Posts tonen met het label allerlei. Alle posts tonen
Posts tonen met het label allerlei. Alle posts tonen

woensdag 5 april 2023

Het einde van het optische schijfje

Gisteren hoorde ik op de radio dat steeds meer openbare bibliotheken, vaak met spijt in het hart, hun cd-afdeling sluiten. Het lijkt erop dat het einde van de compact disc nu definitief is ingezet, een proces dat al jaren aan de gang is. Zelf speel ik al jaren geen cd’tjes meer. Tegenwoordig downloaden we en streamen we onze muziek. Zelfs in de auto maken we amper nog gebruik van de glanzende schijfjes om naar onze favoriete deuntjes te luisteren.

Toen de compact disc in het begin van de jaren tachtig zijn intrede deed, zorgde de digitale muziekdrager voor een ware revolutie. Vóór die tijd luisterden we naar onze muziekverzameling via krakende en haperende vinylplaten of via bandopnemers en audiocassettes, waarbij het bandje niet zelden in het mechaniek vast kwam te zitten. De cd bracht een enorme verandering teweeg. Het schijfje moest niet meer halverwege worden omgedraaid (zoals platen en cassettes) en bood een superieure geluidskwaliteit, ook na talloze keren opnieuw afspelen.

Ik weet nog precies met welke twee albums mijn cd-collectie in 1984 begon: Hear the Light on Philips, een compilatie van klassieke muziek waarop om een of andere reden ook de Raiders of the Lost Ark March uit de eerste Indiana Jones-film stond, en Mamma, met Italiaanse klassiekers van Luciano Pavarotti. Mijn verzameling groeide snel aan, met voornamelijk klassieke muziek, filmsoundtracks en enkele synthesizer-albums. Ik had – en heb nog steeds – een uitgesproken voorkeur voor instrumentale muziek en kocht maar zelden iets van zangers. Uiteraard kwam er toen ook een gloednieuwe muziekinstallatie in huis, met een versterker en twee grote luidsprekers, waarmee het digitale geluid uitstekend tot zijn recht kwam. Wat een verschil met de eerder povere klanken die mijn draagbare cassetterecorder voortbracht!

De compact disc werd al snel niet enkel voor muziek gebruikt, maar kon ook andere digitale informatie bevatten: naast de audio-cd maakten we ook kennis met de cd-rom. Dat schijfje zag er precies hetzelfde uit, maar het bevatte software in plaats van muziek. Computers werden uitgerust met cd-lezers, en enige tijd later ook met cd-writers, zodat we onze eigen cd’s konden maken, zowel cd’s met muziek als cd’s met computerdata. De cd kreeg ook opvolgers, eerst in de vorm van de dvd (die voor opslag van video of computerdata gebruikt kon worden), later in de vorm van blu-ray (idem dito).

Net als de cd bracht de dvd een heuse revolutie teweeg. Vóór die tijd bekeken we films of tv-programma’s die opgenomen waren op een vhs-cassette, een soort oversizede audiocassette met videobeelden in lage resolutie en slechte kwaliteit (al hadden we dat toen blijkbaar niet door, want de tv-toestellen uit die tijd waren ook niet veel bijzonders). De kwaliteit van een film op dvd was stukken beter dan die van een film op vhs, dus dvd’s werden heel snel populair. Maar als je een dvd vergelijkt met de hogeresolutiebeelden van tegenwoordig (full HD, 4K of nog beter), dan zul je moeten toegeven dat de beeldkwaliteit van een dvd eigenlijk ondermaats is. Het verbaast me daarom dat er ook vandaag de dag nog zoveel dvd’s verkocht worden. Ik koop al jarenlang geen dvd’s meer. Als een film die ik écht wil zien niet te vinden is op een van de streamingdiensten, dan koop ik alsnog de blu-ray. Blu-rays hebben overigens vaak een toegevoegde waarde: niet zelden bevatten ze interessante extra’s die je niet via de streamingplatformen kunt bekijken.

Een tijdlang heb ik heel wat video’s gemonteerd die ik eerst op vhs, later op dvd bewaarde. Maar ook die tijd ligt ondertussen al jaren achter ons. Cd’s en dvd’s zijn echt niet meer van deze tijd. Ik bewaar nu mijn complete audiocollectie en al mijn video’s op externe harde schijven en usb-flashdrives. De muziek stream ik vanaf mijn thuisnetwerk naar mijn bluetoothspeaker en mijn video’s naar een van mijn tv-toestellen. Altijd de hele collectie bij de hand en geen gedoe meer met schijfjes. Voor in de auto heb ik een selectie van mijn muziekcollectie op een usb-stick gezet, dan moeten er tijdens het rijden ook geen cd’tjes meer gewisseld worden.

Wellicht ben ik heel ouderwets, want ik luister niet naar Spotify. Ik houd nog vast aan de idee van een persoonlijke muziekcollectie, weliswaar niet meer in de vorm van vinylplaten, audiocassettes of audio-cd’s, maar in de vorm van mp3-bestanden op mijn thuisnetwerk. Af en toe koop ik nog een muziekalbum, niet op cd maar als digitale download. Slechts héél uitzonderlijk zou ik nog wel eens een cd durven kopen, maar alleen wanneer het betreffende album niet als digitale download beschikbaar is. Die cd wordt dan meteen geript en verdwijnt vervolgens in een archiefdoos, zodat ik naar de mp3’tjes kan luisteren. De cd is passé, en de dvd zal weldra volgen.

dinsdag 26 juli 2022

Van GB naar UK

Het was me een poosje geleden al opgevallen dat ik geen auto’s meer zag met GB erop. GB staat natuurlijk voor Great Britain (of Groot-Brittannië), maar ik grapte altijd dat die auto’s met een sticker van mijn fanclub rondreden; de letters GB zijn namelijk ook mijn initialen.

Dat het United Kingdom (Verenigd Koninkrijk) als autokenletters GB gebruikte, was eigenlijk een beetje vreemd. Great Britain is immers niet de naam van het land, wel van het grootste eiland dat tot dat land behoort. Het was dus eigenlijk een beetje raar dat men als autokenletters niet gewoon UK had gekozen, dat lag immers veel meer voor de hand.

In het Latijn heet zoiets een pars pro toto: men gebruikt de naam van een deel om te verwijzen naar het grotere geheel waartoe het behoort.

Maar eind vorig jaar kwam daar blijkbaar verandering in. Voortaan gebruiken de Britten niet langer GB, maar UK als autokenletters. De kenletters UK zijn sinds 28 september 2021 verplicht voor Britse automobilisten die naar het buitenland reizen, en de wijziging kadert in een rebranding van het land na de Brexit.

Het Verenigd Koninkrijk zit best ingewikkeld in elkaar. Als je denkt dat België een ingewikkelde staatsstructuur heeft, dat is nog niets vergeleken met die van het Verenigd Koninkrijk! Het Verenigd Koninkrijk is namelijk, vreemd genoeg, een ‘land van landen’ (geen deelstaten, zoals de Duits Bundesländer, de states in de Verenigde Staten of de Gewesten in België, maar echte, volwaardige landen!). Vier landen zijn lid van het UK: Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland. Drie van die landen liggen op het hoofdeiland, dat de naam Groot-Brittannië draagt. Het vierde (Noord-Ierland) ligt op het noordoostelijke deel van het Ierse eiland. De rest van dat eiland wordt ingenomen door een andere onafhankelijke staat: de Ierse Republiek (Ierland), die volledig los staat van het UK.

Om het nog ingewikkelder te maken, worden de termen ‘Groot-Brittannië’ of ‘Brits’ vaak toch gebruikt wanneer men niet enkel het eiland, maar het hele Verenigde Koninkrijk bedoelt. Pars pro toto, weet je nog?

Groot-Brittannië is dus het hoofdeiland van een eilandengroep die samen de Britse Eilanden genoemd worden. Tot die eilandengroep behoren verder ook nog het eiland Man en de Kanaaleilanden (met de belastingparadijzen Jersey en Guernsey als de bekendste eilanden). Deze eilanden zijn Brits Kroonbezit, maar maken geen onderdeel uit van het Verenigd Koninkrijk en waren ook nooit lid van de Europese Unie.

Het staatshoofd van het Verenigd Koninkrijk is automatisch eveneens staatshoofd van de zogenaamde Commonwealth realms, een aantal onafhankelijke landen binnen het Gemenebest van Naties (voorheen het Britse Gemenebest genoemd). Zo is koningin Elizabeth II naast staatshoofd van het UK eveneens staatshoofd van maar liefst 15 andere landen, waaronder Australië, Nieuw-Zeeland, Jamaica, Canada en de Bahama’s. Vroeger was het Gemenebest nog veel uitgebreider en bevatte het ook landen als Ceylon, Ghana, India, Kenia, Mauritius, Pakistan en Zuid-Afrika. Al die landen hebben in de tweede helft van de vorige eeuw de Commonwealth verlaten.

Ach, ik zou nog bijna Gibraltar vergeten. Gibraltar, gelegen op het zuidpuntje van het Iberisch Schiereiland (onder Spanje) is een van de vele Britse overzeese gebieden, die onder de soevereiniteit van het UK vallen maar er geen deel van uitmaken. Andere overzeese gebieden zijn o.a. Bermuda, de Falklandeilanden, de Britse Maagdeneilanden en de Kaaimaneilanden.

Je merkt het: de invloed van de Britse Kroon strekt zich over de hele wereld uit, een gevolg van het agressieve kolonialiserings- en annexatiebeleid uit het verleden. De Britse vloot bevoer alle wereldzeeën en de Britten bezetten een groot aantal gebieden op alle continenten en in elke oceaan. Het Britse Rijk was het grootste imperium aller tijden. Op zijn hoogtepunt, kort na de Eerste Wereldoorlog, omvatte het met 458 miljoen inwoners – een kwart van de toenmalige wereldbevolking – en strekte het zich met zijn bijna 32 miljoen km² uit over ongeveer een kwart van het totale landoppervlak van onze planeet. Een van de gevolgen is dat de Engelse taal op heel veel plaatsen in de wereld gesproken of in ieder geval begrepen wordt.

De autokenletters van het Verenigd Koninkrijk mogen dan wel gewijzigd zijn naar UK, de ISO-landcode van het land blijft vooralsnog GB. Daar hebben mijn fans me tenminste nog niet in de steek gelaten... Nog niet, want de ISO-landkode UK, die momenteel aan geen enkel land toegewezen is, is alvast door het Verenigd Koninkrijk gereserveerd bij de International Organization for Standardization (ISO). Dus ook daar zit een wijziging er wellicht aan te komen.

donderdag 14 mei 2020

Alles online!

Ten gevolge van de COVID-19-crisis gebeurt er tegenwoordig heel wat online! We werken online, we studeren online, we kopen vaker online en we entertainen ons online. Dat deden we vroeger ook al, maar in veel mindere mate. Doordat we nu allemaal ‘in ons kot’ moeten blijven en zo weinig mogelijk mensen fysiek mogen ontmoeten, kunnen we niet anders.

Zelf ben ik natuurlijk al lang iemand die heel vaak het internet gebruikt, maar de laatste tijd is mijn internetgebruik en dat van mijn huisgenoten flink toegenomen. Naar de bios gaan kan voorlopig niet meer, maar ik kijk nu meer films op streamingplatforms. De cursussen die ik volg op de sterrenwacht waren aanvankelijk een tijdje opgeschort, maar werden daarna al snel online verdergezet.

Toen ik helemaal aan het begin van de coronacrisis een externe monitor nodig had voor mijn nieuwe laptop, heb ik die noodgedwongen online besteld in plaats van naar de winkel te gaan. Mijn dochter kan haar vrienden en vriendinnen niet meer ontmoeten, maar houdt nu geregeld met hen een videochat. Maar het internet kan natuurlijk niet alles vervangen. Zo kan ik nog altijd niet online naar de kapper, en dat begint nu toch wel stilaan nodig te worden... (Nog heel even geduld, vanaf volgende week kan het weer, maar ik heb pas een afspraak eind mei.)

Het online aanbod is ook groter geworden. Zo zal ik deze zomer wellicht online kunnen deelnemen aan een conferentie in New York, waar ik anders nooit naartoe gekund zou hebben. En er is ook extra gratis entertainment. Zo kon ik een tijdje geleden genieten van een voorstelling van Andrew Lloyd Webbers The Phantom of the Opera vanuit de Royal Albert Hall in Londen, en het National Theatre zette een voorstelling van Frankenstein online, met niemand minder dan Benedict Cumberbatch.

De internetproviders doen ook hun duit in het zakje. Omdat we nu met z’n allen noodgedwongen veel meer data verbruiken en meer bellen, geven ze extra belminuten en/of extra data cadeau. Zo hebben ze bij Telenet de ‘daluren’ flink uitgebreid.

Je ziet: ieder nadeel heb z’n voordeel, zoals een bekende Nederlander ooit zei. Die hele coronatoestand mag dan wel een flinke domper op al onze plannen zetten en onze vrijheden ernstig inperken, er zijn ook enkele positieve kantjes aan...

dinsdag 17 maart 2020

Carmina Corona

Normaal gezien had ik hier een verslagje willen plaatsen van mijn geplande bezoek aan de opvoering van Carmina Burana, die maandagavond in het Brugse Concertgebouw had moeten plaatsvinden. Carmina Burama is al sedert mijn jeugd een van mijn favoriete muziekstukken. Ik maakte voor het eerst kennis met dit meesterwerk van Carl Orff tijdens de muziekles op de middelbare school, en ik zag ernaar uit om nog eens een live opvoering te kunnen meemaken. Dat was al geleden van 2008.

Carmina Burana

Maar helaas, het coronavirus kwam roet in het eten gooien. Zoals jullie allemaal wel zullen weten, zijn alle culturele en andere evenementen afgelast en is zowat alles gesloten. Geen concerten meer, geen musicals, bioscopen dicht, bibliotheken dicht, musea gesloten, café’s, tearooms en restaurants dicht, niet meer gaan shoppen in het weekend en binnenkort zelfs niet meer naar de kapper. Ons geplande weekendje Disneyland Parijs, dat al een paar keer was uitgesteld vanwege de opeenvolgende weekendstormen in februari, konden we op onze buik schrijven, en ook de volkssterrenwacht waar ik lid van ben, heeft voorlopig alle activiteiten opgeschort.

Maar goed, uitstel is geen afstel. Ons Disneytripje verplaatsen we gewoon naar later dit jaar. Onze jaarpassen zullen langer geldig blijven om de coronasluiting te compenseren, heeft Disney ons laten weten. In afwachting zullen we niet doodgaan van de honger, en we zullen niets te kort komen, ook al denken heel wat hamsteraars blijkbaar van wel.

Thuisblijven is voor mij overigens geen straf. Het is geen groot geheim dat ik veel liever thuis zit met een goed boek en een glaasje wijn dan naar wilde (of saaie) feestjes te gaan. Ik heb hier een hele stapel ongelezen boeken liggen, waar ik nog wel even zoet mee ben. Ik zal de extra vrije tijd die de coronacrisis met zich brengt, nuttig gebruiken om die stapel wat te doen slinken. Wie zei ook alweer ‘ieder nadeel heb z’n voordeel’?

Carmina Burana is uitgesteld tot november, hebben de organisatoren me laten weten. Mijn ticket blijft gewoon geldig voor de nieuwe datum.

maandag 24 februari 2020

Met de nachttrein naar Wenen!

Sinds 20 januari kun je vanuit België weer met de nachttrein naar Wenen. Vroeger heb ik zelf meermaals met de nachttrein gespoord. Ik maakte voor het eerst kennis met deze manier van reizen toen we in het zesde leerjaar op sneeuwklas trokken naar Zwitserland. Ik vond het daar zo leuk, dat ik mijn ouders heb overgehaald om in de jaren die volgden enkele keren samen naar Zwitserland op vakantie te gaan, met de nachttrein natuurlijk. Later ben ik dan een aantal keer met de Oostende-Wien Express naar Wenen gereisd, voor de internationale jeugdwedstrijd machineschrijven die daar elk jaar werd gehouden.

Het reizen met de nachttrein beviel me wel. De slogan van de spoorwegen was toen: ‘Een nachtje sporen... duizend kilometer op twee oren!’ En gelijk hadden ze. ’s Nachts reizen heeft het grote voordeel dat je een dag wint! En je spaart een hotelovernachting uit, want voor de prijs van een treinticket krijg je niet enkel het vervoer, maar ook een overnachting met ontbijt aangeboden.

Ik vond het erg jammer toen de nachttrein eind 2003 werd afgeschaft. In Europa waren er wel nog nachttreinen, maar niet meer vanuit België, helaas.

Wie Wenen zegt, zegt Strauß!

Deels uit nostalgie hebben we enkele jaren geleden tóch nog eens met de nachttrein gereisd, zij het dan enkele reis. In de zomer van 2015 was ik met mijn gezin voor een congres in de Hongaarse hoofdstad Boedapest. We zochten naar een mogelijkheid om onze congrestrip te combineren met enkele dagen in Wenen. We zijn met het vliegtuig naar Boedapest gevlogen en hebben na het congres de terugreis per spoor afgelegd.

In Boedapest namen we de trein naar Wenen, een rit van drieënhalf uur met een comfortabele Oostenrijkse Rail Jet met wifi aan boord. Na enkele verkwikkende dagen in de Oostenrijkse hoofdstad namen we vanuit Wenen de nachttrein naar Keulen. Daar kwamen we ’s ochtends aan en hebben er nog een hele dag van de stad en van het mooie weer genoten, om dan ’s avonds met de hogesnelheidstrein naar Brussel te reizen en tenslotte met een ‘gewone’ IC-trein de laatste etappe naar huis af te leggen. Wat een avontuur was dat!

Mozartkugeln, een ven de vele geneugten die Wenen te bieden heeft
De reis per nachttrein biedt tegenwoordig heel wat meer comfort dan vroeger. Voor wie het goedkoop wil houden, zijn er weliswaar nog altijd zitplaatsen en slaapcoupés die je met zes personen moet delen, maar je kunt ook kiezen voor meer comfort in een ligwagen met coupés voor vier of twee personen, een comfortabele slaapwagen met een volwaardig bed voor één, twee of drie personen per coupé, of zelfs voor een luxe-coupé met douche en toilet. Uiteraard is er ook gedacht aan stopcontacten om je smartphone, tablet of laptop op te laden.

Sinds 20 januari kun je twee keer per week, op maandag en donderdag, vanuit Brussel naar Wenen. Een maand na de herinvoering van de nachttrein spreekt de ÖBB (Österreichische Bundesbahnen) van een groot succes, waardoor de frequentie later dit jaar van twee- naar driemaal per week zal worden opgetrokken. Voorlopig gebeurt de reis nog met ietwat oudere wagons, maar over afzienbare tijd worden de treinstellen vernieuwd.

In vergelijking met het vliegtuig ben je lang onderweg – zo’n 14 uur, enkele lange nachtelijke stops inbegrepen –, maar er zijn natuurlijk ook voordelen. Om te beginnen geen luchthavenstress, en je moet je geen zorgen maken over luchthaventransfers: met de nachttrein vertrek en arriveer je immers midden in de stad! Bovendien zorg je als treinreiziger voor aanzienlijk minder CO2-uitstoot dan als vliegtuigpassagier.

De NightJet

Vliegtuigtickets worden tegenwoordig kunstmatig goedkoop gehouden, en dat zorgt voor oneerlijke concurrentie tussen vlieg- en spoorverkeer. Zo moet je op een vliegtuigticket geen BTW betalen en wordt er ook geen belasting betaald op vliegtuigbrandstof, en dat terwijl die brandstof behoorlijk vervuilend is! Van zodra aan deze onrechtvaardige situatie een eind wordt gemaakt, zal de nachttrein – niet alleen voor een tripje naar Wenen, maar voor reizen binnen heel Europa – voor veel mensen beslist weer aantrekkelijker worden. Momenteel loopt bij Groen overigens een petitie die ervoor pleit om de trein weer de goedkoopste optie te maken voor reizen tot duizend kilometer.

Als we ooit nog eens naar Wenen willen – en die kans zit er dik in, want we zijn dol op Mozartkugeln en Sachertorte – zullen we de nachttrein zeker overwegen. De reis alleen al is een avontuur op zich!

donderdag 28 november 2019

TEDx Antwerp

De voorbije jaren was ik al enkele keren naar TEDx Ghent geweest; vorig weekend ben ik voor het eerst ook eens naar TEDx Antwerp gegaan. Onder de naam TEDx worden in beide steden (en op tal van plaatsen elders in de wereld) lokale evenementen georganiseerd in de huisstijl van TED. Iedereen die het internet gebruikt, heeft op zijn minst al een of meer TED-video’s gezien: inspirerende, boeiend gebrachte presentaties over een bijzonder breed gamma aan onderwerpen.

Op de website van het TED-evenement in Antwerpen stonden wel korte bio’s van de 14 sprekers, maar er stond niet bij waarover ze zouden spreken. Voor het talrijk opgekomen publiek was het dus een beetje een verrassing, maar één ding stond wel op voorhand vast: waarover het ook zou gaan, het zouden interessante en boeiende verhalen worden, daar kon je zeker van zijn. Want dat is het keurmerk van TED: de sprekers hebben allemaal iets te vertellen dat de moeite waard is, en ze worden gecoacht om het op een vlotte manier te brengen.

Als er ergens in Vlaanderen een TED-evenement georganiseerd wordt en ik ben die dag toevallig vrij, dan is de kans erg groot dat je mij daar kunt aantreffen.

www.ted.com
tedxantwerp.be

maandag 29 april 2019

Nacht van de Magie

Op 20 april vond in het Brugse concertgebouw De Nacht van de Magie plaats, een avond vol magisch entertainment, waarbij meerdere nationale en internationale artiesten het publiek kwamen verbazen met hun wonderlijke kunsten.

Op de affiche stonden het duo Kurt Demey & Stefan Paridaen, Matt Johnson, Jamie Allan, Gili en Patrick Pickart. De acts werden aaneengepraat door stand-upcomédienne Soe Nsuki.

Ik kende ze niet allemaal. Kurt Demey en Stefan Paridaen bijvoorbeeld. Zij blijken bekend te zijn van Belgium’s Got Talent, een programma waar ik niet naar kijk omdat ik meer een film-, serie- en documentairekijker ben. Jamie Allan is vooral bekend van de Britse tv en hem kende ik dus ook niet. Maar Gili ken ik natuurlijk wel, en ook van Patrick Pickart heb ik al eens gehoord.

Matt Johnson kende ik persoonlijk niet, maar mijn vrouw en dochter waren hem de week voordien toevallig tegen het lijf gelopen in Disneyland Parijs en hadden zelfs een praatje met de man gemaakt, al hadden ze zich toen niet gerealiseerd wie hij was (al kwam hij hen niet helemaal onbekend voor). Johnson vond ik overigens de beste entertainer van de avond. Hij is een Canadees die wereldwijd bekend geworden is met Britain’s Got Talent.

Voor zijn eerste act liet Johnson zich inspireren door niemand minder dan Harry Houdini, de Hongaarse boeienkoning die honderd jaar geleden iedereen met verstomming sloeg met zijn ontsnappingskunsten. Johnson laat zich geboeid opsluiten in een met water gevuld aquarium, en moet zichzelf zien te bevrijden voordat hij zonder adem komt te zitten.

De Nacht van de Magie

Jamie Allan kreeg de bijnaam ‘iMagician’, en ik vermoed dat hij gesponsord wordt door Apple. In zijn acts maakt hij veelvuldig gebruik van iPads, en wanneer hij een vrijwilliger uit het publiek vraagt, wil hij nadrukkelijk iemand met een iPhone op het podium hebben. (Wellicht zijn Android-bezitters minder gemakkelijk om de tuin te leiden, wie weet...)

Over Gili heb ik eerder al op deze blog gepost, al is dat ondertussen alweer acht jaar geleden. Gili is een mentalist: iemand die de indruk wekt dat hij gedachten kan lezen of de gedachten van anderen op niet voor de hand liggende manieren kan beïnvloeden. Gili trekt al jaren volle zalen in Vlaanderen en Nederland, en was onlangs ook nog in Parijs te gast.

Kurt Demey en Stefan Paridaen verzinnen hun acts zelf, waardoor ze dingen kunnen laten zien die we nog nergens anders gezien hebben. Zo zorgen ze voor een frisse kijk op mentalisme.

Patrick Pickart (neen, geen familie van Jean-Luc Picard, ik heb het nagevraagd) voert een hypnose-act op. Hij begint met een summiere uitleg van wat hypnose is, en laat heel de zaal meedoen wanneer hij vervolgens enkele simpele hypnotische suggesties formuleert. Bij de meeste mensen heeft het geen of weinig effect, maar enkelen gaan er helemaal in op. Op die manier selecteert hij die mensen, die bijzonder gevoelig zijn voor hypnose. Zij mogen op het podium komen voor het interessantere werk.

Miche en Annelies bij Patrick Pickart

Eén van de leuke trucjes die hij uithaalt, is iemand het cijfer vier laten vergeten. Wanneer hij de betreffende persoon, die op dat moment alles heel bewust ervaart, vraagt om de vingers van haar hand te tellen, slaat ze de vier over en eindigt ze tot haar grote verbazing bij elf in plaats van bij tien vingers. Merkwaardig en grappig. Een volgende stunt gaat nog iets verder: een andere deelneemster wordt zo stijf als een plank en blijft schijnbaar moeiteloos horizontaal op twee steunen liggen, met enkel de nek en de voeten ondersteund. Het zijn de klassieke dingen die we van toneelhypnotiseurs kennen, maar het blijft indrukwekkend.

Na de voorstelling namen de artiesten in de lobby van het concertgebouw uitgebreid de tijd voor een meet-and-greet met de fans. Het was een boeiende en magische avond!

www.denachtvandemagie.be
youtu.be/7bohcuxhqgo

dinsdag 19 juni 2018

Zoute Air Trophy 2018

Afgelopen weekend vond op het strand van Knokke-Heist een uniek spektakel plaats: de Zoute Air Trophy, een STOL-wedstrijd waar meer dan honderd piloten aan deelnamen. STOL staat voor Short Take Off and Landing. Daarbij komt het erop aan om bij het opstijgen en landen een zo kort mogelijke afstand te gebruiken. Wat dit STOL-event uniek maakte, is dat dit het eerste ter wereld was dat op een strand werd georganiseerd.

Weinigen zullen weten dat Knokke tot de jaren zestig van de vorige eeuw over een bescheiden vliegveld beschikte, naast het huidige Zwin Natuur Park, vanwaar zelfs internationale lijnvluchten vertrokken (naar Calais, Dover en Rotterdam). Sinds 2004 beschikt Knokke-Heist over een moderne helihaven.

Van 14 tot en met 17 juni werd in Knokke-Heist een tijdelijke internationale luchthaven (inclusief controletoren en grondpersoneel) aangelegd op het strand voor het casino. Het strand is daar behoorlijk breed, maar in de praktijk kon de 600 meter lange start- en landingsbaan enkel bij laagtij gebruikt worden.

Deze eerste editie van de Zoute Air Trophy was een STOL-competitie voor vintage dubbeldekkers en bushvliegtuigjes, kleine toestellen die geen grote luchthaven nodig hebben en waarmee een beperkte hoeveelheid materiaal en passagiers naar afgelegen plaatsen gevlogen kan worden. Er deden zowel moderne vliegtuigen als vintage toestellen uit de jaren 20 en 30 mee.

STOL-wedstrijden op zich zijn niets nieuws in bijvoorbeeld de USA of het Verenigd Koninkrijk. De deelnemers worden uitgedaagd om hun vliegtuigen op een zo kort mogelijke afstand te laten landen en weer op te stijgen. Het unieke aan dit evenement, het eerste in België, was dat zoiets nog nooit eerder op een strand plaatsvond. Je leest het goed: Knokke-Heist kreeg de primeur van ’s werelds allereerste STOL-competitie op een strand! Doorgaans worden bij STOL-competities betonstroken of grasvelden als start- en landingsbaan gebruikt.

De organisatie van zo’n evenement heeft nogal wat voeten in de aarde (ondanks het feit dat de actie zich voornamelijk in de lucht afspeelt). Het Albertstrand werd gedurende vier dagen immers een officiële, legale, internationale luchthaven. Dat betekent dat er grenswachters (politie- en douanepersoneel) op het strand patrouilleerden voor aankomsten uit en vertrekken naar niet-Shengen-bestemmingen. Daardoor konden vliegtuigen rechtstreeks uit bijvoorbeeld IJsland of het Verenigd Koninkrijk invliegen.

Het succes van een dergelijk gebeuren is grotendeels afhankelijk van het weer. Dat viel op dag 1 een beetje tegen, omdat er te veel wind stond. Aan de kust is die kans doorgaans sowieso groter dan in de rest van het land.

Op de tweede dag was het ’s avonds bij laagtij wél ideaal weer. Ik heb toen heel wat foto’s en een korte video gemaakt van de opstijgende en landende vliegtuigjes. Mijn foto’s vind je op Google Photos, mijn filmpje op YouTube.

De piloten zijn geen beginnelingen. Om een preciesielanding op het strand uit te voeren, met houten paaltjes, golfbrekers en de VIP-tent als absoluut te vermijden obstakels, moet je al heel wat vlieguren (en landingen!) op je palmares hebben staan. Zowel voor het publiek als voor de piloten levert het een unieke ervaring op. De strafste piloten landen en vertrekken weer in minder dan honderd meter. Op de Facebook-pagina van het evenement zag ik ondertussen al een filmpje dat tijdens een landing vanuit de cockpit van een van de toestellen was gemaakt.

In het nabijgelegen casino was een tijdelijke expo te bezichtigen: een Aviation Art Show met schilderijen en foto’s van vliegtuigen. Daar stond voor de gelegenheid ook een Batwing opgesteld (een replica gebouwd door het VTI van Deinze) en je kon er aan de slag met flight simulator-software.

Niet alles liep helemaal volgens plan, maar uit deze eerste editie hebben de organisatoren veel kunnen leren. De piste voor een vervolgeditie ligt open. Het zou mooi zijn als we hier voortaan vaker van zouden kunnen genieten. Bij deze eerste Zoute Air Trophy kwam er ook minder publiek opdagen dan verwacht, maar dat ligt wellicht aan het feit dat er erg weinig promotie voor gemaakt is. Heel wat mensen met wie ik erover sprak, bleken niet op de hoogte. De toeschouwers die er wél waren (en die wat geduld konden opbrengen) werden in ieder geval op heel wat spektakel getrakteerd.

photos.app.goo.gl/ZgqHt2hDo27Z6wus6
www.facebook.com/airtrophy
www.zouteairtrophy.com
youtu.be/AVRSn-U3Tac

woensdag 14 maart 2018

Stephen Hawking

Vanmorgen werd ik wakker met het nieuws dat Stephen Hawking overleden was. Meteen realiseerde ik me dat het vandaag 14 maart is, een datum die voor fysicanerds als ik sowieso al een speciale betekenis heeft (pi-dag en de geboortedag van Einstein), en die vanaf nu dus ook herinnerd zal worden als de sterfdag van Hawking.

Hawking – niet Hawkings of Hawkins, zoals je wel eens in de krant leest – was ongetwijfeld een van de briljantste geleerden van onze tijd, en wellicht ook de bekendste, door het feit dat hij een zeldzame vorm van ALS (amyotrofe laterale sclerose) had en daardoor jarenlang aan zijn hi-tech rolstoel gekluisterd zat. Door de ziekte was hij verlamd en verloor hij ook de mogelijkheid om te spreken. Maar iedereen herkent ongetwijfeld onmiddellijk de karakteristieke computerstem die hij ervoor in de plaats kreeg. Wat Hawking in ieder geval niet verloor, is zijn uitstekend gevoel voor humor, en hij verleende graag zijn medewerking aan populaire tv-series voor geeks en nerds, zoals Star Trek: The Next Generation, The Simpsons en The Big Bang Theory.

Dat hij 76 geworden is, mag een klein mirakel heten. In 1963 – Hawking was toen 21 – kreeg hij van zijn dokters te horen dat hij nog hooguit twee jaar te leven had. Die dokters zaten er meer dan 50 jaar naast met hun voorspelling. Dat komt doordat de vorm van ALS waaraan Hawking leed, erg atypisch was. De levensverwachting van ALS-patiënten is doorgaans veel korter.

Zijn droom om ooit een ruimtereis te maken – met Richard Bransons Virgin Galactic – is helaas niet uitgekomen, maar Hawking kreeg wel al een voorproefje toen hij in 2009 mee mocht met een zero-G-vlucht.

De wereld heeft vandaag een groot denker verloren, die onze kijk op het universum enorm heeft verbreed, en ik zal Hawking erg missen. Tijd om binnenkort A Brief History of Time en The Universe in a Nutshell nog eens te herlezen en The Theory of Everything nog eens te herbekijken...

www.youtube.com/watch?v=jhCPincElC4

zaterdag 30 december 2017

Het Zwin

Afgelopen zomer hebben we nog eens een uitstapje gemaakt naar het provinciaal natuurpark het Zwin in Knokke-Heist, helemaal tegen de Nederlandse grens. Dat was alweer een hele tijd geleden, en sedertdien heeft het Zwin een behoorlijke metamorfose ondergaan.

Vroeger kwam je binnen via het vogelpark: een mini-dierentuin waar heel wat inheemse vogels opgesloten zaten in kooien. Dat is nu allemaal verleden tijd. Alle oude kooien, dierenverblijven en andere gebouwen (inclusief de voormalige koninklijke villa, die een tijd lang als restaurant dienst deed) zijn weg en hebben plaats gemaakt voor een modern bezoekerscentrum en veel groen, waterpartijen, wandelpaden en observatieposten vanwaar je de dieren nu in hun natuurlijke omgeving kunt bestuderen.

Lamsoor (Limonium vulgare) in Het Zwin

Naast het voormalige vogelpark was er dan ook nog de Zwinvlakte, een uniek slikke- en schorregebied. Dat beschermd natuurgebied is grotendeels onveranderd gebleven, maar er zijn ondertussen wel uitbreidingswerken uitgevoerd en ook in de komende jaren wordt nog aan verdere uitbreiding gewerkt.

Vorig jaar, op 10 juni 2016, werd het voormalige Zwin na heel wat werkzaamheden officieel heropend onder zijn nieuwe naam: het Zwin Natuur Park. Het wordt nu gezamenlijk beheerd door zijn nieuwe eigenaars, de Provincie West-Vlaanderen en het Agentschap Natuur en Bos van het Vlaamse Gewest. Vroeger waren het park en de vlakte eigendom van de Compagnie Het Zoute.

De voormalig burgemeester van Knokke, graaf Léon Lippens (vader van de huidige burgemeester), was een groot natuurliefhebber en ornitholoog, en stichtte in 1952 het natuurreservaat Het Zwin. Het was het allereerste natuurreservaat in België.

‘Zwin’ is niet alleen de naam van het park en het natuurgebied, maar ook van de waterloop waaraan het natuurgebied zijn ontstaan te danken heeft. De Zwinvlakte is niet alleen bekend omdat het een uniek vogelbroedgebied is, maar ook omwille van het bijzondere (en beschermde) plantje dat er groeit: de zogenaamde lamsoor (Limonium vulgare), in de volksmond ook zwinneblomme genoemd. In de zomer geeft de zwinneblomme de vlakte aan paarse schijn.

www.zwin.be
zwininverandering.eu

maandag 24 april 2017

Chriet

Vanmorgen hoorde ik op de radio dat Chriet Titulaer overleden was. De correcte uitspraak van zijn voornaam is ‘Kriet’. Een beetje een speciale naam voor een speciale man. Als je net als ik in de jaren ’70 en ’80 naar de Nederlandse televisie keek, dan heb je ’m vast nog gezien. Hij had ook een speciale stem. Een rustige, bedaarde, ietwat hese stem met een onmiskenbaar Limburgs accent. En hij had een opvallende tuinkabouterbaard (vanaf de bakkebaarden helemaal onder de kin door, zonder snor).

Chriet Titulaer

Ik heb heel veel van Chriet geleerd. Ik heb hem leren kennen via zijn populair-wetenschappelijke programma’s op tv. Zijn rechtstreekse verslaggeving bij de eerste maanlanding in 1969 herinner ik me niet meer, daarvoor was ik nog te jong en bovendien zaten we toen wellicht naar de Belgische tv te kijken. (Ik mocht gelukkig wel opblijven voor die eerste maanlanding!) Maar zijn werk als presentator, eerst bij Teleac en later bij TROS Wondere Wereld, zie ik nog zo voor me. Ik heb natuurlijk ook enkele boeken van Chriet: onder andere Het Grote Planetenboek, De Mens en het Heelal en De Mens en het Weer.

Een ander project van hem was het Huis van de Toekomst, dat in 1989 werd geopend in het Autotron in Rosmalen. Enkele jaren later hebben we dat huis bezocht. Het zat vol met slimme technologie en gaf de bezoeker een voorsmaakje van hoe we in de nabije toekomst zouden kunnen wonen en leven. Heel wat van Chriets voorspellingen uit de jaren tachtig zijn ondertussen werkelijkheid geworden, zoals glasvezelcommunicatie op grote schaal, themakanalen op tv, telewinkelen, beeldtelefoons en interactieve digitale encyclopedieën. Maar met zijn voorspelling dat velen van ons tegen het jaar 2000 met een computerchip in onze hersenen zouden rondlopen, zat hij er toch een klein beetje naast.

Het Grote PlanetenboekEn dan werd het een beetje stil rond Chriet. Hij kwam niet meer op tv, en op het internet was hij nergens te bespeuren. Dat vond ik een beetje vreemd. Waarom had de man, die in de ban was van wetenschap en technologische innovaties en ervan hield zijn kennis daarover op een begrijpbare manier met een zo groot mogelijk publiek te delen, geen eigen website? Waarom heeft hij geen Facebookpagina en geen Twitter-account? Waarom had hij geen tv-programma meer of werd hij niet uitgenodigd in talkshows?

Het antwoord op die vragen is jammer genoeg zijn wankele gezondheid. Hij leed aan diabetes en kreeg in 1999 een herseninfarct. Sedertdien was hij slecht ter been en had concentratieproblemen. Zijn laatste jaren bracht hij door in een verzorgingshuis.

Dank je wel, Chriet, voor alle mooie tv-momenten, interessante weetjes en leerrijke, mooi geïllustreerde boeken! Ik heb er heel wat van opgestoken!

Ik wil besluiten met een vrolijke noot: dit grappige beeldfragmentje uit 1985 waarin Chriet Titulaer demonstreert hoe je vanop je fiets mobiel kunt bellen (of je op die manier ook veilig de weg op kunt, laat ik even in het midden):

youtu.be/01A6gx7UZ4o

dinsdag 18 april 2017

Hard Rock Cafe Antwerp

Na twintig jaar is er weer een Hard Rock Cafe in Antwerpen. De vorige (de eerste in België) sloot in 1997 de deuren. Vanaf 2012 had België terug een Hard Rock Cafe op de Grote Markt in Brussel, en sedert vorige maand kunnen de liefhebbers dus ook weer op de Antwerpse Groenplaats terecht.

Wereldreizigers kennen het Hard Rock Cafe natuurlijk. In zowat iedere stad van betekenis vind je er een. De keten heeft meer dan 200 restaurants verspreid over de hele wereld, en ook enkele hotels en casino’s.

Hard Rock Cafe Antwerp

De restaurants zijn gethematiseerd, er worden muziekvideo’s afgespeeld en de muren zijn bekleed met rock-’n-roll-memorabilia. Niet dat we grote fans zijn van rock-’n-roll, maar we vinden het eten hier wel lekker. De luide muziek moeten we erbij nemen, maar dat valt al bij al wel mee. In Antwerpen stond de muziek in elk geval niet té hard. De memorabilia aan de muren hebben in de Antwerpse vestiging overigens bijna allemaal iets met diamanten te maken, omdat Antwerpen nu eenmaal het hart van de wereldwijde diamantindustrie is.

Twee jaar geleden hebben we deze internationale keten leren kennen in Boedapest, en sindsdien bezochten we ook al de Hard Rock Cafe’s van Wenen, Keulen, Brussel en Londen. Het Hard Rock Cafe in Londen, bij Hyde Park Corner, is het eerste en oudste ter wereld en werd geopend in 1971. Vroeger wisten we uiteraard al van het bestaan van de keten af, maar we waren nooit eerder in een Hard Rock Cafe binnen geweest.

We maken ook dankbaar gebruik van het Hard Rock Rewards-programma: met een unieke code op je kassabon kun je online rewards verzamelen, zoals een flinke korting bij een volgend bezoek, of priority seating.

Van dat laatste hebben we in Antwerpen dankbaar gebruik gemaakt. Hard Rock Cafe’s worden over het algemeen druk bezocht, en het is dan ook niet ongebruikelijk dat je rond etenstijd een half uur tot een uur moet wachten alvorens er een tafeltje beschikbaar is. Je krijgt dan een buzzer, waarmee je opgeroepen wordt wanneer je tafel vrij is. Ondertussen kun je alvast een cocktail drinken aan de bar of even rondkijken in de Hard Rock Shop. Het gezin dat net vóór ons naar binnen ging, kreeg te horen dat de wachttijd een uurtje was. Met onze priority seating coupon (met de tekst ‘Real rock stars don’t wait in lines...’) kregen we echter ogenblikkelijk een tafeltje aangeboden. Toch wel meegenomen als je grote honger hebt. Blijkbaar houden ze altijd een of twee tafeltjes vrij voor hoge gasten als wij...

Het personeel in deze nieuwe vestiging is – net zoals in de andere Hard Rock Cafe’s trouwens – erg vriendelijk, de bediening is zoals het moet zijn en het eten is bijzonder lekker. Als we nog eens in Antwerpen zijn, is de kans erg groot dat we hier terugkomen. Over enkele maanden hopen we het Hard Rock Cafe van Berlijn aan ons lijstje te kunnen toevoegen.

www.hardrock.com/cafes/antwerp

donderdag 17 november 2016

De IJ

Na meer dan een half leven twijfelen hoe het nu precies moest, ben ik er inmiddels al een tijdje achter dat je woorden als IJslander en IJzer wel degelijk met twee hoofdletters moet schrijven. De reden dat ik daar zo lang over heb moeten nadenken, is dat dat op het eerste zicht tegen alle logica in gaat. Op school hebben we immers duidelijke regels voor het gebruik van hoofdletters geleerd, en ze hebben ons nooit verteld dat je bij sommige woorden niet enkel de eerste, maar ook de tweede letter als hoofdletter moest schrijven.

Ik ben er dus lang van overtuigd geweest dat je Ijslander en Ijzer moest schrijven – dus met een hoofdletter I gevolgd door een kleine letter j – en als verwoed kruiswoordpuzzelaar ergerde ik me er ook steevast aan dat je in de meeste kruiswoordraadsels de IJ in één vakje moest proppen, ondanks het feit dat het wel degelijk om twee aparte letters gaat.

Er zijn nog meer zaken waar ik me aan erger. Dat mensen de IJ en de Y met elkaar verwarren, bijvoorbeeld. Dat wiskundedocenten het steeds over ‘x en ij’ hebben wanneer ze het over ‘x en ypsilon’ (of ‘x en i-grec’) zouden moeten hebben. En erger nog: dat woorden die met IJ beginnen – zoals IJslander – in sommige woordenlijsten onder de Y gealfabetiseerd worden in plaats van onder de I.

Maar ondertussen weet ik precies hoe het zit met die IJ. Of dat denk ik toch.

In het Nederlands is de ij namelijk een digraaf en een ligatuur. Digraaf is gewoon een ander woord voor tweeklank. Een ligatuur is een typografisch begrip waarbij een teken samengesteld is uit twee of meer letters.

Een bekende ligatuur is bijvoorbeeld de œ in het Frans, die samengesteld is uit een o en een e. Je vindt deze ligatuur terug in Franse woorden als sœur, œuvre en œuf. Dat laatste woord schrijf je aan het begin van de zin als Œuf. Zie je al waar dit naartoe gaat? Begint Œuf nu met twee hoofdletters in plaats van één? Neen, helemaal niet! Aan het begin van Œuf staat één hoofdletter, namelijk de Œ, een ligatuur die samengesteld is uit een O en een E.

Net als de O en de E in Œ vormen ook de I en de J in IJ een ligatuur, met dat verschil dat de I en de J hier niet tegen elkaar aan kleven en je dus nog steeds de samenstellende letters apart kunt onderscheiden. Maar omdat het om een ligatuur gaat, wordt ij dus IJ (en niet Ij) aan het begin van een zin of aan het begin van een eigennaam.

De IJ en de ij zijn ook als één teken (glyph) opgenomen in de Unicode-standaard. Unicode is een internationale standaard waarin zo goed als alle bestaande tekens uit bijna alle talen ter wereld een plaatsje hebben gekregen. Computers maken gebruik van Unicode om al die tekens op te slaan en weer te geven. De Unicode voor de IJ is U+0132, voor de ij U+0133. Maar die codes worden uiterst zelden gebruikt. Wanneer je echter Unicode U+0133 gebruikt voor de ij, dan zal de computer wel correct ‘ijzer’ veranderen naar ‘IJzer’ wanneer je hem vraagt om het woord met een hoofdletter te laten beginnen (een functie die in het Engels ‘capitalize’ heet).

Wanneer je de IJ als één teken beschouwt (en dus Unicode U+0132 gebruikt in plaats van twee aparte letters I + J), dan heeft dat nog meer gevolgen. Wanneer je een woord aanspatieert (d.w.z. wanneer je meer ruimte tussen de letters plaatst), dan krijg je bijvoorbeeld dit:

V R IJ D A G (in plaats van V R I J D A G)

Of als je de letters onder elkaar plaatst, zoals in een kruiswoordpuzzel, dan krijg je dit:

V
R
IJ
D
A
G

In de meeste lettertypen zul je geen of nauwelijks verschil zien tussen de ligatuur-IJ en de aparte letters I + J, maar in sommige lettertypen is dat verschil wél duidelijk. In het lettertype Familiar Pro bijvoorbeeld wordt de I een flink stuk korter en wordt hij als het ware in de J geschoven. Het geheel lijkt dan sterk op een hoofletter U met een stukje eruit.

In Nederland is het gebruik van de ij als ligatuur veel meer ingeburgerd dan in Vlaanderen (al zijn natuurlijk lang niet alle Nederlanders zich daarvan bewust). Nederlanders schrijven dus vaker ‘IJzer’, Vlamingen vaker ‘Ijzer’. Vóór de invoering van de personal computer hadden Nederlandse schrijfmachines vaak een aparte toets waarop de ij als één teken stond, maar merkwaardig genoeg kon met die toets alleen de kleine letter ij getypt worden, niet de hoofdletter IJ (zie foto aan het begin van dit artikel).

Tot slot nog dit: de IJ mag alleen een ligatuur worden wanneer het om de digraaf (tweeklank) gaat. In het Nederlands is dat het geval bij de meeste woorden met een IJ, maar niet altijd. Een tegenvoorbeeld is een uit het Frans afkomstig woord als bijouterie. Hier gaat het niet om de digraaf ij, met andere woorden: de i en de j vormen in dat woord geen tweeklank en horen daarom niet bij elkaar. Ze behoren immers tot twee verschillende lettergrepen: bi-jou-te-rie.

Samengevat: voortaan schrijf ik woorden als IJsland en en IJzer met twee hoofdletters, en ik voel me daar niet langer ongemakkelijk bij.

Meer over de ij vind je op onderstaande links naar Wikipedia, het Genootschap Onze Taal en de website van Ruud Harmsen. Je leest er onder andere waarom het soms toch zin heeft om woorden met een IJ in alfabetische lijsten onder de Y te sorteren.

nl.wikipedia.org
onzetaal.nl
rudhar.com

zaterdag 1 oktober 2016

Waar zijn ze?

Waar zijn ze? was de nieuwsgierig makende titel van het colloquium dat Skepp vorig weekend in samenwerking met de VVS organiseerde in Brussel. Skepp staat voor Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudo-wetenschap en het Paranormale, de VVS is de Vereniging voor Sterrenkunde. De ‘ze’ uit de titel verwijst naar buitenaardse levende wezens, al dan niet van het intelligente soort. Het betrof een kritisch wetenschappelijk colloquium over de zin en onzin rond buitenaards leven, met boeiende sprekers als Johan Braeckman, Anne-Marie Lambeir, Christoffel Waelkens, Jan Cami, Tim Trachet en Paul De Belder.

Kleine groene mannetjes

Vroeger (en dan heb ik het over pakweg een halve eeuw geleden) werd je als wetenschapper nog min of meer voor gek versleten als je het over buitenaards leven durfde te hebben, maar hoewel het bewijs ervoor nog steeds niet is geleverd, houdt de wetenschap tegenwoordig ernstig rekening met het bestaan van leven elders in het heelal. Het heelal is nu eenmaal zo ontzettend groot, dat het wel heel erg onwaarschijnlijk is dat de Aarde de enige plek zou zijn waar leven is ontstaan. Bovendien – maar dat is geen wetenschappelijk argument – zou het een enorme verspilling van ruimte zijn.

Daar komt bij dat er plaatsen bij de vleet zijn waar leven zich zou kunnen ontwikkelen. De laatste jaren zijn er – vooral dankzij de Kepler-ruimtetelescoop – al meer dan duizend exoplaneten (planeten bij andere sterren) ontdekt, en een aantal daarvan zijn naar alle waarschijnlijkheid geschikt voor leven. En dan heeft Kepler nog maar een heel klein stukje van de hemel afgespeurd. Je begrijpt het: het aantal planeten in het universum moet een enorm groot getal zijn.

De oudste sporen van leven op Aarde dateren van relatief kort na het ontstaan van onze planeet, wat erop kan wijzen dat, wanneer de omstandigheden eenmaal gunstig zijn, leven zich vrij snel kan ontwikkelen, wat dan weer impliceert dat het heelal vol leven zou kunnen zitten. Intelligent leven is echter andere koek. Als je de geschiedenis van het leven op Aarde bekijkt, dan stel je vast dat de komst van de mens eigenlijk pas vrij recent heeft plaatsgevonden. En dat zou erop kunnen wijzen dat intelligent leven eerder zeldzaam is.

Maar eigenlijk kunnen we daar allemaal niet veel over zeggen, want we hebben tot nu toe maar één voorbeeld van een plek waar leven is in het heelal, namelijk onze Aarde. Uit slechts één voorbeeld kun je geen veralgemeende conclusies trekken.

Als we zeker willen zijn dat er elders in de ruimte leven of intelligent leven is, dan zullen we er dus naar op zoek moeten gaan. Telescopen als Kepler kunnen ons vertellen waar er exoplaneten zitten, en een volgende generatie nog krachtiger instrumenten zal ons in staat stellen om de atmosferen van die planeten te onderzoeken. Daaruit zullen we dan misschien met veel meer zekerheid uitspraken kunnen doen over de aan- of afwezigheid van leven op die planeten.

Naar intelligent leven wordt al decennia lang gespeurd via het SETI-project (Search for Extra-Terrestrial Intelligence), dat radiosignalen uit de ruimte analyseert in de hoop om signalen te vinden die geen natuurlijke oorsprong kunnen hebben en dus van intelligente wezens afkomstig moeten zijn. Ook die technieken worden alsmaar veelbelovender.

Als er elders leven is, dan wordt de kans met de dag groter dat we het vinden. Maar we zullen nog even geduld moeten hebben. We hebben immers nog maar een piepklein deeltje van het ons omringende melkwegstelsel afgespeurd…

skepp.be
www.vvs.be

zondag 21 augustus 2016

Internationaal Vuurwerkfestival

Het Internationaal Vuurwerkfestival van Knokke-Heist is al jarenlang een verplicht en gesmaakt onderdeel van het toeristische zomerseizoen. Ondanks de minder gunstige weersvoorspellingen (met als gevolg veel minder volk dan op andere avonden), bleek het vrijdagavond uiteindelijk toch nog ideaal vuurwerkweer. Rond negen uur viel de laatste regen, en daarna bleef het de hele avond droog en nog steeds aangenaam warm. Vóór het vuurwerk van start ging, hadden we nog mooi de tijd om bij Glacier Post – ontegensprekelijk de beste ijsverkoper van de hele Belgische kust – een hoorntje te gaan halen.

Het vuurwerk wordt dit jaar afgevuurd vanaf het strand ter hoogte van de Meerlaan, zo’n 600 meter verwijderd van de vroegere locatie bij De Wandelaar, waar nu tijdelijk het paviljoen van Thee met vlinders staat. Een andere nieuwigheid is dat de muziek, die steevast de vuurwerkshows begeleidt, ook te horen is via de radio, op FM-frequentie 97,3 MHz. Handig voor mensen die niet tegen de luide knallen kunnen en het vuurwerk vanop enige afstand willen bekijken.

Internationaal Vuurwerkfestival Knokke-Heist

Toen om tien uur stipt het kenwijsje van het festival door de luidsprekers schalde (met extra geluidstorens dit jaar!), gevolgd door de aankondiging in vier talen, was ik er helemaal klaar voor.

Vrijdag was het de beurt aan de de firma Platinum Fireworks uit de Filipijnen, die met On with the show! een vuurwerkshow van de bovenste plank bracht, zoals ik er maar zelden een heb gezien. Een ongeëvenaard spektakel van licht en vuur, waarbij het op bepaalde momenten leek alsof de hele hemel in brand stond.

Het was één lange aaneenschakeling van kleuren, spetters en knallen, zonder ook maar één dood moment. Het geheel werd begeleid door een swingende, bijzonder genietbare soundtrack, met nummers als Let me entertain you van Robbie Williams, All that jazz uit de musical Chicago en I’ve got the music in me van Kiki Dee.

Toen na 25 minuten de relatieve rust eindelijk weer boven het strand terugkeerde, barstte er een lang en welverdiend applaus los.

Het Internationaal Vuurwerkfestival van Knokke-Heist vindt ieder jaar plaats in de tweede helft van augustus. Op 17 en 19 augustus waren Italië en de Filipijnen al aan de beurt, op 21, 23 en 25 augustus volgen nog Kroatië, het Verenigd Koninkrijk en België.

www.myknokke-heist.be

woensdag 16 december 2015

Update

Het is al eventjes geleden dat ik op deze blog nog iets van mij liet horen. Dat betekent echter niet dat ik de afgelopen tijd niets beleefd heb, in tegendeel! Ik heb het weer zodanig druk gehad met van alles, dat er gewoon geen tijd meer over bleef om hier iets te posten.

Dat moet dus goed gemaakt worden, vandaar deze update. Kort na mijn vorig schrijven van eind oktober zijn we Halloween (en de verjaardag van Annelies) gaan vieren in Disneyland Parijs (foto’s hier), heb ik enkele films meegepikt op het achtste Razor Reel Flanders Film Festival, zijn we naar de Antwerpse boekenbeurs geweest, heb ik het laatste deel van Amoras gelezen, heb ik enkele blockbusters gezien in de bioscoop (de nieuwste Bond-film Spectre en The Hunger Games: Mockingjay, Part 2), hebben we samen met de Nederlandse collega’s en vrienden van Interinfo een bezoek gebracht aan de schrijfmachinecollectie van W.F. Hermans in Gent, zijn we ondanks de terreurdreiging een dagje gaan kerstshoppen in Luik, hebben we daar ook Ice Star Wars bezocht (foto’s hier), en zijn we naar een aantal theatervoorstellingen gaan kijken.

Tussendoor ben ik ook nog naar de kapster geweest, naar de tandarts, naar de garage, naar de autokeuring, op vrienden- en familiebezoek, en enkele avonden naar Volkssterrenwacht Beisbroek om wat bij te leren over sterren, planeten, ruimteonderzoek, licht en zonnezeilen.

Ik heb nog veel meer gedaan, maar ik ga jullie niet opzadelen met allerlei vervelende details. Kortom: een overvolle agenda. Soms wou ik dat er 26 uren in een dag waren, of vijf dagen in een weekend.

Op de schaarse avonden waarop ik nog wat tijd over had, ben ik voor het kleine scherm gaan zitten voor Jessica Jones, Doctor Who, Under The Dome, Game of Thrones, The Walking Dead, Da Vinci’s Demons, The Flash en Wayward Pines – ja, ik ben erg blij met de komst van Fox op de Vlaamse Telenetkabel. Ook een paar Vlaamse series: De Bunker, De Ridder en T. Maar nee, voor mij alstublieft geen Thuis, Familie, K3 zoekt K3, Safety First of Bevergem!

O ja, ik heb natuurlijk ook nog mijn dvd’s met de originele Star Wars-trilogie eens opnieuw bekeken, ter voorbereiding van van Episode VII: The Force Awakens. Ben héél erg benieuwd naar de nieuwe Star Wars en volgens de vele positieve reacties die ik al gelezen heb van mensen die avant-premières bijgewoond hebben, zal deze film beslist niet teleurstellen. Maar daar had ik natuurlijk geen moment aan getwijfeld, met een genie als J.J. Abrams aan het roer!

dinsdag 13 oktober 2015

Plopsa-pompoensoep

’t Is weer pompoenentijd. Bij Plopsaland schreven ze dus naar goede gewoonte weer een pompoensoepwedstrijd uit. Annelies wou dit jaar ook wel eens meedoen en kon haar recept nog net voor de deadline insturen.

Uit de bijna duizend inzendingen werden er uiteindelijk vijf finalisten geselecteerd die hun pompoensoep ter plaatse in De Panne mochten gaan presenteren. En je raadt het al: Annelies was bij de gelukkigen.

Piet Piraat en Berend Brokkenpap vinden de soep van Annelies helemaal top!

Op zaterdag 10 oktober werden de vijf finalisten mét hun gezin en een portie zelfgemaakte pompoensoep uitgenodigd in Plopsaland. We mochten gratis binnen en konden onze pompoensoep voorlopig bij het onthaal in bewaring geven, zodat we eerst nog wat van de halloweensfeer in het park konden genieten.

Maar ’s middags om half twee was het dan zover: dan konden we onze soep opwarmen in een microgolfoventje en mocht Annelies in de green room van het Plopsa Theater twee kommetjes heerlijke pompoensoep uitscheppen voor de jury, die bestond uit niemand minder dan Piet Piraat en Berend Brokkenpap.

De hoofdprijs was helaas niet voor ons weggelegd, maar we hebben er wel enkele leuke momenten én een privé-ontmoeting met Vlaanderens populairste piratenkapitein en scheepskok aan overgehouden. En ook een leuk dagje Plopsaland. Voor Miche en Annelies was het nog niet zo lang geleden, maar ik was al sedert 2004 niet meer in het park geweest.

Halloween in Plopsaland

In die tijd is er heel wat veranderd. Op een paar kleine dingen na herinnert bijna niets nog aan het vroegere Meli-park. Plopsaland is uitgebroeid tot een mooi, gethematiseerd park met heel wat leuke attracties. Een groot deel van die attracties is op een zeer jeugdig publiek afgestemd, maar er zijn ook wat stoerdere attracties. Zo heb ik me voor het eerst gewaagd aan De Grote Golf, een zogenaamde disk’o coaster die al draaiend een snelheid van 70 km/h haalt en ons tot op 15 meter hoogte zwiert. Een bijzonder leuke ervaring!

Voor de gelegenheid was het park ook erg mooi versierd voor Halloween. Er lagen héél veel pompoenen over het hele park verspreid, en we hebben kennis gemaakt met enkele halloweenfiguren, onder wie de Pompoenkoning.

En ja, de pompoensoep heeft héérlijk gesmaakt!

www.plopsa.be

donderdag 24 september 2015

Adopteer een schrijfmachine

Op 13 september kwamen in boekhandel Limerick in Gent de adoptanten bijeen van de schrijfmachineverzameling van Willem Frederik Hermans. In een eerder stukje had ik het al over deze collectie, naar aanleiding van het fotoboek dat in april dit jaar verscheen.

Wat ik nog niet schreef, is dat de schrijfmachines geadopteerd kunnen worden. In ruil voor een bescheiden bedrag kan iedereen een machine adopteren. Je krijgt de machine dan niet mee naar huis – hij blijft gewoon tentoongesteld samen met de rest van de verzameling – maar je financiële bijdrage wordt gebruikt om de machines te restaureren, want daar waren ze dringend aan toe.

Jammer genoeg is de collectie, die van 1995 tot 2011 in het Tilburgse Scryption te zien was, in het verleden een beetje verwaarloosd. Heel wat exemplaren stonden niet in de tentoonstellingsruimte van het museum maar op zolder, en de olie is helemaal hard geworden waardoor de machines vast zijn komen te zitten. Sommige zijn in de loop der jaren ook op eerder ondeskundige wijze hersteld, wat de machines soms meer kwaad dan goed heeft gedaan.

De auteur van deze blog typt 'Nooit meer slapen' op de Bar-Lock van W.F. Hermans, gezeten aan het bureau van de beroemde schrijver

Maar gelukkig is de collectie nu in uitstekende handen. De nieuwe eigenaar heeft de taak op zich genomen om zoveel mogelijk schrijfmachines terug in werkende staat te krijgen. Twee ervaren restaurateurs hebben zich met hart en ziel en met veel toewijding op deze taak gestort. Ze doen hun uiterste best om de machines niet alleen weer te laten blinken, maar ook weer te laten werken.

Alleen voor de beroemde elektrische rode IBM was nog geen restaurateur gevonden, maar ook dat probleem is ondertussen van de baan. Op dit eigenste ogenblik wordt de rode IBM, waar Hermans de laatste vijfentwintig jaar van zijn leven op schreef, door een Nederlandse hersteller terug in werkende staat gebracht.

Op die rode IBM hebben we dus voorlopig nog niet kunnen typen, maar op 13 september hebben we wel enkele andere machines mogen uitproberen. We waren door Gert Brouns van boekhandel Limerick uitgenodigd om live demonstraties te geven voor het aanwezige publiek. Gert had vier machines voor ons klaargezet. Drie ervan met een azertyklavier – dat is voor ons Belgen toch het handigst – en één met een qwertyklavier.

Omdat ik zonder veel moeite van azerty naar qwerty kan omschakelen – ik heb een ingebouwd schakelaartje in m’n hoofd – kreeg ik de eer om op de qwertymachine te typen. Jawel, een eer, want de machine in kwestie was de beroemde Bar-Lock, één van de vier machines (uit de collectie van in totaal 161 exemplaren) waar de grote W.F. Hermans zélf nog enkele boeken op geschreven heeft.

De beroemde rode IBM van W.F. Hermans

Hermans kocht De Bar-Lock in 1963, het jaar waarin ik geboren ben. Hij schreef er onder andere Nooit meer slapen op, een meesterwerk waarvoor hij in 1967 de Vijverbergprijs kreeg en dat in 2007 nog opgenomen werd in de lijst van beste Nederlandstalige boeken (naar aanleiding van een verkiezing georganiseerd door de NPS en het NRC Handelsblad). Hermans is overigens ook de enige auteur met niet één maar twee boeken in die lijst, en dat wil toch wel wat zeggen.

Voor de live demonstratie had ik een tekst afgedrukt die we dan zouden overtypen. Ik koos voor hoofdstuk 36 uit Nooit meer slapen. Ik wist op voorhand niet dat ik met de Bar-Lock zou mogen typen, en was uiteraard aangenaam verrast. Laat het even bezinken: gezeten aan het bureau van de auteur typ ik een fragment uit Nooit meer slapen, op de machine waarop hij zelf zowat vijftig jaar eerder datzelfde boek schreef. Ain’t that cool or what? Tussen het typen door gaf ik wat uitleg en beantwoordde ik graag de vragen van de geïnteresseerde genodigden.

Bijna alle schrijfmachines uit de collectie zijn ondertussen geadopteerd, maar er zijn er nog enkele over. Heb je belangstelling, kijk dan eens op de website van boekhandel Limerick.

www.limerick.be

woensdag 23 september 2015

Herfst

’t Is weer herfst. Om precies te zijn sedert 23 september, om 10.20 uur. Hoezo, 23 september? Hebben wij niet allemaal op school geleerd dat de herfst ieder jaar op 21 september begint, de winter op 21 december, de lente op 21 maart en de zomer op 21 juni?

Veel kans dat ze je dat inderdaad op school wijsgemaakt hebben, maar net als zoveel dingen die je op school leert, is dat dus gewoonweg verkeerd. Nou ja, gesimplifieerd, om de leerlingen niet nodeloos met ingewikkelde details op te zadelen. Maar de meesten blijven dan jammer genoeg wel voor de rest van hun leven met die onwaarheden zitten.

Herfst

Om te beginnen moeten we een onderscheid maken tussen de astronomische (sterrenkundige) herfst en de meteorologische (weerkundige) herfst. Weerkundigen hebben onderling namelijk afgesproken dat de weerkundige herfst op 1 september begint, de winter op 1 december, de lente op 1 maart en de zomer op 1 juni. Waarom? Omdat we normaal gezien rond die tijd al een weersverandering beginnen waar te nemen, maar vooral omdat de weerkundigen graag maand- en seizoenoverzichten maken, en dan is het gewoon praktischer als het begin van een nieuw seizoen samenvalt met het begin van een nieuwe maand.

Met de astronomische herfst zit het anders. Dat is niet zozeer een kwestie van onderlinge afspraak, maar van pure wetenschap. Het heeft te maken met de stand van de Aarde ten opzichte van de zon. Je weet wellicht dat de zon in de zomer veel eerder opkomt en veel later ondergaat dan in de winter, en dat de zon ’s zomers op de middag veel hoger aan de hemel staat dan ’s winters. Dat is trouwens de belangrijkste reden dat het in de zomer ook veel warmer is dan in de winter. Dat wordt allemaal veroorzaakt doordat de aardas (de as waarrond de Aarde om zichzelf draait) niet loodrecht op het baanvlak staat (het vlak waarin de Aarde om de zon draait), maar in een hoek van ongeveer 23½ graden.

Op het moment dat de zon haar hoogst mogelijke stand bereikt, spreken we van midzomer. Dan is de dag het langst en de nacht het kortst. Die dag is ergens rond 21 juni, maar het exacte moment is ieder jaar weer anders. Zo kan de zomer in sommige jaren al op 20 juni beginnen. Idem dito voor de andere seizoenen. Op welke dag het nieuwe seizoen – astronomisch gezien – begint, wordt ook beïnvloed door de schrikkeljaren. In een schrikkeljaar hebben we in februari immers een dag meer, waardoor het begin van de seizoenen meteen (ongeveer) een dag eerder valt dan het jaar ervoor. Daarna schuift het begin van de seizoenen geleidelijk aan met een aantal uren per jaar op, tot het volgende schrikkeljaar. Als we geen schrikkeljaren zouden hebben, dan zouden de seizoenen voortdurend blijven opschuiven.

De schuine stand van de aardas zorgt voor de seizoenen

Aan het begin van de astronomische herfst zijn dag en nacht exact even lang. De zon komt dan precies in het oosten op en gaat precies in het westen weer onder. Aan het begin van de astronomische lente is dat ook zo. Aan de evenaar staat de zon dan op de middag precies boven je hoofd! En dat was dus het geval op 23 september 2015, om 10.20 uur (onze tijd). In de zomer komt de zon meer noordelijk op en gaat ze ook meer noordelijk onder; in de winter meer zuidelijk.

Het begin van lente en herfst zijn de twee equinoxen. Equinox is een Latijns woord dat letterlijk betekent: ‘gelijke nacht’, waarmee bedoeld wordt dat de lengte van de nacht dan precies gelijk is aan die van de dag. Niet alleen hier bij ons, maar overal ter wereld. De terminator (de grote cirkel die de hele Aarde omvat en die de grens vormt tussen dag en nacht) loopt dan precies over de polen. Op andere dagen is dat niet het geval: dan schuift de terminator op richting poolcirkels, waardoor de zon aan de ene pool maandenlang boven de horizon staat en aan de andere pool maandenlang onder de horizon. Daardoor ontstaan de fenomenen van poolnacht en middernachtzon.

Om het misverstand de wereld uit te helpen: de herfst begint doorgaans op 22 of 23 september. De winter begint meestal op 21 of 22 december, de lente op 20 of 21 maart, en de zomer op 20 of 21 juni.

Als je goed opgelet (en wat gerekend) hebt, dan heb je misschien gemerkt dat niet alle seizoenen even lang duren. Dat komt doordat de Aarde in een elleptische baan om de zon draait, niet in een perfecte cirkel. Volgens de wetten van Kepler beweegt de Aarde dan sneller wanneer ze dichter bij de zon staat, en trager wanneer ze verder van de zon staat. De Aarde staat het dichtst bij de zon wanneer het bij ons winter is, en het verst in de zomer. Daardoor duurt de winter wat korter en de zomer wat langer. Het scheelt zo’n kleine vijf dagen: de zomer duurt 93,65 dagen, de winter slechts 88,89 dagen.

De baan van de Aarde om de zon is een ellips

Veel mensen denken verkeerdelijk dat de seizoenen veroorzaakt worden doordat de Aarde niet altijd even ver van de zon staat. Maar dat is volledig fout! De reden voor de seizoenen is de schuine stand van de aardas. De aardbaan is weliswaar een ellips, maar die ellips is helemaal niet langgerekt zoals je je een ellips doorgaans voorstelt. De elliptische aardbaan is bijna een perfecte cirkel, met een excentriciteit van amper 0,0167. Geloof me, dat is heel weinig. Op het tekeningetje hierboven is de excentriciteit flink overdreven. Wanneer de Aarde dichter bij de zon staat kan het weliswaar een beetje warmer worden dan wanneer de Aarde verder weg staat, maar dat effect valt volledig in het niet bij het veel grotere temperatuurverschil dat veroorzaakt wordt door de schuine aardas.

NB: mocht er toevallig iemand onder mijn lezers zijn die op het zuidelijk halfrond woont, dan moet je in bovenstaande tekst een aantal keer ‘zomer’ vervangen door ‘winter’, ‘lente’ door ‘herfst’, ‘noord’ door ‘zuid’, en vice versa, want daar is alles natuurlijk precies andersom. In Zuid-Amerika is dus zopas de lente weer begonnen. Misschien moeten we daar maar gaan overwinteren...

Feliz primavera!

vrijdag 7 augustus 2015

Draagvleugelboot

Tijdens onze vakantie hebben we met een draagvleugelboot gevaren op de Donau, van Wenen (Oostenrijk) naar Bratislava (Slowakije). De draagvleugelboot is een snelle catamaran van Twin City Liner die het centrum van beide hoofdsteden met elkaar verbindt.

Draagvleugelboot Wenen-Bratislava

Wat is er zaliger dan op een snelle boot over het water te glijden, terwijl de zon op je huid brandt, de wind door je haren speelt en er verfrissende druppels op je gezicht spatten (en terwijl je in je hoofd het James Bond-thema uit On Her Majesty's Secret Service hoort in Dolby-surround)?