Posts tonen met het label typen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label typen. Alle posts tonen

donderdag 14 november 2019

ZAV-100

Wie deze blog volgt, weet dat er zoiets bestaat als typewedstrijden, en weet dat ik daar af en toe aan deelneem. Gisteren heb ik weer aan zo’n wedstrijd meegedaan. Maar het was toch wat anders dan anders. Een nieuwe wedstrijdformule waar ik nog geen ervaring mee had.

Bij een ‘gewone’ wedstrijd moet je doorgaans gedurende 10 of 30 minuten een doorlopende tekst overtypen. Iedere toetsaanslag die je maakt levert een punt op, maar elke typefout kost je 100 strafpunten. Je moet een bepaalde minimumsnelheid halen (op internationaal niveau 360 aanslagen per minuut) en je mag een bepaald foutenpercentage niet overschrijden. Er zijn verschillende categorieën volgens de leeftijd van de deelnemers.

Met dat soort wedstrijden had ik al heel wat ervaring. Zo is er jaarlijks de internetwedstrijd van Intersteno, waarbij je in één of meer talen naar keuze kunt deelnemen: telkens gedurende 10 minuten een tekst overtypen die op het scherm verschijnt. Om de twee jaar is het dan tijd voor het serieuze werk: het wereldkampioenschap. Die wedstrijd vindt iedere keer op een andere locatie plaats – doorgaans in een Europees land –, duurt een half uur en je typt niet over vanaf het scherm maar vanaf papier. Zo kwamen afgelopen zomer de snelste typisten van de hele wereld bijeen in het Italiaanse Cagliari, de hoofdstad van Sardinië.

De wedstrijd van gisteren, ZAV-100, was iets helemaal anders. Binnen een tijdspanne van een uur mocht je 25 keer één minuut een tekst van het scherm overtypen. Na elke minuut werd je score (her)berekend. Dat ging als volgt: eerst wordt gekeken hoeveel aanslagen je hebt getypt en hoeveel fouten je hebt gemaakt. Per fout gaan er 100 punten af. Wat overblijft is je netto-resultaat. Is dat netto-resultaat beter dan je vorige score, dan komt de helft van het verschil erbij; in het andere geval behoud je je oude score.

Ingewikkeld? Niet echt, maar een paar voorbeeldjes maken het veel duidelijker. Je begint met een score van nul. Heb je na één minuut bijvoorbeeld 400 aanslagen getypt en heb je daarbij één fout laten staan, dan houd je netto 300 punten over. Dat is beter dan je vorige score (nul), dus de helft van het verschil komt erbij: (300 − 0) / 2 + 0 = 150. Heb je in de tweede minuut 380 aanslagen getypt zonder fouten, dan heb je in de tweede minuut een netto-resultaat van 380. Dat is opnieuw beter dan je vorige score (150), dus de helft van het verschil komt er weer bij: (380 − 150) / 2 + 150 = 265. En dat gaat zo door tot je 25 keer een minuut hebt getypt. Iedere keer probeer je om een hogere score te bekomen.

Je score is dus altijd lager dan je maximale typesnelheid, maar zal na verloop van tijd die snelheid steeds meer benaderen (net als een asymptotische functie in de wiskunde). Je score kan na iedere minuut alleen maar hoger, nooit lager worden. Immers: voor iedere minuut dat je netto-resultaat hoger is dan je score, zal je score verhogen; is je netto-resultaat gelijk of lager, dan blijft je score onveranderd. Na 25 keer een minuut typen, of wanneer het uur om is, ken je je eindscore. Na een uur is de wedstrijd voor alle deelnemers afgelopen en is de eindrangschikking bekend.

In tegenstelling tot de jaarlijkse internetwedstrijd, waarbij alle deelnemers binnen een periode van enkele weken kunnen typen op een moment dat het hen uitkomt, typten bij ZAV-100 alle deelnemers immers op hetzelfde moment. ZAV-100 was een internationale wedstrijd, waaraan de beste typisten van de wereld deelnamen. De tussenresultaten verschenen in realtime op de facebookpagina van Intersteno, en de definitieve resultatenlijst kun je bekijken op de wedstrijdwebsite.

Daar krijg je in eerste instantie de volledige lijst met alle deelnemers te zien, maar je kunt filteren op naam, taal of categorie. Er zijn vier leeftijdscategorieën, net als bij de internetwedstrijd van Intersteno: kinderen (jonger dan 12 jaar), scholieren (12 tot 16 jaar), junioren (17 tot 20 jaar) en senioren (21 jaar en ouder).

De Belgen namen talrijk deel aan de wedstrijd, zowel in het Nederlands als in het Frans, en zetten puike prestaties neer. Beste Belg is Klaas Nollet met een score van 545,3. Zelf ben ik best trots op mijn eigen score van 529,8, nog net goed voor een plaatsje binnen de top tien in mijn leeftijdscategorie (senioren). In totaal namen 388 typisten uit 14 landen deel.

De Nederlanders waren helaas massaal afwezig. Jammer, want we zijn altijd wel te vinden voor een wedstrijdje België-Nederland. De allersnelste van de wereld vinden we bij de junioren: Jonáš Vala uit Tsjechië, die afgelopen zomer ook al een aantal gouden medailles meebracht van het WK, haalde een duizelingwekkende monsterscore van maar liefst 866,9. Daarmee klopt hij Sean Wrona, de favoriete sneltyper uit de Verenigde Staten, die nog vlotjes 845,9 haalde. Hoe ze het voor elkaar krijgen, is me een raadsel.

ZAV-100 is een initiatief van Interinfo Tsjechië, de Tsjechische tak van Intersteno. De naam ZAV-100 verwijst naar de grote bezieler Jaroslav Zaviačič van de populaire Tsjechische ZAV-methode om te leren typen. Zaviačič vierde dit jaar zijn 80e verjaardag, en tegelijkertijd bestaat Interinfo Tsjechië 20 jaar. 80 + 20 = 100, vandaar: ZAV-100.

Ik vond het een erg leuke wedstrijdformule. Vooral het feit dat alle deelnemers, over de hele wereld, op hetzelfde ogenblik met elkaar in competitie gaan, creëert een bijzondere sfeer. Tussen twee keer een minuut door kon je even snel een blik werpen op de (tussen)resultaten van je concurrenten, die in realtime op de facebookpagina van Intersteno verschenen. Wat mij betreft is dit initiatief beslist voor herhaling vatbaar. Maar dan bij voorkeur wel tijdens het weekend, want heel wat mensen hebben hier een paar uur, een halve dag of zelfs een dag vakantie voor moeten nemen. Anderen konden jammer genoeg niet meedoen omdat ze aan het werk waren.

100.zav.cz
100.zav.cz/en/results
www.interinfo.org
www.intersteno.org

dinsdag 20 augustus 2019

Intersteno Anthem

Het absolute hoogtepunt van de opening ceremony van het 52e Intersteno-congres in Cagliari was ongetwijfeld de wereldpremière van het Intersteno Anthem. Het anthem kwam er op initiatief van Carlo Eugeni. We lazen voor het eerst over Carlo’s voorstel om een heus Intersteno-anthem te maken in E-News (de driemaandelijkse elektronische nieuwsbrief van Intersteno) nummer 82 van december 2017.

In voornoemd nummer van E-News, en later ook op de Intersteno-pagina op Facebook, deed hij een oproep om ideeën in te sturen. Welke muziek zou voor het Intersteno-anthem gebruikt kunnen worden? Beethovens negende? Verdi’s triomfmars uit Aida? Een originele compositie? Waar moet de tekst over gaan? Over Intersteno natuurlijk. Maar wat betekent Intersteno voor ieder van ons? Waarom ben je trots erbij te horen? Welke waarden draagt de organisatie uit, en wat is haar bijdrage aan de wereld? Wie het weet, mag Carlo een mailtje sturen.

De andere leden van raad van bestuur vonden het eerst maar een beetje een mal idee, maar ze lieten Carlo doen. Het resultaat overtreft echter alle verwachtingen! In het jongste nummer van E-News konden we de tekst van het anthem al lezen. Bij de opening ceremony van het 52e Intersteno-congres in Cagliari worden we getrakteerd op de première: een live uitvoering met orkest, met een soliste en met een koor.

Het is geen gewoon koor. De koorleden zijn immers geen vocalisten, maar doventolken. Ze zijn in het zwart gekleed en dragen witte handschoenen, waardoor de gebaren die ze met hun handen maken, heel duidelijk zichtbaar zijn. De naam van dit koor uit Cagliari (met koorleden van over heel Sardinië) is MusicàLIS. De groep staat onder de leiding van muziektherapeute Stefania Coccoda en doventolk Luciana Ledda. De LIS in MusicàLIS is overigens de afkorting van ‘Lingua dei Segni Italiana’: de Italiaanse Gebarentaal.

De soliste is Alice Madeddu, een sopraan met roots in Cagliari en met een internationaal palmares. Het orkest is de Banda di Monastir, gedirigeerd door Alessandro Cabras.

Na zijn veel te lange intro verdwijnt Carlo van het podium. Het wordt muisstil in de zaal. En dan horen we door de luidsprekers (een variatie op) een bekende Franse zin weerklinken: ‘Attention... 3, 2, 1...’ gevolgd door een fluitsignaal, zoals aan het begin van een wedstrijd. Vervolgens horen we meerdere sprekers, in verschillende talen, door elkaar. De stemmen vervagen en worden overstemd door het geratel van schrijfmachines. Wanneer ook dat geluid wegebt, komt het orkest in actie. Eerst met tromgeroffel, dan met een rustige begeleiding van piano en strijkers. De sopraan begint te zingen: ‘Intersteno! Intersteno! ...’

Tijdens de uitvoering wordt de tekst op het grote scherm geprojecteerd, zoals bij karaoke, met het aan de beurt zijnde woord in een kleurtje. Aan het einde, bij de ‘clackity-clack’ (een onomatopee voor het getik van een schrijfmachine) wordt het publiek aangemoedigd om mee te zingen.

De uitvoering is fantastisch! Dat vind ik althans, en met mij blijkbaar vele anderen, want na afloop krijgen de uitvoerders (en Carlo) een staande ovatie. De muziek, de tekst, de hele performance: fenomenaal! Om eerlijk te zijn, toen Carlo een kleine twee jaar geleden met zijn gekke idee kwam, had ik nooit gedacht dat het uiteindelijk zoiets moois en ontroerends zou worden.

De ingestuurde ideeën werden door Carlo verzameld en aaneengeregen tot een min of meer samenhangend geheel. Daarna riep Carlo professionele hulp in van een Amerikaanse songwriter (Hannah Kohl) en een Italiaanse componist (Matteo Magris). Samen maakten ze er een bijzonder geslaagde compositie van. In E-News gaf Carlo de nodige toelichting bij de tekst. Het anthem kreeg als titel Verba Manent – The Spoken Word Remains.

In een eerste strofe wordt verwezen naar de geschiedenis van Intersteno en worden de namen genoemd van Marcus Tullius Tiro (algemeen beschouwd als de grondlegger van de stenografie), sir John Westby Gibson (de organisator van het allereerste Intersteno-congres in 1887) en Marcel Racine (voormalig secretaris-generaal van Intersteno, gekend van de Racine-show).

Het tweede couplet legt de nadruk op Intersteno als een grote familie, op de activiteiten van de federatie, en op waar het allemaal om draait: het ‘vangen’ van woorden. De twee laatste strofen gaan over de gebruikte technieken en over de competitiegeest bij de wedstrijden.

Tussen de coupletten door wordt telkens het refrein herhaald. Het refrein (alsook de titel van het anthem) is gebaseerd op het bekende Latijnse gezegde ‘verba volant, scripta manent’, wat je vrij kunt vertalen als ‘het gesproken woord vervliegt, wat geschreven staat, blijft’. In het refrein wordt het als volgt verwoord: ‘Verba volant – The spoken word flies away’, en ‘Scripta manent – The written word remains’. Maar Intersteno maakt daar komaf mee: Intersteno vangt immers het gesproken woord en legt het vast op schrift, waardoor ook het gesproken woord blijft! En zo ontstaat het nieuwe motto: ‘Verba manent – The spoken word remains!’, meteen de titel van het Intersteno-anthem.

Het anthem wordt beëindigd met een reeks ‘clackity-clacks’, met af en toe een ‘ding!’ ertussen, wat uiteraard doet denken aan het getik en het einde-regel-belletje bij een schrijfmachine. De onomatopeeën worden een aantal keer herhaald, accelerando, tot op het einde nog één keer een triomfantelijk ‘Intersteno!’ weerklinkt, gevolgd door het definitieve fluitsignaal dat ook het einde van een wedstrijd aankondigt.

Ik heb het hele anthem op video vastgelegd, omdat ik het na afloop beslist nog een paar keer wou kunnen bekijken en beluisteren. Een audio-opname van prima kwaliteit (opgenomen zonder publiek) kun je inmiddels ook beluisteren en downloaden vanaf de Intersteno 2019-website.

intersteno.org
intersteno2019.org
www.facebook.com/INTERSTENO-International-Federation-for-info-and-communication-processing-187448026111
www.facebook.com/MusicàLIS-329561590808930

zaterdag 25 mei 2019

Een nieuw toetsenbord

Toen de Caps Lock bleef haperen en weigerde nog uitgeschakeld te worden, besloot Miche dat het hoog tijd was voor een nieuw toetsenbord. Het externe klavier dat mijn wederhelft al jarenlang met haar laptop gebruikte, mocht met pensioen. Maar een nieuw toetsenbord kiezen is geen sinecure.

Net als ik neemt Miche vaak deel aan typewedstrijden. Een degelijk toetsenbord is daarom voor ons van groot belang. Het ingebouwde klavier van de laptop voldoet absoluut niet voor wedstrijdtypisten. De toetsen zijn veel te plat en voelen niet goed aan voor wie snel en veel typt. Echte typisten zullen daarom altijd een extern toetsenbord aan hun laptop hangen, en dan liefst nog een ‘mechanisch’ toetsenbord.

Zelf vond ik dat ik ook wel toe was aan een nieuw klavier. In plaats van halsoverkop naar de winkel te hollen of het eerste het beste voordelig geprijsde toetsenbord te bestellen via een of andere webshop, heb ik eerst wat research gedaan. Hoewel computertoetsenborden al decennialang een grote rol vervullen in ons leven, hebben we er de laatste weken heel wat over bijgeleerd.

Mechanisch toetsenbord: onder elke toets zit een switch

Om te beginnen bestaan er nogal wat verschillende toetsenbordtechnologieën. Toen de eerste home en personal computers eind jaren zeventig, begin jaren tachtig op de markt kwamen, waren ze over het algemeen uitgerust met robuust aanvoelende toetsenborden, die erg leken op de klavieren van de toenmalige elektrische en elektronische schrijfmachines.

Computerfabrikanten zochten echter manieren om hun toestellen goedkoper te maken, en men begon flink te besparen op het toetsenbord. De technologie van de eerste computertoetsenborden was nog gebaseerd op die van de elektr(on)ische schrijfmachines. Ze hadden hoge toetsen, waarbij onder iedere toets een schakelaar met een veertje zat. Elke toets was een onafhankelijk bewegend onderdeel, een mechanische schakelaar. Later kregen toetsenborden plattere toetsen, die allemaal bevestigd waren op een membraan. Dergelijke ‘membraantoetsenborden’ waren veel goedkoper te produceren.

Naast de toetsenborden met mechanische schakelaars en de toetsenborden met membranen zijn er nog een aantal andere technologieën, die echter lang niet allemaal even wijdverspreid zijn. Zo heb je misschien al wel een advertentie of een promovideo gezien voor een oprolbaar toetsenbord, of voor een geprojecteerd virtueel toetsenbord. Maar dat zijn gadgets, waar ik het nu niet over zal hebben; ik beperk me tot de klassieke toetsenbordtechnologieën. Over die meer exotische toetsenbordvormen schrijf ik misschien een andere keer. Er valt nog een en ander over te vertellen, maar voor onze doeleinden komen ze niet meteen in aanmerking.

De membraantoetsenborden mogen dan wel algemeen verspreid en goedkoop zijn, er zijn twee categorieën van gebruikers die maar al te graag terug wilden naar het mechanische toetsenbord, het klavier waarvan iedere toets over een apart schakelaartje (in het Engels: een switch) beschikt. Die twee soorten gebruikers zijn gamers en professionele typisten.

Gamers zijn mensen die hun computer gebruiken om spelletjes te spelen. Omdat het woord ‘spelletjes’ oningewijden doet denken aan kleine kinderen, gebruiken ze veel liever de Engelse term ‘games’. Gamers nemen zichzelf immers erg au sérieux, en behalve mensen die voor hun plezier gamen, zijn er ook professionele gamers die deelnemen aan internationale tornooien en daar behoorlijk wat geld mee verdienen. Bij computerspelletjes of games denk je misschien spontaan aan een joystick of een ander soort controller, maar heel wat populaire computerspellen worden aangestuurd met het toetsenbord. Gamers gaan niet zachtaardig om met hun klavier. Vaak komt het erop aan om bepaalde toetsen heel snel na elkaar in te drukken, dus ze willen een degelijk klavier dat tegen een stootje kan en dat snel reageert.

Corsair K69 RGB-toetsenbord met Belgische azertylay-out

Gamers stellen vaak nog meer eisen aan hun toetsenbord, en wegens de grote populariteit van computergames zagen een aantal fabrikanten er brood in om speciale gaming keyboards op de markt te brengen, waarbij individuele toetsen voorzien kunnen worden van een aparte kleur en waarbij de toetsen verlicht worden door kleine leds, zodat ze ook in een verduisterde ruimte goed zichtbaar blijven (en er natuurlijk ook gewoon erg cool uitzien). Tegenwoordig zijn vooral de zogenaamde RGB-keyboards populair. De afkorting RGB geeft aan dat elke toets uitgerust is met drie leds (rood, groen en blauw), waarmee zowat iedere gewenste kleur geproduceerd kan worden. De toetsenborden zijn vaak voorzien van extra knopjes of rollers waarmee je bijvoorbeeld het audiovolume kunt regelen of mediabestanden kunt afspelen en pauzeren, of met speciale programmeerbare functietoetsen voor het onderbrengen van bepaalde veelgebruikte toetscombinaties of commando’s.

De andere groep gebruikers die graag een mechanisch toetsenbord willen, zijn mensen die veel typen: professionele gebruikers zoals schrijvers, programmeurs of tekstverwerkingstypisten. Voor die groep wordt slechts een beperkt aantal specifieke toetsenborden op de markt gebracht, maar niet zelden zullen ze maar al te blij zijn met een eenvoudig maar degelijk gamingtoetsenbord, eventueel zonder de gekleurde ledjes of de extra functies waar de meeste gamers zo dol op zijn.

Het ligt dus voor de hand dat je als wedstrijdtypist ook zo’n mechanisch toetsenbord wilt, veel liever dan een membraantoetsenbord. Maar niet alle mechanische toetsenborden zijn gelijk. Binnen de mechanische toetsenbordtechnologie heb je heel wat varianten. Er zijn namelijk verschillende soorten switches (schakelaars) die als basis kunnen dienen. Elke soort heeft zijn eigen specifieke eigenschappen, en welke soort je precies wilt, zal onder andere afhangen van je eigen voorkeur en van de omgeving waarin je werkt.

Zo zijn er switches die meer of minder geluid produceren, en de verschillende switches voelen anders aan bij het typen. Een mechanisch toetsenbord zal in elk geval meer lawaai maken dan een membraantoetsenbord, maar binnen de mechanische toetsenborden zijn er behoorlijk stille tot extreem lawaaierige varianten.

Alles hangt af van de gebruikte switches. Sommige fabrikanten maken hun eigen switches, maar een groot aantal van hen gebruikt de Cherry MX-switches. Cherry is de naam van een Duits-Amerikaanse fabrikant van randapparatuur, die in de jaren tachtig erg bekend werd door zijn bijzonder robuuste computertoetsenborden. Een Cherry-toetsenbord was synoniem met kwaliteit en degelijkheid.

Er zijn verschillende Cherry MX-switches, waarvan de meeste aangeduid worden met een kleurcode. Zo zijn er de Cherry MX Red, Black, Blue, Brown en Green, om er maar een paar te noemen. Elk type switch heeft andere eigenschappen wat betreft auditieve en tactiele feedback. Auditieve feedback is wat je al dan niet hoort wanneer je een toets indrukt; tactiele feedback is wat je al dan niet voelt bij het indrukken van de toets.

Bij mijn research naar de verschillende soorten mechanische toetsenborden kwam ik er al snel achter dat professionele typisten over het algemeen het prettigst werken met Cherry MX Blue of Brown switches. Beide hebben een auditieve en tactiele feedback, maar bij Blue is er een typisch klikgeluid te horen dat bij Brown ontbreekt. Daarnaast vergt Blue ook iets meer kracht om de toets in te drukken dan Brown. Maar dat laatste is slechts een miniem verschil. De extra benodigde kracht is niet van die aard dat het sneller voor vermoeidheid zal zorgen. Het is met beide types prettig typen aan hoge snelheid. Met MX Blue zul je vermoedelijk wel sneller op de zenuwen van je collega’s of huisgenoten werken, aangezien je meer geluid produceert.

Drie verschillende Cherry MX-switches: Red, Brown, Blue

Voordat ik tot aankoop wou overgaan, heb ik op het internet eens gezocht naar reviews. Welke merken waren in trek? Welke toetsenborden kregen de beste commentaren? In het Nederlands vond ik daar bijzonder weinig over, maar er waren wel heel wat Engelstalige sites met toetsenbordbesprekingen. Een aantal daarvan bespraken klavieren met verschillende technologieën; andere beperkten zich tot mechanische toetsenborden. Vooral die laatste heb ik dus met bijzondere aandacht gelezen.

Eerder al, nog voor ik met mijn research begon, was mijn oog gevallen op Das Keyboard, een Amerikaanse toetsenbordfabrikant die fantastische mechanische klavieren ontwerpt, echt om je vingers bij af te likken. Jammer genoeg kwam een Das-toetsenbord voor ons niet meteen in aanmerking, omdat Das geen Belgische azertytoetsenborden verkoopt.

Ja, de toetsenbordtechnologie is één zaak, een andere, even belangrijke eigenschap van computertoetsenborden is natuurlijk de gebruikte toetsenbordlay-out. Dan hebben we het over de opdruk op de toetsen. De meeste mensen weten wel dat er in België op azerty en in Nederland op qwerty getypt wordt, maar het is toch wat ingewikkelder dan dat. De ene azerty is de andere niet: zo verschilt de Belgische azertylay-out bijvoorbeeld van de Franse azertylay-out. In beide gevallen staan de letters op dezefde toetsen, maar een aantal leestekens hebben een andere plek op het toetsenbord gekregen. Ook bij qwerty zijn er meerdere varianten. Eigenlijk heeft bijna ieder land zijn eigen, specifieke toetsenbordindeling.

Toen we in de winkel enkele toetsenborden gingen uittesten – een must, want dat is de enige manier om te achterhalen hoe een toetsenbord aanvoelt –, was Miche helemaal gewonnen voor een Razer Huntsman-klavier. Razer gebruikt geen Cherry MX-switches maar maakt zijn eigen switches, vaak Cherry-klonen, maar met andere kleurbenamingen. (Zo komt bijvoorbeeld Razer Green overeen met Cherry MX Blue, Razer Orange met Cherry MX Brown.) Jammer genoeg moesten we vaststellen dat Razer alleen maar Franse azertytoetsenborden maakt en geen Belgische. Jammer, maar daardoor kwam de Razer voor ons niet in aanmerking.

Voor iemand die een Belgisch toetsenbord gewoon is, hoeft het op zich niet zo’n groot probleem te zijn om op een Frans toetsenbord te typen. De enkele tekens die op een andere plaats staan, ben je al snel gewoon. Er stelt zich echter wél een probleem wanneer je een kantoorwerker bent die op het werk een Belgisch klavier en thuis een Frans klavier gebruikt. Dan moet je dus telkens weer omschakelen, en dat maakt de zaak natuurlijk bijzonder vervelend. De kans wordt dan erg groot dat je bijvoorbeeld fouten gaat maken tegen het uitroepteken en het koppelteken. Je zou je natuurlijk ook van de opdruk op de toetsen niets kunnen aantrekken en je laptop gewoon op de Belgische lay-out ingesteld laten, terwijl je er toch een Frans toetsenbord aan hangt, maar zal onvermijdelijk verwarring scheppen. Nogmaals: jammer, maar geen Razer dus. Gamers zullen hier wellicht geen probleem van maken, maar professionele typisten des te meer!

oud Cherry-toetsenbord

Een andere fabrikant die heel wat voortreffelijke (gaming)toetsenborden produceert en in de meeste vergelijkende tests van gerenommeerde computertijdschriften bijzonder goed scoort, is Corsair. Ik had dus al gauw mijn zinnen gezet op een Corsair-toetsenbord. In de reviews kwam de Corsair K70 RGB MK.2 heel goed uit de bus, maar het neusje van de zalm bleek een nog recenter model, de Corsair K95 RGB Platinum. Het model in de winkel was uitgerust met Cherry MX Speed-switches, ideaal voor gamers, maar ik wou toch liever een MX Brown-toetsenbord. Geen nood: die kon ik moeiteloos online bestellen, uiteraard nadat ik me ervan vergewist had dat het toetsenbord in een Belgische lay-out geleverd kon worden.

Ik heb mijn nieuwe toetsenbord nu enkele dagen in huis, en ik ben er erg mee in mijn nopjes. Hij typt erg lekker, went wat mij betreft erg snel, en ziet er ook nog eens fantastisch uit. Het toetsenbord heeft een donkergrijs aluminium frame, 104 zwarte toetsen met RGB-leds, 6 extra programmeerbare grijze functietoetsen en enkele mediatoetsen waaronder een volumewieltje, en een afneembare polssteun – waarvan ik nog niet zeker weet of ik liever met of zonder typ. Voor gamers zijn er enkele losse keycaps in een andere kleur meegeleverd die je over de WASD-toetsen (op azerty: ZQSD of ESDF) kunt plaatsen – die toetsen worden in heel wat games als alternatieve cursorbesturingstoetsen (pijltjestoetsen) voor de linkerhand gebruikt. De gekleurde leds kunnen softwarematig aangestuurd worden om allerlei statische of geanimeerde kleurenpatronen te maken. Die profielen kunnen in het geheugen van het toetsenbord zelf opgeslagen worden, zodat ze beschikbaar blijven wanneer je het toetsenbord op een andere computer aansluit. Ook belangrijk, zowel voor sneltypers als voor gamers, zijn de grote antislipoppervlakken aan de onderkant van het toetsenbord, die ervoor zorgen dat het toetsenbord ook op een gladde tafel niet gaat ‘weglopen’ wanneer je er stevig op tekeergaat.

Als professionele typist heb je die gekleurde leds natuurlijk niet echt nodig, maar omdat je tegenwoordig bijna niet anders kunt dan je toevlucht te nemen tot een gamingtoetsenbord wanneer je een degelijk mechanisch klavier wilt, moet je die lichtjes er maar bij nemen. Gelukkig kun je ze ook eenvoudig uitschakelen, zodat je je er niet door laat afleiden tijdens het typen. Maar het is natuurlijk wel cool om ze eventjes aan te zetten bij een demonstratie...

Microsoft Natural Keyboard (1994)

Als je wilt dat je toetsenbord er nog vele jaren goed blijft uitzien, dan moet je ook eens kijken welke techniek er gebruikt is voor de opschriften. Bij goedkopere toetsenborden zijn de letters en symbolen bovenop de toets gedrukt of geplakt. Na verloop van tijd treden daarbij duidelijke sporen van slijtage op: bij de meest gebruikte toetsen is de kans groot dat het opschrift al vrij snel vervaagt of zelfs helemaal verdwijnt. Natuurlijk geen probleem als je blind kunt typen, maar het ziet er dan toch niet meer zo netjes uit. Bij duurdere modellen is gewerkt met twee verschillende kleuren kunststof, waarbij de symbolen onuitwisbaar in de toetsen blijven staan. Zelfs wanneer het bovenlaagje na intensief gebruik wat begint af te slijten, blijven de symbolen op die manier even duidelijk zichtbaar.

Dit artikel is ondertussen al behoorlijk lang, maar over toetsenborden zijn we nog lang niet uitgepraat. Zo heb ik het bijvoorbeeld nog niet gehad over ergonomische toetsenborden. Dan hebben we het over de vorm van het toetsenbord als geheel. Een klassiek toetsenbord is rechthoekig en vlak; ergonomische toetsenborden bestaan in allerlei vormen, waarbij vaak enige discussie mogelijk is hoe ergonomisch (of juist niet) ze nu eigenlijk zijn. Heel wat toetsenborden die het label ergonomisch dragen, bestaan uit twee helften (een voor de linkerhand en een voor de rechterhand), die ten opzichte van elkaar wat gedraaid zijn: de zogenaamde split keyboards. Doorgaans zijn die toetsenborden niet vlak maar zijn ze wat gebogen.

Hoewel er vele verschillende vormen bestaan, claimen de makers allemaal dat hún toetsenbord veel beter aangepast is aan de natuurlijke stand van de handen, waardoor het prettiger typen is en er minder vermoeidheid in armen, polsen en vingers zal optreden. Op die manier wordt de kans op carpal tunnel syndrome en andere vormen van RSI (repetitive strain injury) flink verkleind. Maar geloof me: of je daar last van krijgt of niet, hangt lang niet alleen van het toetsenbord af. Ook een goede zithouding en de juiste hoogte van tafel, stoel en toetsenbord zijn van uitermate groot belang. Als je zorgt voor een goede houding, zul je ook met een klassiek (niet-ergomisch) toetsenbord niet snel geplaagd worden door RSI.

Vijfentwintig jaar geleden heb ik een Microsoft Natural Keyboard aangeschaft, het eerste ergonomische toetsenbord dat Microsoft op de markt bracht. Ik heb het jarenlang met veel enthousiasme gebruikt, maar uiteindelijk ben ik toch maar weer op een klassiek toetsenbord overgeschakeld.

Op de website van Das Keyboard vind je een uitgebreide uitleg over mechanische toetsenborden.

Wil je exact weten hoe al die verschillende MX-switches werken en wat hun precieze eigenschappen zijn, neem dan zeker eens een kijkje op de Cherry MX-website, daar staat alles heel gedetailleerd uitgelegd.

www.cherrymx.de
www.corsair.com
www.daskeyboard.com
www.razer.com

donderdag 8 maart 2018

Typfout of typefout?

In de inleiding van Verzamelde typeverslagen 1981-1989, mijn verzamelboek uit 2010 waarin ik een aantal verslagen van trips naar internationale typewedstrijden uit de jaren 80 bijeenbracht, achtte ik het nog nodig een kleine taalkundige toelichting op te nemen: in navolging met de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal (het bekende Groene Boekje) zou ik het steevast hebben over typewedstrijd, typemachine, typediploma, typeverslag etc., dus steeds met een ‘e’ na ‘typ’. Deze toelichting was nodig omdat de meeste Belgische lezers (in tegenstelling tot de Nederlanders) dat wellicht niet gewoon waren: zij lieten die ‘e’ doorgaans weg (en schreven dus typwedstrijd, typmachine etc.), hoewel die tussenletter er volgens het Groene Boekje wel degelijk hoorde te staan.

Ondertussen is de situatie veranderd. Wie de nieuwste versie van de officiële woordenlijst raadpleegt op woordenlijst.org, zal merken dat beide varianten (dus zowel met als zonder ‘e’) nu opgenomen zijn. In het Groene Boekje (editie 2015) vind je nu dus ook typcursus (naast typecursus), typdiploma (naast typediploma), typexamen (naast type-examen), enz.

Zo zie je maar dat taal iets levends is, en dat de regels niet in steen gebeiteld zijn maar aangepast worden aan hoe taal in de praktijk gebruikt wordt. In tegenstelling tot wat velen denken, legt een woordenboek overigens niet op hoe het (in theorie) moet, maar legt het vast hoe het (in de praktijk) gaat. Daardoor is het onvermijdelijk dat er om de zoveel tijd een nieuwe editie van het Groene Boekje of of van de Dikke Van Dale gepubliceerd wordt. Er ontstaan voortdurend nieuwe woorden en woordvormen, oude woorden raken in onbruik, en bestaande woorden krijgen nieuwe of verliezen oude betekenissen.

In een tijd als die waarin we nu leven, waarin technologische ontwikkelingen elkaar heel snel opvolgen en waarin er heel snel nieuwe sociale omgangsvormen ontstaan, merken we dat dat gepaard gaat met een snelle evolutie van de taal. Het taaltje dat jongere mensen en computernerds tegenwoordig gebruiken (met woorden als chillen, chatten, liken en streamen), is daardoor vaak zo goed als onbegrijpbaar geworden voor het oudere segment van de bevolking.

taaladvies.net/taal/advies/vraag/1525

zaterdag 30 januari 2016

Een schrijver schrijft…

Ja, ik weet het, ik verwaarloos deze blog een beetje. Je zou dat op twee manieren kunnen interpreteren: ofwel weet ik niets interessants om over te schrijven, ofwel heb ik zo veel interessante dingen te doen dat ik gewoon geen tijd heb om er iets over te schrijven. Wie mij een klein beetje kent, weet dat dat laatste het meest waarschijnlijke scenario is.

Het Boedapest-verslag in wording

Inderdaad. Sedert mijn vorig schrijfsel heb ik Star Wars: Episode VII een aantal keer in de bios gezien, zijn we van de kerstsfeer gaan genieten in Disneyland Parijs, hebben we oud en nieuw gevierd met vrienden, heb ik enkele dagen van een verdiende rust genoten, en ben ik weer beginnen schrijven.

Schrijven? Jawel: ik ben dezer dagen druk bezig met het al veel te lang uitgestelde Boedapest-verslag. Afgelopen zomer zijn we met een aantal Belgen naar een internationaal congres getrokken in de Hongaarse hoofdstad. We hebben er het 50e Intersteno-congres bijgewoond, met daaraan gekoppeld de wereldkampioenschappen tekstproductie, tekstcorrectie, tekstverwerking en aanverwante disciplines.

Zonnige typegroetjes uit Boedapest!En daar maak ik nu dus een verslag van. Nou ja, eigenlijk een reisverhaal. ‘Verslag’ klinkt een beetje saai; ‘reisverhaal’ klinkt al veel boeiender. Inmiddels heb ik al 74 pagina’s bij elkaar geschreven, en ik ben nog lang niet klaar. Het verhaal wordt ook nog geïllustreerd met de nodige foto’s, dus de magische grens van 100 pagina’s zal zeker overschreden worden.

Boedapest is een bijzonder dankbare locatie. Het is een prachtige stad aan de Donau, gelegen in een land met een interessante geschiedenis en cultuur. Na de congresweek, waarin we ook enkele uitstapjes naar andere plaatsen hebben gemaakt, hebben we onze eigen post-congress tour georganiseerd en hebben we nog een bezoek gebracht aan Wenen, Bratislava en Keulen. Meer dan voldoende stof om over te schrijven dus.

De gebeurtenissen waarover ik schrijf zijn ondertussen al weer een half jaar geleden, maar ik herinner het me nog allemaal alsof het gisteren was. Tijdens de reis heb ik geschreven nota’s en audionotities gemaakt en bijna alles op foto of video vastgelegd, zodat ik de hele reis exact kan reconstrueren.

De bedoeling van mijn reisverhalen is om al die mooie herinneringen niet verloren te laten gaan. Ik weet hoe vluchtig het menselijk geheugen is, en als ik nu niet alles aan het papier en de harde schijf toevertrouw, dan is de kans groot dat ik over een aantal jaar heel wat zaken vergeten zal zijn. Maar ik zou het natuurlijk niet doen mocht ik niet graag schrijven. Wanneer het verhaal af is, mogen alle reisgenoten en andere geïnteresseerden ervan meegenieten.

www.intersteno.org
www.intersteno2015.org

donderdag 24 september 2015

Adopteer een schrijfmachine

Op 13 september kwamen in boekhandel Limerick in Gent de adoptanten bijeen van de schrijfmachineverzameling van Willem Frederik Hermans. In een eerder stukje had ik het al over deze collectie, naar aanleiding van het fotoboek dat in april dit jaar verscheen.

Wat ik nog niet schreef, is dat de schrijfmachines geadopteerd kunnen worden. In ruil voor een bescheiden bedrag kan iedereen een machine adopteren. Je krijgt de machine dan niet mee naar huis – hij blijft gewoon tentoongesteld samen met de rest van de verzameling – maar je financiële bijdrage wordt gebruikt om de machines te restaureren, want daar waren ze dringend aan toe.

Jammer genoeg is de collectie, die van 1995 tot 2011 in het Tilburgse Scryption te zien was, in het verleden een beetje verwaarloosd. Heel wat exemplaren stonden niet in de tentoonstellingsruimte van het museum maar op zolder, en de olie is helemaal hard geworden waardoor de machines vast zijn komen te zitten. Sommige zijn in de loop der jaren ook op eerder ondeskundige wijze hersteld, wat de machines soms meer kwaad dan goed heeft gedaan.

De auteur van deze blog typt 'Nooit meer slapen' op de Bar-Lock van W.F. Hermans, gezeten aan het bureau van de beroemde schrijver

Maar gelukkig is de collectie nu in uitstekende handen. De nieuwe eigenaar heeft de taak op zich genomen om zoveel mogelijk schrijfmachines terug in werkende staat te krijgen. Twee ervaren restaurateurs hebben zich met hart en ziel en met veel toewijding op deze taak gestort. Ze doen hun uiterste best om de machines niet alleen weer te laten blinken, maar ook weer te laten werken.

Alleen voor de beroemde elektrische rode IBM was nog geen restaurateur gevonden, maar ook dat probleem is ondertussen van de baan. Op dit eigenste ogenblik wordt de rode IBM, waar Hermans de laatste vijfentwintig jaar van zijn leven op schreef, door een Nederlandse hersteller terug in werkende staat gebracht.

Op die rode IBM hebben we dus voorlopig nog niet kunnen typen, maar op 13 september hebben we wel enkele andere machines mogen uitproberen. We waren door Gert Brouns van boekhandel Limerick uitgenodigd om live demonstraties te geven voor het aanwezige publiek. Gert had vier machines voor ons klaargezet. Drie ervan met een azertyklavier – dat is voor ons Belgen toch het handigst – en één met een qwertyklavier.

Omdat ik zonder veel moeite van azerty naar qwerty kan omschakelen – ik heb een ingebouwd schakelaartje in m’n hoofd – kreeg ik de eer om op de qwertymachine te typen. Jawel, een eer, want de machine in kwestie was de beroemde Bar-Lock, één van de vier machines (uit de collectie van in totaal 161 exemplaren) waar de grote W.F. Hermans zélf nog enkele boeken op geschreven heeft.

De beroemde rode IBM van W.F. Hermans

Hermans kocht De Bar-Lock in 1963, het jaar waarin ik geboren ben. Hij schreef er onder andere Nooit meer slapen op, een meesterwerk waarvoor hij in 1967 de Vijverbergprijs kreeg en dat in 2007 nog opgenomen werd in de lijst van beste Nederlandstalige boeken (naar aanleiding van een verkiezing georganiseerd door de NPS en het NRC Handelsblad). Hermans is overigens ook de enige auteur met niet één maar twee boeken in die lijst, en dat wil toch wel wat zeggen.

Voor de live demonstratie had ik een tekst afgedrukt die we dan zouden overtypen. Ik koos voor hoofdstuk 36 uit Nooit meer slapen. Ik wist op voorhand niet dat ik met de Bar-Lock zou mogen typen, en was uiteraard aangenaam verrast. Laat het even bezinken: gezeten aan het bureau van de auteur typ ik een fragment uit Nooit meer slapen, op de machine waarop hij zelf zowat vijftig jaar eerder datzelfde boek schreef. Ain’t that cool or what? Tussen het typen door gaf ik wat uitleg en beantwoordde ik graag de vragen van de geïnteresseerde genodigden.

Bijna alle schrijfmachines uit de collectie zijn ondertussen geadopteerd, maar er zijn er nog enkele over. Heb je belangstelling, kijk dan eens op de website van boekhandel Limerick.

www.limerick.be

dinsdag 21 april 2015

Nooit meer typen

Afgelopen zondag werd in boekhandel Limerick in Gent Nooit meer typen voorgesteld, een prachtig fotoboek over de verzameling oude schrijfmachines van Willem Frederik Hermans (1921-1995), een van Nederlands bekendste schrijvers.

Nooit meer typenAls wedstrijdtypisten en schrijfmachineliefhebbers waren we uiteraard op dit evenement aanwezig. Na toespraken van uitgeefster Tania Van de Vondel van uitgeverij Luster en Gert Brouns van boekhandel Limerick werd het eerste exemplaar officieel overhandigd aan Ruprecht Hermans (zoon van).

De locatie voor deze boekvoorstelling is niet toevallig: boekhandel Limerick is sedert zowat anderhalf jaar immers de trotse eigenaar van de Hermans-collectie. De schrijfmachines belandden uiteindelijk in Gent nadat het Tilburgse museum waar de verzameling oorspronkelijk stond, de deuren moest sluiten omdat ze geen subsidies meer kregen. Maar dat verhaal kon je eerder al op deze blog lezen.

In meer dan 100 foto’s werd een selectie van 38 van de mooiste exemplaren uit de rijke verzameling magistraal in beeld gebracht door kunstfotograaf Philippe Debeerst. Behalve de foto’s bevat het boek ook bijdragen van Hermanskenners Peter Terrin en Christophe Vekeman en schrijfmachinekenner Dirk van Weelden. De foto’s worden vergezeld door informatie en anekdotes, citaten uit interviews en facsimile’s van door W.F. Hermans getypte pagina’s.

Ben je ook een schrijfmachineliefhebber of Hermans-fan, dan mag dit pareltje van een fotoboek natuurlijk niet in je boekenkast ontbreken. Wij hebben ons exemplaar alvast op de boekvoorstelling laten signeren.

De titel van het boek is een verwijzing naar Hermans’ bekende roman Nooit meer slapen (waarvan Gert een door Hermans gesigneerd exemplaar heeft liggen) en tegelijkertijd een allusie op de vergane glorie: de schrijfmachines hebben hun rol in de geschiedenis vervuld, en er zal nooit meer op getypt worden. Daarbij laten we gemakshalve even buiten beschouwing dat in Boekhandel Limerick altijd wel een paar machines staan waarop bezoekers een paar zinnen kunnen schrijven.

Aanstaande zondag, op 26 april, staat de schrijfmachinecollectie van W.F. Hermans opnieuw in de belangstelling. Dan is het erfgoeddag, en de verzameling maakt immers deel uit van zowel het literaire als het industriële erfgoed. Voor de gelegenheid is boekhandel Limerick (in de Koningin Elisabethlaan 142 in Gent, vlakbij het Sint-Pietersstation) komende zondag de hele dag open. Ook op andere dagen is de collectie daar voor alle belangstellenden gratis te bezichtigen.

Over het nieuwe boek werd al uitgebreid verslag gedaan in de pers. Hieronder vind je twee video’s: de eerste is een reportage van de regionale televisiezender AVS en een tweede is het programma De wereld draait door van NPO 1 (Nederland), waar Brouns en Vekeman op 20 april te gast waren.

20150417-NIEUWS-08 from AVS on Vimeo.

www.erfgoeddag.be
www.lusterweb.com

woensdag 9 juli 2014

Vlaams Kampioenschap Typen

Het was 19 jaar geleden dat er nog eens een Vlaams Kampioenschap Typen werd georganiseerd. Vroeger deden we daar trouw aan mee. Sindsdien moesten we voor typewedstrijden steevast naar het buitenland, met uitzondering van het wereldkampioenschap van 2013, dat zowaar in Gent plaatsvond.

Na de succesvolle organisatie van het WK van vorig jaar sloegen de ABW (Academie voor Bureauwetenschappen, samen met de Waalse zusterorganisatie APSB mede-organisator van het voorbije WK) en Hanver Services (een bedrijf dat gespecialiseerd is in het geven van typelessen aan kinderen en volwassenen) de handen in elkaar om in 2014 opnieuw een Vlaams Kampioenschap te organiseren.

De deelnemers werden ingedeeld in drie leeftijdscategorieën en er kon getypt worden in vier talen: Nederlands, Frans, Engels en Duits, telkens 10 minuten.

Miche typt op haar oude Brother

Er werd ook een categorie ‘Terug in de tijd’ georganiseerd, waarbij de laptops weer werden ingeruild voor lekker ouderwetse schrijfmachines. Een Duitse deelnemer, Ralf Gross uit Schwalmstadt, had voor de gelegenheid niet alleen zijn mechanische Olympia maar ook een antieke Mignon meegebracht, die hij graag even demonstreerde. De Mignon is zo oud, dat hij zelfs niet eens over een toetsenbord beschikt. Met de linkerhand moet je met een naald de juiste letter aanwijzen en daarna met de rechterhand een toets indrukken. De bewegingen van de naald worden overgebracht op een cilinder, waarop de letters staan. Daarmee is de Mignon een beetje de mechanische voorloper van de beroemde IBM Selectric, de machine met het bolletje.

Hieronder een filmpje waarop je de deelnemers met hun schrijfmachines aan het werk kunt zien:

Tijdens het wachten op de bekendmaking van de resultaten konden de deelnemers genieten van de prachtige tuin van het eclectische landhuis waar de wedstrijd plaatsvond. Op de Oklahoma-barbecue werden pizza’s en pannenkoeken klaargemaakt, en de dag werd afgesloten met een receptie en een breughelbuffet.

Het aantal deelnemers was nog wat aan de lage kant, maar voor de rest was het een bijzonder geslaagde dag. Iedereen die erbij was, was erg tevreden over de organisatie, en we zien al uit naar de volgende editie van dit evenement.

Zie ook: Alles Goed van enkele maanden geleden.

www.abw.be
www.hanver.be
www.vktypen.be

zaterdag 19 april 2014

Alles Goed!

Iedereen op tv, dat is het motto van Alles Goed, een wekelijks programma op onze regionale zender (Focus/WTV). Er komen telkens enkele bekende en minder bekende gasten aan bod, en deze week is Miche aan de beurt, die komt vertellen over onze passie: typen en deelnemen aan typewedstrijden.

Miche demonstreert haar kunsten op de mechanische schrijfmachine in de studio van Alles Goed

De meeste mensen hebben er natuurlijk geen flauw idee van dat er zoiets bestaat als typewedstrijden, laat staan dat ze weten hoe het er op zo’n wedstrijd aan toe gaat. Maar misschien kan deze Alles Goed-reportage daar enige verandering in brengen.

Voor wie het gemist heeft of de uitzendingen van Focus/WTV niet kan ontvangen, geen nood: de reportage is ook online te bekijken. Ziehier:

www.focus-wtv.be/allesgoed
www.vktypen.be

zondag 16 maart 2014

Typen 2013

In 2012 heb ik voor het eerst een bescheiden boekje uitgegeven over de typewedstrijden waar we dat jaar aan deelgenomen hebben en alle randactiviteiten die daaruit voortvloeiden. Het begon als een uitsluitend elektronische publicatie (ePub en PDF), maar een aantal lezers wilden toch ook graag een gedrukt exemplaar, zodat ik besloot het boekje uit te geven bij Lulu.com. Het kreeg de titel Typen 2012.

Ook in 2013 hebben we heel wat beleefd op typegebied: we hebben oud en nieuw in Nederland gevierd met enkele typevrienden, we hebben deelgenomen aan internetwedstrijden en aan het Nederlands kampioenschap computertypen. Het belangrijkste gebeuren van het jaar was ongetwijfeld het Intersteno-congres in Gent, met de wereldkampioenschappen sneltypen. Vorig jaar was er ook heel wat te doen omtrent de verhuis van de schrijfmachinecollectie van de Nederlandse schrijver W.F. Hermans naar Gent. Er was dus weer stof genoeg om een nieuw boekje mee te vullen.

Typen 2013

Dat nieuwe boekje is er nu. Het heet Typen 2013 (hoe origineel!) en ik heb het maar meteen uitgegeven bij Lulu.com. Het boekje telt 128 pagina’s, is voorzien van 70 kleurenfoto’s en is verkrijgbaar als paperback of e-book (ePub en PDF). De coverillustratie is een detail van een van de schrijfmachines uit de Hermans-collectie. Meer informatie vind je op de bijbehorende website typen2013.gebotopia.be, waar je onder andere ook enkele koppelingen naar fotoalbums en videoclips vindt als uitbreiding bij je leeservaring. Je vindt er ook de download-links voor de e-book-versies en de link naar Lulu.com om een gedrukt boek te bestellen.

Dit boekje is in de eerste plaats een leuke herinnering voor onszelf en voor alle mede-Top-Typers (zo noemen we ons groepje Belgische en Nederlandse wedstrijdtypisten). Ben je als buitenstaander benieuwd naar onze belevenissen? Download het e-book of bestel meteen een gedrukt exemplaar. Ik wens jullie alvast veel leesplezier!

typen2013.gebotopia.be

zondag 29 september 2013

Limerick

Een museum in Tilburg ging sluiten.
Een collectie machines moest buiten.
Groningen boos,
Want de jury verkoos:
De machines verhuizen naar ’t zuiden!

Ik weet het, ik ben absoluut geen poëet, maar af en toe krijg ik zin om een limerick te schrijven. Naar aanleiding van de verhuis van de Hermans-collectie naar boekhandel Limerick, bijvoorbeeld.

Remington Noiseless 6

In een vorig bericht schreef ik al over de verhuis van de schrijfmachineverzameling van W.F. Hermans naar Gent. Ondertussen zijn we de typemachines daar ook gaan bekijken (en fotograferen). Ze hebben er een prachtig nieuw onderkomen gevonden. Mijn foto’s vind je hieronder, of op Google Plus.

www.limerick.be

zondag 1 september 2013

Schrijfmachines W.F. Hermans

Dit is 'm dan: de beroemde elektrische rode IBM Selectric uit 1969, die W.F. Hermans gedurende de laatste 25 jaar van zijn leven gebruikte en waarop hij onder andere 'Onder professoren' schreef.

Wegens het stopzetten van de subsidies door de gemeente Tilburg moest het Scryption, het museum voor schriftelijke communicatie, in 2011 na 22 jaar de deuren sluiten. Gezien onze grote interesse voor schrijfmachines hebben we het museum in 2001 bezocht. In het Scryption stonden behalve zo’n 1100 typemachines ook nog zowat 500 computers, 1500 vulpennen, 1300 inktstellen, en 3000 boeken bijeen.

De verzameling werd gestart door frater Ferrerius van den Berg, een van de Fraters van Tilburg, die in 1954 het Schrift- en Schrijfmachinemuseum oprichtte. Maar er waren nog mensen in Nederland die typemachines verzamelden. Willem Frederik Hermans bijvoorbeeld, een van Nederlands bekendste schrijvers. Samen met Harry Mulisch en Gerard Reve maakt hij deel uit van ‘de grote drie’ van de naoorlogse Nederlandse literatuur. Voor alle duidelijkheid: de schrijfmachines van W.F. Hermans zijn lang niet allemaal machines waar hij zelf nog op gewerkt heeft. Maar ook zijn beroemde rode IBM, waar hij de laatste vijfentwintig jaar van zijn leven op schreef, maakt natuurlijk deel uit van de collectie.

Aan het einde van de jaren tachtig vormde de verzameling van het Schrift- en Schrijfmachinemuseum de basis voor de collectie van het Scryption. En na het overlijden van Willem Frederik Hermans in 1995 verhuisde ook zijn verzameling oude schrijfmachines naar het Scryption. De schrijfmachines werden door de weduwe van Hermans geschonken aan frater Ferrerius, die op dat moment het Scryption beheerde.

Maar het Scryption bestaat ondertussen dus niet meer. In 2010 kreeg het museum te horen dat de gemeente Tilburg een einde maakte aan de subsidies. Heel 2011 heeft het museum gezocht naar mogelijkheden voor een doorstart, maar helaas is dat niet gelukt. Andere musea bleken niet geïnteresseerd om de verzameling schrijfmachines over te nemen. In de statuten van de Stichting Scryption was voorzien dat de collectie bij liquidatie van de stichting terug zou gaan naar de oorspronkelijke eigenaars (de Fraters van Tilburg), maar jammer genoeg zagen de fraters geen mogelijkheid om goed voor de collectie te kunnen zorgen. Vervolgens werd een deel van de verzameling (voornamelijk dubbele en minder belangrijke stukken) geveild, om met de opbrengst de rest van de collectie veilig te kunnen stellen.

De Stichting Onterfd Goed, die na de sluiting van het Scryption het beheer over de collectie kreeg, moest op zoek gaan naar een nieuw onderkomen voor onder andere de verzameling schrijfmachines van W.F. Hermans (zo’n 160 stuks, met een geschatte waarde van 10.000 euro) en schreef daartoe een prijsvraag uit. Een jury van deskundigen zou de collectie voor 5.500 euro toewijzen aan de persoon of organisatie met het beste bestemmingsplan. Daarbij had ook het publiek een stem, via een poll op de website.

Imperial B uit 1915 met Cyrillische tekens. (Let op de linkerhoofdlettertoets, die ondersteboven staat.)

Op 20 juni 2013 werd tijdens een debatavond in Den Bosch bekendgemaakt dat de verzameling van 160 schrijfmachines zou verhuizen naar Boekhandel Limerick, een literaire boekwinkel in Gent. Er waren slechts drie ernstige kandidaten voor de overname. De grootste concurrent voor Boekhandel Limerick was de gemeente Groningen, waar Hermans twintig jaar woonde en werkte (maar tevens een stad waar hij geen al te beste relatie mee had).

Maar de verhuis van de schrijfmachines naar Gent werd in Nederland lang niet door iedereen goed onthaald. Er is heel wat om te doen geweest, zoals blijkt uit de lange reeks in de pers verschenen artikels op de website van de Stichting Onterfd Goed. Vooral het feit dat een prijsvraag bepalend zou zijn voor de toekomst van de collectie, viel niet overal in goede aarde. Nick Muller van HP/De Tijd noemde het zelfs ‘een grof schandaal’ dat de vermaarde rode schrijfmachine van Hermans op die manier van eigenaar zou wisselen.

De jury verantwoordde de keuze als volgt: ‘De jury apprecieert dit particuliere initiatief waaruit een grote passie blijkt. De jury gunt het de collectie te blijven zwerven van particulier naar particulier en van passie naar passie. Een gemusealiseerde collectie keert terug naar de primaire context.’

Na toewijzing van de collectie aan Boekhandel Limerick vroegen enkele politici zelfs aan de bevoegde minister of er kon ingegrepen worden om de collectie toch in Nederland te houden. Minister Bussemaker van Cultuur achtte dat niet nodig en wees erop dat de collectie in Gent voor het publiek toegankelijk zal blijven in het Nederlands taalgebied, in een land dat W.F. Hermans huldigde met een eredoctoraat en waar hij sedert 1991 woonde. Met andere woorden: Hermans is net zo goed van België als van Nederland.

Op 31 augustus, op de vooravond van Hermans’ verjaardag, werd de collectie door de nieuwe eigenaar, de fiere Gert Brouns, opengesteld met een groot inhuldigingsfeest, waarop we waren uitgenodigd. We konden er de belangrijkste stukken uit de collectie, die vanaf 3 september voor het grote publiek toegankelijk is in Boekhandel Limerick (vlakbij het Gentse Sint-Pietersstation), in avant-première bekijken. Terwijl we konden genieten van een rijkelijk buffet, kwamen meerdere sprekers aan de beurt: de Gentse eerste schepen Mathias De Clercq voor het welkomstwoord, de Nederlandse auteur Dirk van Weelden (winnaar van de Multatuliprijs met zijn roman Mobilhome, 1991) met een laudatio aan de schrijfmachine en Vlaams schrijver en Hermans-kenner Peter Terrin (winnaar van de AKO Literatuurprijs met Post Mortem, 2012). De avond werd passend afgesloten met een heildronk ter ere van de verjaardag van W.F. Hermans.

Binnenkort gaan we nog eens terug naar Gent, want we willen de volledige collectie natuurlijk gaan bezichtigen in Boekhandel Limerick.

Edit 2014-01-15: Ondertussen hebben we de volledige collectie kunnen bezoeken en ook uitgebreid kunnen fotograferen. De foto’s vind je op mijn GooglePlus-account of hieronder:

www.limerick.be
www.onterfdgoed.nl

donderdag 29 augustus 2013

Congresfoto’s Intersteno 2013

Miche oefent op de Velotype

Mijn Intersteno-foto’s staan al enige tijd online, maar voor wie ze ondertussen nog niet gevonden zou hebben, geef ik hieronder even een handig overzichtje.

Intersteno, voluit International Federation for Information and Communication Processing, is een internationale organisatie die om de twee jaar een congres organiseert waarbij alles draait om de verwerking van informatie en communicatie. Ik heb er twee jaar geleden al een stukje over geschreven op deze blog.

Tijdens dat congres worden ook wereldkampioenschappen gehouden in verschillende disciplines, waaronder tekstproductie (sneltypen zeg maar), tekstcorrectie, professionele tekstverwerking en (machine)stenografie.

We hebben eerder al aan heel wat congressen deelgenomen in diverse landen, maar dit jaar moesten we ons niet ver verplaatsen, want het 49e Intersteno-congres vond plaats in Gent. Ik ben nog altijd druk bezig met het schrijven van een uitgebreid verslag, maar in afwachting kunnen jullie dus hier alvast de foto’s bekijken:

www.intersteno2013.org

donderdag 20 juni 2013

Kalq

Een poosje geleden had ik het op deze blog over asetniop, een nieuw, vereenvoudigd virtueel toetsenbord voor tablets.

Nu is er weer iets nieuws: kalq, eveneens een virtueel toetsenbord voor tablets en smartphones. Kalq is echter bedoeld voor wie ervan houdt om enkel met de twee duimen te typen (in tegenstelling tot het al genoemde asetniop, waar alle vingers meedoen).

Onderzoekers aan de Universiteit van St Andrews in Schotland, het Max Planck Instituut voor Informatica in Duitsland en Montana Tech in de Verenigde Staten hebben een nieuw toetsenbord ontworpen dat toelaat om sneller met de duimen te typen op een touchscreen.

Het nieuwe systeem heet kalq (net zoals qwerty en aanverwanten genoemd naar de volgorde van de toetsen) en laat toe om 34% sneller te typen op tablets (in vergelijking met duimtypen op qwerty, en zoals meestal in dergelijke studies: gebaseerd op typen in het Engels).

Duimtypen met kalq op de tablet

Bij het ontwerpen van kalq maakte het team gebruik van computationele optimalisatietechnieken, gecombineerd met een model van duimbewegingen. Op die manier ging men tussen miljoenen potentiële lay-outs op zoek naar een lay-out die superieure prestaties kon leveren.

‘Qwerty heeft gebruikers opgezadeld met ondermaatse tekstinvoerinterfaces op mobiele apparaten’, aldus dr. Per Ola Kristensson, docent mens-computerinteractie in de School of Computer Science aan de Universiteit van St Andrews. ‘Voordat gebruikers echter bereid zijn qwerty in te ruilen voor iets anders, verwachten ze terecht een ​​aantrekkelijk alternatief. Wij geloven dat kalq een voldoende grote prestatieverbetering biedt om gebruikers ertoe aan te zetten de overstap te maken en te profiteren van sneller en comfortabeler typen.’

Duimtypen is ergonomisch erg verschillend van het typen op een fysiek toetsenbord. Op tablets en andere touchscreenapparaten is de qwerty-indeling eigenlijk niet erg geschikt voor het typen met beide duimen.

Er is vastgesteld dat modale gebruikers op een touchscreentoestel met qwerty beperkt zijn tot een typesnelheid van ongeveer 20 woorden per minuut, wat traag is in vergelijking met de typesnelheden die gebruikers doorgaans op fysieke toetsenborden kunnen halen.

Door de toetsen te herschikken is sneller duimtypen mogelijk. De onderzoekers kwamen echter al snel tot het inzicht dat geringe aanpassingen aan de lay-out, zoals het van plaats wisselen van enkele toetsen, niet voldoende zouden zijn voor een aanzienlijke verbetering.

Woorden als ‘on, see, you, read, dear, based’, die vaak voorkomen, moeten op qwerty met één duim getypt worden. Dat maakt het typen omslachtig en traag. Dit inzicht was de aanzet om een lay-out voor duimtypen te maken die de typesnelheid kan opdrijven en tegelijkertijd de belasting van de duimen kan minimaliseren.

Dr. Antti Oulasvirta, senior onderzoeker aan het Max Planck Instituut voor Informatica in Duitsland, legt uit: ‘De sleutel tot het optimaliseren van een toetsenbord voor twee duimen is om lange tekenreeksen waarbij voortdurend dezelfde duim gebruikt wordt, zo veel mogelijk uit te schakelen. Het is ook van belang om veelgebruikte letters dicht bij elkaar te plaatsen. Ervaren duimtypisten bewegen beide duimen tegelijk: terwijl de ene duim een bepaalde letter typt, is de andere duim al op weg naar een volgende letter. Vanuit deze inzichten stelden we een voorspellend gedragsmodel op dat we konden gebruiken om het toetsenbord te optimaliseren.’

Het computationele optimalisatieproces had twee doelstellingen: de bewegingstijd van de duimen zo klein mogelijk houden en een zo evenwichtig mogelijke verdeling krijgen tussen linker- en rechterduim.

De resultaten van de optimalisatieprocedure waren verrassend: in het nieuwe kalqtoetsenbord bevinden alle klinkers zich in de toetsenbordhelft die aan de rechterduim is toegewezen, met uitzondering van de ‘y’ (die soms een klinker, soms een medeklinker is), terwijl de linkerduim meer letters moet bedienen.

Om ten volle de voordelen van deze lay-out te kunnen benutten, werden de deelnemers aan het gebruikersonderzoek getraind om beide duimen tegelijkertijd te gebruiken. Terwijl de ene duim een letter typt, gaat de andere al op zoek naar zijn volgende doel.

De onderzoekers ontwikkelden tenslotte probabilistische foutcorrectiemethoden die rekening hielden met de aard van duimbewegingen en met statistische kennis over de tekst die de gebruikers moesten typen. Het foutcorrectiealgoritme liet ervaren gebruikers toe om de snelheid op te drijven, terwijl de typefouten tot een aanvaardbaar niveau beperkt bleven.

Met deze verbeteringen waren de gebruikers in staat om 37 woorden per minuut te halen. Er zijn geen onderzoeksresultaten bekend van hogere snelheden voor duimtypen op touchscreen-apparaten, en dit is aanzienlijk sneller dan de ongeveer 20 woorden per minuut die gebruikers doorgaans via de qwertylay-out halen.

De onderzoekers hebben inmiddels hun werk gepresenteerd op het CHI 2013-congres in Parijs (de ACM Conference on Human Factors in Computing Systems). CHI geldt als het belangrijkste internationale forum voor onderzoek en ontwikkeling in de mens-computerinteractie.

Het kalqtoetsenbord op mijn Android-smartphone: toch even wennen...

Wie er meer over wil weten, kan terecht op de website van het Max Planck Instituut. Daar vind je een samenvatting met links naar de paper die op CHI 2013 werd gepresenteerd en naar de slides die bij de presentatie gebruikt zijn, evenals beeldmateriaal en een FAQ. De auteurs beloven ook om in juli de code en de data te publiceren.

Kalq is ondertussen beschikbaar als gratis app voor Android-tablets en -smartphones. Je vindt het via Google Play. Ik heb het alvast geïnstalleerd om het even uit te proberen. Volgens de onderzoekers heb je vier tot acht uur praktijk nodig om vlot met kalq aan de slag te kunnen (voldoende voor alledaags gebruik). Hoewel je kalq ook op kleine toestellen als smartphones kunt gebruiken, is het best geschikt voor apparaten met een schermgrootte van 7 inch of groter.

Tenslotte nog even vermelden dat de kalqlay-out gemaakt is voor rechtshandige gebruikers. Wie linkshandig is en ten volle de voordelen van kalq wil kunnen benutten, moet de toetsenbordlay-out spiegelen (zodat je linksonder ‘qlak’ leest in plaats van rechtsonder ‘kalq’). Deze optie zal geïmplementeerd worden in een volgende versie van de Android-app. Eenmaal de broncode is vrijgegeven, zal iedereen de code vrij kunnen gebruiken en aanpassen. Dit opent de weg naar kalqvarianten die geoptimaliseerd zijn voor andere talen, en versies voor andere platformen zoals iOS en Windows 8.

Deze blogpost is grotendeels gebaseerd op het artikel Thumbs up for faster texting, gepubliceerd op 24 april 2013 op de website van de University of St Andrews.

www.mpi-inf.mpg.de/~oantti/KALQ
www.st-andrews.ac.uk/news/archive/2013/title,217680,en.php

zaterdag 2 februari 2013

Asetniop

Wablief?

Asetniop: het nieuwe, vereenvoudigde toetsenbord voor tablets.

Als je een smartphone- of tabletbezitter bent, dan ken je vast het probleem: het toetsenbord dat op het scherm verschijnt wanneer je iets moet intypen, bedekt zowat de helft van het scherm. Dat moet beter kunnen, dacht Zack Dennis, de bedenker van asetniop. Wat als we nu eens een toetsenbord ontwerpen met slechts acht toetsen? Dat neemt alvast veel minder plaats in. Op die acht toetsen zetten we de acht meest gebruikte letters (gebaseerd op het Engels). En om ze makkelijk te onthouden, plaatsen we ze gewoon in de volgorde (van links naar rechts) waarop ze op een qwertyklavier staan: links A-S-E-T, rechts N-I-O-P.

asetniop

Ja, allemaal goed en wel, maar wat als je de overige 18 letters van het alfabet nodig hebt? Of cijfers en leestekens? Geen probleem: die verkrijg je door meerdere toetsen tegelijk in te drukken. Dat maakt asetniop tot wat men een akkoordentoetsenbord noemt: een toetsenbord waarop je meerdere toetsen tegelijk indrukt, zoals wanneer je een akkoord speelt op een piano.

Akkoordentoetsenborden bestonden al, maar ze zijn moeilijk om aan te leren. Zie mijn stukje over het Veyboard van vorig jaar. Wie al vlotjes met qwerty kan typen, moet, om bijvoorbeeld Veyboard aan te leren, compleet vanaf nul herbeginnen. Het principe van Veyboard is immers helemaal anders dan dat van qwerty. Asetniop pakt het slimmer aan: het maakt juist gebruik van het feit veel mensen al met tien vingers blind op een qwertytoetsenbord kunnen typen. Om de acht basisletters te typen, gebruik je immers exact dezelfde vingers als op een qwertyklavier. Het verschil is, dat je je vingers nu niet meer naar boven of naar onderen moet verplaatsen: ze blijven gewoon op dezelfde basisrij. Op www.asetniop.com kun je het zelf uitproberen (opmerking voor de Belgische lezers: eerst even je toetsenbord van azerty op qwerty zetten vooraleer je met de tutorials aan de slag gaat).

Ook voor de andere tekens, die je dus door middel van akkoorden typt, maakt men gebruik van hetzelfde principe: telkens weer is er een duidelijke link met het vertrouwde qwertyklavier, waardoor je de combinaties die je voor asetniop nodig hebt, snel onder de knie krijgt. Zo typ je bijvoorbeeld de D met dezelfde vinger als op qwerty: de linkermiddelvinger, in combinatie met een andere toets (in dit geval de linkerringvinger). Dit eenvoudige maar geniale systeem maakt dat het aanleren van asetniop veel minder moeite kost dan het aanleren van het Veyboard.

In tegenstelling tot Veyboard hoef je voor asetniop ook geen nieuw, duur toetsenbord aan te schaffen. Het systeem bestaat immers alleen maar uit software, en kan gebruikt worden op touch screens en andere bestaande invoersystemen. Je kunt het toetsenbord transparant of zelfs helemaal onzichtbaar maken, zodat je volledige scherm vrij blijft voor andere zaken. Nu nog afwachten of het aanslaat.

Meer info op de asetniop-website. Daar wordt de hele theorie achter het systeem uit de doeken gedaan.

N.B.: de P hoort eigenlijk niet bij de 8 meest gebruikte letters, maar ik veronderstel dat de P erbij genomen werd om de link met qwerty niet te verbreken…

www.asetniop.com

zondag 2 december 2012

Populaire

PopulaireHet gebeurt niet vaak dat ik de labels typen en film op dezelfde blogpost kan toepassen, maar deze keer is dat wel het geval. Ja, je begrijpt het goed: een heuse bioscoopfilm waarin de mij zo nauw aan het hart liggende typesport centraal staat. Want – en nu zullen heel wat lezers wellicht vreemd opkijken – typen is wel degelijk een sport, zoals je na het bekijken van deze film ongetwijfeld zult beamen. Voor wie het niet mocht weten: er worden wedstrijden in sneltypen gehouden, en om de twee jaar is er zelfs een wereldkampioenschap. Ik ben zo vrij de lezer bij deze te herinneren aan mijn eerdere stukjes Typen voor de sport en Het nieuwe wedstrijdseizoen.

Maar goed, nu naar de film: het betreft Populaire, een Franse romantische komedie met Romain Duris en Déborah François in de hoofdrollen en regiedebuut van Régis Roinsard. De cast telt ook enkele gekende namen als Bérénice Bejo (The Artist) en Miou-Miou (alom gekend Frans filmicoon).

Al vanaf de begintitels roept Populaire de sfeer op van een lekker ouderwetse Franse komedie. Ook de authentieke decors, kostuums en rekwisieten uit de fifties en de geslaagde soundtrack van Rob & Emmanuel d’Orlando, met nummers van o.a. Ella Fitzgerald en Gilbert Bécaud, leveren een belangrijke bijdrage aan de hele sfeerschepping.

Hoewel romantische komedies – laat staan Franse – eigenlijk niet mijn favoriete filmgenre zijn, viel de toon van de film bij mij meteen in de smaak. Maar dat kan natuurlijk ook aan het onderwerp liggen. De film speelt zich af eind de jaren vijftig. Het hoofdpersonnage, Rose Pamphyle, dochter van een lokale kleine zelfstandige, solliciteert voor een job als secretaresse. Ze slaagt erin verzekeringsmakelaar Louis Échard te overtuigen haar in dienst te nemen, maar Louis stelt een voorwaarde: Rose moet meedoen aan een regionale typewedstrijd én winnen.

De film voert de kijker vervolgens mee in het boeiende wereldje van de wedstrijden machineschrijven. Rose kan al razendsnel typen met twee vingers, maar moet met alle tien leren typen om nog beter te worden. Eerst wint Rose de regionale wedstrijd, vervolgens het nationale concours in Parijs, en daarna volgt het wereldkampioenschap in New York! De wedstrijden zijn erg boeiend in beeld gebracht – ik geef toe dat het er in werkelijkheid heel wat minder spannend aan toe gaat – en krijgen de allures van een echt sportevenement (inclusief joelende toeschouwers langs de zijkant).

De makers hebben kosten noch moeite gespaard om de film een zo authentiek mogelijk karakter te geven. Vorig jaar zijn de regisseur en de hoofdrolspeelster nog komen kijken op het échte wereldkampioenschap van Intersteno in Parijs, en enkele Belgische en Tsjechische sneltypisten werden opgetrommeld om in Populaire te figureren.

Ik denk dat ik een van de komende dagen nog maar eens ga kijken…

www.imdb.com/title/tt2070776/

zaterdag 8 september 2012

Workshop Veyboard

Enkele weken geleden zijn we weer naar de Tweede Kamer in Den Haag getrokken – voor de tweede keer al dit jaar –, deze keer voor een workshop Veyboard. Intersteno vroeg me om er een Engelstalig stukje over te schrijven voor hun volgende nieuwsbrief. Jullie mogen meelezen:

The Veyboard

On August 20th, 2012, the Dutch Interinfo Group and the Parliamentary Reporting Office of the States General of The Netherlands together organized a workshop Veyboard in The Hague. A second workshop was held on September 14th.

Both workshops were given by Ms. Marianne van Gool. After an introduction, the participants (including people from The Netherlands and from Belgium) received a first lesson and they could try out the Veyboard for themselves. They quickly discovered this was not an easy feat.

Veyboard is an orthographic syllabic chord keyboard. This means you type syllables, not characters, by pressing multiple keys simultaneously. An orthographic chord keyboard is very different from a phonetic chord keyboard like a stenotype machine, which produces an intermediate shorthand format. In contrast, the Veyboard can directly produce correctly spelled readable text (provided its operator doesn’t type any mistakes, of course).

The keys are arranged in a butterfly-like pattern. On the left side of the keyboard (the left wing of the butterfly), there are keys for typing the consonants at the beginning of a syllable. The right side is roughly a mirror of the left side: here you’ll find the same consonant keys, but mirrored. They are used for typing the consonants at the end of a syllable. The vowels are located in the middle of the keyboard.

For example, when typing the word soft, you type four keys simultaneously: the s on the left side of the keyboard, the o in the middle, and the f and t on the right side of the keyboard. When the keys are released, the Veyboard produces the one syllable word soft, including a final space. If you want to make longer words (like software), you can prevent the addition of a space by simultaneously pressing the big “no space” key with the palm of your right hand. If you want the first letter capitalized, you also press the “capital” key with your left hand. The Veyboard software is smart enough, however, to automatically capitalize the first word of a new sentence (after a period, question mark or exclamation mark).

If you inspect the keyboard closely, you’ll notice that not all consonants have their own key. Some of them are produced by typing a combination of keys, e.g. pressing the J and T keys simultaneously produces a D. J plus C equals G. This reduces the number of keys on the keyboard, but it also increases the number of key combinations you have to learn and remember.

Learning to type on a Veyboard is far from easy. Even if you’re an experienced QWERTY typist, you’ll have to start from scratch. According to Ms. Van Gool, if you’re serious about learning to master the craft, you must practice for two hours every day during the 6 month course. But with hard work comes great reward. Someone who learns to type on a Veyboard can easily double their typing speed compared to the same person using a regular QWERTY keyboard. Some experienced Veyboard typists can produce 800 or even 1,000 characters per minute, which is more than fast enough to keep up with speakers at conferences, workshops or in parliaments.

The Veyboard, a Dutch invention, has a long history which goes back to the invention of the Tachotype by stenographer Marius den Outer in 1933. The mechanical Tachotype was further developed with the help of Nico Berkelmans, a Dutch linguist. In 1982 an electronic version was introduced under the name Velotype. In 2001, the stand-alone Velotype text processor was renamed again to Veyboard, and it can since be used as an alternate keyboard for PC’s. In 2010, the University of Applied Sciences in Utrecht officially adopted the teaching method Getting started with Veyboard for its courses in interpretation for the deaf.

Workshop Veyboard

Marianne van Gool is herself an interpreter for the deaf. Using her Veyboard, she can provide an instant translation of the spoken word intro written text on a computer screen in front of the deaf person, for example during a visit to the doctor or the courtroom. This provides a good alternative to the use of sign language. Millions of people worldwide suffer from some form of hearing impairment, and many of them don’t know sign language. For these people, Veyboard technology offers an effective and efficient instrument to enable them to fully participate in society.

Apart from higher typing speeds, the Veyboard has some more advantages over a regular QWERTY keyboard. The Veyboard has an ergonomic design and layout, resulting in a balanced movement of arms, wrists and fingers, with minimal stress on muscles, tendons and joints. RSI (repetitive strain injury) occurrence, not uncommon among QWERTY typists, is very rare among Veyboard users. In contrast to the QWERTY system, Veyboard ensures an equal energy distribution between left and right hands, and assigns the hardest tasks to the strongest fingers. The keyboard can also easily be placed on the lap.

During the workshop, participants used the VeyboardTrainer, a computer program written by Van Gool’s husband. The software is an integral part of the Getting started with Veyboard method and provides the necessary practice needed to learn to master the Veyboard, offering a wide range of exercises and resulting in a well-balanced and efficient program.

At the end of the workshop, all participants were very enthusiastic about this powerful keyboard, and some of them seriously consider learning the skill, despite the great effort needed. The Parliamentary Reporting Office of the States General at The Hague has started a pilot project to introduce the Veyboard for their reporting activities.

Perhaps we’ll see an increased number of Veyboard users at future Intersteno text production contests?

More pictures at http://picasaweb.google.com/gebotopia/WorkshopVeyboard.

www.veyboard.nl

zaterdag 30 juni 2012

Typen 2012

Je kon hier eerder al lezen dat we dit jaar weer meegedaan hebben aan een aantal typewedstrijden. De uitgebreide verslagen van onze wedstrijdervaringen in Den Haag en Nijkerk en ons bezoek aan Rochefort voor de proclamatie van de wedstrijd Pro-Belgium heb ik nu neergeschreven in een 58 pagina’s tellend boekje. Ook de internetwedstrijden worden besproken (Intersteno, ABW, APSB, Pro-Belgium) en achteraan vind je de resultatenlijsten. Ideale vakantielectuur! Geïllustreerd met talrijke foto's.

Voor de niet-wedstrijdtypisten onder de lezers van deze blog (wellicht het merendeel…): de typewedstrijden waaraan we meedoen zijn vaak een gelegenheid om eens een weekendje weg te gaan en enkele interessante of leuke plekjes te bezoeken. Zo lees je in dit boekje ook over ons bezoek aan de Tweede Kamer in Den Haag, ons dagje uit in het Dolfinarium van Harderwijk en onze avonturen in de Grotten van Han…

issuu.com/gebo007/docs/typen2012

Edit 13 december 2012: de publicatie is inmiddels geüpdatet met twee extra hoofdstukjes (over de workshop Velotype van augustus en de 80e verjaardag van Nel Tjong A Tjoe in oktober). Het boekje telt nu 76 pagina’s.

Edit 9 juli 2013: Sommige lezers wilden toch ook graag een papieren exemplaar, om het een ereplaatsje in hun boekenkast te kunnen geven. Wil je ook een gedrukt exemplaar? Je kunt het vanaf nu online bestellen via Lulu.com (paperback, kleur).

vrijdag 11 mei 2012

Het nieuwe wedstrijdseizoen

Het nieuwe wedstrijdseizoen is begonnen. Voor alle duidelijkheid: ik heb het niet over voetbal of wielrennen, maar over vingersport, typewedstrijden dus (ook wel klaviervaardigheid, tekstproductie of computertypen genoemd).

Een WK is er dit jaar niet, want het wereldkampioenschap sneltypen wordt maar om de twee jaar georganiseerd. Vorig jaar was er een WK in Parijs. Voor het volgende WK moeten we dus nog een jaartje wachten. In 2013 zullen we dan een thuiswedstrijd kunnen spelen, want dan vindt het WK plaats in België, meer bepaald in Gent.

Toch kunnen we ons dit jaar op een aantal wedstrijden uitleven. Als voorbereiding op het WK van 2013 werd onlangs de wedstrijd PRO-Belgium georganiseerd, waarbij de Belgische professionals zich onderling konden meten. Het ging om een internetwedstrijd, d.w.z. de deelnemers hoefden zich er niet voor te verplaatsen, maar konden aan de wedstrijd deelnemen via het internet, door middel van een Java-applet. De normen waren in principe wel even streng als bij een WK: 30 minuten aan een stuk typen, met een minimale snelheid van 360 aanslagen per minuut en maximaal 0,25% fouten. De deelnemers worden ingedeeld in leeftijdscatecorieën. Voor jongere deelnemers ligt het snelheidscriterium iets lager.

We doen verder ook nog mee aan de internetwedstrijden van de Academie voor Bureauwetenschappen (ABW) en van Intersteno. Die wedstrijden hanteren minder strenge normen en duren slechts 10 minuten.

De ABW-wedstrijd is eigenlijk vooral op scholieren gericht. De internetwedstrijd van Intersteno – die dit jaar overigens aan zijn tiende editie toe is – richt zich op een internationaal publiek en bestaat eigenlijk uit twee wedstrijden: een wedstrijd in de moedertaal en een meertalenwedstrijd. Bij die laatste kan iedere deelnemer zelf kiezen in welke talen hij of zij wil meedoen. In hoe meer talen je slaagt, hoe meer punten je verzamelt en hoe hoger je op de ranglijst klimt. Er zijn 16 beschikbare talen. Vorig jaar heb ik in 12 talen getypt (en alle 12 geslaagd). Dit jaar moet ik mij wegens een veel te drukke agenda wat beperken, maar ik zal in ieder geval in een aantal verschillende talen typen. Sommige talen zitten vol lastige accentletters, en dat valt echt niet mee. Je moet al heel wat oefenen alvorens je in die vreemde talen enige kans van slagen hebt. Ook Russisch zit erbij, maar dat zie ik niet meteen zitten. Wie wil, kan het altijd eens proberen, want ook deze wedstrijd staat open voor iedereen.

Maar behalve aan de internetwedstrijden hebben we dit jaar ook deelgenomen aan het Nederlands kampioenschap computertypen in Nijkerk (een 10-minuten-wedstrijd, vooral gericht op scholieren) en aan de Nederlandse wedstrijd tekstproductie in Den Haag (een 30-minuten-wedstrijd voor ervaren typisten, volgens de strenge WK-normen). Die wedstrijden vonden plaats in april, en de verslagen van beide wedstrijden zijn inmiddels al op deze blog verschenen. Vandaag stond er – enigszins tot mijn verbazing, want ik wist van niks – een stukje over in de krant:

Assebroeks gezin Bonte typt de titels bij elkaar – Uit de Krant van West-Vlaanderen, 11 mei 2012

(Uit De Krant van West-Vlaanderen, 11 mei 2012)

Gebotopia: Nederlandse wedstrijd tekstproductie in Den Haag
Gebotopia: Nederlands kampioenschap computertypen in Nijkerk

www.abw.be
www.intersteno.org
www.intersteno2013.org