks Bye-Bye, hello! Na mijn verandering van e-mailprovider en van webbrowser gebruik ik voortaan ook een andere zoekmachine.

Het moet zowat tien jaar geleden zijn dat mijn computersavvy collega en certified ethical hacker Alvin me al kennis liet maken met DuckDuckGo. Ik heb de zoekmachine toen even uitgeprobeerd, maar zag op dat moment niet direct een reden om mijn vertrouwde Google op te geven. Bovendien vond ik DuckDuckGo’s logo er eigenlijk niet bepaald professioneel uitzien.

Het logo ziet er nog altijd wat mal uit, maar laat je daardoor niet misleiden. Looks can be deceiving. DuckDuckGo is een prima zoekmachine, die qua prestaties niet moet onderdoen voor concurrenten als Google en Bing.

DuckDuckGo is nog altijd niet erg populair, en dat is geheel ten onrechte. Uit de statistieken op StatCounter Global Stats blijkt dat in april 2026 slechts 0,71% van de gebruikers wereldwijd de zoekmachine gebruikten, tegenover 90,02% voor Google en 5,14% voor Bing. De andere zoekmachines zijn samen goed voor de resterende 4,13%. In België en de rest van Europa is het aandeel van DuckDuckGo iets groter, maar nog altijd kleiner dan 1%.

Zoekmachines april 2026
DuckDuckGo Google Bing overige totaal
wereldwijd 0,71% 90,02% 5,14% 4,13% 100%
Europa 0,89% 87,50% 5,60% 6,01% 100%
België 0,87% 88,18% 8,00% 2,95% 100%

Maar het overwicht van Google begint toch stilaan wat te slinken. In mei 2026 verscheen volgend artikel in mijn social media feeds: DuckDuckGo is growing thanks to Google users frustrated by AI features. Inderdaad: DuckDuckGo zou wel eens kunnen profiteren van het feit dat heel wat Google-gebruikers gefrustreerd raken door de AI-functies. Wanneer je tegenwoordig een simpele zoekactie uitvoert met de zoekmachines van Google of Bing, krijg je ongevraagd bovenaan de pagina steevast een AI-samenvatting, en Google heeft net aangekondigd in de toekomst nog meer AI te gaan gebruiken. Bij DuckDuckGo staat dat standaard uit (maar je kan wel AI gebruiken als je dat wil). Bij Google heb je geen keus: Google gebruikt steeds meer AI, of je dat nu wil of niet.

In de loop van mei, na het grote I/O-event waar Google een hele reeks nieuwe AI-functies in zijn zoekmachine introduceerde, volgde ineens een grote toename van gebruikers die de DuckDuckGo-app installeerden op hun mobiele apparaat. DuckDuckGo heeft immers heel wat troeven die privacybewuste gebruikers kunnen afsnoepen van zoekgigant Google. Om te beginnen slaat DuckDuckGo geen IP-adressen of andere informatie over de gebruikers op, die verkocht zouden kunnen worden aan adverteerders. DuckDuckGo gebruikt geen tracking of profielvorming: er worden geen langdurige gebruikersprofielen opgebouwd en DuckDuckGo volgt je niet over sites heen. Google doet dat allemaal wel en verzamelt uitgebreide gebruikersdata om gepersonaliseerde profielen en advertenties te maken.

Je zoekopdrachten blijven met DuckDuckGo volledig anoniem. Je krijgt daardoor neutrale zoekresultaten, terwijl Google de zoekresultaten aanpast op basis van je eerdere zoekgedrag, iets wat je lang niet altijd wil! Om DuckDuckGo te gebruiken, moet je geen account aanmaken. DuckDuckGo laat net als andere zoekmachines wel advertenties zien, maar die zijn gebaseerd op wat je aan het zoeken bent en zijn dus relevanter. DuckDuckGo heeft ondertussen een sterke reputatie opgebouwd als de zoekmachine die je privacy respecteert: het volgt je niet, slaat je zoekgeschiedenis niet op en maakt geen advertentieprofielen aan. De zoekmachine gebruikt dan ook niet voor niets slogans als Privacy, simplified en The search engine that doesn’t track you.

DuckDuckGo heeft ondertussen ook een eigen webbrowser, maar ik blijf vooralsnog Brave gebruiken. Het privacy-niveau van beide browsers is vergelijkbaar. Ik gebruik Brave nu al een week of drie, en daar ik ben nog altijd heel enthousiast over. Ik verkies overigens toch wel een Chromium-based browser, en dat is DuckDuckGo’s webbrowser niet – hun browser gebruikt de WebKit-rendering engine van Apple, die ook door Safari wordt gebruikt. Nieuwe webstandaarden worden daardoor vaak later en soms slechts gedeeltelijk geïmplementeerd.

Als je net als ik voortaan ook de zoekmachine van DuckDuckGo wil gebruiken, dan kan je in je browserinstellingen de standaard zoekmachine wijzigen. Dat gaat als volgt:

Wijzig je zoekmachine zowel op je laptop of desktop als op je mobiele apparaten. Je bent dus niet verplicht om de webbrowser van DuckDuckGo te installeren, je kan gewoon je favoriete browser(s) houden en de standaard zoekmachine wijzigen. Bevalt het je niet? Dan kan je eenvoudig weer terug.

Wil je voorlopig nog even je vertrouwde zoekmachine blijven gebruiken en wil je DuckDuckGo alleen maar even uitproberen? Surf dan naar duckduckgo.com en gebruik de zoekbalk. Of gebruik noai.duckduckgo.com voor een volledig AI-vrije zoekervaring, waarbij door AI gegenereerde afbeeldingen uit de zoekresultaten verwijderd worden.

Heb je DuckDuckGo ingesteld als standaard zoekmachine en vind je toch niet wat je zoekt? Dan is er natuurlijk niets dat je belet om nog even naar de website van Google te gaan en daar je zoekopdracht in te typen. Wil je niet dat Google je zoekopdracht onthoudt, gebruik dan een privévenster (incognitovenster).

duckduckgo.com
noai.duckduckgo.com
gs.statcounter.com

Leestip: DuckDuckGo is growing thanks to Google users frustrated by AI features

Leestip: DuckDuckGo installs spike as Google moves to replace search with AI

donderdag 14 mei 2026

Bye-bye Edge en Chrome, hello Brave!

Ik ben weer eens veranderd van webbrowser. Je mag dan wel jarenlang je zelfde favoriete webbrowser gebruiken, af en toe moet je durven veranderen. Zeker als er iets beters is, en als de overgang ook nog eens vlekkeloos verloopt. Ik ben ooit begonnen met Netscape Navigator, zo oud ben ik al. Alleen wie er van bij het prille begin bij was op het world wide web, heeft daar nog vage herinneringen aan.

Daarna kwam Internet Explorer, een ware nachtmerrie voor websitebouwers, en dan heb ik een tijdlang Firefox gebruikt. Dan Chrome, en daarna Chrome voor thuisgebruik en Edge op mijn werklaptop. Ik ben Edge maar beginnen gebruiken vanaf het moment dat Edge Chromium-based werd. Eerdere versies van Edge waren niet veel waard, maar Chromium-Edge werkte even vlotjes als Chrome en vrat minder RAM-geheugen.

Sinds enkele dagen gebruik ik Brave, een opensource-webbrowser, net als Chrome en Edge gebaseerd op Chromium. Het grote verschil is dat Brave automatisch trackers en advertenties blokkeert, waarmee er een grote focus op privacy ligt. Daarmee moet surfen op het web weer werkbaar en zelfs leuk worden. Als je mijn eerdere blogposts hebt gelezen, dan weet je dat ik privacy op het web belangrijk vind, en bovendien heb ik een hekel aan advertenties.

Wat is Chromium precies, vraag je je misschien af. Is dat hetzelfde als Chrome? Neen, Chromium is een opensourceproject dat het hart van de broncode vormt voor zowel Chrome, Edge, Brave en andere webbrowsers. Het belangrijkste onderdeel is de rendering engine, die ervoor zorgt dat HTML-pagina’s correct weergegeven worden, rekening houdend met CSS, Javascript en andere webstandaarden. Met al die browsers kan je er dus op rekenen dat alle webpagina’s op je scherm worden weergegeven zoals de makers ze bedoeld hebben.

Maar alles wat daar omheen gebeurt, kan verschillen van browser tot browser: de vormgeving en de opbouw van werkbalken, menu’s en dialoogvensters, het wachtwoordbeheer, default instellingen, etc. Daarnaast zijn er ook nog webbrowsers die niet op Chromium gebaseerd zijn, waarvan Firefox wellicht de populairste is.

Overstappen van Edge of Chrome naar Brave is echt een fluitje van een cent. Brave neemt gewoon alle opgeslagen wachtwoorden, favorieten en zelfs de geïnstalleerde browserextensies automatisch over van je oude browser, waarna je in Brave verder werkt alsof je nooit iets anders hebt gebruikt. Maar vanaf dat moment treden de shields van Brave in werking, die ervoor zorgen dat storende advertenties en privacy schendende trackers standaard geblokkeerd worden. Dat zorgt ongetwijfeld voor een betere surf-ervaring. Ik heb Brave nu zowel op mijn laptop als op mijn smartphone ingesteld als mijn standaard webbrowser, en ik denk niet dat ik me dat ga beklagen!

Edge kwam onlangs nog in een bijzonder slecht daglicht te staan toen uitlekte dat Edge al je opgeslagen wachtwoorden gewoon als plain text (dus niet geëncrypteerd, maar gewoon leesbaar) in het geheugen van de computer laadt. Dat kan een probleem vormen wanneer kwaadaardige software zich toegang weet te verschaffen tot dat deel van het werkgeheugen. Microsoft maakte het nog erger toen het in een reactie beweerde dat dat gedrag geen bug was, maar by design. Dat incident heeft hen ongetwijfeld heel wat privacybewuste gebruikers gekost.

Die privacybewuste gebruikers lopen steeds vaker weg van mainstream software en gaan op zoek naar veiliger alternatieven. Daarom heb ik vorige maand nog de overstap gemaakt van Gmail naar Proton Mail, en deze switch naar Brave is beslist niet de laatste in het rijtje...

maandag 4 mei 2026

Bye-bye WeTransfer, hello SwissTransfer!

Wie af en toe grote bestanden verstuurt of ontvangt, kent vast WeTransfer, een populaire dienst die je toelaat bestanden te sturen die te groot zijn als e-mailbijlage.

Ik vermoed dat veruit de meeste WeTransfer-gebruikers de dienst net als ik slechts heel af en toe nodig hebben en dus opteren voor het gratis plan, dat uiteraard enkele beperkingen heeft. Die beperkingen zijn vandaag strikter dan enkele jaren geleden. Zo vervallen de gratis transfers nu al na drie dagen, vroeger was dat pas na een week.

Er is echter een prima alternatief, dat nog niet veel mensen blijken te kennen, en waarvoor ik hier graag wat reclame wil maken: SwissTransfer. Hieronder een vergelijkende tabel met het gratis WeTransfer-plan (dus niet de betaalde abonnementen) en SwissTransfer:

WeTransfer (gratis plan) SwissTransfer (sowieso gratis)
data maximaal 3 GB per maand maximaal 50 GB per transfer
transfers maximaal 10 transfers per maand maximaal 10 transfers per uur
bewaartijd 3 dagen maximaal 30 dagen

Ik heb een simpele test uitgevoerd met een bestand van zowat 200 MB. Daarbij waren de uploadsnelheden alvast vergelijkbaar. Bij de download merkte ik echter een aanzienlijk verschil: de download via SwissTransfer ging 2,5 keer sneller dan via WeTransfer!

De keuze is snel gemaakt, niet? SwissTransfer is duidelijk de betere deal.

WeTransfer is een Nederlands bedrijf. De data op hun servers zijn dus goed beschermd door de Europese AVG-wetgeving (GDPR). Toch kreeg WeTransfer vorig jaar flinke kritiek te verduren na een aanpassing van de algemene voorwaarden, die lieten uitschijnen dat via WeTransfer verstuurde data gebruikt zouden kunnen worden voor het trainen van AI.

SwissTransfer – zoals de naam natuurlijk al doet vermoeden – is gevestigd in Zwitserland, waar nóg strengere privacystandaarden gelden dan in de rest van Europa. De dienst heeft vooralsnog een prima reputatie en maakt deel uit van kSuite, een verzameling tools voor cloud computing ontworpen door Infomaniak, Zwitserlands grootste cloud computingbedrijf, dat de focus legt op privacy.

Zowel WeTransfer als SwissTransfer bieden overigens de mogelijkheid om je transfers met een wachtwoord te beveiligen.

swisstransfer.com
wetransfer.com

maandag 21 februari 2022

Woordel

Eind vorig jaar plaatste Josh Wardle uit Brooklyn (New York) zijn woordspelletje Wordle online. Het principe is simpel: elke dag is er een nieuw vijfletterwoord dat je in maximaal zes pogingen moet zien te raden.

Na elke poging krijg je hints: de letters krijgen een achtergrondkleur die aangeeft hoe dicht je bij het te raden woord zit: groen is een correcte letter op de juiste plaats, geel is een letter die wel in het woord zit, maar op een andere plaats, en grijs is een letter die niet in het woord zit. Met die informatie in gedachten doe je vervolgens een nieuwe poging, tot je uiteindelijk het woord geraden hebt of tot je alle zes beurten opgebruikt hebt.

Het spelletje werd snel een hype. In november 2021 waren er nog maar 90 mensen die Wordle speelden, maar twee maand later was dat aantal al opgelopen tot 300.000, begin februari al meer dan een miljoen. Wordle leverde Wardle geen windeieren op, want eind januari 2022 kon hij de rechten op het spel voor een niet nader genoemd bedrag van minstens een miljoen dollar verkopen aan The New York Times. In februari verhuisde Wordle van Wardles persoonlijke website naar de website van de New York Times, waar het, voorlopig althans, nog gratis beschikbaar blijft.

Heb je het woord geraden, dan kun je je resultaat delen op sociale media. Uiteraard zonder het woord zelf te verraden, want alle spelers moeten elke dag hetzelfde woord zien te raden. Klik je op de ‘Share’-knop, dan wordt een rooster van gekleurde vakjes (zonder letters) naar je klembord gekopieerd, zodat je het kunt plakken in een tweet, in je Facebookstatus of op gelijk welk ander platform. Toen de populariteit van Wordle begon te groeien, verschenen al snel massa’s tweets met gekleurde vakjes op Twitter. Dat maakte andere Twitter-gebruikers nieuwsgierig, waardoor het aantal Wordle-fans snel toenam.

Al snel verschenen de eerste Wordle-klonen: andere programmeurs maakten hun eigen versie van Wordle, zowel in het Engels als in andere talen. Sommigen probeerden er zelfs munt uit te slaan.

Niet zonder enige trots kan ik jullie vandaag aankondigen dat ook ik mijn eigen Nederlandstalige Wordle-kloon gemaakt heb. Ik heb mijn webapp de naam Woordel gegeven en het spel gehost op mijn eigen website. Vanaf vandaag kan iedereen – helemaal gratis! – elke dag Woordel spelen op gebotopia.be/woordel.

Ik heb de broncode van Wordle niet gebruikt of schaamteloos gekopieerd, maar ik heb heel goed opgelet hoe het spel zich gedraagt en vervolgens geprobeerd het gedrag van de oorspronkelijke Wordle zo goed mogelijk na te bootsen met eigen technieken, wat een erg leerrijke ervaring was!

Hier en daar heb ik een kleinigheid aangepast of een extraatje toegevoegd. Zo heb ik de kleuren lichtjes gewijzigd (onder andere lichtoranje in plaats van vuilgeel), een ander (mooier) lettertype gebruikt en ondersteuning voor azerty geïmplementeerd. Voor het maken van Woordel heb ik gebruikgemaakt van PHP, MySQL, HTML, CSS en Javascript. Woordel werkt in alle moderne webbrowsers, maar ik heb niet de extra moeite genomen om Woordel compatibel te maken met verouderde browsers (zoals Internet Explorer), want dat heeft weinig zin. Als je zelf nog zo’n oude browser gebruikt, dan is het de hoogste tijd om te upgraden, alleen al voor je eigen online veiligheid.

In tegenstelling tot wat ik verwacht had, was de grootste uitdaging niet het schrijven van de PHP- of Javascript-code, want dat bleek relatief eenvoudig, maar het op punt stellen van de CSS-stijlen, om alles te laten werken op allerlei verschillende grote en kleine schermen en om de animatie-effecten van Wordle zo goed mogelijk na te bootsen.

Voor Woordel heb ik zelf een eigen lijst van Nederlandse vijfletterwoorden moeten samenstellen. Ik heb me daarvoor gebaseerd op de Nederlandse woordenlijst van OpenTaal. Uit die lijst heb ik in eerste instantie alle vijfletterwoorden geselecteerd (in totaal meer dan 5500). Vervolgens heb ik de lijst ingekort tot iets meer dan 2100 veelgebruikte woorden, waaruit elke dag een willekeurig woord gekozen wordt. Dat aantal is vergelijkbaar met Wordle, dat aanvankelijk een lijst van 2315 Engelse woorden gebruikte. De New York Times heeft die lijst wat ingekort – alle ‘aanstootgevende’ woorden moesten eruit. Mijn uiteindelijke lijst bevat geen accentwoorden, eigennamen of plaatsnamen, wel leenwoorden (Nederlandse woorden die overgenomen zijn uit bijvoorbeeld het Frans of het Engels).

Je kunt Woordel zowel op je desktop en laptop als op je tablet en smartphone spelen. Onderaan op het scherm wordt een virtueel toetsenbord afgebeeld, dat je niet alleen kunt gebruiken om letters te typen, maar waarop je ook gemakkelijk kunt zien welke letters je al gebruikt hebt en welke niet. De oorspronkelijke Wordle en zowat alle andere Wordle-klonen gebruiken daarvoor een qwertyklavier. Javascript kan niet van tevoren detecteren welke toetsenbordlay-out je gebruikt, maar Woordel schakelt al snel over naar een azertyklavier van zodra hij merkt dat je op een azertytoetsenbord aan het typen bent. Daar zullen de Belgische Woordel-fans ongetwijfeld heel gelukkig mee zijn.

Omdat er elke dag maar één woord te raden valt, bestaat er gelukkig geen enkel gevaar dat je aan dit spelletje verslaafd geraakt en het uren aan een stuk blijft spelen waardoor je niet meer aan de rest van je leven toekomt. Elke dag wordt in principe een willekeurig woord gekozen, maar Woordel onthoudt de gekozen woorden en vermijdt dat een woord te snel opnieuw aan de beurt komt.

gebotopia.be/woordel
www.nytimes.com/games/wordle

dinsdag 20 oktober 2020

Mars Society Virtual Convention 2020

Vier dagen lang, van 15 tot en met 18 oktober 2020, vond het 23e congres van de Mars Society plaats. Op dat congres komen traditioneel heel wat wetenschappers en ingenieurs samen die van ver of nabij iets te maken hebben met ruimtemissies naar de planeet Mars. Door de coronacrisis (ja, daar gaan we weer) kon dat congres dit jaar niet op de gebruikelijke manier georganiseerd worden. Maar daar lieten de organisatoren zich niet door tegenhouden. Het evenement werd omgevormd tot de eerste Mars Society Virtual Convention en was bovendien volledig gratis te volgen door iedereen die dat wou.

Mooi zo, dacht ik. Dit is mijn kans! Je kon op voorhand registreren en kon daarna inloggen op een website met alle nodige informatie: het overvolle programma, een lijst met de deelnemers, een lijst met de sprekers, met bij iedere spreker een korte biografie en een overzicht van hun presentaties, en zoom-links voor het bijwonen van de sessies.

Zoals bij elk groot congres waren er enkele plenaire sessies, aangevuld met verscheidene ‘tracks’: een reeks van presentaties rond eenzelfde thema. Die tracks liepen vaak gelijktijdig, dus je moest keuzes maken. Als je alles in real time wilde volgen, tenminste, en vragen wilde kunnen stellen via de Q&A. Het mooie van zo’n virtueel congres is, dat alle sessies opgenomen worden en indien gewenst uitgesteld bekeken kunnen worden.

Dat laatste kwam mij goed uit, want heel wat interessante sessies met Amerikaanse sprekers vonden midden in de nacht plaats, op een moment dat ik doorgaans in een diepe slaap verzonken ben. De ‘morning sessions’ – het was toen voormiddag aan de Amerikaanse westkust – vonden plaats wanneer het in Europa avond was, en de ‘evening sessions’ waren bijgevolg midden in de nacht. Geen nood echter: die kon ik ’s anderendaags bekijken op een moment dat het mij uitkwam.

Op de 2020 Mars Society Virtual Convention waren enkele bijzonder vermaarde sprekers te gast, zoals Robert Zubrin (oprichter van de Mars Society), Jim Bridenstine (grote baas van NASA), Michael Griffin (voormalig NASA-administrator), Chris McKay (planetoloog), Alan Stern (principal investigator van de succesvolle New Horizons-missie naar Pluto) en niemand minder dan Elon Musk (oprichter en CEO van SpaceX). Dat zijn maar enkele namen van de in totaal zo’n 150 sprekers!

Ik heb natuurlijk niet ál die presentaties gevolgd, maar wel die van de hierboven genoemde sprekers, aangevuld met nog tal van andere wetenschappers die kwamen vertellen over hun experimenten aan boord van Mars-landers, Mars-rovers en Mars-orbiters, en het panel rond de zoektocht naar leven op Mars (met Robert Zubrin, Chris McKay, Carol Stoker, Reut Abramovich en Nicole Willett). Bijzonder interessant allemaal.

Elon Musk stond aanvankelijk niet op de sprekerslijst, maar werd tijdens de openingssessie aangekondigd door Zubrin. Dat lokte bij heel wat toehoorders groot enthousiasme uit, want Musk is dezer dagen een ware held in de ruimtevaart. Op enkele jaren tijd bereikte hij uit het niets wat de NASA vandaag de dag nog altijd niet voor elkaar heeft: veel goedkopere, want herbruikbare raketten lanceren. Niet zo lang geleden kwam SpaceX nog uitgebreid in het nieuws met de eerste bemande commerciële ruimtevlucht naar het ISS. En Musk heeft nog meer grootse plannen. Over vier jaar wil hij zijn Starship op Mars laten landen!

Er is bijzonder veel te vertellen over Mars. De huidige missies leveren knap werk, en op dit eigenste ogenblik er zijn enkele nieuwe, veelbelovende ruimtetuigen onderweg naar de rode planeet. Eén daarvan is de Mars 2020-missie van de NASA, die de nieuwe Mars-rover Perseverance aan de grond zal zetten. Die rover heeft ook kleine helikopter aan boord. Ja, je leest het goed: als alles goed gaat, vliegt er over enige tijd een onbemande helikopter rond op mars. Dat toestel heeft de naam Ingenuity meegekregen, en ook daarover was er natuurlijk een afzonderlijke presentatie. Ik hoop heel erg dat het gaat lukken en ben ontzettend benieuwd naar wat die missie zal opleveren. Perseverance is de eerste Marsmissie sedert de Viking-landers uit de jaren 70 die actief naar tekenen van leven gaat zoeken en bevat ook een fabriekje dat zuurstof zal maken uit de Marsatmosfeer. Dat laatste zal van pas komen bij latere bemande missies naar onze buurplaneet. De landing zal plaatsvinden op 18 februari volgend jaar in de krater Jezero, een geologisch interessant gebied waarvan zo goed als zeker is dat het ooit een meer is geweest.

De meeste presentaties zijn ondertussen te vinden op het YouTube-kanaal van The Mars Society, en de rest volgt in de komende dagen. Deze eerste virtuele editie was alvast een gigantisch succes. Op de laatste dag van het congres werd aangekondigd dat zich meer dan 10.000 deelnemers hadden geregistreerd. Het praatje van Elon Musk werd door meer dan 8.000 mensen tegelijkertijd in real time gevolgd (en vele anderen zullen de video wellicht nog op een later tijdstip bekijken). Dit virtuele congres was prima georganiseerd, en technisch gezien viel er weinig op aan te merken. Van zodra ik inlogde op de website, merkte ik dat alles er heel professioneel uitzag, en tijdens de Zoom-sessies heb ik geen technische problemen ondervonden. Ik kan alleen maar hopen dat de organisatoren ook ná de coronacrisis de mogelijkheid zullen blijven bieden om dit jaarlijkse evenement online te kunnen volgen, want ik vond het een bijzonder leerrijke ervaring.

mars.nasa.gov/mars2020
www.marssociety.org
www.youtube.com/c/TheMarsSociety

maandag 21 september 2020

Disney+ en The Mandalorian

Meer dan een jaar na onze noorderburen kunnen de Belgen nu eindelijk ook naar Disney+ kijken. Nog voordat Disney+ in de Verenigde Staten beschikbaar kwam, waren de Nederlanders de eersten die de nieuwe videostreamingdienst mochten uitproberen. Nederland had het geluk om vanaf 12 september 2019 als testgebied te fungeren, kwestie van de kinderziektes weg te werken alvorens Disney+ twee maand later op de veel grotere Amerikaanse markt losgelaten werd.

Ondertussen bleven de Belgische Disney-, Star Wars- en Marvel-fans op hun honger zitten. De Belgische release werd meermaals uitgesteld. Aanvankelijk was sprake van maart 2020, dan werd het zomer 2020, maar uiteindelijk moesten we tot 15 september wachten om naar Disney+ te kunnen kijken. Op dat moment waren al meer dan 20 landen ons voorgegaan, waaronder al onze buurlanden (met uitzondering van het Groothertogdom Luxemburg).

Een van de series waar ik het meest naar uitkeek, was The Mandalorian, de langverwachte Star Wars-tv-reeks. Het eerste seizoen bestaat uit acht afleveringen. De serie ging in première op 12 november 2019, de officiële releasedatum van Disney+ in de VS, Canada en Nederland. Daarna kwam er elke week een nieuwe aflevering. Vandaag is het hele eerste seizoen dus al lang beschikbaar, en vorige week kwam de trailer voor seizoen 2 al uit.

Maar wat doet Disney+ in België, nadat ze de Belgische fans maandenlang aan het lijntje hadden gehouden met herhaaldelijk uitstel? Denk je dat ons ter compennsatie meteen het hele eerste seizoen van The Mandalorian geven? Niets daarvan! Bij de start van Disney+ in België kon je alleen de eerste twee afleveringen bekijken, en vervolgens wordt er iedere week een nieuwe aflevering geplaatst.

Kijk, zoiets vind ik ronduit schandalig en respectloos. Waarom zijn de Belgen altijd de pineut? We hebben al maanden lang ontzettend hard ons best moeten doen om spoilers te vermijden, want zowat de halve wereld heeft het hele eerste seizoen van The Mandalorian ondertussen al gezien en het internet staat vol met Mandalorian-reviews en -podcasts. Bovendien worden op nieuwssites al artikels over het aankomende seizoen 2 gepubliceerd en worden we langs alle kanten om de oren geslagen met de trailer voor seizoen 2.

Denken ze bij Disney+ dat de Belgen op een eiland leven, afgezonderd van de rest van de wereld? Dan zijn ze wel erg naïef. In een tijd waarin het internet de hele wereld met elkaar verbindt, en waarin onze kennissen- en vriendenkring de landsgrenzen vér overstijgt, is het een totaal achterhaald idee om films en series land per land te gaan releasen, met maanden of zelfs een jaar verschil.

Creatieve gebruikers die wat ongeduldig van aard zijn, laten zich daardoor echter niet tegenhouden. Voor wie ook maar een klein beetje verstand heeft van computers, is het een fluitje van een cent om een VPN (virtual private network) te gebruiken en zo die infantiele geo-blockingpraktijken te omzeilen. Geo-blocking en geo-restricties zijn technieken die sommige websites toepassen om (een deel van) de content te verbergen voor gebruikers uit bepaalde landen. Dat doen ze op basis van je IP-adres. Maar dat kan gelukkig vrij gemakkelijk omzeild worden door gebruik te maken van VPN-servers of smart DNS-proxyservers in het buitenland, zodat je tóch toegang krijgt tot content die in dat buitenland wél (maar in je eigen land niet) beschikbaar is.

Niet dat ik jullie op ideeën wil brengen, ik wil gewoon even meegeven dat zoiets mogelijk is, en helemaal niet moeilijk. Op die manier zou het dus voor een Belgische Disney+-klant, louter theoretisch, mogelijk zijn om toegang te krijgen tot dezelfde content als bijvoorbeeld de Nederlandse of de Amerikaanse gebruikers. En op die manier zouden ze, alweer louter hypothetisch, nu tóch al het volledige eerste seizoen van The Mandalorian kunnen bekijken. En dan zouden ze meteen ook Disney Gallery: The Mandalorian kunnen zien, de achtdelige documentairereeks die een hoogst interessante kijk geeft achter de schermen...

Maar helaas, de Belgische Disney+-kijkers moeten dat voorlopig allemaal missen, tenzij ze natuurlijk, heel misschien, de nodige creativiteit aan de dag leggen en de geo-restricties weten te omzeilen.

www.disneyplus.com
www.disneyplus.com/welcome/the-mandalorian

donderdag 14 mei 2020

Alles online!

Ten gevolge van de COVID-19-crisis gebeurt er tegenwoordig heel wat online! We werken online, we studeren online, we kopen vaker online en we entertainen ons online. Dat deden we vroeger ook al, maar in veel mindere mate. Doordat we nu allemaal ‘in ons kot’ moeten blijven en zo weinig mogelijk mensen fysiek mogen ontmoeten, kunnen we niet anders.

Zelf ben ik natuurlijk al lang iemand die heel vaak het internet gebruikt, maar de laatste tijd is mijn internetgebruik en dat van mijn huisgenoten flink toegenomen. Naar de bios gaan kan voorlopig niet meer, maar ik kijk nu meer films op streamingplatforms. De cursussen die ik volg op de sterrenwacht waren aanvankelijk een tijdje opgeschort, maar werden daarna al snel online verdergezet.

Toen ik helemaal aan het begin van de coronacrisis een externe monitor nodig had voor mijn nieuwe laptop, heb ik die noodgedwongen online besteld in plaats van naar de winkel te gaan. Mijn dochter kan haar vrienden en vriendinnen niet meer ontmoeten, maar houdt nu geregeld met hen een videochat. Maar het internet kan natuurlijk niet alles vervangen. Zo kan ik nog altijd niet online naar de kapper, en dat begint nu toch wel stilaan nodig te worden... (Nog heel even geduld, vanaf volgende week kan het weer, maar ik heb pas een afspraak eind mei.)

Het online aanbod is ook groter geworden. Zo zal ik deze zomer wellicht online kunnen deelnemen aan een conferentie in New York, waar ik anders nooit naartoe gekund zou hebben. En er is ook extra gratis entertainment. Zo kon ik een tijdje geleden genieten van een voorstelling van Andrew Lloyd Webbers The Phantom of the Opera vanuit de Royal Albert Hall in Londen, en het National Theatre zette een voorstelling van Frankenstein online, met niemand minder dan Benedict Cumberbatch.

De internetproviders doen ook hun duit in het zakje. Omdat we nu met z’n allen noodgedwongen veel meer data verbruiken en meer bellen, geven ze extra belminuten en/of extra data cadeau. Zo hebben ze bij Telenet de ‘daluren’ flink uitgebreid.

Je ziet: ieder nadeel heb z’n voordeel, zoals een bekende Nederlander ooit zei. Die hele coronatoestand mag dan wel een flinke domper op al onze plannen zetten en onze vrijheden ernstig inperken, er zijn ook enkele positieve kantjes aan...

vrijdag 11 maart 2016

20 jaar internaut

Dit jaar heb ik weer iets te vieren. In 2016 ben ik namelijk twintig jaar internaut. Internaut, zeg je? Een internaut is iemand die zich beweegt op het internet. Naar analogie met astronaut, kosmonaut, Argonaut etc.

Ondertussen zijn we natuurlijk bijna allemaal internaut. Iemand die vandaag de dag het internet niet gebruikt, is bijna een zonderling. Maar de meesten gebruiken het natuurlijk nog lang geen twintig jaar, en ook niet zo intensief als ik. Ik kan dus bogen op een rijkere ervaring.

In twintig jaar tijd is het internet behoorlijk veranderd. Van breedband was toen nog geen sprake. Ik ben begonnen met een schamele 14k4 baud modem – of zou het misschien toch al een 28k8 geweest zijn? In ieder geval, het ging allemaal tergend traag. Iedereen surfte nog met Netscape, de meeste webpagina’s zagen er ontzettend saai en grijs uit, we verstuurden onze e-mail met Eudora en de enige zoekmachines van betekenis waren Altavista en Yahoo!. Maar het was in die tijd wel ontzettend hip als je een e-mailadres op je naamkaartje of in je briefhoofd kon vermelden. (Ja, in die tijd verstuurden we ook nog vaak brieven gewoon met de post!)

Windows 3.1 Program Manager

In de voorbije twintig jaar ben ik natuurlijk mee geëvolueerd. Al gauw kreeg ik een (iets) snellere 56k baud modem, en van zodra breedband in mijn regio beschikbaar kwam, ben ik overgeschakeld op internetten via de kabel. Dan kon mijn vrouw meteen ook weer bellen terwijl ik online was. Want voor wie nog niet zo oud is als ik: internetten ging vroeger via de vaste telefoonlijn, dus terwijl je op het internet zat, kon je de telefoon niet gebruiken en vice versa, tenzij je over een tweede vaste lijn beschikte. Mobieltjes hadden we in die tijd ook nog niet. Mijn maximale downloadsnelheid is nu theoretisch 200 Mb per seconde – dat is meer dan tienduizend keer zo snel als die piepende en krakende 14k4-modem – en ik kan me haast niet meer voorstellen dat het ooit anders is geweest.

Ik had nog maar net mijn eerste stapjes op het internet gezet, of ik had al mijn eigen bescheiden webpagina ineengeknutseld. Ik ben immers bijzonder leergierig van aard, en binnen de kortste keren had HTML voor mij geen geheimen meer. Al gauw ging ik me verdiepen in XHTML, CSS, PHP en JavaScript. Allemaal zelfstudie; er staan genoeg gratis tutorials op het internet, en al doende leert men. Ik heb trouwens geen tijd om ’s avonds na het werk nog ergens een of andere cursus te gaan volgen.

In oktober 2005 begon ik mijn eerste blog (op het ter ziele gegane MSN Spaces), en in februari 2009 stapte ik over naar Blogger (alias Blogspot), waar ik nog steeds vrolijk verder blog.

En toen kwam de explosie van sociaalnetwerksites. Ik was in juni 2007 al begonnen op MySpace, maar dat vond ik een erg rommelige en daardoor eerder onaantrekkelijke site. Enkele jaren later begon Facebook snel aan belang te winnen. Die site trok me meteen aan omdat het er allemaal veel gestroomlijnder en properder uitzag. Facebook begon toen ook enorm te groeien, en nu moet je al heel goed zoeken om nog een internaut te vinden die niet op Facebook zit.

Maar daar bleef het niet bij. Ik maakte accounts aan op LinkedIn, Google Plus, YouTube, Flickr, Foursquare, Delicious, Goodreads, SoundCloud, Instagram en nog een heleboel andere sites. Van zodra een nieuwe site een beetje populair begint te worden, probeer ik ’m graag even uit. Andere heb ik ondertussen vaarwel gezegd, zoals MySpace, Netlog, LiveJournal, Yahoo! en Hyves.

Via het internet heb ik vanaf 2005 ook kennisgemaakt met het podcastingfenomeen. Podcasts beluisteren is nu al meer dan tien jaar een niet meer weg te denken onderdeel van mijn dagelijkse activiteiten. Ik luister terwijl ik werk. Meestal niet naar muziek, maar naar Engelstalige talkshows over sciencefiction, over wetenschap, kritisch denken, computers en schrijven. Uit al die podcasts heb ik een massa nieuwe dingen geleerd.

Eudora Options

Het internet is ook mijn belangrijkste bron van nieuws geworden. Wat je vanavond op het tv-journaal zult zien, heb ik vanmiddag al online gelezen. Wat morgen in de krant zal verschijnen, staat vandaag al uitgebreid op het internet beschreven. Het internet laat ook toe om gespecialiseerde nieuwskanalen te raadplegen (bv. filmnieuws en wetenschapsnieuws), die in de traditionele media veel te weinig aan bod komen. En tegelijkertijd kan ik onderwerpen die mij totaal niet interesseren (lees: sport en celebrity-nieuws) volledig links laten liggen (terwijl daar in de kranten en de roddelblaadjes veel te veel papier aan wordt verspild).

Vroeger was het internet iets wat ik alleen maar thuis en op het werk gebruikte, maar sedert een jaar of vijf maak ik volop gebruik van mobiel internet. Het is iets waar je bijzonder snel aan went. Ik weet niet hoe ik ooit zonder heb gekund. Gelijk waar ik ben kan ik nu op mijn smartphone of tablet mijn mail raadplegen, snel iets opzoeken op Google, even Facebook checken, een tweet de wereld in sturen of een foto delen op Instagram. En ook de mogelijkheden van Google Maps, in combinatie met de in de smartphone ingebouwde gps, zijn eigenlijk onmisbaar geworden. Vroeger reden of liepen we in een vreemde stad wel eens verloren; tegenwoordig vinden we altijd, overal, feilloos en moeiteloos de weg.

Een andere trend van de laatste jaren is gegevensopslag in de cloud: zo staan mijn mail, mijn e-books, een groot aantal van mijn documenten, mijn muziekcollectie en zelfs mijn back-ups niet alleen meer op de harde schijf van mijn computer, maar ook in de cloud, zodat ik er van overal bij kan, dankzij services als Dropbox, Gmail, Google Drive en online back-updiensten. Reuze handig!

En een van de beste dingen die het internet ons de laatse jaren heeft gebracht, is high definition videostreaming. YouTube-filmpjes hebben de wereld veranderd. Via Netflix kun je alle afleveringen van een serie achter elkaar bekijken als je dat wilt, en dat zonder reclame! Dankzij Skype kun je een videogesprek voeren met vrienden aan de andere kant van de wereld. Nog niet zo lang geleden was dat sciencefiction; nu ligt het binnen ieders bereik!

En dan heb ik het nog niet gehad over e-commerce. Tegenwoordig zetten we nauwelijks nog voet in een reisbureau; we boeken ons hotel en ons vliegtuig gewoon zelf via het internet (net als onze bioscooptickets of kaartjes voor concerten, musicals en andere evenementen). Tien jaar geleden bestelde ik nog papieren boeken en audio-cd’s via Amazon; nu download ik e-books en mp’3-tjes (volledig legaal, uiteraard). En ik vul al jaren mijn belastingaangifte online in, véél handiger dan de papieren manier. Bovendien kan ik dan meteen ook zien hoeveel ik zal terugkrijgen (of hoeveel ik zal moeten bijbetalen).

Mensen die tegenwoordig het internet niet gebruiken, lopen hopeloos achter, beseffen echt niet wat ze allemaal missen en leven nog in de twintigste eeuw!

Het internet is nog steeds in volle ontwikkeling en er komen steeds nieuwe mogelijkheden en toepassingen bij. We kunnen enkel gissen welke fantastische nieuwe mogelijkheden de volgende twintig jaar zullen brengen...

dinsdag 30 december 2014

Netflix

Sedert enige tijd is Netflix ook in België actief. Dat werd hoog tijd, want België liep zoals gewoonlijk weer wat achter op de rest van de beschaafde wereld.

Netflix is een internetdienst waarmee je voor een vast bedrag een onbeperkt aantal films en tv-series kunt bekijken. Die series worden pas op Netflix gezet wanneer een compleet seizoen beschikbaar is. Heb je een boeiende serie gevonden, dan moet je dus geen week wachten om te weten hoe het verder gaat, maar je kunt meteen alle afleveringen achter elkaar bekijken (met de nodige pauzes om te eten en te slapen uiteraard). Binge watching heet dat in het Engels. Sinds kort is er ook een Nederlands woord voor: marathonkijken. En je film of serie wordt natuurlijk niet om de haverklap onderbroken door irritante reclamespots zoals op tv.

Netflix

Een dienst als Netflix is natuurlijk een beetje een concurrent van de video-on-demand die we tegenwoordig aangeboden krijgen van onze digitale tv-operatoren zoals Telenet en Proximus. Netflix is wat dat betreft een heel stuk voordeliger, maar het duurt helaas wat langer vooraleer de nieuwste films en series beschikbaar zijn. Een video-on-demand-abonnement zoals Play en Play More van Telenet (het vroegere Rex en Rio) is een behoorlijk stuk duurder, maar biedt wel recentere films en series aan. Maar toch: als het je erom te doen is veel films en series te bekijken wanneer het jou uitkomt, dan ben je met Netflix veel voordeliger af.

Heb je een Netflix-abonnement, dan kun je bovendien overal kijken waar je een voldoende snelle internetaansluiting hebt: niet alleen op je tv maar ook op je smartphone, je tablet, je laptop of je desktop, zowel thuis als op verplaatsing.

Om thuis op tv te kijken zijn er verschillende mogelijkheden. De digitale tv-decoder van Proximus heeft tegenwoordig Netflix ingebouwd. Heb je geen Proximus-abonnement, dan heb je misschien een smart-tv of een recente blu-rayspeler waarop de Netflix-app beschikbaar is. Of als je dat ook niet hebt (zoals ik), dan biedt de Chromecast, waarover ik het in mijn vorige blogje al heb gehad, wellicht een oplossing.

Wil je het ook even proberen, dan mag je van Netflix een maand lang helemaal gratis kijken voordat je een abonnement neemt. Je hebt dus ruim de tijd om in het uitgebreide aanbod te neuzen om te zien of Netflix iets voor jou is. En duur is het absoluut niet, wanneer je bedenkt dat je een hele maand lang naar een ongelimiteerd aantal films en series kunt kijken voor minder dan wat tegenwoordig één bioscoopticket kost.

www.netflix.be

vrijdag 19 december 2014

Chromecast

Ik heb enkele weken geleden een Chromecast aan mijn tv gehangen. Een wat, zeg je? Een Chromecast: dat is de naam van een handig klein apparaatje dat door Google is ontwikkeld en waarmee je beeld en geluid vanaf je computer, je tablet of je smartphone naar je tv kunt streamen. En dat zonder gehannes met kabeltjes.

Zo kan ik nu bijvoorbeeld vanuit mijn luie zetel YouTube-filmpjes op mijn tv bekijken, of samen met mijn huisgenoten genieten van de foto’s en video’s die op mijn smartphone staan (maar dat laatste kan ook zonder de Chromecast, bijvoorbeeld via DLNA naar mijn Telenet-digicorder). Let wel: mijn tv is een simpele tv, geen smart-tv waar je apps op kunt installeren.

De Chromecast

De Chromecast is een klein toestelletje dat er een beetje uitziet als een grote memorystick met een HDMI-aansluiting. Je sluit het direct aan op een vrije HDMI-ingang op je tv-toestel. Voor de stroomvoorziening heb je twee mogelijkheden: via de meegeleverde netadapter of via de meegeleverde USB-kabel, die je in een vrije USB-aansluiting van je tv plugt. Dat laatste is natuurlijk het handigst: dan heb je geen extra stopcontact nodig en dan staat je Chromecast automatisch uit wanneer je tv uit (of in stand-by) staat.

Eenmaal aangesloten moet je het hebbedingetje nog installeren. Dat komt er gewoon op neer dat je het een naam geeft en dat je ermee inlogt op je wifi-netwerk. Dat installeren doe je via je computer, tablet of smartphone, want het toestel heeft natuurlijk geen toetsenbord, en er wordt ook geen afstandsbediening meegeleverd. Als afstandsbediening kun je je smartphone of tablet gebruiken.

Er zijn al heel wat apps die uitstekend met de Chromecast samenwerken, zoals bv. de YouTube-app en de Netflix-app. In dergelijke apps vind je een Chromecast-pictogrammetje. Als je erop tikt, wordt de content via de Chromecast naar je tv gestuurd (in het jargon: gecast). Je smartphone dient dan enkel nog als afstandsbediening, bv. om te stoppen, te pauzeren, opnieuw te starten of naar een andere video, foto of audio-track te gaan.

Gebruik je de Chrome-webbrowser op je computer, dan kun je de inhoud van je browser-venster naar je tv casten. En als je weet dat er tegenwoordig heel wat software is die in een browser draait (ook om filmpjes af te spelen), dan opent dat ongekende mogelijkheden. Het enige wat je moet doen is de Chromecast-extensie installeren in Chrome.

Een kleine selectie uit het aanbod van Chromecast-apps

Op de Chromecast-website vind je alvast een hele resem apps. Er komen steeds nieuwe apps bij, dus de mogelijkheden van de Chromecast blijven groeien.

Binnenkort zal ik het in een volgend blogje over Netflix hebben, een van de apps die je met de Chromecast kunt gebruiken.

www.chromecast.com

zondag 9 december 2012

Oh Myyy!

ohmyyyAls je, zoals ik, een Star Trek-fan bent, dan weet je ongetwijfeld wie George Takei is. Takei, een Amerikaans acteur met Japanse roots, verwierf eind de jaren ’60 bekendheid met zijn rol als Mr. Sulu in de originele Star Trek-reeks.

Takei is ondertussen 75, en zette amper twee jaar geleden zijn eerste stappen op sociaalnetwerksites: eerst Twitter, dan Facebook. Het mag dan ook een klein wonder heten dat hij vandaag de dag een van de meest invloedrijke persoonlijkheden op Facebook is. Jawel: zijn Facebookpagina heeft ondertussen al meer dan drie miljoen ‘likes’, en hij heeft een schare fans verzameld die bijzonder geëngageerd zijn.

Over dat alles heeft hij nu een boek geschreven: Oh Myyy! (een van Georges kenmerkende uitspraken), met als ondertitel: There goes the Internet! En wat meer is: George heeft, zoals het een echte digitale techneut beaamt, besloten om over te gaan tot self-publishing. Geen uitgever nodig, gewoon alles zelf doen, en uitbrengen als e-book. Nadeel is dat de lay-out er niet echt professioneel uitziet, maar een bijzonder groot voordeel is dat de auteur hierdoor de tijd tussen schrijven en publiceren drastisch heeft kunnen inkorten.

De voorverkoop ging al van start toen George nog volop bezig was met schrijven, en hij beloofde de eerste duizend intekenaars een extra hoofdstuk, exclusief voor hen. Maar hij zou het boek wel uitbrengen als een met een wachtwoord beveiligd pdf-bestand. Niet echt praktisch om te lezen op de e-reader, maar ik besloot toch om Oh Myyy! in voorverkoop aan te schaffen. Immers: ik ben een van die drie miljoen toegewijde fans van George, en ik was bijzonder benieuwd naar wat hij in zijn boek allemaal te vertellen had.

Ik heb er geen spijt van gekregen: van zodra ik de tijd had, ben ik meteen beginnen lezen, en twee dagen later had ik het boek al uit. Het was een kleine moeite om de pdf-encryptie er met een op het internet gevonden tooltje snel af te halen, zodat ik het bestand toch comfortabel op mijn Sony Reader kon lezen. (Don’t worry, George, I won’t illegally distribute your book.) Ondertussen is de officiële versie (zonder het extra hoofdstuk, weliswaar, want daar ben je nu te laat voor) beschikbaar voor de Kindle en de Nook.

Een absolute aanrader voor alle fans van George Takei, en voor iedereen die benieuwd is naar hoe je succesvol de sociale media bespeelt. Het boek is bijzonder vlot geschreven en is doorspekt met humor. Oh Myyy!

www.facebook.com/georgehtakei
www.theohmybook.com
twitter.com/GeorgeTakei

woensdag 26 augustus 2009

Bandwidth limit exceeded!

Wie mijn blog volgt of mijn berichten leest op de forums waarop ik actief ben, heeft wellicht gemerkt dat de afbeeldingen waarmee ik mijn posts pleeg op te fleuren, sedert 25 augustus vervangen zijn door dit onaantrekkelijke dingetje:

Ja, voor het hosten van de foto’s en andere afbeeldingen die ik in mijn blog- en forumposts gebruik, heb ik een Photobucket-account, en dat is wat er gebeurt wanneer je maandelijkse bandbreedte overschreden wordt.

Nochtans is de bandbreedte die je bij een gratis account krijgt, normaal gezien ruim voldoende: 10 gigabyte per maand. Kom ik wel mee toe, dacht ik. Nou, mooi niet dus.

Maar toch is het niet normaal. Zo veel afbeeldingen heb ik eigenlijk niet op Photobucket staan, en zo veel lezers heeft mijn blog nu ook weer niet. Er moest dus iets meer aan de hand zijn. En inderdaad: dankzij Photobuckets prima statistieken kon ik achterhalen dat een aantal van mijn afbeeldingen ingepikt waren door andere websites. Die sites gebruiken mijn fotootjes zonder ze eerst naar hun eigen webserver te kopiëren. Ze linken gewoon rechtstreeks naar mijn foto’s op Photobucket. Hotlinking heet dat, en het zorgt voor heel wat extra dataverkeer naar mijn Photobucket-account, zo blijkt. Met als gevolg dat de limiet van 10 GB nu dus bereikt is.

Photobucket stelt mij voor de keuze: ofwel upgraden naar een betalende ‘Pro’-account, ofwel geduldig afwachten tot het einde van de maand, dan wordt de teller terug op nul gezet. Ik kies uiteraard voor het laatste. Het einde van de maand is tenslotte niet meer zo ver weg, en ik ben niet van plan te betalen voor het dataverkeer van iemand anders.

Dankzij de Photobucket-statistieken kon ik het probleem lokaliseren tot één enkele afbeelding, die maar liefst 1.351.316 keer werd bekeken. Om problemen in de toekomst te vermijden, heb ik de betreffende afbeelding verplaatst. Zo krijgen die hotlinkers straks lekker een ‘file not found’-error en heb ik mijn Photobucket-account weer helemaal voor mezelf. Uiteraard zal ik van nu af aan de statistieken wat beter in het oog houden, zodat ik kan ingrijpen wanneer zich weer een gelijkaardig probleem dreigt voor te doen.

Dus nog even geduld mensen, vanaf 1 september zijn mijn fotootjes er weer.

www.photobucket.com

zondag 2 augustus 2009

Bye bye Soapbox

MSN Soapbox houdt ermee op. Dat liet Microsoft me onlangs per e-mail weten. Sinds enkele dagen kun je al geen filmpjes meer uploaden, en eind augustus valt het doek definitief over Microsofts videoservice.

Een paar jaar geleden heb ik Soapbox ontdekt en meteen een account aangemaakt, zodat ik mijn videofilmpjes online kon zetten. Ik verkoos toen Soapbox boven YouTube, omdat de videokwaliteit beduidend beter was.

Maar ondertussen heeft YouTube ook niet stilgezeten en is het nu mogelijk om hogekwaliteitsvideo’s online te zetten. En hoe je het ook draait of keert, YouTube is ontzettend populair, wat van MSN Soapbox niet gezegd kan worden.

Wie nieuwsgierig is naar mijn Soapbox-filmpjes, kan nog tot eind deze maand terecht op onderstaande URL. Daarna is ’t gedaan.

video.msn.com/?user=-8212976781885289387

dinsdag 23 juni 2009

Ik twitter, jij twittert ...

Het moest er vroeg of laat van komen: ik heb ook maar eens een Twitter-account aangemaakt. Ik weet niet precies wat mij ertoe aangezet heeft, maar het zal vermoedelijk een combinatie van factoren geweest zijn. Ik merk dat steeds meer mensen in mijn (virtuele) omgeving beginnen te twitteren, en op een aantal podcasts die ik beluister en blogs die ik volg verneem ik dat er tegenwoordig flink wat getwitterd wordt. Ik kan er dus niet meer omheen. Voortaan twitter ik ook.

Het eerste wat mij opviel waren de groene avatars. Ik ontdekte al snel wat de betekenis daarvan is: er loopt momenteel een campagne op Twitter om te laten zien dat je je steun betuigt aan de democratische protesten in Iran door je avatar een groene overlay of een groen lintje mee te geven. Groen is de officiële kleur van de protestbeweging. Ik heb me daar dus maar meteen bij aangesloten en zie er nu dus een beetje uit als de Hulk.

Ik heb natuurlijk nog geen goed idee wat ik allemaal ga twitteren of hoe vaak ik dat zal doen. Ik zal eerst maar eens de andere twitteraars wat in het oog houden om te zien hoe en wat er zo allemaal getwitterd wordt.

Jammer genoeg was ‘gebo’ al bezet, dus heb ik als gebruikersnaam maar weer ‘gebo007’ gekozen. (Goed geraden: ik ben ook een beetje een James Bond-fan.) Wie twittert er mee?

www.twitter.com/gebo007