Sinds 20 januari kun je vanuit België weer met de nachttrein naar Wenen. Vroeger heb ik zelf meermaals met de nachttrein gespoord. Ik maakte voor het eerst kennis met deze manier van reizen toen we in het zesde leerjaar op sneeuwklas trokken naar Zwitserland. Ik vond het daar zo leuk, dat ik mijn ouders heb overgehaald om in de jaren die volgden enkele keren samen naar Zwitserland op vakantie te gaan, met de nachttrein natuurlijk. Later ben ik dan een aantal keer met de Oostende-Wien Express naar Wenen gereisd, voor de internationale jeugdwedstrijd machineschrijven die daar elk jaar werd gehouden.
Het reizen met de nachttrein beviel me wel. De slogan van de spoorwegen was toen: ‘Een nachtje sporen... duizend kilometer op twee oren!’ En gelijk hadden ze. ’s Nachts reizen heeft het grote voordeel dat je een dag wint! En je spaart een hotelovernachting uit, want voor de prijs van een treinticket krijg je niet enkel het vervoer, maar ook een overnachting met ontbijt aangeboden.
Ik vond het erg jammer toen de nachttrein eind 2003 werd afgeschaft. In Europa waren er wel nog nachttreinen, maar niet meer vanuit België, helaas.

Deels uit nostalgie hebben we enkele jaren geleden tóch nog eens met de nachttrein gereisd, zij het dan enkele reis. In de zomer van 2015 was ik met mijn gezin voor een congres in de Hongaarse hoofdstad Boedapest. We zochten naar een mogelijkheid om onze congrestrip te combineren met enkele dagen in Wenen. We zijn met het vliegtuig naar Boedapest gevlogen en hebben na het congres de terugreis per spoor afgelegd.
In Boedapest namen we de trein naar Wenen, een rit van drieënhalf uur met een comfortabele Oostenrijkse Rail Jet met wifi aan boord. Na enkele verkwikkende dagen in de Oostenrijkse hoofdstad namen we vanuit Wenen de nachttrein naar Keulen. Daar kwamen we ’s ochtends aan en hebben er nog een hele dag van de stad en van het mooie weer genoten, om dan ’s avonds met de hogesnelheidstrein naar Brussel te reizen en tenslotte met een ‘gewone’ IC-trein de laatste etappe naar huis af te leggen. Wat een avontuur was dat!

Sinds 20 januari kun je twee keer per week, op maandag en donderdag, vanuit Brussel naar Wenen. Een maand na de herinvoering van de nachttrein spreekt de ÖBB (Österreichische Bundesbahnen) van een groot succes, waardoor de frequentie later dit jaar van twee- naar driemaal per week zal worden opgetrokken. Voorlopig gebeurt de reis nog met ietwat oudere wagons, maar over afzienbare tijd worden de treinstellen vernieuwd.
In vergelijking met het vliegtuig ben je lang onderweg – zo’n 14 uur, enkele lange nachtelijke stops inbegrepen –, maar er zijn natuurlijk ook voordelen. Om te beginnen geen luchthavenstress, en je moet je geen zorgen maken over luchthaventransfers: met de nachttrein vertrek en arriveer je immers midden in de stad! Bovendien zorg je als treinreiziger voor aanzienlijk minder CO2-uitstoot dan als vliegtuigpassagier.

Vliegtuigtickets worden tegenwoordig kunstmatig goedkoop gehouden, en dat zorgt voor oneerlijke concurrentie tussen vlieg- en spoorverkeer. Zo moet je op een vliegtuigticket geen BTW betalen en wordt er ook geen belasting betaald op vliegtuigbrandstof, en dat terwijl die brandstof behoorlijk vervuilend is! Van zodra aan deze onrechtvaardige situatie een eind wordt gemaakt, zal de nachttrein – niet alleen voor een tripje naar Wenen, maar voor reizen binnen heel Europa – voor veel mensen beslist weer aantrekkelijker worden. Momenteel loopt bij Groen overigens een petitie die ervoor pleit om de trein weer de goedkoopste optie te maken voor reizen tot duizend kilometer.
Als we ooit nog eens naar Wenen willen – en die kans zit er dik in, want we zijn dol op Mozartkugeln en Sachertorte – zullen we de nachttrein zeker overwegen. De reis alleen al is een avontuur op zich!



In Ready Player One, de jongste film van Steven Spielberg, worden we ondergedompeld in het wereldje van online gaming. Maar niet zoals dat vandaag de dag bestaat. Het verhaal speelt zich af in de niet zo verre toekomst, het jaar 2045, waar zowat iedereen dagelijks heel wat uurtjes doorbrengt in Oasis, een virtual reality-omgeving. Een groot deel van de bevolking leidt een saai, armoedig bestaan en gebruikt Oasis als uitlaatklep.
Het toestel beschikte niet over een harde schijf of een diskettestation en had natuurlijk ook geen cd-lezer of usb-aansluiting. En geen internet, mocht je daaraan twijfelen. Programma’s en data konden opgeslagen worden op audiocassettes, via een apart aan te kopen cassetterecorder. Het duurde tergend lang om op die manier iets van betekenis te lezen of te schrijven, maar de voldoening was des te groter wanneer het langverwachte resultaat uiteindelijk op het scherm verscheen.
Na een aantal jaren heb ik mijn Commodore 64 ingeruild voor zijn opvolger: de Amiga, net als de C64 een toestel dat zijn tijd behoorlijk ver vooruit was. Het eerste model, de Amiga 1000, vond ik aanvankelijk te duur, maar al gauw was ik de trotse bezitter van een betaalbaardere Amiga 500, mijn eerste computer met een grafische gebruikersinterface en een muis. Als ik daar ook nog een nostalgisch boek over vind, wil ik het absoluut hebben!