woensdag 24 november 2021

Carmina Burana

In maart 2020 schreef ik op deze blog een stukje over mijn geplande bezoek aan een opvoering van Carmina Burana in het Brugse Concertgebouw, ter gelegenheid van de 125e geboortedag van Carl Orff. Het was een van de eerste evenementen die afgelast werden omwille van de coronacrisis. Geen nood, er kwam al snel een nieuwe datum: november 2020.

Maar ook dat ging niet door, want in het najaar van 2020 zaten we in de tweede golf van de pandemie. Het evenement werd meteen nóg een keer uitgesteld, nu tot november 2021.

Gisteravond was het dan eindelijk zover. Ik had een uitstekende plaats: centraal op de eerste rij, net voor de orkestbak, met vrij zicht op het podium. In tegenstelling tot de voorsteling die ik in diezelfde concertzaal in 2008 bijwoonde, zaten de orkestleden deze keer dus niet op de bühne, maar was het podium helemaal vrij voor koor, solisten en ballet.

Carmina Burana (Latijn voor ‘Liederen uit Beuern’, een dorpje in Beieren) is het werk dat Carl Orff in 1937 in één klap beroemd maakte. Zelf vond hij dat alles wat hij voordien gecomponeerd had, eigenlijk meteen de prullenmand in kon. De teksten voor de liederen komen van een collectie middeleeuwse gedichten, geschreven in het Duits en in het Latijn.

Het bekendste stuk uit Carmina Burana van Orff is ongetwijfeld het overweldigende O Fortuna, dat al talloze keren is gebruikt in films of reclamespots, en dat ik zelf ook ooit eens als opener van een van mijn diamontages gebezigd heb, in lang vervlogen tijden... De muziek van Carmina Burana – en van Orff-composities in het algemeen – wordt gekenmerkt door het veelvuldig gebruik van syncopen.

Ik heb voor het eerst met dit stuk kennis gemaakt in de muziekles op de middelbare school, en sindsdien is het een van mijn absolute favorieten. Uiteraard heb ik meerdere uitvoeringen in mijn muziekcollectie zitten en ik heb er de voorbije dagen, als voorbereiding op dit concert, nog een paar keer naar geluisterd. Ik houd ontzettend veel van de talloze ritmewisselingen en syncopen die dit werk kenmerken, en grote delen van de Latijnse tekst kan ik uit het hoofd meezingen (maar ik heb me gisteren in de zaal natuurlijk wel rustig gehouden).

De voorstelling van gisteravond heeft mij bijzonder aangenaam verrast. Eerst wist ik niet goed wat te verwachten, want toen het doek omhoog ging zagen we tot onze verbazing geen groot gemengd koor dat klaar stond om O Fortuna aan te vatten, maar werden we verrast met een stukje modern ballet in complete stilte (op het geschuifel van de balletschoenen op de toneelvloer na), op een vrijwel leeg podium. Op grote mobiele ledschermen in de achtergrond werden videobeelden vertoond, die ook tijdens het vervolg van de voorstelling een grote rol bleven spelen.

De drie solisten – een bariton, een sopraan en een contratenor, zoals het hoort – waren gekleed in prachtige kostuums, ontworpen door Nancy Avondts. Zij zorgde ook voor de kostuums van de koorleden en de dansers. Mede daardoor was deze opvoering helemaal anders dan het concert dat ik in 2008 had gezien. Toen betrof het een klassiek concert, met het symfonieorkest centraal op het podium geplaatst, daarachter het koor dat de hele tijd op zijn vaste plaats bleef staan, en vooraan de solisten.

Deze keer maakten de solisten en vooral de koorleden eigenlijk deel uit van het ballet. Soms stonden alle koorleden in één groep bij elkaar, even later stonden de bassen en tenoren aan de ene kant van het podium, de alten en sopranen aan de andere kant. En in tegenstelling tot de voorstelling van 2008 was er nu ook een kinderkoor voor Amor volat undique en Tempus est iocundum.

Het video-concept was een ontwerp van Sibe Kokke, op wiens Instagram-pagina je enkele foto’s van het evenement kunt zien (hier en hier).

Alles bij elkaar was deze productie, in een regie en choreografie van Gerard Mostard, een totaal andere en vernieuwende manier om Carmina Burana te ervaren. Dit was zo veel meer dan een klassiek concert; dit was een complete audiovisuele ervaring met muziek, dans, licht, kostuums en video, prachtig om te zien en heerlijk om naar te luisteren.

www.instagram.com/p/B9SplhVpF2r
www.instagram.com/p/B9QBAjwpAwy

zondag 3 oktober 2021

JVS/VVS-weekend en ESA open dag 2021

Voor de tweede keer werd het jaarlijkse weekend van de Vereniging voor Sterrenkunde een hybride event, dat zowel ter plaatse in Oostende als via streaming gevolgd kon worden. Vorig jaar koos ik voor streaming om niet helemaal naar de andere kant van het land (Genk) te moeten rijden. Dit jaar was het veel dichter bij huis, maar om praktische redenen heb ik toch maar weer voor de streamingformule gekozen. Zoals gewoonlijk had ik immers weer een drukke agenda, waardoor ik het programma van de late zaterdagmiddag, de zaterdagavond en de late zondagmiddag sowieso niet ter plaatse zou kunnen bijwonen aangezien mijn aanwezigheid elders vereist was.

Op het JVS/VVS-weekend komt doorgaans een boeiende en afwisselende mix van JVS/VVS-leden en professionele sprekers aan bod, en is er zowel aandacht voor sterrenkunde als voor ruimtevaart. Bij de amateursterrenkundigen heb je eigenlijk twee grote groepen: enerzijds de mensen die vooral bezig zijn met waarnemen en fotograferen van allerlei interessante hemelobjecten, en anderzijds mensen die vooral belangstelling hebben voor de theoretische aspecten van astronomie en kosmologie. Die tweede groep (waartoe ik behoor) kan uiteraard niet zonder de eerste.

Voor mij waren op dag 1 dus vooral de presentaties van Thibault Brackenier (Primordiale zwarte gaten) en van de Poolse gastspreker Łukasz Wyrzykowski (How to find a black hole with gravitational microlensing) bijzonder interessant. Maar ook het geschiedkundige praatje van Jan Vandenbruaene (De 19de eeuwse Belgische pioniersfotograaf en amateurastronoom Adolphe Neyt), de ruimtevaartlezing van Koen Geukens (De lancering van de James Web Space Telescope – eindelijk!) en de presentatie van Peter Grognard (Een beknopte inleiding tot satellietnavigatie) wisten mij heel erg te boeien. De interessantste lezingen van dag 2 hoop ik later nog uitgesteld te kunnen bekijken, want op zondag wou ik toch echt wel overschakelen naar de livestream vanuit ESTEC, waar ik een keuze kon maken uit acht verschillende ‘rooms’. Weer moeilijk om te kiezen, maar ik heb toch voornamelijk vertoefd in room #8, waar ESA-wetenschappers en een ESA-astronaut (Alexander Gerst) aan het woord kwamen.

Dag 2, de zondag, viel immers zoals gewoonlijk jammer genoeg weer samen met de jaarlijkse open dag van ESA in ESTEC (Noordwijk), die ik natuurlijk óók graag wou bijwonen. Het is een jaarlijks terugkerend probleem: zowel het bijzonder interessante JVS/VVS-weekend als de minstens even interessante open dag bij ESTEC vinden doorgaans in hetzelfde eerste weekend van oktober plaats.

Net zoals vorig jaar was de ESA open dag voor het grote publiek enkel bij te wonen via een virtueel event, op zondagnamiddag. Dit jaar ontvingen ze bij ESTEC echter wel een kleinere groep mensen met een beperking (en hun begeleiders) ter plaatse. Zij konden op zaterdag al een rondleiding volgen, ESA-medewerkers ontmoeten en een presentatie van astronaut André Kuipers bijwonen.

De JVS, de jongerenafdeling van de VVS, werd opgericht in het najaar van 1971. De retrospectieve over 50 jaar JVS (Jeugdvereniging voor Sterrenkunde) en de feestelijke receptie heb ik helaas moeten missen, maar ik hoop in elk geval de retrospectieve later nog online te kunnen bekijken. Voor de receptie moest je echt wel ter plaatse zijn, want hapjes en drankjes kunnen tot nader order nog altijd niet via streaming geserveerd worden. Maar geen nood, ik had die avond gelukkig een andere receptie én een lekker etentje op onze jaarlijkse familiebijeenkomst (die vorig jaar om gekende redenen niet kon plaatsvinden).

Een ander programmaonderdeel waar ik door mijn virtuele aanwezigheid niet aan heb kunnen deelnemen, was het VVS-bezoek aan Astropolis in Oostende op zondagochtend, dat dit weekend voor het eerst zijn deuren opende voor het publiek. Maar geen nood, ik zal Astropolis binnenkort beslist eens op eigen houtje bezoeken.

Ik zie ernaar uit om volgend jaar hopelijk weer deze evenementen ter plaatse te kunnen bijwonen. De datum voor het volgende JVS/VVS-weekend is al bekend, die voor de volgende ESA open dag nog niet. Als ze in hetzelfde weekend vallen, zal ik weer een hartverscheurende keuze moeten maken.

astropolis.be
www.esa.int/About_Us/ESTEC
www.vvs.be

vrijdag 1 oktober 2021

Terug naar de bios: Dune

Na meer dan een jaar – het was geleden van Tenet – heb ik me weer maar eens gewaagd aan een bioscoopbezoek. Ik was al bijna vergeten hoe dat precies in zijn werk ging.

Naar goede gewoonte werden alle bezoekers net voor het begin van de film nog eens gewezen op het feit dat we allemaal potentiële misdadigers zijn, want dat een film kopiëren, op welke manier ook, een strafbaar feit is. Van een warm welkom gesproken.

En ik was na het bekijken van tal van films op streamingdiensten, vanuit mijn luie zetel, ook bijna vergeten welk een kwelling het was om eerst minutenlang naar enkele infantiele reclamefilmpjes te moeten kijken alvorens de film eindelijk van start ging. Mijn bioscoopticket was nochtans veel duurder dan wat ik doorgaans betaal om thuis een film volledig reclamevrij te streamen.

Bovenop de normale ticketprijs kwamen zelfs nog extra supplementen omdat het om een ‘lange’ film ging en omdat de zaal gebruikmaakte van een laserprojector (voor nóg beter beeld) en Dolby Atmos (voor nóg beter geluid). Toegegeven: thuis heb ik dat natuurlijk allemaal niet en zowel beeld als geluid waren inderdaad subliem, maar voor die prijs mogen ze de reclameboodschappen best laten vallen, dat is toch maar tijdverlies. Ze zouden die tijd nuttiger kunnen gebruiken om wat meer trailers te laten zien. Wie weet krijgen we dan wel zin om wat vaker naar de bios te komen.

Stel je voor dat je bij de bakker op ieder brood een supplement zou moeten betalen omdat hij een gloednieuwe kneedmachine aangeschaft heeft om het deeg nóg beter te kunnen kneden! Of dat je bij de fruit- en groenteboer eerst verplicht naar een paar advertenties voor frisdrank moet luisteren alvorens je je tros bananen mag meenemen.

Genoeg inleidende beschouwingen. De film die ik ben gaan bekijken, was Dune, de nieuwe sciencefictionfilm van Denis Villeneuve, die scifi-adepten beslist nog kennen van Arrival en Blade Runner 2049, die allebei ook erg goede kritieken kregen. Het is een ‘Part One’, dus als alles gaat zoals voorzien – maar daar heerst op dit moment nog geen absolute zekerheid over – komt er ook minstens nog een ‘Part Two’. Hoewel, ik zit ook al 40 jaar te wachten op het tweede deel van Mel Brooks’ History of the World.

Dune is een scifi-epos, gebaseerd op de gelijknamige roman van Frank Herbert, het eerste deel van een reeks van zes boeken. Het boek werd alom geprezen en is het best verkochte sciencefictionboek ter wereld. Het werd meermaals verfilmd, zowel voor het grote doek als voor het kleine scherm, hoewel het lange tijd als ‘onverfilmbaar’ beschouwd werd.

De meest recente verfilming – en tot nu toe zonder twijfel de beste – is dus deze van Dennis Villeneuve uit 2021. Dune: Part One vertelt slechts de eerste helft van Herberts eerste boek uit de reeks. Toch is het zeker niet te lang uitgerekt, want de 155 minuten durende film verveelt geen seconde. Eind dit jaar valt de beslissing over Dune: Part Two. Ik kan me bijna niet voorstellen dat dat niet zou doorgaan, want Part One is een waar meesterwerk! De manier waarop het verhaal verteld wordt, de manier waarop het gefilmd werd, de casting, de acteerprestaties en de visual effects: alles is (bijna) perfect!

De hoofdrol is voor de zeer talentvolle maar toch wat minder gekende jonge acteur Timothée Chalamet, die geknipt is voor de rol. Na Dune zal zijn populariteit beslist torenhoog stijgen! Andere rollen zijn voor rekening van bekendere acteurs en actrices als Rebecca Ferguson, Oscar Isaac, Charlotte Rampling, Dave Bautista en Jason Momoa, om er maar enkelen te noemen.

Wie niet van scifi houdt, zal deze film welicht links laten liggen, maar de fans van het genre hebben aan Dune echt iets om de vingers bij af te likken. Bij een blockbuster als Dune was het voor mij echt geen optie om te wachten tot de film op streamingplatformen of op blu-ray zou uitkomen. Een film als deze moet je ook beslist op een zo groot mogelijk scherm zien.

Bij ons is Dune al sinds half september in de zalen, maar de Amerikaanse filmliefhebbers moeten nog wachten tot 22 oktober. Meestal is het omgekeerd, dus daarom heb ik nu ook geen enkel medelijden met hen.

Binnenkort ga ik weer naar de bios, want ondertussen is er nóg een film in première gegaan waarop iedereen al veel te lang heeft zitten wachten en die ik ook beslist op het grote scherm wil zien: de nieuwe James Bond, No Time To Die, de laatste Bond-film waarin Daniel Craig de rol van de Britse geheimagent vertolkt.

Dankzij de zetelreservatie kan ik me ook permitteren om volgende keer wat later in de bioscoop aan te komen, zodat ik alvast het grootste deel van de reclamespots kan overslaan (het licht gaat toch pas uit wanneer de trailers beginnen).

donderdag 23 september 2021

Nieuwe Raspberry Pi

Het was hoog tijd voor een nieuwe Raspberry Pi. In 2013 had ik mijn eerste Raspberry Pi aangeschaft, een singleboardcomputer waarmee ik aanvankelijk alleen maar wat wou experimenteren, maar die uiteindelijk bijzonder nuttig bleek. De Pi is een eenvoudige, kleine singleboardcomputer, een printplaatje nauwelijks groter dan een bankkaart. Mijn exemplaar uit 2013 kostte amper 51 euro en 45 cent (42,95 EUR voor het toestelletje zelf en 8,50 EUR voor de case om de Pi tegen stof te beschermen). Het was een Model B met slechts 512 MB RAM, wat traag, maar goed genoeg voor wat ik ermee wou doen (en spotgoedkoop!).

Mijn nieuwe Pi is een Model 4B met 8 GB RAM. Ik heb gekozen voor een kit die te koop aangeboden wordt op freva.com, een bedrijfje dat zich specialiseert in home automation en IoT (Internet of Things). Behalve de Pi zelf bevat de kit verder nog een ge-3D-printe (ja, zo schrijf je dat dus) case met passieve en actieve koeling, een 120 GB SSD van Kingston, een voeding en de nodige kabeltjes (USB-C-kabeltje voor de voeding, USB 3.0 A naar SATA-kabeltje voor de SSD, HDMI-kabel voor aansluiting op een monitor en Cat 6-netwerkkabel.

Deze vierdegeneratie-Pi is flink wat krachtiger dan mijn eerste exemplaar. In vergelijking met mijn eerste Pi heeft het toestel niet enkel een krachtiger processor en meer RAM-geheugen, het beschikt ook over USB 3.0, wifi en Bluetooth. Een Raspberry Pi heeft geen ingebouwde harde schijf, maar maakt normaal gezien gebruik van een SD-kaartje waarop je het gewenste besturingssysteem installeert. Mijn nieuwe Pi gebruikt echter geen (micro-)SD-kaartje, maar maakt gebruik van de mogelijkheid om het toestel te booten via een USB-device, in mijn geval de Kingston-SSD, die via een meegeleverd kabeltje op een van de USB 3.0-poorten wordt aangesloten.

De Raspberry Pi 4B is vanzelf al heel wat sneller dan mijn eerste Model B, en doordat mijn toestel voor het besturingssysteem en voor de primaire opslag gebruikmaakt van een SSD in plaats van een SD-kaartje, is hij nóg veel sneller. Hij produceert ook wat meer warmte. Daarom is op zijn minst passieve koeling aangeraden. Passieve koeling voert de warmte af via koelplaatjes, actieve koeling laat de lucht circuleren en zuigt koele lucht aan via een ventilator.

Mijn kit bevat drie zogenaamde heatsink-elementen: kleine metalen koelplaatjes die door freva.com al op de juiste plaats waren gemonteerd. Daarnaast bevat de kit ook een klein ventilatortje dat aan de bovenkant in de case wordt bevestigd en dat zijn stroom haalt via de GPIO-pinnen van de Pi. Je kunt kiezen om het ventilatortje aan te sluiten op de 3,3 V-pin of op de 5 V-pin. Kies je voor 3,3 V, dan draait het ventilatortje zo goed als geruisloos. Ben je van plan de CPU extreem te belasten, dan kun je eventueel gebruikmaken van de 5 V-pin, maar dat is in mijn geval absoluut niet nodig. Bij de kit die ik heb aangeschaft was het ventilatortje al gemonteerd en aangesloten op de 3,3 V-pin. Op de website van freva.com staat ook netjes uitgelegd hoe je zo’n ventilatortje zelf kunt installeren en eventueel op de 5 V-pin aansluiten indien nodig.

De GPIO-pinnen waar ik het hierboven over had, zijn zogenaamde General Purpose Input/Output-pinnen. Je kunt ze gebruiken om allerlei andere electronica op de Pi aan te sluiten. Op die manier kun je bijvoorbeeld ledjes, schakelaartjes of een motortje op je Pi aansluiten. Heel wat hobbyisten gebruiken een Raspberry Pi voor allerlei hardwareprojecten, maar ik wil mijn Pi uitsluitend voor softwareprojecten gebruiken.

Zonder al te veel in detail te treden kan ik je vertellen dat ik mijn Pi onder andere heb ingezet als DLNA-server. Op die manier zijn al mijn foto’s en al mijn muziek- en videobestanden altijd via allerlei toestellen in huis toegankelijk (waaronder onze tv-schermen). De Pi fungeert ook als lokale webserver. Daardoor kunnen mijn huisgenoten en ik vanaf gelijk welke laptop, smartphone of tablet bijvoorbeeld onze complete fotocollectie en al onze pdf-handleidingen doorzoeken of allerlei andere informatie vinden en raadplegen. Tenslotte gebruik ik de Pi ook nog voor een paar speciale projectjes. In die laatste categorie zitten bijvoorbeeld een script dat ervoor zorgt dat onze Dropboxen niet overvol raken, een script dat RSS-feeds genereert, en een script dat bepaalde webpagina’s in de gaten houdt en mij een mailtje stuurt wanneer ze gewijzigd worden. Als je een beetje kunt programmeren, zijn de mogelijkheden legio!

Tot slot nog dit: op mijn Raspberry Pi zijn geen toetsenbord, muis of monitor aangesloten (hoewel dat natuurlijk wel kan). Ik kan het toestel vanaf mijn laptop benaderen over het thuisnetwerk via SSH, SFTP en VNC. Ik maak gebruik van Syncthing om bepaalde mappen op de SSD van de Pi (en op enkele USB-flashdrives, die ik via een powered USB-hub op de Pi heb aangesloten) automatisch te synchroniseren met de externe harde schijf van mijn laptop. Van die externe harde schijf maak ik regelmatig back-ups, zodat ook de data die mijn Raspberry Pi produceert, netjes mee geback-upt worden.

De kit zoals ik ’m bij freva.com heb gekocht (Raspberry Pi + case + SSD + heatsinks + ventilator + voeding + kabeltjes), kost 172,65 EUR. Iets meer dus dan mijn eerste Pi, maar nog altijd heel weinig geld voor toch wel heel veel computer! In principe zou je zo’n Raspberry Pi kunnen gebruiken ter vervanging van je laptop of desktop-pc wanneer je er een toetsenbord, een monitor en een muis aan hangt. Als je wilt kun je er natuurlijk ook een grotere SSD aan koppelen. Mijn toestel gebruikt Linux als besturingssysteem, maar in principe zou je er ook Windows 10 op kunnen installeren. Maar dat laatste zie ik mezelf nog niet zo gauw doen. Linux rules!

freva.com
www.raspberrypi.org

woensdag 15 september 2021

Inspiration4: eerste private orbitale ruimtevlucht

Op Netflix loopt momenteel de documentaire-reeks Countdown: Inspiration4 Mission to Space. De serie brengt het verhaal van de allereerste volledig private orbitale ruimtevlucht. Aan boord van de Crew Dragon-capsule Resilience zullen vier burgers (geen enkele professionele astronaut) een ruimtevlucht van drie dagen maken. Een van hen is miljardair Jared Isaacman. Hij charterde de vlucht bij SpaceX, bekostigt heel de missie en recruteerde drie medereizigers, die vorig jaar nog geen flauw idee hadden dat ze dit jaar een ruimtevlucht zouden maken.

Jared Isaacman is een succesvol Amerikaans ondernemer en straaljagerpiloot. Hij is de gezagvoerder en de leider van het team. Hij maakte meermaals een vlucht rond de wereld en zamelde daarmee geld in voor de Make-a-Wish Foundation. Ook aan de Inspiration4-missie is een fundraisingcampagne gekoppeld, deze keer voor het St. Jude Children’s Research Hospital in Memphis, een ziekenhuis dat gespecializeerd is in de behandeling van leukemie en andere vormen van kanker bij kinderen. Iedereen die doneerde, maakte een kans om mee de ruimte in te gaan.

De drie overige ruimtereizigers zijn Sian Proctor, Hayley Arcenaux en Chris Sembroski.

Proctor is een professor geologie die er al heel haar leven van droomt om de ruimte in te gaan. Haar vader werkte voor de NASA ten tijde van Apollo 11, de eerste bemande maanvlucht. Hij kreeg toen van Neil Armstrong een handtekening, die gekoesterd en ingekaderd werd. Straks neemt Proctor de handtekenning mee op haar ruimtevlucht. Sian Proctor wordt de vierde Afro-Amerikaanse vrouw die naar de ruimte gaat.

Hayley Arcenaux is 29, de jongste van het team en straks de jongste Amerikaanse astronaute ooit. Ze werkt als zorgverlener bij het St. Jude Children’s Research Hospital, waar ze als kind zelf behandeld werd voor botkanker. Ze wordt ook de eerste mens in de ruimte met een prothese, waardoor meteen komaf gemaakt wordt met het idee dat je super gezond moet zijn om astronaut te worden.

Het vierde bemanningslid is Chris Sembroski, een ingenieur en veteraan bij de luchtmacht, die al heel zijn leven geïnteresseerd is in sterrenkunde en ruimtevaart. Hij won zijn ticket voor Inspiration4 als donateur voor Isaacmans fundraisingcampagne voor St. Jude.

De bemanning heeft bijna een half jaar getraind voor deze vlucht en is er helemaal klaar voor. De besturing van het ruimtetuig is grotendeels geautomatiseerd, maar ze moeten kunnen ingrijpen als dat nodig is. In tegenstelling met de andere commerciële vluchten van eerder dit jaar – Richard Branson met Virgin Galactic en Jeff Bezos met Blue Origin – gaat het deze keer om een orbitale vlucht. Dat betekent dat het ruimtetuig in een baan om de Aarde komt, wat niet het geval was met de suborbitale ‘ruimtesprongetjes’ van Branson en Bezos, die amper buiten de atmosfeer kwamen. Nog een groot verschil is dat die twee eerdere vluchten amper enkele minuten duurden; Inspiration4 blijft daarentegen drie dagen lang in de ruimte.

De capsule waarmee ze vliegen, de Crew Dragon, heeft zijn sporen al verdiend en heeft al meermaals astronauten naar het ISS gebracht (het International Space Station), net als de raket, de Falcon 9. Inspiration4 zal echter niet koppelen met het ISS maar gaat naar een nog hogere baan op zo’n 575 km hoogte. Ter vergelijking: het ISS zit op 420 km hoogte, de Hubble Space Telescope op 540 km. Eerder dit jaar bereikte Branson een hoogte van amper 86 km en Bezos ging 107 km hoog. Er is geen precies punt waar de aardatmosfeer ophoudt en de ruimte begint, de twee lopen geleidelijk in elkaar over. Maar internationaal wordt aanvaard dat de ruimte begint op 100 km hoogte, de zogenaamde Kármánlijn.

Omdat de Resilience niet zal koppelen met het ISS, werd de docking port voor deze vlucht vervangen door een glazen koepel, waardoor de astronauten zullen kunnen genieten van een panoramisch uitzicht.

Als alles goed gaat, wordt Inspiration4 gelanceerd in de nacht van 15 op 16 september vanaf het historische lanceercomplex 39 op Kennedy Space Center (waar ook alle Apollo- en Space Shuttle-lanceringen plaatsvonden) en staan de kersverse astronauten drie of vier dagen later hopelijk weer veilig aan de grond.

inspiration4.com
www.makeawish.be
www.stjude.org
www.netflix.com/title/81441273

zaterdag 11 september 2021

R2-D2

Twee jaar geleden vierde Lego de 50e verjaardag van Apollo 11 met een maanlander-set; dit jaar viert de Deense speelgoedfabrikant de 50e verjaardag van Lucasfilm met een nieuwe R2-D2-set. Misschien een beetje een vreemde verjaardag om te vieren, maar alle redenen zijn natuurlijk goed om een nieuwe Star Wars-set uit te brengen.

Eigenlijk gaat het niet om een compleet nieuwe set, maar om een verbeterde versie van een set die Lego in 2012 had uitgebracht. De meest in het oog springende verschillen tussen beide sets zitten in de koepel (het draaiende ‘hoofd’ van van R2): bij de oude set zijn daarvoor de traditionele hoekige bouwsteentjes gebruikt; de nieuwe versie maakt gebruik van gebogen bouwstenen, waarmee je natuurlijk veel beter iets kunt fabriceren dat min of meer een bolvorm heeft. Ook op andere plaatsen zijn heel wat dingen veranderd, al valt dat op het eerste zicht wat minder op.

Ter vergelijking laat ik hieronder foto’s zien van de oude (links) en de nieuwe (rechts) R2-D2-set.

De oude (2012) en nieuwe (2021) R2-D2-sets van Lego

Eigenlijk ben ik heel blij dat ik indertijd niet de oude set aangeschaft heb, want de nieuwe is veel cooler! Er zitten heel wat bewegende delen in, maar geen motor. Je moet alles dus met de hand bedienen. Je kunt de koepel laten draaien en hier en daar klepjes openen waarachter speciale gereedschappen (of Lukes lightsaber!) verborgen zitten. Maar de belangrijkste feature is R2’s derde ‘been’. Bij de oude set was het een heel gedoe om dat ding te voorschijn te laten komen en weer te verbergen; bij de nieuwe set gaat dat veel handiger dankzij een ingenieus mechanisme binnenin.

Wanneer R2 gewoon rechtop staat op zijn twee benen (of armen, ’t is maar hoe je ’t bekijkt), zit het derde been verstopt onderin de droid. Wanneer je R2 lichtjes omhoog tilt en zijn lichaam schuin houdt, schiet het derde been vanzelf naar buiten. Binnenin zit een heel Lego-Technic-mechanisme verborgen om dat mogelijk te maken. Wanneer je het been weer naar binnen duwt, klikt het weer netjes op zijn plaats. Deze functie is maar één van de vele verbeteringen ten opzichte van het oude model. De nodige inspiratie hiervoor werd geleverd door de werking van een balpen. De taak die het veertje in een balpen vervult, wordt in de R2-droid waargenomen door twee elastiekjes (wat mij toch enigszins doet vrezen voor een beperkte houdbaarheidsdatum, want rubberen elastiekjes blijven niet eeuwig soepel).

Voor de mensen die nog altijd denken dat Lego niet meer is dan speelgoed voor kleine kinderen, ik kan je verzekeren: het is een hele uitdaging om deze set te bouwen. De oude set uit 2012 kreeg als leeftijdscategorie nog 16+ mee; de nieuwe set uit 2021 legt de lat nog iets hoger met het label 18+. De set bevat 2.314 bouwsteentjes, waaronder een behoorlijk aantal die ik nog nooit eerder in een Lego-set gezien heb. Het lijvige, 284 pagina’s tellende instructieboek legt in 528 stappen precies uit hoe je te werk moet gaan, maar vooral bij het bouwen van het binnenwerk is het opletten geblazen.

Ik vroeg me af hoeveel verschillende soorten bouwelementen er ondertussen eigenlijk al bestaan, dus ik heb het even opgezocht. Afhankelijk van de bron vond ik verschillende getallen, en ik kon niet altijd weten hoe recent de cijfers waren. Ook hangt het ervan af wat je precies telt: er zijn uiteraard gelijke elementen in verschillende kleuren, er zijn elementen met opdruk, en dan zijn er ook nog een aantal andere systemen (zoals Duplo) die compatibel zijn met Lego. Maar eigenlijk was ik benieuwd naar het aantal verschillende onderdelen, zonder naar kleuren of opdrukken te kijken, die je kunt aantreffen in alle Lego-sets die Lego ooit heeft uitgebracht. In een artikel uit 2014 wordt melding gemaakt van meer dan 3.700 verschillende elementen. Op Quora (een in 2016 geüpdatet uitgebreid antwoord op de vraag ‘How many types of LEGO bricks/parts are there?) vond ik 8.703 als minimumaantal. Als je ook nog eens alle kleuren, opdrukken, stickers en andere varianten apart beschouwt, zouden het er maar liefst 61.840 zijn. En ik weet zeker dat er sinds 2016 weer een aantal nieuwe elementen, kleuren, opdrukken en stickers uitgebracht zijn! Dat is alvast gigantisch veel meer dan het aantal beschikbare bouwsteentjes waar ik het als kind mee moest doen.

Het bouwen van deze set heeft me weer heel wat uurtjes plezier opgeleverd. De set zal een plaatsje krijgen op een plekje dat ik speciaal daarvoor heb vrijgemaakt in mijn boekenkast, zodat ik er vanaf mijn bureau elke dag naar kan kijken. Wees gerust: ik heb hier geen boeken voor opgeofferd; ik heb alleen enkele oudere boeken uit mijn boekenkast gehaald en in een kartonnen doos gestopt. De boeken wil ik voorlopig niet van de hand doen, want ik kan er moeilijk afscheid van nemen...

www.lego.com/nl-be/product/r2-d2-75308
youtu.be/IA4486-6xbU

Star Trek Day 2021

Star Trek Day 2021 was het tweede jaarlijkse verjaardagsevent georganiseerd door Paramount+, de Amerikaanse streamingdienst die voorheen bekend was onder de naam CBS All Access. Star Trek fans van over de hele wereld vieren al langer Star Trek Day op 8 september, omdat op die dag in 1966 de allereerste aflevering van de iconische sciencefictionserie op tv werd uitgezonden. Vorig jaar was er voor het eerst een avondvullend programma ter gelegenheid van Star Trek Day, wegens de coronamaatregelen een event dat volledig online plaatsvond.

Net als de vorige editie werd ook Star Trek Day 2021 gehost door Wil Wheaton (Wesley Crusher in TNG) en Mica Burton (dochter van acteur Levar Burton, Geordi LaForge in TNG).

Ook dit jaar was alles online te volgen via de livestream op startrek.com. In tegenstelling tot vorig jaar was er dit jaar wél een live event met publiek en met gasten op het podium, vanuit het Skirball Cultural Center in Los Angeles. De organisatie had zelfs voor een heus symfonieorkest gezorgd, dat tussendoor de nodige Star Trek-deuntjes liet horen – ondertussen ook al een zeer uitgebreid repertoire! Het orkest werd geleid door niemand minder dan Jeff Russo, een zeer getalenteerd componist die ik vijf jaar geleden live aan het werk zag op het World Soundtrack Awards Concert in Gent. Hij is bekend van de muziek die hij schreef voor series als Fargo en House of Cards, Star Trek: Discovery en Star Trek: Picard. Naar het einde van de avond toe bracht actrice/zangeres Isa Briones het nummer Blue Skies uit de soundtrack van Picard.

Interviews met panelleden op het podium werden afgewisseld met vooraf opgenomen videogesprekken met Star Trek-personaliteiten die niet op het live event aanwezig waren, en met teasers en trailers van Star Trek-series die we in de nabije toekomst mogen verwachten. Acteurs en actrices uit alle Star Trek-series kwamen aan bod.

Voor wie er nog aan mocht twijfelen: na 55 jaar is Star Trek populairder dan ooit! Op dit eigenste ogenblik zijn maar liefst vijf Star Trek-reeksen in productie: vanaf 18 november krijgen we het vierde seizoen van Star Trek: Discovery te zien, en in 2022 seizoen 1 van de langverwachte Discovery-spinoff Star Trek: Strange New Worlds. Begin volgend jaar wordt ook het tweede seizoen van Star Trek: Picard uitgezonden, een reeks waarvan het eerste seizoen vorig jaar bijzonder goed onthaald werd.

De overige twee reeksen zijn animatiereeksen: Star Trek: Lower Decks, waarvan het tweede seizoen momenteel loopt, en Star Trek: Prodigy, waarvan de première op 28 oktober zal plaatsvinden. Alles bij elkaar hebben de Trekkies dus absoluut geen reden tot klagen (al laat een nieuwe bioscoopfilm ondertussen wel wat lang op zich wachten).

De twee animatiereeksen zijn heel erg verschillend van stijl. Over Lower Decks zijn de fans erg enthousiast, en de trailer van Prodigy ziet er erg veelbelovend uit.

Star Trek Day 2021 was weer een hoogtepunt voor alle Trekkies wereldwijd, vooral voor diegenen die al veel te lang geen bezoekje meer hebben kunnen brengen aan een Star Trek-conventie.

intl.startrek.com/day

donderdag 10 juni 2021

Zonsverduistering

Vandaag, 10 juni 2021, vond er een zonsverduistering (of zoneclips) plaats. De afgelopen dagen was er al vrij veel aandacht aan besteed op radio en tv, dus als je van niets wist, is het waarschijnlijk je eigen schuld.

Het is bijna traditie dat het in België zwaarbewolkt is wanneer er iets speciaals te zien is aan de hemel, maar vandaag hadden we geluk en kregen we een bijna wolkenloze lucht.

Heel erg spectaculair was het echter niet, want vanaf hier gezien was het slechts een gedeeltelijke zonsverduistering. Op het hoogtepunt, rond twintig over twaalf, was zo’n 16% van het zonneoppervlak verduisterd. In het hoge noorden was het echter veel specialer. Daar was een ringvormige verduistering te zien. Wie er geen verre reis voor over had, kon het schouwspel onder andere via meerdere live videofeeds volgen op het internet. Voor de leken onder ons leg ik even in simpele bewoordingen uit wat er precies gebeurd is.

Een zonsverduistering treedt op wanneer vanaf de Aarde gezien de maan voor de zon schuift. Door een kosmisch toeval zit de zon, die in werkelijkheid 400 keer groter is dan de maan (in diameter), ook ongeveer 400 keer verder weg. Daardoor lijken ze even groot en kan de zon heel eventjes volledig door de maan bedekt worden. We spreken dan van een totale zonsverduistering. De maan zelf kun je eigenlijk niet zien, want de kant van de maan die naar ons toe gericht is, wordt niet door de zon verlicht en is dus helemaal donker.

De laatste keer dat vanuit België een totale zonsverduistering te zien was, was op 11 augustus 1999. Je moest dan wel helemaal naar het uiterste zuidpuntje van het land om die totaliteit te kunnen zien, en het weer zat niet echt mee. Meer noorderlijk werd de zon niet voor de volle 100% door de maan bedekt, maar net iets minder. Zo kon bijvoorbeeld iemand die toen in Brussel zat, een zon zien die slechts voor 97,4% verduisterd was.

Nu denk je misschien dat die paar procenten niet zoveel uitmaken, maar ik kan je verzekeren: het is letterlijk een verschil van dag en nacht. Alleen bij een totale verduistering wordt de hemel helemaal donker. Zó donker, dat je overdag sterren kunt zien, zoals ’s nachts. Aan de horizon zie je 360 graden in het rond iets wat op een ochtend- of avondschemering lijkt, en het wordt ijzingwekkend stil, omdat vogels en andere dieren niet weten wat hen overkomt of denken dat het nacht is. Als je de kans krijgt om zoiets mee te maken, mag je die kans in geen geval laten liggen! In 1999 heb ik die kans met beide handen gegrepen. Ik ben niet naar het zuiden van België gegaan, maar ben samen met enkele busladingen vol andere Belgen – een trip georganiseerd door de Vereniging voor Sterrenkunde en de Vlaamse Volkssterrenwachten – naar het noorden van Frankrijk gereden, waar de totaliteit nog net iets langer duurde dan in het zuidpuntje van België. Het was een ervaring die ik nooit zal vergeten!

Maar de verduistering van vandaag was dus lang niet zo spectaculair als toen, omdat er eigenlijk maar een klein stukje van de zon door de maan bedekt werd. Wie van niets wist, heeft het naar alle waarschijnlijkheid niet eens gemerkt, want ondanks het feit dat we op het hoogtepunt 16% minder licht van de zon ontvingen, werd het niet merkbaar donkerder. Als er eens een wolk voor de zon schuift, is het effect daarvan veel groter. Wie het wél merkt, zijn de mensen die de opbrengst van hun zonnepanelen nauwkeurig in de gaten houden.

Wat je precies te zien krijgt tijdens een zonsverduistering, hangt af van waar je je op dat moment bevindt. Wie vandaag in het hoge noorden zat (of pal op de noorpool) kreeg een betoverend schouwspel te zien. Daar werd tijdens het hoogtepunt de zon ook niet 100% door de maan bedekt, maar bleef de volledige rand van de zon nog zichtbaar. Dat is een ringvormige zonsverduistering, waarbij een zogenaamde ‘ring of fire’ te zien is. Dat komt doordat de maan de zon vandaag niet helemaal kon bedekken, doordat de maan wat verder weg zat en daardoor net iets kleiner dan de zon leek.

Wellicht is het je nog nooit opgevallen, maar we zien de maan niet altijd even groot. De maan draait namelijk niet in een perfecte cirkel om de Aarde, maar in een ietwat langgerekte elleptische baan. Bijgevolg zit de de maan de ene keer wat dichterbij (waardoor ze wat groter lijkt), de andere keer wat verderaf (waardoor ze wat kleiner lijkt). Valt een zonsverduistering toevallig samen met het moment dat de maan wat verder weg zit (zoals vandaag dus), dan is de maan net niet groot genoeg om de zon volledig te bedekken en krijg je geen totale maar een ringvormige zonsverduistering.

Om een zonsverduistering te zien, moet je natuurlijk naar de zon kijken. Maar dat mag je niet zomaar doen. Als je rechtstreeks in de zon kijkt, kunnen je ogen daardoor ernstig beschadigd raken. Je kunt je daartegen beschermen met een eclipsbrilletje. Dat is een eenvoudig brilletje met een beschermende filter die het grootste deel van het licht tegenhoudt. Wanneer je met zo’n brilletje op je neus rondloopt, dan bots je vast overal tegenaan. Maar wanneer je ermee recht naar de zon kijkt, dan zie je een perfecte zonneschijf zonder dat je verblind wordt. Tijdens de eerste helft van de eclips schuift de maan langzaam voor de zon, waardoor het lijkt alsof er een steeds groter wordende hap uit de zon genomen wordt. Tijdens het tweede deel van de eclips schuift de maan verder door en verdwijnt weer aan de andere kant van de zon.

Vanuit België gezien heeft de gedeeltelijke eclips ongeveer twee uur geduurd. In Brugge begon het schouwspel rond kwart over elf. Een uur en een paar minuten later was de hap uit de zon het grootst, en nog eens een uur later was alles weer voorbij. Op enkele korte ogenblikken met een paar wolkjes na, was de eclips de hele tijd perfect te zien. Ik had nog enkele eclipsbrilletjes liggen van vorige keren, maar heb ook mijn oude kijker weer eens vanonder het stof gehaald. Ik mag mezelf dan wel als een amateursterrenkundige beschouwen, een gedreven waarnemer ben ik niet. Mijn telescoop is dan ook maar een heel eenvoudig lenzenkijkertje dat ik op 14-jarige leeftijd gekocht heb met het geld van mijn eerste vakantiejob. Veel komt het ding niet meer buiten, maar vandaag dus wel.

Ook met een verrekijker of telescoop mag je natuurlijk niet zomaar recht in de zon kijken. Bij de kijker die ik lang geleden heb aangeschaft, zat een zonnefilter: een klein filtertje dat op het oculair geschroefd wordt en zo het grootste deel van het zonlicht tegenhoudt zodat je veilig kunt kijken. Maar erg veilig zijn dat soort filtertjes eigenlijk niet. Doordat ze op het oculair (en niet op het objectief) geschroefd worden, waar het zonlicht geconcentreerd wordt, kan het op die plek heel erg warm worden. Daardoor is het niet ondenkbaar dat de filter kapot springt. Tegenwoordig gebruikt men een veiliger manier: geen klein filtertje op het oculair, maar een grote zonnefilter voor het objectief (aan het andere eind van de telescoop). Zo’n zonnefilter is eigenlijk een grote eclipsbril voor de telescoop, die ervoor zorgt dat je veilig kunt waarnemen zonder het risico verblind te worden.

Maar er is nog een andere manier om met een kijker naar de zon te kijken. In plaats van rechtstreeks (met filter!) door de kijker te kijken, kun je met de kijker het zonlicht (zonder filter) projecteren op een wit scherm. Op die manier kun je de zonsverduistering heel goed en in alle veiligheid volgen zonder filter of brilletje.

Zonsverduisteringen komen regelmatig voor en zijn eigenlijk niet zo zeldzaam, in die zin dat er bijna elk jaar wel ergens ter wereld een te zien is. Een totale zonsverduistering echter, die te zien is vanaf de plaats waar jij je bevindt, is echter wél vrij zeldzaam. De totaliteit is immers maar binnen een relatief klein gebied op Aarde te zien. Wanneer dat gebied bijna volledig over de zeeën en oceanen valt, krijgt bijna niemand de kans de eclips te zien. Bovendien vindt dan nog eens de helft van de verduisteringen aan de andere kant van de planeet plaats. Op een totale verduistering moeten we België deze eeuw alvast niet meer rekennen. Wie er een wil zien, zal dus op reis moeten gaan (bijvoorbeeld op 8 april 2024 naar Noord-Amerika). De volgende gedeeltelijke zonsverduistering in België is volgend jaar al, op 25 oktober 2022. Maar eind oktober is de kans op mooi weer natuurlijk een heel stuk kleiner dan vandaag. Vandaag hadden we echt wel geluk. De vorige gedeeltelijke zonsverduistering in België, die van 20 maart 2015, had te kampen met slecht weer. Voor de meesten onder ons was het daarom al minstens van 1 augustus 2008 geleden dat we nog eens een zoneclips konden zien.

Er bestaat ook nog een ander soort eclips: de maansverduistering. Dan zijn de rollen omgekeerd: bij een zonsverduistering trekt de Aarde door de schaduw van de maan, en bij een maansverduistering trekt de maan door de schaduw van de Aarde. Maar dat is een heel ander verhaal, voor een andere keer.

maandag 15 februari 2021

Sci-Fi Ball Lockdown Edition en Planetfest ’21

Een voordeel van de coronapandemie is dat er tegenwoordig heel veel online events gehouden worden. Op die manier heb ik al een aantal evenementen kunnen volgen waar ik anders niet bij geweest zou zijn. Afgelopen weekend was het weer erg druk. Zaterdag was er Sci-Fi Ball, een Engelse sci-fi-con die normaal gezien het hele weekend in Southampton had moeten plaatsvinden. De geplande editie voor 2021 werd afgelast en vervangen door een online ‘Lockdown Edition’, waarbij de hele dag hoogtepunten uit voorbije Sci-Fi Balls en twee kortfilms gestreamd werden. Ik was nog nooit naar Sci-Fi Ball geweest, maar ik heb nu sinds zaterdag een goed idee van hoe het er op die con aan toegaat, en ik vond het erg leuk om de panels van acteurs en actrices als Zienia Merton (Sandra Benes in Space: 1999), Peter Jurassik en Stephen Furst (Londo Mollari en Vir Cotto in Babylon 5), Richard Biggs (Stephen Franklin in Babylon 5), René Auberjonois (Odo in Star Trek: Deep Space Nine) en Nichelle Nichols (Nyota Uhura in Star Trek) te zien.

Diezelfde avond ging een ander tweedaags evenement van start: Planetfest ’21. Planetfest is de jaarlijkse conferentie van The Planetary Society, een internationale niet-gouvernementele non-profitorganisatie voor de promotie van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van ruimtevaart en astronomie.

Van sciencefiction naar sciencefact! Planetfest ’21 stond voornamelijk in het teken van Mars, en dat is natuurlijk niet toevallig. Gedurende de voorbije dagen zijn al twee ruimtetuigen bij de planeet Mars aangekomen: Hope, een orbiter gelanceerd door de Verenigde Arabische Emiraten, en Tianwen-1, een orbiter + lander + rover van China. De Tianwen-1 is sedert 10 februari in een baan om Mars. Later dit jaar, in mei, zou de lander met rover naar het Marsoppervlak moeten afdalen.

Aanstaande donderdag, 18 februari, arriveert het Amerikaanse Mars 2020-ruimtetuig bij de rode planeet. Die dag zal een grote rover, die de naam Perseverance heeft meegekregen, met een ‘sky crane’ zachtjes aan de grond worden gezet. De sky crane-techniek werd in augustus 2012 voor het eerst met succes toegepast voor de Curiosity-rover.

Deze missie heeft heel wat nieuwigheden in petto. Voor het eerst zullen monsters van de Marsbodem genomen worden, die door een latere missie opgepikt zullen worden en terug naar de Aarde zullen worden gebracht – dat is althans de bedoeling. Ook voor het eerst is er een kleine drone aan boord van de rover, een mini-helikopter genaamd Ingenuity. Voorlopig gaat het om een testmodel dat in de buurt van de rover zal blijven, maar later plant de NASA grotere modellen die autonoom de planeet zullen kunnen verkennen. Er is ook een microfoon aan boord van de rover, die voor het eerst geluiden op Mars zal registreren.

Planetfest ’21 bood een interessant en gevarieerd programma, met tal van prominente sprekers als Bill Nye, Hakeem Oluseyi, Phil Plait, Katie Mack, Bruce Betts, Rob Manning, en vele anderen. De conferentie opende zaterdagavond met de première van Sailing The Light, een documentaire die het verhaal vertelt van de succesvolle Lightsail-2-missie, die moest aantonen dat een gecontroleerde ruimtevlucht met een zonnezeil of lichtzeil mogelijk was. Lightsail is een lowbudget-missie, bekostigd door The Planetary Society zelf. Zoals op aarde een zeilschip voortgestuwd wordt door de druk van de wind, wordt in de ruimte een zonnezeil voortgestuwd door de druk van het zonlicht.

Op 18 februari komt er nog een vervolg aan Planetfest, met de Mars Perseverance Rover Landing Watch Party. Dan zal iedere zichzelf respecterende ruimtevaartfanaat in spanning voor het computer- of tv-scherm zitten, want dan kijken we allemaal samen naar de landing van Perseverance. Het wordt ontzettend spannend, want een gevaarte van meer dan duizend kilogram heelhuids op het oppervlak van Mars zetten is echt niet makkelijk. Het hele proces, vanaf het moment dat het ruimtetuig de Marsatmosfeer binnenkomt tot het ogenblik dat de rover veilig aan de grond staat, duurt zowat zeven minuten en wordt in het Engels onheilspellend ‘seven minutes of terror’ genoemd.

Eerst moet het tuig zo veel mogelijk snelheid verliezen door af te remmen op de atmosfeer, waarbij het beschermd wordt door een hitteschild. Via kleine stuurraketjes wordt het traject nog bijgestuurd. De snelheid is nog steeds supersonisch wanneer de enorme parachute opengaat. Even later wordt het hitteschild afgeworpen. Tijdens deze fase van de afdaling maakt het toestel foto’s van het oppervlak, die vergeleken worden met een kaart in de boordcomputer, zodat het precies weet waar het is en zodat eventuele obstakels nog kunnen worden vermeden door bij te sturen. Wat later wordt ook de parachute afgeworpen en komt de sky crane met de rover los van het beschermende omhulsel. De sky crane beschikt over retroraketten, die het toestel verder afremmen. Ter bestemming aangekomen wordt de rover zachtjes aan kabels neergelaten voor een superzachte landing, waarna de sky crane wegvliegt en even verderop neervalt. Onderstaand YouTube-filmpje laat zien hoe het allemaal in zijn werk zal gaan. Of het ook zonder kleerscheuren lukt, weten we donderdagavond rond een uur of tien.

scifiball.com
mars.nasa.gov/mars2020/timeline/landing
www.planetary.org/planetfest21
www.planetary.org/watchparty