Als je er eenmaal begint op te letten, hoor je het overal. Het komt gelukkig (nog) niet voor in geschreven teksten, maar op de Vlaamse radio- en tv-zenders en in Vlaamse podcasts hoor je om de haverklap ‘dida’. In Nederland daarentegen lijkt ‘dida’ nog niet echt doorgebroken.
Dida wordt gebruikt als betrekkelijk voornaamwoord. Ja, nu kijk je misschien wat vreemd op, want dida heb je indertijd beslist niet op school geleerd. In het Nederlands worden er vier betrekkelijke voornaamwoorden gebruikt: dat, die, wat en wie. Ik geef hieronder enkele voorbeeldzinnen waarin deze woorden gebruikt worden:
- Het boek dat ik heb gelezen, heeft me heel erg ontroerd.
- De film die ik heb gezien, was spectaculair!
- Alles wat ik doe, mislukt!
- De man van wie ik eerder de paraplu had geleend, zag ik zonet terug.
Maar nu is er dus ook dida. Dida wordt gebruikt door mensen die niet goed weten of ze nu die of dat moeten gebruiken. Het is nochtans niet zo moeilijk: dat gebruik je bij enkelvoudige het-woorden (bv. het boek dat ...); die gebruik je voor enkelvoudige de-woorden (bv. de film die ...) of voor meervouden (bv. de boeken die ..., de films die ...).
Maar als je die simpele regel niet kunt onthouden of als dat niet helemaal overeenstemt met je eigen taalgevoel, dan mag je voortaan dus blijkbaar ook gewoon dida gebruiken. Enkele voorbeelden:
- De film dida gisteren op tv was, vond ik maar saai.
- Er kwam veel verontwaardiging als reactie op de beslissing dida de minister nam.
- De nieuwe auto dida ik heb gekocht, heeft veel bekijks.
Dida is een samentrekking van die en dat. Als je dida gebruikt – wat je goeie recht is –, dan geef je daarmee dus openlijk toe dat je geen flauw idee hebt of het nu die of dat moet zijn, en dus vernoem je ze voor de zekerheid maar allebei: die-dat, kortweg dida. Vooralsnog is dida niet opgenomen in de officiĆ«le Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje), maar dat is ongetwijfeld slechts een kwestie van tijd... Taal evolueert immers constant, en de woordenboeken passen zich daaraan aan.
Heel veel mensen gebruiken al dida. Ook mensen die hoog opgeleid zijn en van wie je dus eigenlijk mag verwachten dat ze wel degelijk het verschil zouden moeten kennen tussen die en dat, zoals politici of allerlei experten die opgevoerd worden bij interviews op radio en tv. Als je er eenmaal begint op te letten, hoor je het voortaan vast overal!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten