Jarenlang was ik een enthousiaste gebruiker van Google Maps, ondanks het feit dat Microsoft enkele verwoede pogingen heeft gedaan om mij richting Bing Maps te duwen (met bijna dezelfde agressieve technieken waarmee ze Chrome-gebruikers naar Edge proberen te lokken). Maar je weet ondertussen hoe ik over Google en Microsoft denk: we zijn véél te afhankelijk geworden van deze grote softwarebedrijven aan de andere kant van de oceaan, dus ik ben op zoek gegaan naar goede alternatieven.
OpenStreetMap (OSM) is een openbron-initiatief dat het resultaat is van heel veel vrijwilligers overal ter wereld, die samenwerken om actuele en zo volledig mogelijke kaarten te maken. Op OpenStreetMap heet de Golf van Mexico nog altijd gewoon de Golf van Mexico en Lake Ontario nog altijd Lake Ontario (zelfs als je vanuit Amerika surft). Dat is al een groot pluspunt.
OpenStreetMap is vaak verrassend gedetailleerd en is sterk voor wandel- en fietsroutes. Het is openbron, dus iedereen kan eraan bijdragen en iedereen mag OSM voor eigen toepassingen gebruiken. Dat doen bijvoorbeeld smartphone-apps als Organic Maps en OsmAnd. Met die twee apps kun je de kaarten ook offline gebruiken. Ideaal voor wandel- of fietstochten. De wandelpaden die het natuurgebied hier in mijn buurt doorkruisen, vond ik allemaal terug op OSM en in de Organic Maps-app, die ik inmiddels op mijn smartphone geïnstalleerd heb. Op Google Maps waren die nergens te bespeuren!
Meer dan een jaar geleden al heb ik een fout op Google Maps gerapporteerd, die vandaag nog altijd niet is rechtgezet! Als je wilt weten waarover het ging: in Knokke-Heist waren ineens een paar nieuwe straten op Google Maps verschenen, die helemaal niet bestaan! Ze waren blijkbaar gebaseerd op een luchtfoto, waarop bij een grote werfzone tijdelijke aanrijroutes van werfverkeer ten onrechte werden aangezien voor nieuwe wegen! Ook op OSM is ondertussen in dezelfde buurt een nieuwe weg verschenen, maar die bestaat wel degelijk, terwijl hij op Google Maps nog altijd ontbreekt. Het gaat om de in- en uitrit van de nieuwe ondergrondse parkeergarage die deel uitmaakt van diezelfde werfzone. Ter illustratie hierboven drie schermafdrukken, alle drie gemaakt op 31 augustus 2026: (links) Google Maps, (midden) luchtfoto op Google Maps, (rechts) OpenStreetMap. N.B.: de kaartlaag die Google ‘Satelliet’ noemt, bevat overigens voornamelijk luchtfoto’s die vanuit vliegtuigen gemaakt werden, dus geen satellietfoto’s.
Dus als je denkt dat Google Maps beter of nauwkeuriger is dan een openbron-kaart als OpenStreetMap, dan heb je het mis! Als ik een nauwkeurige en correcte kaart wil zien, dan surf ik voortaan naar www.openstreetmap.org! Je kunt OSM perfect gebruiken zonder een account aan te maken, maar als je zelf wil meewerken om het product te verbeteren, bijvoorbeeld om ontbrekende paden, wegen of plaatsen toe te voegen, dan heb je een account nodig. Zoals gezegd heb ik op mijn smartphone inmiddels de Organic Maps-app geïnstalleerd, die gebruik maakt van de OSM-kaarten. Net als de Google Maps-app kun je dit prima gebruiken als routeplanner voor verschillende vervoersmiddelen: met de auto, te voet, met het openbaar vervoer of per fiets.
Alternatieven voor Google Streetview moet ik nog even wat grondiger bestuderen. Maar ik heb alvast KartaView (voorheen OpenStreetCam) ontdekt, een volledig open-sourceplatform dat sterk geïntegreerd is met OpenStreetMap.
Exact 200 jaar geleden, in 1826 – dus nog vóór het ontstaan van België – werd een instituut opgericht dat nu de Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB) heet (of in het Frans: Observatoire Royal de Belgique, afgekort tot ORB). Het oorspronkelijke gebouw van de sterrenwacht bevond zich in Brussel. Vandaag de dag zou geen mens het in zijn hoofd halen om een sterrenwacht te bouwen in een grootstad, maar in 1834, toen het gebouw voltooid werd en de eerste instrumenten in gebruik genomen konden worden, was er nog geen sprake van lichtvervuiling. Enkele decennia later begon het gebouw toch te klein te worden en verhuisde de sterrenwacht naar Ukkel, toen nog een plattelandsdorp. Het oorspronkelijke gebouw aan het Queteletplein in Brussel wordt nu gebruikt als kabinet van de minister van begroting. Het plein is overigens genoemd naar Adolphe Quetelet, de initiatiefnemer en de eerste directeur van de Koninklijke Sterrenwacht.
Tijdens het laatste weekend van september hield de KSB een open dag, die deze keer natuurlijk helemaal in het teken stond van de 200e verjaardag. Op de ruime site in Ukkel zijn nu overigens drie instituten gehuisvest: de Koninklijke Sterrenwacht, het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) en het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA). Het KMI kent natuurlijk iedereen, maar van het BIRA hebben de meeste mensen wellicht nog nooit gehoord. Deze wetenschappelijke instelling doet onderzoek naar de hogere lagen van de atmosfeer, neemt deel aan internationale waarnemingsprogramma’s en bedient daarnaast ook de Belgische experimenten aan boord van ruimtesondes en het internationaal ruimtestation (ISS).
Ik had het weekend van 26-27 september al lang van tevoren gereserveerd in mijn agenda. Ik was nog nooit op de site in Ukkel geweest en wou er absoluut eens naartoe. Er viel heel wat interessants te beleven. In het hoofdgebouw kon het publiek kennismaken met actueel ruimteonderzoek en ruimtemissies waar België aan deelneemt. Ook het museum kon gratis bezocht worden, met heel wat oude astronomische instrumenten zoals meridiaankijkers, astrolabia, kleine telescopen, kompassen, heliometers, heliostaten, kwadranten en sextanten, een theodoliet, etc.
Uiteraard waren ook de telescopen te bezichtigen, die elk hun eigen koepel hebben. Momenteel worden de twee grootste telescopen niet meer gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek, want ook in Ukkel is de lichtvervuiling ondertussen veel te groot om nog waardevolle waarnemingen aan de nachtelijke hemel te kunnen doen. Onder de eerste koepel staat de grote Cooke-Zeiss-refractor (lenzenkijker) met een 45 cm-objectief (oorspronkelijk 38 cm) en een brandpuntsafstand van 6,99 meter (oorspronkelijk 6,6 meter). De tweede koepel herbergt een Schmidt-telescoop, een reflector (spiegelkijker) met een spiegeldiameter van 40 cm en een brandpuntsafstand van 140 cm.
De derde koepel bevat vier kleinere telescopen die wél nog in gebruik zijn. Deze toestellen worden gebruikt om de zon te observeren. De eerste kijker is een historische Grubb-refractor die een beeld van de zonneschijf op een tekentafel projecteert. Daar tekenen waarnemers met de hand de zonnevlekken over. Deze ietwat archaïsche methode maakt een vergelijking mogelijk met historische tekeningen die dateren van vóór de komst van de fotografie. De andere drie kijkers zijn uitgerust met CCD-camera’s en nemen de zon waar in respectievelijk wit licht (visueel), H-alpha (de chromosfeer) en calcium-K (de hogere atmosfeer).
Op de graspleinen tussen de gebouwen stond een grote tent opgesteld met heel wat infostanden, en waren er enkele grote opblaasbare versies van zon, maan en planeten te zien.
Ter gelegenheid van de 200e verjaardag is er ook een boek verschenen met als titel De Koninklijke Sterrenwacht van België – 200 jaar, 200 verhalen, verkrijgbaar in het Nederlands, in het Frans en in het Engels. Uiteraard heb ik een exemplaar gekocht. Ik zal er vast nog heel wat uit kunnen leren over de geschiedenis van de sterrenwacht.
Twee miljard seconden. Zo oud ben ik vandaag. Een twee met negen nullen. Het exacte moment waarop dat gebeurt kan ik niet bepalen aangezien ik het moment van mijn geboorte slechts bij benadering ken, maar ik weet wel zeker dat het in de loop van vandaag moet zijn, 28 september 2026, in de late voormiddag. De champagne staat al klaar, want dat moeten we natuurlijk vieren. Ik heb het een hele poos geleden voor de lol eens uitgerekend, en het staat al lang in mijn agenda genoteerd. Want zeg nu zelf, twee miljard seconden is toch wel een mijlpaal, niet?
Als je mijn leeftijd wilt kennen in jaren in plaats van in seconden of als je wilt weten op welke dag ik jarig ben, dan mag je dat lekker zelf uitrekenen.
Het is weer zover: België is duidelijk weer in de ban van de zonsverduistering. Wie een beetje met sterrenkunde bezig is, weet natuurlijk al van járen op voorhand wanneer de volgende eclips eraan komt, maar de gewone sterveling heeft het pas de voorbije dagen via de media vernomen. De media hebben het ook voortdurend over eclipsbrilletjes, en dat is nodig, want als je zonder degelijke oogbescherming recht in de zon kijkt, kun je daar blijvende oogschade aan overhouden. Door die mediagekte beseffen heel wat mensen nu ook ineens dat ze dringend zo’n brilletje nodig hebben.
Dat besef komt voor zowat 95% van de bevolking op hetzelfde moment en heel erg laat, zodat de mensen nu allemaal tegelijkertijd vaak een uur of langer in de rij gaan staan of tientallen kilometers om moeten rijden om nog ergens een eclipsbrilletje te bemachtigen. En dat terwijl ze al maanden overal gewoon te krijgen zijn. Nou ja, overal... in ieder geval wel bij de volkssterrenwachten, en de laatste weken ook op andere plekken zoals bij optiekers, in museumshops en in toerismebureaus. En je kon ze natuurlijk ook moeiteloos online bestellen.
Maar wie slim is, heeft natuurlijk zijn brilletje van vorige keer gespaard (of in elk geval niet gewacht tot het laatste moment om er eentje te kopen)...
Vergeet lasbrillen, cd’s, röntgenfoto’s of drie zonnebrillen over elkaar, dat is allemaal onvoldoende en vooral heel erg onveilig. Wil je naar de zon kijken, dan heb je absoluut een gecertificeerd, veilig eclipsbrilletje nodig, met CE-label. Duur zijn ze niet, ze kosten amper enkele euro’s en als je zo’n brilletje op je neus zet, zie je er ontzettend cool uit.
Kijk uiteraard ook nooit door een camera, verrekijker of telescoop rechtstreeks naar de zon. Daar kun je blijvende oogschade of zelfs blindheid aan overhouden. Voor die toestellen heb je een professionele zonnefilter nodig, die je stevig vóór het objectief bevestigt.
De eclips van 12 augustus 2026 is een totale zonsverduistering, maar die totaliteit is vanuit België niet te zien. Daarvoor moet je op reis: naar het uiterste westen van IJsland bijvoorbeeld, of naar het noorden van Spanje. In België zal de zon dus niet voor de volle 100%, maar slechts voor zowat 90% verduisterd zijn. Toch is dat al groot nieuws, want zo vaak komt dat niet voor. Bij de zonsverduistering van 29 maart vorig jaar was de zon bij ons maximaal voor 30% verduisterd. Wie toen een eclipsbrilletje aangeschaft heeft (en het daarna niet argeloos heeft weggegooid), hoefde dit jaar alvast niet in de rij te gaan staan.
Zonsverduisteringen zijn niet zo uitzonderlijk als je misschien wel denkt. Er zijn er gemiddeld zo’n twee per jaar. Veruit de meeste daarvan zijn echter gedeeltelijke verduisteringen, waarbij de zon nergens op Aarde compleet achter de maan verdwijnt. Totale zonsverduisteringen zijn dus wat zeldzamer, en bovendien is de totaliteit maar te zien als je je in een relatief smalle strook op Aarde bevindt, in de kernschaduw van de maan. Buiten die strook zit je ofwel in de bijschaduw en zie je een gedeeltelijke eclips, ofwel ben je te veraf en zie je helemaal niets.
De eclips van 12 augustus vindt vrij laat op de dag plaats. Bij ons (voor een waarnemer aan de Belgische kust) begint de verduistering om 19.17 uur en eindigt ze om 21.03 uur, kort voor zonsondergang. De maximale bedekking (90%) is om 20.13 uur. Op dat moment staat de zon amper 7 à 8 graden boven de horizon. Dat is bijzonder laag. Als je een goed zicht op de zon wilt hebben, moet je dus naar een plek gaan waar geen gebouwen, bomen of andere obstakels in de weg staan. Aan de kust bijvoorbeeld, of ergens waar je wat hoger dan de omgeving staat zodat je een vrij zicht op de westelijke horizon hebt. Dat geldt overigens ook voor waarnemers in de totaliteitszone in het noorden van Spanje.
Gooi na afloop je brilletje niet weg, want volgend jaar is er alweer een zonsverduistering die vanuit België te zien is. Op 2 augustus 2027 vindt de verduistering rond de middag plaats en zal de zon dus hoog aan de hemel staan. Maar omdat de totaliteitszone zich dan wat zuidelijker bevindt (het uiterste zuiden van Spanje en het noorden van Afrika), zien we vanuit België een verduistering van slechts 39%.
Zonsverduisteringen komen dus vrij vaak voor, maar als je een totale zonsverduistering wilt meemaken, dan moet je op reis. Als je in België blijft, dan moet je nog geduld hebben tot 2142. Dan trekt de kernschaduw van de maan weer over Belgische bodem. Maar zo lang wil ik natuurlijk niet wachten. Ergens in mijn niet al te verre toekomst zit er dus hoogstwaarschijnlijk wel een eclipsreisje aan te komen...
Als je er eenmaal begint op te letten, hoor je het overal. Het komt gelukkig (nog) niet voor in geschreven teksten, maar op de Vlaamse radio- en tv-zenders en in Vlaamse podcasts hoor je om de haverklap ‘dida’. In Nederland daarentegen lijkt ‘dida’ nog niet echt doorgebroken.
Dida wordt gebruikt als betrekkelijk voornaamwoord. Ja, nu kijk je misschien wat vreemd op, want dida heb je indertijd beslist niet op school geleerd. In het Nederlands worden er vier betrekkelijke voornaamwoorden gebruikt: dat, die, wat en wie. Ik geef hieronder enkele voorbeeldzinnen waarin deze woorden gebruikt worden:
Het boek dat ik heb gelezen, heeft me heel erg ontroerd.
De film die ik heb gezien, was spectaculair!
Alles wat ik doe, mislukt!
De man van wie ik eerder de paraplu had geleend, zag ik zonet terug.
Maar nu is er dus ook dida. Dida wordt gebruikt door mensen die niet goed weten of ze nu die of dat moeten gebruiken. Het is nochtans niet zo moeilijk: dat gebruik je bij enkelvoudige het-woorden (bv. het boek dat ...); die gebruik je voor enkelvoudige de-woorden (bv. de film die ...) of voor meervouden (bv. de boeken die ..., de films die ...).
Maar als je die simpele regel niet kunt onthouden of als dat niet helemaal overeenstemt met je eigen taalgevoel, dan mag je voortaan dus blijkbaar ook gewoon dida gebruiken. Enkele voorbeelden:
De film dida gisteren op tv was, vond ik maar saai.
Er kwam veel verontwaardiging als reactie op de beslissing dida de minister nam.
De nieuwe auto dida ik heb gekocht, heeft veel bekijks.
Dida is een samentrekking van die en dat. Als je dida gebruikt – wat je goeie recht is –, dan geef je daarmee dus openlijk toe dat je geen flauw idee hebt of het nu die of dat moet zijn, en dus vernoem je ze voor de zekerheid maar allebei: die-dat, kortweg dida. Vooralsnog is dida niet opgenomen in de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje), maar dat is ongetwijfeld slechts een kwestie van tijd... Taal evolueert immers constant, en de woordenboeken passen zich daaraan aan.
Heel veel mensen gebruiken al dida. Ook mensen die hoog opgeleid zijn en van wie je dus eigenlijk mag verwachten dat ze wel degelijk het verschil zouden moeten kennen tussen die en dat, zoals politici of allerlei experten die opgevoerd worden bij interviews op radio en tv. Als je er eenmaal begint op te letten, hoor je het voortaan vast overal!
Tijdens mijn middelbare schooltijd maakte ik al kennis met Homeros en zijn twee beroemde werken de Ilias en de Odyssee. Beide epische gedichten bevatten een groot aantal mythen en sagen, en vormen samen de oudst bekende Oudgriekse literaire werken. Of ze werkelijk door één persoon of door een groep auteurs geschreven zijn, daar bestaat echter nog altijd geen zekerheid over. Maar hoe dan ook, de teksten zouden geschreven zijn rond het jaar 750 vóór het begin van onze jaartelling. Heel precies weten we dat niet, het kan ook een halve eeuw eerder of later geweest zijn. De verhalen zelf zijn in elk geval nog ouder. Ze werden eeuwenlang mondeling doorverteld en gezongen voordat ze op schrift werden gesteld.
De Odyssee (in het Grieks: Ὀδύσσεια) is een lang heldendicht (epos) van om en bij de 12.000 versregels, dat voornamelijk de zwerftocht van Odysseus beschrijft. Odysseus is de koning van het eiland Ithaka, die na het einde van de Trojaanse Oorlog (die tien jaar duurde) zijn weg terug naar huis zoekt (en daar nog eens zowat tien jaar over doet).
Als je de Odyssee wilt lezen en geen Oudgrieks kent, dan zou ik je aanraden om niet de eerste de beste vertaling van het werk van Homeros te lezen, maar wel de versie die Stephen Fry in 2024 heeft uitgebracht. Sir Stephen Fry – ja, vorig jaar werd hij door King Charles geridderd en hij mag zich nu dus sir noemen – is gekend van film en tv en heeft ook al een behoorlijk aantal boeken, zowel fictie als non-fictie, op zijn naam staan. In de voorbije jaren bracht hij vier boeken uit waarin hij de Griekse mythen op een boeiende manier opnieuw vertelt. Het vierde en laatste deel van die reeks is Odyssey, en het is ook in het Nederlands vertaald.
Maar nu is er dus ook de film, een film van epische proporties, van niemand minder dan Christopher Nolan. Nolan is niet de eerste de beste. Hij heeft al heel wat bijzonder succesvolle en knap gemaakte films op zijn naam staan, waarvan The Dark Knight, Inception, Interstellar, Dunkirk, Tenet en Oppenheimer er maar enkele zijn.
Er zitten heel wat bekende acteurs en actrices in de film. De hoofdrol is weggelegd voor Matt Damon als Odysseus. Andere belangrijke personages worden vertolkt door onder anderen Tom Holland (Odysseus’ zoon, Telemachus), Anne Hathaway (Odysseus’ vrouw, Penelope), Zendaya (Athena, godin van de wijsheid), Charlize Theron (Kalypso, dochter van Atlas), Lupita Nyong’o (Helena van Troje, dochter van Zeus en Leda), Jon Bernthal (Menelaos), Elliot Page (Sinon) en Benny Safdie (Agamemnon).
Uniek aan The Odyssey is dat de volledige film, die bijna drie uur duurt, in IMAX 70mm-formaat gedraaid werd, wat echt wel een bijzondere uitdaging was. Zo’n IMAX-camera is een groot, log toestel, dat met 70 mm-film werkt (het grootst mogelijke filmformaat) en behoorlijk wat lawaai maakt. Om dat lawaai tijdens de opnames te dempen zodat de dialogen opgenomen konden worden, werd er een geluidsdichte behuizing omheen gezet, wat het ding natuurlijk nog groter en logger maakte. Het was een hele opdracht om die camera overal mee te nemen op locatie, zowel in de bergen als op zee. Ja, heel wat scènes die zich op zee afspelen werden niet in een groot bassin in de studio gefilmd, maar écht op zee, om de beelden zo realistisch mogelijk te maken. De filmspoel draait horizontaal en aan een grote snelheid, zodat na drie minuten filmen de spoel telkens vervangen moet worden!
IMAX 70mm is een analoog filmformaat, niet digitaal dus, maar wel met een bijzonder grote beeldresolutie. Het aantal zalen waarin de film in deze versie te zien is, is erg beperkt. In Europa zijn er slechts vijf IMAX-zalen waar je The Odyssey in dit formaat kunt gaan bekijken (wees gerust, andere zalen vertonen de film ook, maar dan in een standaard bioscoopformaat of een kleiner IMAX-formaat). Eén van die vijf is Kinepolis Brussel, die speciaal voor deze film zijn IMAX-zaal verbouwde en een 70mm-projector liet installeren! Het is de enige zaal in de Benelux waar je Nolans The Odyssey in het oorspronkelijke formaat kunt gaan bekijken.
In België zijn er ondertussen al vijf IMAX-zalen: naast Brussel ook in Antwerpen, Hasselt, Luik en Charleroi, maar enkel de zaal in Brussel kan (sinds kort) IMAX 70mm aan. De andere IMAX-bioscopen gebruiken IMAX-laserprojectie (en vertonen gedigitaliseerde versies van IMAX-films).
Ik ben de film gisteren in Kinepolis Brugge gaan bekijken. Geen IMAX dus, maar wel inclusief een deskundige inleiding door Nadia Sels, experte in de klassieke mythologie, onder de noemer ‘Film & Facts’. Professor Sels bezorgde het publiek heel wat interessante achtergrondinformatie over de Odyssee en had daarbij zowel aandacht voor de absolute leek als voor wie al meer vertrouwd is met het epos van Homeros en de Griekse mythologie. De film is nu al een enorm succes en zal zeker nog een hele tijd in de bioscoopzalen te zien blijven. Ik ga de film beslist nog een keer bekijken, maar dan op het grote IMAX-scherm in Brussel!
Daar moet ik wel wat dieper voor in de buidel tasten. Een ‘gewoon’ bioscoopticket is bij snoepgigant Kinepolis sowieso al niet goedkoop, en bovendien komen daar doorgaans nog allerlei supplementen bij, zoals een supplement voor een 3D-film, een supplement voor een film van lange speelduur, een supplement voor Laser Ultra of ScreenX, etc. Voor een IMAX-ticket in Kinepolis Brussel moet je maar liefst 31,20 euro neertellen! In de IMAX-zaal van Kinepolis Antwerpen betaal je 21,20 euro. In Nederland kan het een heel stuk goedkoper. Ter vergelijking: voor een IMAX-voorstelling bij Pathé Spuimarkt in Den Haag betaal je slechts 16,50 euro!
Velen zullen het met mij eens zijn dat een ‘gewoon’ bioscoopticket bij Kinepolis eigenlijk al veel te duur is. Dat heeft vele filmliefhebbers er de voorbije jaren ongetwijfeld toe aangezet om minder films in de bioscoop te gaan bekijken, zeker nu grote tv-schermen erg betaalbaar zijn geworden en er een bijzonder groot filmaanbod is via allerlei streamingdiensten. Ook streamingdiensten hebben natuurlijk hun prijskaartje, maar in vergelijking met de bioscoop is dat peanuts. Voor de prijs van één bioscoopticket bij Kinepolis kun je bij Netflix een hele maand lang zo veel films en series streamen als je wilt. Bovendien kan dat bij Netflix reclamevrij; bij Kinepolis word je, ondanks het dure ticket, ook nog eens verplicht om een kwartier lang naar irritante reclamespots te kijken. Maar dat weiger ik pertinent. Als ik op mijn eentje naar de bios ga, zit ik tijdens de reclames op mijn smartphone te lezen, want aan irritante reclames heb ik totaal geen boodschap en mijn tijd is kostbaar. Bij de trailers ben ik natuurlijk wél met mijn volle aandacht bij het scherm, want dat maakt een essentieel deel uit van de bioscoopervaring.
Het aantal bioscoopbezoeken zit zowel in Nederland als in België nog altijd onder het peil van tien jaar geleden, en daar zullen de fors gestegen ticketprijzen ongetwijfeld voor iets tussen zitten. Na de spectaculaire terugval in de coronajaren 2020 en 2021 is het bioscoopbezoek weer gestegen, maar het blijft in beide landen nog altijd ruim onder de aantallen van 2019. Het lijkt er dus op dat heel wat mensen, net als ik, minder films in de bioscoop gaan bekijken en geduldig afwachten tot ze de film gewoon thuis kunnen zien via streamingkanalen of fysieke media.
Maar voor een film als The Odyssey maken velen ongetwijfeld een uitzondering, en terecht! Kinepolis zal dat ongetwijfeld merken aan de omzet. Als je The Odyssey in IMAX Brussel of in een andere IMAX-zaal wil gaan bekijken, weet dan dat al heel wat voorstellingen uitverkocht zijn en dat je dus wellicht nog wat geduld zult moeten hebben. Maar ieder die bereid is om voldoende euro’s neer te tellen en naar Brussel af te zakken, krijgt de kans. Er zijn al extra voorstellingen gepland, las ik gisteren nog tijdens de reclame.
Ik behoor tot de eerste generatie socialmediagebruikers. Ik herinner me nog LiveJournal, MySpace en Netlog, en daarna kwam Facebook. Eerst Facebook in de webbrowser op de computer, daarna de Facebook-app op mijn Android-toestellen.
Toen ik in oktober 2008 een Facebook-account aanmaakte, vond ik de overzichtelijke gebruikersinterface alvast een hele verbetering ten opzichte van het bijzonder rommelige MySpace. Maar in de loop der jaren begon ik me toch aan een aantal zaken te ergeren. Aanvankelijk kreeg ik in mijn feed precies te zien wat ik wou, namelijk de updates van mijn vrienden, van de pagina’s die ik volgde en van de groepen waar ik lid van was. Maar later kwamen daar heel wat dingen bij waar ik absoluut niet om gevraagd had: te veel irritante en storende advertenties, gesponsorde posts, en volkomen willekeurige posts van groepen, pagina’s of gebruikers die ik helemaal niet volgde, maar waarvan Facebook dacht dat ik er misschien wel in geïnteresseerd zou zijn (wat meer niet dan wel het geval was).
Komen daar nog bij de reels en de vriendenvoorstellen (‘mensen die je misschien kent’, maar van wie ik in zowat 95% van de gevallen geen flauw idee heb wie ze zijn). De Facebook-app op Android toont bovendien om de haverklap advertenties waar ik niet voorbij kan scrollen, met een aftelklokje erbij hoeveel seconden ik er nog verplicht naar moet zitten staren.
Ook heel storend: wanneer ik in een Facebook-post op een link klik, dan opent de Facebook-app die link niet in mijn standaard webbrowser, maar in zijn eigen, ‘in-app’ browser, waarmee advertenties en trackers natuurlijk niet geblokkeerd kunnen worden, en waarmee ik bestookt word met vervelende cookie-pop-ups telkens wanneer ik een nieuwe site bezoek.
Op die manier is het natuurlijk totaal niet leuk meer, maar gelukkig zijn er enkele mogelijkheden om daar iets aan te doen, zodat de Facebook-ervaring weer een stuk aantrekkelijker wordt.
De grootste zegen voor Facebookgebruikers die zonder veel ergernissen door hun feed willen scrollen, is ongetwijfeld een browserextensie met de naam ‘Fluff Busting Purity’, waarmee je FB inderdaad een heel stuk puurder kan maken. Eenmaal geïnstalleerd zie je rechts bovenaan, naast je profielfoto, een extra FBP-knop. Daarmee open je het opties-venster van FB Purity, waarmee je een massa dingen naar believen in of uit kan schakelen. Op die manier kan je bijvoorbeeld gesponsorde posts verbergen, of je kan de volgorde van de berichten in je feed aanpassen zodat je posts van vrienden altijd eerst ziet.
Bijzonder handig! Op die manier wordt Facebook op de laptop een heel stuk gebruiksvriendelijker. Maar wat met de mobiele app op je telefoon of tablet? FB Purity is een browserextensie, dus die kan je niet met de app gebruiken...
Welnu, goed nieuws: je hebt de Facebook-app helemaal niet nodig! Ook op je mobiele apparaat kan je Facebook gewoon in je webbrowser openen. Je gebruikt daarvoor bij voorkeur niet de Android-browser, Chrome of Edge, maar wel Firefox of Brave. Daarmee worden de meeste advertenties en andere storende elementen geblokkeerd, en als je op een link klikt, dan wordt die gewoon netjes in je browser geopend. Dat levert je een veel betere ervaring op dan met de Facebook-app. Mobiele browsers ondersteunen doorgaans geen browserextensies, dus FB Purity kan je op je mobiele apparaat niet gebruiken, maar ook zonder FB Purity is het werken met Facebook in bijvoorbeeld Brave al een hele verademing in vergelijking met de Facebook-app!
Om Facebook in de browser even vlotjes te openen als met de app, kan je vanuit de browser een snelkoppeling toevoegen aan je startscherm. Daarmee kan je Facebook voortaan even snel en makkelijk openen als met de app.
Ik heb beide op mijn telefoon een tijdje naast elkaar geprobeerd: enerzijds de Facebook-app en anderzijds Facebook in mijn favoriete browser, Brave. Het verschil is enorm! De app heb ik ondertussen van mijn telefoon verwijderd. Daarmee werd ineens ook meer dan 10 GB aan opslagruimte vrijgemaakt, want de Facebook-app is nogal een slokop!
Ik ben erg blij met de Facebook-switch op mijn telefoon. Ik krijg nu véél minder advertenties te zien, niet alleen in mijn Facebook-feed, maar ook wanneer ik op een link klik om een webpagina te openen. Dankzij Brave krijg ik dan ook niet telkens een vervelende cookie-pop-up te zien, want Brave neemt het cookie-gedoe automatisch van me over: enkel de noodzakelijke cookies worden automatisch geaccepteerd, al de rest wordt automatisch geblokkeerd. De overstap naar Brave heb ik een tijdje geleden al gemaakt, en ik heb het mij nog geen seconde beklaagd!
Tot slot nog iets waar je rekening mee moet houden als je besluit om FB Purity te gebruiken: de maker van deze extensie doet zijn uiterste best om de extensie up-to-date te houden, maar Facebook heeft de vervelende gewoonte om af en toe kleine of grote aanpassingen te doen aan zijn platform (al of niet zichtbaar). Daardoor kan het dus gebeuren dat een bepaalde instelling van FB Purity ineens niet meer werkt. Geen nood echter, de maker van FB Purity zoekt dan zo snel mogelijk uit wat er aan de hand is en past de extensie aan, zodat alles binnen de kortste keren weer werkt zoals het hoort. Maar het is een voortdurend kat-en-muisspel: Facebook houdt er natuurlijk niet van dat gebruikers via browserextensies advertenties of gesponsorde posts proberen te verbergen en probeert steeds weer nieuwe manieren uit om ze tóch te laten verschijnen, ook al heb je ze geblokkeerd...
Wil je ook een Facebook-ervaring zonder (of in elk geval met heel wat minder) ergernissen? Dan weet je wat je te doen staat: op je laptop kan je de FB Purity-browserextensie installeren, en op je smartphone kan je voortaan Facebook openen met je mobiele browser (bij voorkeur Brave). Als je wil, kan je de Facebook-app voorlopig nog even laten staan, en als de nieuwe manier van werken je bevalt, dan kan je de app verwijderen. Je krijgt er dan ook nog wat extra opslagruimte bij (voor foto’s, video’s of andere apps).
Onlangs heb ik voor een tweede keer een bezoek gebracht aan BRUSK, de gloednieuwe kunsthal in Brugge – een van de zeldzame bouwprojecten die binnen de voorziene tijd én binnen het voorziene budget zijn gebleven. Deze keer voor een geleid bezoek met gids aan Breedbeeld. Verweven werelden van Brugge 900–1550, een cultuurhistorische tentoonstelling waarin meer dan 250 fascinerende kunst- en erfgoedobjecten te zien zijn.
De stukken komen uit vermaarde internationale museumcollecties, waaronder de National Gallery, de Biblioteca Apostolica Vaticana, het Louvre, de Bodleian Libraries, het Kunsthistorisches Museum, de British Library, het Metropolitan Museum of Art en het Rijksmuseum, met topstukken als de Passie van Christus van Hans Memling (uit de Galleria Sabauda in Turijn) en het Portret van Mehmet II van Gentile Bellini (uit de National Gallery). Indrukwekkend!
De stukken zijn gegroepeerd rond een aantal thema’s of ‘werelden’: de Noordzee, de Middellandse Zee, de hofcultuur, het christelijke Oosten en de nieuwe wereld. Er is héél veel te zien, en aan elk stuk hangt een heel verhaal vast. De tentoonstelling nodigt de bezoeker uit tot een bredere kijk – vandaar de naam Breedbeeld. We ontdekken hoe ideeën, mensen en goederen verbonden zijn met Brugge, en hoe culturen via Brugge verbonden zijn met elkaar. De expositie combineert historische artefacten met moderne audiovisuele middelen.
Het is vrij donker in de zaal, maar dat heeft een goede reden. Om de kostbare schilderijen maximaal te beschermen, moet lichtinval zo veel mogelijk vermeden worden. De grote, op het noorden gerichte ramen van de grote zaal van BRUSK zijn voor de gelegenheid volledig verduisterd.
Mijn persoonlijke interesse werd vooral gewekt door de vele schilderijen, manuscripten met prachtige kleurrijke miniaturen, enkele astronomische instrumenten zoals astrolabia en een draagbare zonnewijzer met kompas, en boeken met tekeningen van astrolabia en hemellichamen. Ook enkele oude kaarten zijn in Breedbeeld te zien – die niet allemaal Europa in het centrum van de wereld of het noorden bovenaan plaatsen.
Bij deze bijzonder boeiende en leerrijke tentoonstelling hoort ook een prachtig boek, verkrijgbaar in BRUSK én in de boekhandel: Verweven werelden van Brugge door Peter Frankopan (curator van de tentoonstelling), uitgegeven bij Hannibal Books. Ik had nog een boekenbon in een lade liggen en heb die gebruikt om het boek aan te schaffen (niet in de shop van BRUSK, maar achteraf in de boekhandel), en ik heb meteen ook maar een ander boek gekocht dat met de geschiedenis van Brugge te maken heeft: De kaart van 1562 uitvergroot – Brugge door de ogen van Marcus Gerards, uitgegeven bij De Boekenmaker. Dat boek gaat over een van de beroemdste kaarten die ooit van Brugge gemaakt zijn.
Breedbeeld. Verweven werelden van Brugge 900–1550, nog tot 6 september dagelijks (behalve op maandag) in BRUSK, Brugge. Wil je achteraf thuis nog wat nagenieten of wat meer over de Brugse middeleeuwen te weten komen, dan is het boek beslist een aanrader!
Vorige maand werd de gloednieuwe kunsthal BRUSK officieel geopend, in het hart van het Brugse museumkwartier. In tegenstelling tot een museum beschikt een kunsthal niet over een eigen collectie en is het louter een plaats voor tijdelijke tentoonstellingen. BRUSK beschikt over twee monumentale tentoonstellingshallen, gigantische ruimten zonder steunkolommen en héél hoge plafonds.
Tijdens het openingsweekend al zijn we er de twee openingstentoonstellingen gaan bezichtigen: Breedbeeld. Verweven werelden van Brugge 900–1550 en Refik Anadol – Latent City. Over die laatste wil ik het hier hebben. (Wees gerust, Breedbeeld komt een volgende keer nog aan bod, na een al gepland vervolgbezoek.)
Latent City is de eerste solotentoonstelling op Belgische bodem van de Turks-Amerikaanse kunstenaar Refik Anadol. Anadol is een pionier in AI-gedreven mediakunst. Zijn werk was al te zien bij gerenommeerde musea als het MoMA in New York en het Guggenheim in Bilbao. Zijn grote kunstwerken worden specifiek gemaakt voor het gebouw waarin of waarop ze worden getoond. Het gaat om videokunst: gigantische bewegende bewegende beelden, niet gemaakt door, maar wel met de hulp van artificiële intelligentie, wat tot verrasssende creaties leidt. In BRUSK is een tien meter hoge ‘videosculptuur’ te zien, bestaande uit twee haaks op elkaar geplaatste videowanden met spiegels op het plafond en op de vloer. De hallucinerende beelden worden aangestuurd door data, een combinatie van historische en realtime data uit Brugge.
De hal is donker, en wanneer je binnenkomt wordt je aandacht meteen naar het gigantische bewegende kunstwerk getrokken. Je kan er heel lang naar staan of zitten kijken, en je ziet steeds nieuwe vormen. Ter afwisseling kan je in dezelfde hal de kleinere bewegende digitale schilderijen uit Anadols Latent City-serie bekijken. De werken zijn gemaakt aan de hand van allerlei data uit andere steden, zoals Stockholm, Seoul en Berlijn.
In het Brugse Concertgebouw wonde ik ook een thema-avond bij rond de Brugse video-installatie van Refik Anadol. De kunstenaar gaf er een presentatie waarin hij uitgebreid over zijn kunst vertelde en zijn uiteenzetting illustreerde met foto’s en videobeelden. Hij ging ook in gesprek met journalist/reportagemaker Tim Verheyden, gekend van radio en tv.
Tussen presentatie en vraaggesprek werd het publiek getrakteerd op een muzikaal intermezzo, een experimenteel muziekstuk met als titel Trio van de Brits-Japanse componist Ben Nobuto, vertolkt door drie muzikanten van het Gentse Nemo-ensemble (fluit, keyboard en cello). Ik kende Nobuto nog niet, maar het verrassend fris klinkende stuk wist mij meteen te boeien. Soms deed het mij, door het repititieve karakter, wat denken aan Philip Glass, maar het is toch iets helemaal anders.
De videosculptuur die Anadol voor Brugge creëerde, maakt gebruik van Brugse data. Hij werkte daarvoor samen met het Brugse Stadsarchief. Data uit het Brugse architectonische en stedelijke verleden werden gecombineerd met realtime lokale weerdata. Het resultaat is verrassend én betoverend!
Refik Anadol – Latent City, nog tot 8 november dagelijks (behalve op maandag) in BRUSK, Brugge.
Het zijn weer hoogdagen voor de liefhebbers van het sci-fi- en superheldengenre (en ja, daar ben ik dus bij)! Het begon al in maart al met Project Hail Mary, waarin Ryan Gosling moet samenwerken met een buitenaards wezen (dat voor de verandering nu eens niet gewoon twee armen en twee benen, twee ogen en twee oren heeft) om de wereld te redden, gebaseerd op het gelijknamige boek van Andy Weir (die je vast nog kent van The Martian).
Daarna volgde in mei The Mandalorian and Grogu, de nieuwste Star Wars-film. De film deed het niet slecht in de zalen, maar toch een stuk minder goed dan de makers gehoopt hadden. Dat lag niet zozeer aan de film, maar aan de stevige concurrentie. In de States moest de film het namelijk opnemen tegen Obsession en Backrooms, twee succesvolle horrorfilms. The Mandalorian and Grogu is een Star Wars-spin-off, een vervolg op de succesvolle Disney+-reeks The Mandalorian met Pedro Pascal in de titelrol.
Begin juni kregen we Masters of the Universe. Aanvankelijk was ik niet van plan om deze film in de bioscoop te gaan bekijken, maar een verrassend hoge score van 7.1/10 op IMdB én een positieve mini-review van een Facebookvriend wisten me te overtuigen. Masters of the Universe is de live action origin story van He-Man en is een spin-off van de populaire animatieserie uit de jaren 80.
Maar het hoogtepunt van het jaar moet toch de film worden die bij ons op 10 juni in de zalen kwam, de langverwachte nieuwe Steven Spielberg-film: Disclosure Day. De film gaat door op hetzelfde thema van eerdere Spielberg-kaskrakers als Close Encounters of the Third Kind (1977) en E.T. the Extra-Terrestrial (1982): de Aarde krijgt bezoek uit de ruimte. Een geheime (Amerikaanse) overheidsorganisatie heeft al jarenlang bewijzen van buitenaardsen én hun technologie in handen, maar houdt dat voor de bevolking verborgen. – Ik blijf het merkwaardig vinden dat die buitenaardsen over immens geavanceerde technologie beschikken die hen in staat stelt de onvoorstelbaar grote afstanden tussen de sterren te overbruggen, om dan uiteindelijk altijd weer in een maïsveld in ergens in het midden van de VS te crashen...
Maar daarmee is de filmzomer nog maar net begonnen. De komende maanden staan nog een aantal releases gepland die ik beslist op een zo groot mogelijk scherm wil gaan bekijken: in juli nog Supergirl en Spider-Man: Brand New Day, in augustus The End of Oak Street en later op het jaar, in november, The Hunger Games: Sunrise on the Reaping. Ook The Odyssey, geen sci-fi maar een verfilming van het beroemde epos van de Griekse dichter Homeros, is er eentje om in het oog te houden. Die film komt half juli in de zalen.
Op 9 juni lanceert de Europese Unie Euro-Office, een kantoorsoftwarepakket dat als voornaamste doel heeft om na verloop van tijd volledige onafhankelijkheid van Microsoft Office te bereiken op computersystemen van de overheid. De EU streeft naar digitale soevereiniteit: ze wil onafhankelijk worden van de Amerikaanse softwarepaketten die nu door heel wat overheidsinstanties gebruikt worden. Net als Microsoft 365 is Euro-Office groupware, wat betekent dat de software niet enkel ontworpen is voor individuele gebruikers, maar gericht is op samenwerking in een groep van gebruikers. Net als bij MS 365 zal je dus met meerdere collega’s op hetzelfde moment aan eenzelfde document kunnen werken. Op die manier moet Euro-Office een waardige vervanger worden van Microsoft 365.
Vooralsnog werkt Euro-Office uitsluitend in de cloud en zijn er bij de lancering nog geen desktoptoepassingen. Je gebruikt de toepassingen dus via een webbrowser, net als bij Google Docs. Ook bij MS 365 kan je de toepassingen overigens gewoon in je webbrowser draaien. Na de introductie van de cloudtoepassingen zal naarstig verder gewerkt worden aan mobiele en desktoptoepassingen, net als bij MS 365.
De makers zijn niet vanaf nul gestart. Euro-Office is een fork van OnlyOffice (initieel gereleaset in 2009). Zo’n fork ontstaat als een kopie van andere software, die dan aangepast en verder doorontwikkeld wordt. Dat kan zomaar doordat het gaat om openbronsoftware, die vrij beschikbaar is en vrij gekopieerd en aangepast mag worden. Ook dat is een extra troef: in tegenstelling tot een gesloten, commercieel systeem als Microsoft Office kan iedereen met de broncode van openbronsoftware aan de slag en kan je dus ook precies uitzoeken hoe het allemaal in elkaar zit.
Allemaal goed en wel, hoor ik je denken, maar wat moeten we dan aanvangen met de massa’s Word- en Excelbestanden die we nu gebruiken? Worden die dan onbruikbaar wanneer we straks overschakelen van MS 365 naar Euro-Office? Neen, gelukkig niet. Euro-Office streeft naar een zo groot mogelijke compatibiliteit met de bestandsformaten die door Microsoft gebruikt worden. Euro-Office-gebruikers zullen probleemloos kunnen werken met bestandsformaten als docx (Word), xlsx (Excel), pptx (Powerpoint), pdf, odt, ods, odp, txt en heel wat andere formaten.
Microsoft 365 zelf mag dan wel gesloten, commerciële software zijn, dat geldt (gelukkig) niet voor de bestandsformaten die gebruikt worden: bestandsformaten als docx, xlsx en pptx maken deel uit van OOXML (Office Open XML), een open bestandsformaat voor office-documenten, gestandaardiseerd door internationale organisaties als Ecma en ISO/IEC. De computergeeks en softwarehackers onder ons zullen ongetwijfeld weten dat bijvoorbeeld een docx-bestand in feite een zip-archief is, waarin de tekst en de stijlen van het Word-document vervat zitten in de vorm van xml-bestanden, samen met eventuele afbeeldingen en andere informatie. Probeer het maar eens: je kan een docx-bestand gewoon openen met bijvoorbeeld 7‑Zip om te kijken wat er allemaal in verstopt zit. De makers van Euro-Office streven naar volledige compatibiliteit met Word-, Excel- en Powerpoint-documenten en willen de overstap zo soepel mogelijk laten verlopen.
Ik heb Euro-Office natuurlijk nog niet kunnen uitproberen, maar ik maak wel al jarenlang gebruik van een ander alternatief kantoorsoftwarepakket: LibreOffice. Ook LibreOffice (een fork van OpenOffice) ondersteunt de hierboven genoemde bestandsformaten.
Sinds 4 juni gebruikt de EU ook niet langer Google als default zoekmachine, maar Qwant, een Franse zoekmachine. Net als DuckDuckGo, de zoekmachine die ik sinds kort gebruik, volgt Qwant geen gebruikers en verzamelt en verkoopt het geen persoonlijke gegevens. Qwant is nu voor de overheidsinstanties van de EU de default, maar gebruikers kunnen uiteraard nog altijd Google of een andere zoekmachine gebruiken als ze dat willen.
De uitrol van Euro-Office is een belangrijke volgende stap in iets wat al langer aan de gang is: heel wat bedrijven en overheden, en in mindere mate ook individuele gebruikers, ruilen Amerikaanse software steeds vaker in voor Europese alternatieven. Op de website European Alternatives vind je tal van links naar Europese alternatieven voor heel wat populaire services, tools, apps en providers. Het loont beslist de moeite om daar eens een kijkje te nemen.
De beschikbaarheid van goede, volwaardige Europese alternatieven biedt meerdere voordelen: om te beginnen is er de al eerder genoemde digitale soevereiniteit, waardoor we in Europa niet langer afhankelijk zijn van Amerikaanse systemen. Daarin speelt niet alleen de geopolitieke context een rol maar ook de dominantie van een beperkt aantal grote spelers buiten de EU. Er is ook de veel betere bescherming door de Europese privacywetgeving. Data die op servers in Europa worden bewaard, zijn sowieso beter beschermd dan data die naar Amerikaanse cloudomgevingen stromen. Ten slotte is er natuurlijk nog een financieel aspect: waarom zou je nog dure, commerciële licenties betalen als je evengoed gebruik kan maken van gratis openbronsoftware waarmee je net hetzelfde kan doen? Zowel bedrijven, overheden als individuele gebruikers kunnen hier flink mee besparen! Als Euro-Office eenmaal breed uitgerold en ingeburgerd is, zal hopelijk ook het onderwijs snel volgen en niet langer van de leerlingen en studenten eisen dat ze de Microsoft-producten blijven gebruiken.
Als je even googelt, vind je er vast nog meer. Het werkwoord ‘googelen’ is overigens al enige tijd opgenomen in de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal. Het betekent simpelweg ‘iets opzoeken op het internet’, dus dat moet niet noodzakelijk met de zoekmachine van Google gebeuren. Je kan dus evengoed de AI-vrije zoekmachine van DuckDuckGo gebruiken, bijvoorbeeld, of een Europese zoekmachine als Qwant of SwissCows.
Voor mijn cloudback-ups maak ik al sinds 2016 naar volle tevredenheid gebruik van Backblaze. Werkt prima, maar Backblaze is gevestigd in Californië, en mijn data worden opgeslagen in een data center ergens in het westen van de Verenigde Staten (Backblaze vermeldt geen stad, maar wel een regio: US West). Ondertussen heeft Backblaze ook een data center in Europa geopend, namelijk in Amsterdam. Bij de aanmaak van een nieuw account kan je er nu voor kiezen om je data in Europa op te slaan, maar voor bestaande accounts kan dat niet zomaar gewijzigd worden.
De oplossing: ik heb gewoon een nieuw account gemaakt en daarbij gekozen voor opslag in Europa. Mijn oud account vervalt eind deze maand, en dan zeg ik het gewoon op. Ondertussen krijg ik op mijn nieuw account een maand gratis, dus ik heb geen extra kosten. Eenmaal mijn data op een Europese server staan, worden ze beschermd door de Europese privacywetgeving, ook al is Backblaze een Amerikaans bedrijf. Een datacenter dichterbij heeft nog meer voordelen: het garandeert immers meer bandbreedte en een hogere overdrachtssnelheid.
Ik heb niet overwogen om van cloudback-upservice veranderen, want Backblaze biedt een behoorlijk goede deal, die je niet makkelijk ergens anders zal vinden: voor een zeer schappelijk en vast bedrag krijg ik er namelijk onbeperkte opslagruimte voor back-ups, terwijl de opslagruimte bij andere diensten vaak beperkt is tot 1 of hooguit enkele terabytes. Als je meer ruimte nodig hebt, betaal je elders sowieso een hogere prijs. Momenteel heb ik al bijna 4 TB aan data geback-upt in de cloud, en dat zal alleen maar méér worden. Die data moeten nu allemaal opnieuw geüpload worden naar mijn nieuwe account, en dat kan enige tijd duren. Het gebeurt allemaal in de achtergrond, terwijl ik mijn computer normaal verder kan gebruiken zonder noemenswaardig prestatieverlies (dankzij de geheugenuitbreiding van enkele weken geleden).
En ja, een back-up in de cloud is echt geen overbodige luxe. Ik heb heel wat bestanden die ik absoluut niet kwijt wil raken, waaronder niet alleen tekst en data, maar ook een grote verzameling foto’s en video’s, en zelf geschreven software. Een cloudback-up biedt me de nodige gemoedsrust en beschermt me tegen allerlei incidenten die mijn laptop en mijn fysieke back-upmedia zouden kunnen treffen.
Backblaze blijft natuurlijk wel een Amerikaans bedrijf, dat onderhevig is aan de US Cloud Act. Daardoor kan het verplicht worden om toegang te bieden aan de Amerikaanse autoriteiten wanneer die daarom zouden vragen. Maar ik heb voor mijn back-ups gebruikgemaakt van de mogelijkheid om met een eigen encryptiesleutel (private encryption key) te werken. Zonder die encryptiesleutel, die alleen gekend is door mij en die niet bewaard wordt op de servers van Backblaze, kunnen mijn data niet gelezen worden. Zero-access-versleuteling dus, net zoals bij Proton Mail. Dat betekent dat zelfs werknemers van Backblaze zich geen toegang kunnen verschaffen tot mijn data, als ze dat al zouden willen (of wanneer ze daartoe door de Amerikaanse overheid verplicht zouden worden). Ook in het onwaarschijnlijke geval dat Backblaze gehackt zou worden, kunnen de hackers niets met de versleutelde bestanden aanvangen. Ik ga er daarom van uit dat mijn data bij Backblaze behoorlijk veilig zijn, dus na de migratie naar een server aan deze kant van de oceaan kan ik helemaal op twee oren slapen.
N.B.: een back-up in de cloud is maar één element van een goede back-upstrategie. Daarnaast maak ik uiteraard ook regelmatig back-ups op meerdere externe schijfstations. O ja, Backblaze biedt ook een uitgebreide versiehistoriek: standaard 30 dagen, maar gratis uitbreidbaar tot een jaar. Zo kan je altijd weer terugvallen op een eerdere versie wanneer je per ongeluk een bestand verwijderd of om zeep geholpen hebt.
Als je ook Backblaze wil gebruiken voor je online back-ups, gebruik dan onderstaande verwijzingslink. Als je via die link een account aanmaakt, krijgen zowel jij als ik een extra maandje gratis (meer info).
We gaan verder met de reeks Bye-Bye, hello! Na mijn verandering van e-mailprovider en van webbrowser gebruik ik voortaan ook een andere zoekmachine.
Het moet zowat tien jaar geleden zijn dat mijn computersavvy collega en certified ethical hacker Alvin me al kennis liet maken met DuckDuckGo. Ik heb de zoekmachine toen even uitgeprobeerd, maar zag op dat moment niet direct een reden om mijn vertrouwde Google op te geven. Bovendien vond ik DuckDuckGo’s logo er eigenlijk niet bepaald professioneel uitzien.
Het logo ziet er nog altijd wat mal uit, maar laat je daardoor niet misleiden. Looks can be deceiving. DuckDuckGo is een prima zoekmachine, die qua prestaties niet moet onderdoen voor concurrenten als Google en Bing.
DuckDuckGo is nog altijd niet erg populair, en dat is geheel ten onrechte. Uit de statistieken op StatCounter Global Stats blijkt dat in april 2026 slechts 0,71% van de gebruikers wereldwijd de zoekmachine gebruikten, tegenover 90,02% voor Google en 5,14% voor Bing. De andere zoekmachines zijn samen goed voor de resterende 4,13%. In België en de rest van Europa is het aandeel van DuckDuckGo iets groter, maar nog altijd kleiner dan 1%.
Zoekmachines april 2026
DuckDuckGo
Google
Bing
overige
totaal
wereldwijd
0,71%
90,02%
5,14%
4,13%
100%
Europa
0,89%
87,50%
5,60%
6,01%
100%
België
0,87%
88,18%
8,00%
2,95%
100%
Maar het overwicht van Google begint toch stilaan wat te slinken. In mei 2026 verscheen volgend artikel in mijn social media feeds: DuckDuckGo is growing thanks to Google users frustrated by AI features. Inderdaad: DuckDuckGo zou wel eens kunnen profiteren van het feit dat heel wat Google-gebruikers gefrustreerd raken door de AI-functies. Wanneer je tegenwoordig een simpele zoekactie uitvoert met de zoekmachines van Google of Bing, krijg je ongevraagd bovenaan de pagina steevast een AI-samenvatting, en Google heeft net aangekondigd in de toekomst nog meer AI te gaan gebruiken. Bij DuckDuckGo staat dat standaard uit (maar je kan wel AI gebruiken als je dat wil). Bij Google heb je geen keus: Google gebruikt steeds meer AI, of je dat nu wil of niet.
In de loop van mei, na het grote I/O-event waar Google een hele reeks nieuwe AI-functies in zijn zoekmachine introduceerde, volgde ineens een grote toename van gebruikers die de DuckDuckGo-app installeerden op hun mobiele apparaat. DuckDuckGo heeft immers heel wat troeven die privacybewuste gebruikers kunnen afsnoepen van zoekgigant Google. Om te beginnen slaat DuckDuckGo geen IP-adressen of andere informatie over de gebruikers op, die verkocht zouden kunnen worden aan adverteerders. DuckDuckGo gebruikt geen tracking of profielvorming: er worden geen langdurige gebruikersprofielen opgebouwd en DuckDuckGo volgt je niet over sites heen. Google doet dat allemaal wel en verzamelt uitgebreide gebruikersdata om gepersonaliseerde profielen en advertenties te maken.
Je zoekopdrachten blijven met DuckDuckGo volledig anoniem. Je krijgt daardoor neutrale zoekresultaten, terwijl Google de zoekresultaten aanpast op basis van je eerdere zoekgedrag, iets wat je lang niet altijd wil! Om DuckDuckGo te gebruiken, moet je geen account aanmaken. DuckDuckGo laat net als andere zoekmachines wel advertenties zien, maar die zijn gebaseerd op wat je aan het zoeken bent en zijn dus relevanter. DuckDuckGo heeft ondertussen een sterke reputatie opgebouwd als de zoekmachine die je privacy respecteert: het volgt je niet, slaat je zoekgeschiedenis niet op en maakt geen advertentieprofielen aan. De zoekmachine gebruikt dan ook niet voor niets slogans als Privacy, simplified en The search engine that doesn’t track you.
DuckDuckGo heeft ondertussen ook een eigen webbrowser, maar ik blijf vooralsnog Brave gebruiken. Het privacy-niveau van beide browsers is vergelijkbaar. Ik gebruik Brave nu al een week of drie, en daar ik ben nog altijd heel enthousiast over. Ik verkies overigens toch wel een Chromium-based browser, en dat is DuckDuckGo’s webbrowser niet – hun browser gebruikt de WebKit-rendering engine van Apple, die ook door Safari wordt gebruikt. Nieuwe webstandaarden worden daardoor vaak later en soms slechts gedeeltelijk geïmplementeerd.
Als je net als ik voortaan ook de zoekmachine van DuckDuckGo wil gebruiken, dan kan je in je browserinstellingen de standaard zoekmachine wijzigen. Dat gaat als volgt:
In Brave: ga naar Instellingen > Zoekmachine en kies DuckDuckGo als standaard zoekmachine. Je kan aparte zoekmachines instellen voor normale browservensters en privévensters.
Wijzig je zoekmachine zowel op je laptop of desktop als op je mobiele apparaten. Je bent dus niet verplicht om de webbrowser van DuckDuckGo te installeren, je kan gewoon je favoriete browser(s) houden en de standaard zoekmachine wijzigen. Bevalt het je niet? Dan kan je eenvoudig weer terug.
Wil je voorlopig nog even je vertrouwde zoekmachine blijven gebruiken en wil je DuckDuckGo alleen maar even uitproberen? Surf dan naar duckduckgo.com en gebruik de zoekbalk. Of gebruik noai.duckduckgo.com voor een volledig AI-vrije zoekervaring, waarbij door AI gegenereerde afbeeldingen uit de zoekresultaten verwijderd worden.
Heb je DuckDuckGo ingesteld als standaard zoekmachine en vind je toch niet wat je zoekt? Dan is er natuurlijk niets dat je belet om nog even naar de website van Google te gaan en daar je zoekopdracht in te typen. Wil je niet dat Google je zoekopdracht onthoudt, gebruik dan een privévenster (incognitovenster).
De albums van Kuifje stonden ooit aan de wieg van mijn nog steeds groeiende boekenverzameling. Toen ik nog maar net had leren lezen, kreeg ik van mijn ouders mijn eerste Kuifje-strip. Dat album werd het begin van een levenslange fascinatie voor Kuifje en Hergé. Tot de verhalen die het meest tot mijn verbeelding spraken, behoren ongetwijfeld de albums Raket naar de Maan en Mannen op de Maan, wellicht mede dankzij mijn al op jeugdige leeftijd aanwezige interesse voor ruimtevaart.
Vooral de rood-witte maanraket waarmee Kuifje en zijn vrienden naar de Maan vlogen, is iconisch. Hoewel de boeken dateren uit 1953 en 1954 – anderhalf decennium vóór de eerste Apollo-maanvluchten! –, kom je die raket ook vandaag nog op heel wat plaatsen tegen. Uiteraard staat er een model in het Belgisch Stripcentrum in Brussel, maar het grootste en bekendste exemplaar staat sinds 2015 in Brussels Airport, waar heel wat reizigers zich bij het zes meter hoge kunstwerk laten fotograferen. Belgische reizigers vinden een afbeelding van de beroemde raket tegenwoordig overigens ook op de eerste pagina van hun internationaal paspoort.
Meer dan veertig jaar na het overlijden van Hergé is zijn geesteskind Kuifje nog steeds erg populair. Dat leidde onlangs tot een samenwerking tussen Tintinimaginatio (de stichting die de nalatenschap van Hergé beheert, het vroegere Moulinsart) en Lego (de alom gekende Deense speelgoedfabrikant). Op 1 april van dit jaar kwam een Lego Ideas-set uit die meteen mijn aandacht wist te trekken: een heuse Kuifje-maanraket! Ik heb niet lang getwijfeld en de set meteen besteld.
Het moment was in elk geval goed gekozen: 1 april 2026 was namelijk ook de dag waarop NASA de Artemis II-missie lanceerde, waarbij na meer dan een halve eeuw voor het eerst weer mensen richting Maan vlogen (evenwel zonder er te landen). Daarbij droegen ze, net als Kuifje en zijn gezelschap, oranje ruimtepakken, in tegenstelling tot de witte pakken van de Apollo-astronauten van meer dan vijftig jaar geleden.
Met deze Lego build heb ik mijn hart weer eens flink kunnen ophalen. Het was een hele uitdaging, want vergis je niet: dit is een 18+ build, geen kinderspel dus. Ronde vormen creëren met van nature hoekige Lego-blokjes vormt een uitdaging, en er worden enkele heel speciale bouwtechnieken gebruikt om dat voor elkaar te krijgen. Het binnenwerk, dat verborgen blijft wanneer de raket eenmaal is afgewerkt, zit vrij ingenieus in elkaar. Het resultaat mag er zijn: een vrij stevig bouwwerk waarvan de gelijkenis met de tekeningen van Hergé treffend is.
Dat laatste is absoluut niet vanzelfsprekend. De raket uit de Kuifje-albums, waarvoor Hergé zich liet inspireren door de beruchte V2 van Wernher von Braun, wordt gekenmerkt door zijn typische spilvorm: de raket is het breedst in het midden, wordt naar onderen en naar boven toe smaller en mondt helemaal bovenaan uit in een spitse punt. Zoiets is met Lego onmogelijk perfect na te maken. Er werden dus wat toegevingen gedaan, waardoor de vorm van de Lego-raket wat dichter bij een cilinder aanleunt. Het Lego-bouwwerk ziet er wat logger uit dan de originele tekeningen, maar het resultaat mag er best zijn.
Bij de set horen maar liefst vijf minifigs – of zes, als je Bobbie meerekent –: Kuifje, Haddock, Zonnebloem, Jansen en Janssen, allemaal in oranje ruimtepak. Enig minpuntje: bij Bobbie ontbreekt een helm. Hij zal dus aan boord van de raket moeten blijven en zal geen maanwandeling kunnen maken (wat hij in het album wél kan).
O ja, deze raket kan écht vliegen hoor, zoals in onderstaand filmpje bewezen wordt...
Ik ben weer eens veranderd van webbrowser. Je mag dan wel jarenlang je zelfde favoriete webbrowser gebruiken, af en toe moet je durven veranderen. Zeker als er iets beters is, en als de overgang ook nog eens vlekkeloos verloopt. Ik ben ooit begonnen met Netscape Navigator, zo oud ben ik al. Alleen wie er van bij het prille begin bij was op het world wide web, heeft daar nog vage herinneringen aan.
Daarna kwam Internet Explorer, een ware nachtmerrie voor websitebouwers, en dan heb ik een tijdlang Firefox gebruikt. Dan Chrome, en daarna Chrome voor thuisgebruik en Edge op mijn werklaptop. Ik ben Edge maar beginnen gebruiken vanaf het moment dat Edge Chromium-based werd. Eerdere versies van Edge waren niet veel waard, maar Chromium-Edge werkte even vlotjes als Chrome en vrat minder RAM-geheugen.
Sinds enkele dagen gebruik ik Brave, een opensource-webbrowser, net als Chrome en Edge gebaseerd op Chromium. Het grote verschil is dat Brave automatisch trackers en advertenties blokkeert, waarmee er een grote focus op privacy ligt. Daarmee moet surfen op het web weer werkbaar en zelfs leuk worden. Als je mijn eerdere blogposts hebt gelezen, dan weet je dat ik privacy op het web belangrijk vind, en bovendien heb ik een hekel aan advertenties.
Wat is Chromium precies, vraag je je misschien af. Is dat hetzelfde als Chrome? Neen, Chromium is een opensourceproject dat het hart van de broncode vormt voor zowel Chrome, Edge, Brave en andere webbrowsers. Het belangrijkste onderdeel is de rendering engine, die ervoor zorgt dat HTML-pagina’s correct weergegeven worden, rekening houdend met CSS, Javascript en andere webstandaarden. Met al die browsers kan je er dus op rekenen dat alle webpagina’s op je scherm worden weergegeven zoals de makers ze bedoeld hebben.
Maar alles wat daar omheen gebeurt, kan verschillen van browser tot browser: de vormgeving en de opbouw van werkbalken, menu’s en dialoogvensters, het wachtwoordbeheer, default instellingen, etc. Daarnaast zijn er ook nog webbrowsers die niet op Chromium gebaseerd zijn, waarvan Firefox wellicht de populairste is.
Overstappen van Edge of Chrome naar Brave is echt een fluitje van een cent. Brave neemt gewoon alle opgeslagen wachtwoorden, favorieten en zelfs de geïnstalleerde browserextensies automatisch over van je oude browser, waarna je in Brave verder werkt alsof je nooit iets anders hebt gebruikt. Maar vanaf dat moment treden de shields van Brave in werking, die ervoor zorgen dat storende advertenties en privacy schendende trackers standaard geblokkeerd worden. Dat zorgt ongetwijfeld voor een betere surf-ervaring. Ik heb Brave nu zowel op mijn laptop als op mijn smartphone ingesteld als mijn standaard webbrowser, en ik denk niet dat ik me dat ga beklagen!
Edge kwam onlangs nog in een bijzonder slecht daglicht te staan toen uitlekte dat Edge al je opgeslagen wachtwoorden gewoon als plain text (dus niet geëncrypteerd, maar gewoon leesbaar) in het geheugen van de computer laadt. Dat kan een probleem vormen wanneer kwaadaardige software zich toegang weet te verschaffen tot dat deel van het werkgeheugen. Microsoft maakte het nog erger toen het in een reactie beweerde dat dat gedrag geen bug was, maar by design. Dat incident heeft hen ongetwijfeld heel wat privacybewuste gebruikers gekost.
Die privacybewuste gebruikers lopen steeds vaker weg van mainstream software en gaan op zoek naar veiliger alternatieven. Daarom heb ik vorige maand nog de overstap gemaakt van Gmail naar Proton Mail, en deze switch naar Brave is beslist niet de laatste in het rijtje...
Ruim zes jaar geleden, in maart 2020 (aan het begin van de covid-19-crisis), liet ik jullie weten dat ik een gloednieuwe laptop had aangeschaft: een Lenovo Ideapad L340-15IRH Intel Core i5-9300H. Het toestel beschikte over 8 GB RAM-geheugen, uitbreidbaar tot 16 GB. Voorlopig is 8 GB méér dan genoeg, dacht ik, en in het begin draaide het toestel heel soepel, maar de laatste tijd was van die soepelheid nog maar weinig te merken. Eind vorig jaar had ik om die reden al besloten om te herbeginnen met een schone herinstallatie van Windows. Na die ingreep ging het weer een heel stuk beter, maar toch niet helemaal zoals het zijn moest.
Daar zijn meerdere redenen voor, maar de belangrijkste zijn wellicht dat ik meer en meer van mijn laptop verlang – ik heb vaak heel wat tabbladen open staan in meerdere webbrowsers, terwijl ik ook nog andere toepassingen heb draaien en er ook nog achtergrondtaken lopen – én dat recentere versies van Windows 11 ook steeds meer van het toestel eisen.
Voor de rest ben ik nog heel tevreden over mijn laptop, dus het was nog niet echt tijd voor een nieuwe. Waar het wel hoog tijd voor was, was voor een uitbreiding van het RAM-geheugen. Daarmee zou mijn toestel in theorie weer heel wat vlotter moeten werken.
Ik heb het dus voor het eerst in mijn leven gewaagd om mijn laptop open te schroeven en het geheugenkaartje te vervangen. Ik ben absoluut geen hardware-techneut, maar ik heb er toch voor gekozen om de klus zelf te klaren, zodat ik niet met mijn computer terug naar de winkel moest. Dit onder het motto ‘ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’ – een quote die vaak ten onrechte aan Pippi Langkous wordt toegeschreven.
Erg moeilijk was het niet. Gemini wist mij precies te vertellen welk soort geheugen ik nodig had – een 16 GB DDR4 SO-DIMM @ 2400 MHz of sneller – en gaf een gedetailleerd stappenplan om de nieuwe geheugenmodule te plaatsen. Het oude 8 GB-kaartje moest eruit, en er moest een nieuw 16 GB-kaartje in, want een tweede kaartje bijplaatsen kan niet met deze laptop.
Heel wat laptops hebben onderaan een apart vakje dat je kan openmaken om bij het geheugen te komen, maar bij mijn toestel moest ik de hele onderkant losschroeven. Het eerste wat me daarbij opviel, was hoe stoffig het toestel vanbinnen was. Los van de geheugenklus was het dus eigenlijk geen overbodige luxe om het toestel eens open te maken en grondig al het stof weg te blazen.
Het vervangen lukte zonder veel moeite, en na de operatie startte mijn laptop – gelukkig! – weer probleemloos op, en hij draait nu inderdaad weer een heel stuk vlotter. Deze kleine ingreep heeft de levensduur van mijn Lenovo beslist met enkele jaren verlengd. Mocht hij over enkele jaren, na enkele nieuwe Windows-updates die ongetwijfeld weer méér geheugen zullen inpalmen, weer te traag worden, dan heb ik een ander plan: dan gooi ik Windows overboord en schakel ik over op Linux. Linux gaat veel efficiënter om met de beschikbare hardware en draait vaak ook op oudere laptops nog erg soepel. Bovendien heeft Linux de voorbije jaren een grote vooruitgang gemaakt qua gebruiksvriendelijkheid.
Voor zowat alle Windows-software die ik gebruik, is er vandaag een Linux-versie of een prima Linux-alternatief. Bovendien draaien meer en meer toepassingen tegenwoordig in de cloud, d.w.z. in een webbrowser, zodat je ze probleemloos zowel op Windows- als op Linux-computers kan gebruiken. Voorlopig blijf ik nog wel enige tijd Windows draaien, maar mijn toekomst ligt wellicht bij Linux!
De foto hierboven laat mijn opengewerkte laptop zien (na wegblazen van het stof). De geheugenmodule zit verstopt onder het rechthoekige afdekplaatje rechts op de foto. De grotere zilverkleurige rechthoek links is een houder waarin eventueel een extra harde schijf (HDD, hard disk drive) geplaatst kan worden. Nu is het leeg, want mijn laptop gebruikt een veel snellere SSD (solid state drive). Dat is het groene printkaartje ernaast, onder de grote ventilator. Aan een extra HDD of SSD heb ik momenteel geen nood. Het overgrote deel van mijn data bewaar ik op een 6 TB extern schijfstation (waar ik uiteraard meerdere back-ups van heb).