Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen

dinsdag 17 maart 2020

Carmina Corona

Normaal gezien had ik hier een verslagje willen plaatsen van mijn geplande bezoek aan de opvoering van Carmina Burana, die maandagavond in het Brugse Concertgebouw had moeten plaatsvinden. Carmina Burama is al sedert mijn jeugd een van mijn favoriete muziekstukken. Ik maakte voor het eerst kennis met dit meesterwerk van Carl Orff tijdens de muziekles op de middelbare school, en ik zag ernaar uit om nog eens een live opvoering te kunnen meemaken. Dat was al geleden van 2008.

Carmina Burana

Maar helaas, het coronavirus kwam roet in het eten gooien. Zoals jullie allemaal wel zullen weten, zijn alle culturele en andere evenementen afgelast en is zowat alles gesloten. Geen concerten meer, geen musicals, bioscopen dicht, bibliotheken dicht, musea gesloten, café’s, tearooms en restaurants dicht, niet meer gaan shoppen in het weekend en binnenkort zelfs niet meer naar de kapper. Ons geplande weekendje Disneyland Parijs, dat al een paar keer was uitgesteld vanwege de opeenvolgende weekendstormen in februari, konden we op onze buik schrijven, en ook de volkssterrenwacht waar ik lid van ben, heeft voorlopig alle activiteiten opgeschort.

Maar goed, uitstel is geen afstel. Ons Disneytripje verplaatsen we gewoon naar later dit jaar. Onze jaarpassen zullen langer geldig blijven om de coronasluiting te compenseren, heeft Disney ons laten weten. In afwachting zullen we niet doodgaan van de honger, en we zullen niets te kort komen, ook al denken heel wat hamsteraars blijkbaar van wel.

Thuisblijven is voor mij overigens geen straf. Het is geen groot geheim dat ik veel liever thuis zit met een goed boek en een glaasje wijn dan naar wilde (of saaie) feestjes te gaan. Ik heb hier een hele stapel ongelezen boeken liggen, waar ik nog wel even zoet mee ben. Ik zal de extra vrije tijd die de coronacrisis met zich brengt, nuttig gebruiken om die stapel wat te doen slinken. Wie zei ook alweer ‘ieder nadeel heb z’n voordeel’?

Carmina Burana is uitgesteld tot november, hebben de organisatoren me laten weten. Mijn ticket blijft gewoon geldig voor de nieuwe datum.

zaterdag 7 maart 2020

Kobo Libra H2O

Begin december kocht ik een nieuwe e-reader, de Kobo Libra H2O. Het toestel kreeg uitstekende reviews waardoor mijn verwachtingen erg hoog lagen. Inmiddels heb ik er al heel wat op gelezen, en die hoge verwachtingen werden volledig ingelost. Ik heb nog niets negatiefs kunnen ontdekken. Ik ben dan ook bijzonder blij met mijn nieuwe toestel.

In vergelijking met mijn oude e-reader, de Sony PRS-650 uit 2010, is het een hele verbetering. De tekst is haarscherp. Ik vond mijn Sony al erg aangenaam in gebruik, veel beter dan de twee toestellen die ik met wedstrijden gewonnen had (een Nook Simple Touch van Barnes & Noble en een Icarus Pocket), maar op mijn nieuwe Kobo is het lezen nóg aangenamer.

Een van de nieuwe dingen waar ik het blijst mee ben, is de achtergrondverlichting. Ondertussen ben ik al wat jaartjes ouder, en mijn ogen zijn niet meer zo goed als vroeger. Daardoor heb ik nu meer moeite met kleine letters en ook met lezen bij minder licht. Dankzij de achtergrondverlichting (waarvan de intensiteit snel en eenvoudig aan te passen is door aan de linkerrand van het scherm op en neer te vegen), is dat probleem volledig van de baan.

Mijn Sony had zo’n ingebouwde verlichting niet. Als het te donker was, kon ik een extern leeslampje op een flexibele arm gebruiken dat ingebouwd zat in de rug van het beschermhoesje. Dat was doenbaar, maar zag er wat vreemd uit. De achtergrondverlichting van de Kobo is stukken comfortabeler, en laat me toe om langere tijd probleemloos te lezen, ook in duistere omgevingen. Zalig gewoon. Nadeel is wel dat de batterij wat eerder leeg is, maar al bij al gaat de batterij nog steeds heel lang mee. In tegenstelling tot een smartphone of een tablet hoef je dus niet om de haverklap naar een stopcontact te zoeken.

Kobo Libra H2O

Ook een pluspunt is de synchronisatie met alle boeken in mijn Kobo-account (ook de boeken die ik bij Bol.com aangekocht heb). De Nook had ook al wifi, een webbrowser en synchronisatie met Barnes & Noble, maar aan dat laatste had ik niks, want ik koop al jaren mijn e-boeken voornamelijk bij Kobo of bij Bol. Mijn oude Sony had helemaal geen internetverbinding. Dankzij de wifi in mijn nieuwe e-reader kan ik nu tijdens het lezen, zonder de pagina te verlaten, een woord rechtstreeks opzoeken op Google of op Wikipedia, reuze handig.

Nóg een handigheid is de mogelijkheid om niet alleen e-boeken, maar ook artikels die ik op het internet vind, op mijn e-reader te lezen. Daarvoor heb ik eerst een Pocket-account moeten aanmaken. Wanneer ik met mijn computer of mijn smartphone op het web aan het surfen ben, kom ik vaak een interessant artikel tegen. Soms zijn die artikels nogal lang, waardoor ik ze eigenlijk liever wil opslaan voor later. Dat kan met Pocket. De Kobo Libra H2O beschikt over de mogelijkheid om te koppelen met mijn Pocket-account. Op die manier kan ik de opgeslagen artikels ook op mijn e-reader lezen, terwijl ik gewoon lekker op de bank zit, of op de trein.

Wanneer ik thuis of op de trein zit te lezen, houd ik het toestel meestal met beide handen vast, maar ik heb ook al dankbaar gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het blauwe origami-hoesje dat ik samen met mijn toestel heb gekocht, als boekensteun te gebruiken om zo handenvrij te lezen. Als je in een tearoom je handen nodig hebt om in je koffie te roeren of een chocolaatje uit het papiertje te halen, dan hoef je daarmee geen tijd te verliezen en kun je op die manier gewoon verder lezen. (Misschien vind je dat wat overdreven, maar ik wil mijn tijd altijd optimaal gebruiken, het leven is al kort genoeg!)

Ik heb ook al staande gelezen, terwijl ik ergens in een wachtrij stond aan te schuiven. Ik houd het toestel dan met één hand vast aan de brede zijrand, met mijn duim op de knop waarmee je naar de volgende pagina gaat. Na een tijdje wordt dat een beetje vermoeiend en wil ik van hand wisselen. Geen probleem: ik draai het toestel dan gewoon om, zodat de brede rand en de knoppen naar de andere kant verhuizen en ik het toestel in de andere hand kan houden. De inhoud van het scherm roteert automatisch mee, en de knoppen voor volgende en vorige pagina wisselen van functie. Hier is duidelijk erg goed over nagedacht, die brede rand is echt wel handig.

Het is duidelijk: dit toestel is een uitstekende aankoop geweest, waar ik nog lang plezier aan zal beleven.

getpocket.com
gl.kobobooks.com/products/kobo-libra-h2o
www.kobo.com

vrijdag 6 december 2019

Tijd voor een nieuwe e-reader!

Ruim negen jaar geleden kocht ik mijn eerste e-reader, een Sony PRS-650 waar ik al die jaren veel plezier aan heb beleefd. Maar het werd hoog tijd voor een nieuw toestel. Ik was al een tijdje aan het uitkijken, maar ik kon maar niet beslissen wat mijn nieuwe e-reader zou worden. Nu heb ik de knoop doorgehakt. De onlangs uitgekomen Kobo Libra H2O kreeg de ene lovende review na de andere, en het toestel sprak me heel erg aan. Die is het dus geworden. Sedert vandaag heb ik ’m in huis.

Kobo – tegenwoordig Rakuten Kobo – kende ik al een hele tijd. Het bedrijf maakt al enkele jaren e-readers, maar is reeds veel langer actief als verkoper van e-books. Omdat ik al sedert het begin voornamelijk Engelstalige e-books koop, was ik in mijn speurtocht naar e-books vrij snel bij Kobo uitgekomen. Kobo heeft ook een lees-app die je op je smartphone of tablet kunt installeren. Ik heb ook andere apps uitgeprobeerd, maar die van Kobo vind ik het prettigst om te lezen.

Het grote voordeel van de app (en van mijn nieuwe Libra H2O) is, dat je de bij Kobo of bij Bol.com aangekochte e-books meteen naar je toestel kunt downloaden, en dat je leesactiviteit gesynchroniseerd wordt met je andere toestellen. Zo kan ik bijvoorbeeld een boek dat ik ben beginnen lezen op mijn tablet, gewoon verderlezen op mijn smartphone. De app weet aan welke pagina ik gekomen ben. Nu gebeurt die synchronisatie dus ook met mijn Libra H2O.

Tegenwoordig is dergelijke functionaliteit vanzelfsprekend, maar dat was het allerminst toen ik negen jaar geleden mijn Sony PRS-650 kocht. Dat toestel had geen wifi aan boord, en om er een e-book op te zetten moest je het toestel met een usb-kabeltje verbinden met de computer. Ik moest dus eerst mijn aangekochte e-books downloaden naar mijn computer en vervolgens via Adobe Digital Editions kopiëren naar mijn e-reader. Die Adobe-software was nodig omdat e-books doorgaans voorzien zijn van Adobe-DRM. Dat is een poging van de e-book-uitgevers om piraterij te voorkomen, maar de eerste de beste amateur-hacker haalt die DRM-beveiliging er in een handomdraai af. Erg effectief is zo’n ‘beveiliging’ dus niet, en het is alleen maar een ergernis voor de reguliere gebruiker.

In een eerder artikel schreef ik al dat ik die DRM er zelf ook altijd afhaal, om verschillende redenen: in de eerste plaats wil ik kunnen beschikken over een DRM-vrije versie van al mijn aangekochte e-books, zodat ik de bestanden op gelijk welk toestel en met gelijk welke software kan lezen; in de tweede plaats is de typografie in sommige e-books van een zodanig slechte kwaliteit dat ik niet aan de drang kan weerstaan er zelf eerst de nodige aanpassingen aan te doen, zodat ik mij straks niet meer moet ergeren tijdens het lezen. Dat laatste is wellicht beroepsmisvorming van mijn kant – ik werk al jarenlang in het boekenvak en hecht daardoor een bijzonder groot belang aan een tot in de puntjes verzorgde typografie. Wil je hier meer over weten, (her)lees dan eens mijn artikel uit 2010 over typografie in e-books.

Maar goed, nu wat meer over mijn nieuwe e-reader. Zoals alle moderne e-readers beschikt de Kobo Libra H2O over wifi. In tegenstelling tot vroeger heb ik daardoor in principe geen computer meer nodig om met de e-reader te kunnen werken. Ik kan e-books direct met het toestel aankopen in de e-bookstores van Kobo én van Bol.com, want dankzij de samenwerking tussen beide bedrijven zijn mijn Kobo- en Bol.com-accounts aan elkaar gekoppeld. De aangekochte boeken kan ik direct naar mijn nieuwe toestel downloaden. Eenmaal gedownload heb ik geen internetverbinding nodig om te lezen. Op het moment dat die verbinding er wel is, kan mijn leesactiviteit gesynchroniseerd worden met mijn eventuele andere toestellen en apps.

Het toestel beschikt over een 7-inch-scherm met een resolutie van 1680 × 1264 pixels. Dat is een hele verbetering ten opzichte van mijn Sony, met zijn 6-inch-scherm met 800 × 600 pixels. De Sony was ook afhankelijk van een externe lichtbron (want een e-ink-scherm geeft uit zichzelf geen licht, in tegenstelling tot het led-scherm van een tablet of smartphone); mijn nieuwe Kobo heeft ingebouwde voorgrondverlichting. De kleurtemperatuur kan naar eigen voorkeur ingesteld worden voor een optimaal leescomfort. Ondanks de iets grotere afmetingen is mijn nieuwe e-reader toch zo’n 10% lichter dan mijn oude.

Met het toestel kan ik ook boeken in het ePub3-formaat lezen, een specificatie die nog niet bestond op het moment dat ik mijn eerste e-reader kocht. In de praktijk wordt nog erg veel gebruik gemaakt van de oudere ePub2-standaard, maar de mogelijkheid om ook ePub3 te gebruiken, is natuurlijk een plus. Zeker voor iemand als ik, aangezien ik zelf ook mijn eigen ePub-bestanden creëer en de nieuwe mogelijkheden van ePub3 eens wil kunnen uittesten.

De Kobo Libra H2O is beschikbaar in twee kleuren: wit en zwart. Ik heb voor de witte variant gekozen. Mooi meegenomen, maar voor mij niet noodzakelijk, is dat het toestel tegen een spatje water kan. Na een uur onder water op twee meter diepte zou het nog steeds moeten werken. Om mijn toestel te beschermen, heb ik er natuurlijk ook een beschermhoesje bij gekocht. Die hoesjes zijn verkrijgbaar in verschillende kleuren, niet enkel bij Kobo maar ook bij andere fabrikanten. Het hoesje dat ik heb aangeschaft is een zogenaamd origami-model. Je kunt het op een eenvoudige manier zodanig vouwen zodat het als boekensteun kan dienen. Je kunt de e-reader dan gewoon op een tafel of een ander oppervlak neerzetten om handenvrij te lezen.

Ik ga de komende dagen beslist wat meer lezen (en wat minder tv kijken) dan anders, zodat ik kan wennen aan mijn nieuwe e-reader en alle functies ervan uitgebreid kan ontdekken. In een vervolgartikel laat ik je binnenkort weten wat mijn ervaringen zijn. Maar na de vele positieve reviews die ik heb gelezen, heb ik er alle vertrouwen in dat ik erg in mijn nopjes zal zijn met mijn nieuwe toestel.

Voor wie eraan mocht twijfelen: de e-reader is nog lang niet dood! Voor wie graag wat vaker en wat langer leest, heeft zo’n toestel tal van voordelen ten opzichte van lezen op een smartphone of tablet. De gebruikte technologie, e-ink, wordt nog steeds verbeterd en staat garant voor een bijzonder groot leescomfort dat erg vergelijkbaar is met het lezen van een boek op papier.

gl.kobobooks.com/products/kobo-libra-h2o
www.kobo.com

donderdag 2 mei 2019

These are the voyages...

... of the Starship Enterprise, its 5 year mission to explore strange new worlds, to seek out new life and new civilizations, to boldly go where no man has gone before!

Zo begon iedere aflevering van Star Trek, de oorspronkelijke tv-reeks uit 1966. Elke rechtgeaarde Trekkie kent de woorden ongetwijfeld uit het hoofd.

Na meer dan 50 jaar is Star Trek nog steeds springlevend. Het tweede seizoen van Star Trek: Discovery, de jongste telg in de steeds maar groeiende familie van Star Trek-series, is net afgerond. Voor de komende jaren zijn ons nog meer nieuwe afleveringen en spin-offs beloofd, en misschien zelfs een nieuwe Star Trek-film van niemand minder dan Quentin Tarantino! Maar de fans van het eerste uur zijn nog steeds grote liefhebbers van het origineel, waar het allemaal mee begon.

These Are The Voyages

In These Are The Voyages geeft auteur Marc Cushman een overzicht van de boeiende ontstaansgeschiedenis van Star Trek. Over de originele reeks (The Original Series, afgekort tot TOS) verschenen al drie boeken: in elk boek komt één van de drie seizoenen aan bod.

Het eerste boek is nu als audiobook verschenen. Op zich is dat niet speciaal, want heel wat boeken verschijnen tegenwoordig niet enkel op papier, maar ook als e-book of audiobook. Audiobooks worden soms voorgelezen door de auteur zelf, maar vaker wordt beroep gedaan op een stemacteur.

Ik lees heel graag boeken, maar deze wou ik absouluut als audiobook in mijn collectie hebben. Het audiobook van These Are The Voyages is namelijk iets bijzonders, en heel wat fans zullen dit boek, net als ik, maar al te graag als audiobook willen hebben. Het boek wordt voorgelezen door Vic Mignogna, beslist geen onbekende bij de Star Trek-fans. Mignogna is niet enkel een getalenteerd stemacteur, hij is tevens een über-Trekkie die zijn eigen, bijzonder succesvolle fanserie heeft gemaakt: Star Trek Continues. Daarin speelt Mignogna de iconische rol van Captain Kirk.

In het audiobook zijn echter nog meer bekende Star Trek-stemmen te horen. Zowel van acteurs als van mensen die achter de schermen werkten of op een andere manier met Star Trek verbonden zijn, zoals D.C. Fontana (script writer), Joe D’Agosta (casting director), Ralph Senensky (regisseur), Adam Nimoy (zoon van Leonard Nimoy (Spock)), Chris Doohan (zoon van James Doohan (Scotty) en tevens Scotty in Star Trek Continues), Rod Roddenberry (zoon van Star Trek-bedenker Gene Roddenberry), Clint Howard (Balok in de aflevering The Corbomite Maneuver), Craig Huxley (Peter Kirk in de aflevering Operation – Annihilate! en Tommy Starnes in And the Children Shall Lead) en vele, vele anderen.

Door het gebruik van verschillende stemmen – in totaal meer dan 80 – is dit audiobook allesbehalve saai om naar te luisteren. Tussen de hoofdstukken door is er ook telkens een kort muzikaal interludium. Omwille van copyright mocht geen muziek uit Star Trek gebruikt worden, maar Mignogna deed voor zijn audiobook een beroep op Andy Farber en Jonathan Kruger, getalenteerde componisten die ook de muziek voor Star Trek Continues schreven, helemaal in de stijl van de originele TOS-soundtrack.

Het onlangs verschenen audiobook is nog maar het eerste deel van het eerste seizoen van TOS; het tweede deel verschijnt later dit jaar. Wanneer het audiobook in de smaak valt bij de fans – en daar lijkt het wel op –, wil Mignogna ook de andere twee seizoenen als audiobook uitbrengen. Een hele klus, want de hardcover-edities van de drie seizoenen samen beslaan meer dan tweeduizend pagina’s. Het eerste audiobook, met een inleiding en 18 hoofdstukken, is alvast goed voor net geen 14 uur luistergenot.

De audiobooks worden uitsluitend verdeeld via de website van de uitgever, Jacobs/Brown Press. Je zult ze dus niet vinden op sites als Amazon of Audible.

Een tijdje geleden was Vic Mignogna te gast bij de Trek Geeks-podcast, waar hij over These Are The Voyages geïnterviewd werd door Dan Davidson en Bill Smith. De link naar die podcast-aflevering vind je onderaan dit artikel. Het interview begint na ongeveer 15 minuten en is erg de moeite waard. Vic Mignogna vertelt uitgebreid over de totstandkoming van het audiobook.

Uiteraard moet je wel de Engelse taal machtig zijn om van dit audiobook te kunnen genieten, maar ik ga er gemakshalve van uit dat dat voor de meeste Vlaamse en Nederlandse Trekkies geen probleem is.

trekgeeks.com/161
www.jacobsbrownmediagroup.com/audiobook---these-are-the-voyages.html
www.startrekcontinues.com
www.thesearethevoyagesbooks.com

donderdag 14 juni 2018

Haute Lecture

Van 1 maart tot 3 juni liep in het Brugse Groeningemuseum een bijzondere tentoonstelling: Haute Lecture by Colard Mansion: een verzameling middeleeuwse manuscripten, incunabelen en prenten van de Brugse drukker en uitgever Colard Mansion. Voor mij, als typograaf, een niet te missen tentoonstelling! Maar zoals al te vaak gebeurt tegenwoordig, heb ik mijn bezoek wegens mijn vele andere drukke bezigheden moeten uitstellen tot het allerlaatste moment.

Colard Mansion leefde in het 15e-eeuwse Brugge. Hoewel over de man zelf weinig gekend is, ging hij de geschiedenis in als de eerste drukker van een boek met een kopergravure en als de drukker van het eerste boek in het Frans en het eerste boek in het Engels. Tot dan toe werden in Europa bijna uitsluitend boeken in het Latijn gemaakt. Hij behoorde tot de eersten in de Nederlanden om de uitvinding van Gutenberg (de boekdrukkunst) te gebruiken. Vóór die tijd werd ieder exemplaar van ieder boek door kopiisten met de hand overgeschreven, stel je voor! Boeken waren geen gemeengoed zoals nu, maar dure luxe-objecten die enkel de (heel) rijken zich konden permitteren.

Haute Lecture by Colard Mansion

In deze unieke tentoonstelling waren alle incunabelen (met losse letters gedrukte boeken van vóór 1501) van Colard Mansion met een of meer exemplaren vertegenwoordigd. Daarvoor werden exemplaren uitgeleend door bibliotheken en musea van over de hele wereld. Een groot deel van de boeken was afkomstig uit de collectie van de Brugse Openbare Bibliotheek en de Bibliothèque nationale de France in Parijs.

Hoewel de tentoonstelling erg mooi gepresenteerd was, moet me toch weer van het hart dat de belichting soms verre van optimaal bleek, zoals vaker gebeurt bij dit soort tentoonstellingen. Ik begrijp best dat de verlichting eerder bescheiden moet blijven, omdat te fel licht de fragiele boeken geen goed doet. Maar de positionering van de lampen is belangrijk. Wanneer je je over een vitrine met een opengeslagen boek buigt om het wat beter te kunnen bekijken, stel je helaas al te vaak vast dat je daarbij in je eigen schaduw staat, zodat je geen donder meer kunt zien. Als de vitrines vanuit een andere hoek belicht zouden worden, heb je dat probleem niet.

Haute Lecture by Colard Mansion

Foto’s van de boeken maken mocht niet, zelfs niet zonder flits. Jammer, maar daar had ik al rekening mee gehouden en ik had mijn spiegelreflexcamera dus thuisgelaten.

De stad Brugge liet voor de gelegenheid twee lettertypen ontwerpen, die gebruikt worden doorheen de tentoonstelling en voor aanverwant drukwerk, zoals de affiche en de persmap: Colard Mansion Bastarda en Colard Mansion Sans. Een mooi initiatief, maar als het bij dit eenmalig gebruik blijft, is dat natuurlijk een beetje zonde. Online is vooralsnog geen spoor van deze lettertypen te vinden, ook niet op de website van ontwerper Jo De Baerdemaeker.

Hoe dan ook, dit was een erg leerrijke en mooie tentoonstelling. Ik denk dat het al geleden was van 2002, het jaar dat Brugge culturele hoofdstad van Europa was, dat ik in de West-Vlaamse provinciehoofdstad nog een tentoonstelling over oude boeken had gezien (Besloten wereld, open boeken in het Grootseminarie). Wat mij betreft, mag dat in de toekomst best wat vaker gebeuren.

Binnenkort wil ik nóg twee tentoonstellingen bezoeken: Astronomisch geschilderd ­– ‘When space meets art’ in Cozmix, het bezoekerscentrum van Volkssterrenwacht Beisbroek, en Mummies in Bruges – Secrets of Ancient Egypt in het Oud Sint-Jan, maar dat is weer heel andere koek.

www.flickr.com/photos/museabrugge/albums/72157678183084582

woensdag 5 april 2017

Commodore 64 – 8-bit Kids

Ongeveer een jaar geleden las ik een artikeltje over een stadsgenoot van mij die een boek wou maken over de Commodore 64, een thuiscomputer waar ik in de jaren ’80 heel veel plezier aan heb beleefd. Mijn interesse was meteen gewekt.

Het bleek te gaan om een crowdfundingproject bij Kickstarter. Auteur Koen De Brabander zocht 275 mensen die bereid zouden zijn om zijn boek op voorhand te bestellen, zodat hij uit de kosten kon komen. Ik heb niet lang getwijfeld en tekende meteen in. Dat zouden uiteindelijk meer dan 500 Kickstarter- en Megafounder-‘backers’ doen, die allemaal bij naam in het boek vermeld worden.

commodore-64

8-BIT KIDS – Growing up with the Commodore 64 is een heerlijk nostalgisch boek, dat mij als het ware in de tijd terugflitste naar het begin van de jaren ’80. Ik had net mijn allereerste computer, de Commodore VIC-20, ingeruild voor de opvolger, de krachtigere C64. Die computers verschilden heel erg van de exemplaren die ik tegenwoordig gebruik. Zowel de VIC-20 als de C64 zagen eruit als een dik computerklavier, waar alle electronica onder verstopt zat. Je moest ze aansluiten op een gewoon tv-toestel, wat er uiteindelijk toe leidde dat ik van mijn ouders mijn eigen zwart-wit-tv’tje kreeg, zodat ze weer gewoon naar het journaal en naar De Showbizzquiz met Ron Brandsteder konden kijken terwijl ik mijn programmeerkunsten botvierde.

8-bit Kids – Growing up with the Commodore 64Het toestel beschikte niet over een harde schijf of een diskettestation en had natuurlijk ook geen cd-lezer of usb-aansluiting. En geen internet, mocht je daaraan twijfelen. Programma’s en data konden opgeslagen worden op audiocassettes, via een apart aan te kopen cassetterecorder. Het duurde tergend lang om op die manier iets van betekenis te lezen of te schrijven, maar de voldoening was des te groter wanneer het langverwachte resultaat uiteindelijk op het scherm verscheen.

Van downloaden via het internet was toen nog absoluut geen sprake, maar op de Nederlandse radio was er een wekelijkse uitzending die computerprogrammaatjes in Basicode met veel gekraak en gepiep de ether in stuurde. Dat kon je dan opnemen op audiocassette en op die manier in je computer laden. Bij mijn VIC-20 heb ik altijd de cassetterecorder gebruikt, maar voor mijn C64 kocht ik al gauw een extern diskettestation. Dat ging toch een heel stuk vlotter.

Ja, het was een leuke tijd. Erg primitief als ik er nu op terugblik, maar bijzonder leuk. Dankzij het experimenteren met dat toestel heb ik in die beginjaren heel veel computerkennis opgedaan.

In het boek volgen we de Commodore 64-ervaringen van de auteur en zijn vrienden, en ondertussen steken we ook nog wat op over de technologische ontwikkelingen en de tijdgeest van die periode. We beleven als het ware de tachtiger jaren opnieuw, en dat is voor een prille vijftiger als ik best leuk. Het boek is geïllustreerd met tal van foto’s, en ik heb het met heel veel plezier gelezen.

38911 Basic bytes free!Na een aantal jaren heb ik mijn Commodore 64 ingeruild voor zijn opvolger: de Amiga, net als de C64 een toestel dat zijn tijd behoorlijk ver vooruit was. Het eerste model, de Amiga 1000, vond ik aanvankelijk te duur, maar al gauw was ik de trotse bezitter van een betaalbaardere Amiga 500, mijn eerste computer met een grafische gebruikersinterface en een muis. Als ik daar ook nog een nostalgisch boek over vind, wil ik het absoluut hebben!

Edit 2017-04-10: net van de auteur zelf vernomen dat hij momenteel druk bezig is met de voorbereidingen voor een boek over de Amiga. Ik kijk er in ieder geval halsreikend naar uit!

www.kickstarter.com
www.hln.be/regio/nieuws-uit-brugge/het-boek-dat-je-terugflitst-naar-de-jaren-80-a2670617

woensdag 16 november 2016

Robbedoes

In mijn jonge jaren las ik graag Robbedoes, een weekblad vol met strips, waarvan de meeste als vervolgverhaal in wekelijkse afleveringen verschenen. Dankzij dat weekblad heb ik kennis gemaakt met reeksen als Yoko Tsuno, De Blauwbloezen, Guust Flater, Agent 212, Bollie en Billie, en natuurlijk Robbedoes en Kwabbernoot. Af en toe stonden in Robbedoes ook artikels en interviews. Ik herinner me een interview met kunstenaar Robert McCall, die in 1976 een grote muurschildering maakte voor het National Air and Space Museum in Washington, en artikels over mysterieuze onderwerpen zoals het Paaseiland, de lijnen van Nazca en het Moberly-Jourdain-incident. Als mijn geheugen me niet in de steek laat ten minste, want het kan evengoed zijn dat ik die artikels elders gelezen heb.

Het begon eigenlijk met een verzamelboek dat ik op zekere dag van mijn oma kreeg: een dikke bundeling van eerder verschenen nummers van het weekblad. Het was een geniale zet van de uitgeverij om de te veel gedrukte, niet verkochte nummers van het weekblad toch nog te gelde te maken. Om de zoveel tijd werden die overschotjes gebundeld in dikke verzamelalbums, die dan weer in de boekwinkel verkocht konden worden. Het voordeel van zo'n verzamelalbum was dat je al die vervolgverhalen, die anders in wekelijkse afleveringen verschenen, gewoon achter elkaar kon lezen. Een beetje zoals bingewatching op Netflix, maar dan met stripverhalen. Maar het had natuurlijk ook nadelen: sommige verhalen waren aan het einde van het album nog niet af, dus je moest de volgende bundel kopen als je de rest wou lezen.

Na het verzamelboek had ik de smaak te pakken, en begon ik wekelijks de losse nummers te kopen. In de zomer, wanneer er veel toeristen verbleven in de badplaats waar ik woonde, had ik wel eens pech en was Robbedoes soms al uitverkocht op het moment dat ik naar de krantenwinkel kon gaan. Maar gelukkig verkochten ze aan de kust ook de Franse versie van het blad, Spirou. Op die manier heb ik dus ook een aantal nummers van Spirou gekocht en gelezen, om maar niets van mijn favoriete strips te moeten missen. Ineens las ik geen Blauwbloezen, Robbedoes en Kwabbernoot, Guust Flater of Bollie en Billie meer, maar Les Tuniques Bleues, Spirou et Fantasio, Gaston Lagaffe en Boule et Bill. Gaston Lagaffe (m’enfin!) was overigens in het Frans soms nóg grappiger dan Guust Flater (nou moe?) in het Nederlands was.

Robbedoes / Spirou was niet het enige stripblad in die tijd. Grote concurrent was Kuifje / Tintin, waarvan de laatste nummers in 1993 verschenen. Hoewel ik wel een groot fan was van Kuifje, de stripreeks van Hergé, was ik geen liefhebber van het weekblad met dezelfde naam. Van dat weekblad las ik soms wel enkele nummers in de wachtkamer bij de tandarts, maar de reeksen die erin stonden konden mij niet erg bekoren.

Later ben ik erachter gekomen dat mijn vader in zijn kindertijd ook al Robbedoes las. Ondertussen bestaat het weekblad Robbedoes niet meer. In 2005 werd het blad stopgezet omwille van de steeds slinkende verkoopcijfers. Spirou bestaat wel nog.

De reeks die mij uit die eerste Robbedoes-bundel best is bijgebleven en waarvan ik nog steeds een groot fan ben, is Yoko Tsuno. In mijn verzamelboek stonden wekelijkse afleveringen van het album De dochter van de wind, weet ik nog. Dat verhaal is in 1978 in Robbedoes en Spirou verschenen. De combinatie van tekenstijl en sciencefiction-elementen hebben spraken mij meteen aan. Ondertussen heb ik alle albums in mijn verzameling. Ik kijk al in spanning uit naar het volgende album, dat ergens in mei volgend jaar zal verschijnen.

www.spirou.com
www.yokotsuno.be

vrijdag 26 augustus 2016

J.ROM

In een eerder blogje had ik het al over Amoras, de succesvolle en vernieuwende spin-off van Suske en Wiske. Welnu, ook hun sterke maatje Jerom kreeg ondertussen zijn eigen nieuwe reeks in dezelfde veramerikaanste comic-stijl.

J.ROM – Force of Gold

De nieuwe serie heet J.ROM – Force of Gold. Ondanks de Engelse titel gaat het wel degelijk om een Nederlandstalige uitgave, maar dit toont alweer aan dat de makers zich duidelijk hebben laten inspireren door het succes van de Amerikaanse comics. Onze vertrouwde Jerom is nu een aan lager wal geraakte superheld. Hij wordt (opnieuw) gerecruteerd door een organisatie met de naam FORCE om samen met hen het onrecht te bestrijden.

Jerom, nu omgedoopt tot J.ROM (spreek op zijn Engels uit als Jay-Rom), heeft in deze reeks bijzonder veel weg van een Marvel-superheld. Als Marvel-fan kan ik deze nieuwe vertel- en tekenstijl dus best appreciëren.

J.ROM – Force of GoldOorspronkelijk was een reeks van drie albums gepland, die samen één verhaal vormen. Wegens het succes besloot de uitgeverij daarna om nog meer albums te maken. Eerder dit jaar verscheen het vierde album, dat het eerste van een tweeluik vormt. Het vervolg, Rode sneeuw, verschijnt op 8 november. De fans (waartoe ik alweer mezelf reken), die ongetwijfeld halsreikend uitkijken naar meer, kunnen gerust zijn: de makers zijn van plan om de reeks daarna verder te zetten, naar alle waarschijnlijkheid telkens met verhalen die over twee albums zullen lopen. Zo krijgen ze voldoende ademruimte om de verhalen voldoende uit te werken. Alleen jammer dat Standaard Uitgeverij besliste om enkel de eerste drie albums van J.ROM als hardcover uit te brengen.

Jaren geleden had Jerom ook al zijn eigen stripreeks als de ‘gouden stuntman’, waarin hij een goudkleurig pak met een cape droeg en zich verplaatste met een vliegende scooter (elementen die in J.ROM – Force of Gold werden overgenomen). Van die oude reeks ben ik nooit een groot fan geweest, maar de nieuwe J.ROM vind ik geweldig. De nieuwe reeks wordt getekend door Romano Molenaar en de scenario’s zijn van Bruno De Roover. De inkleuring – ook een niet te onderschatten taak bij het maken van een strip of comic – werd verzorgd door Joël Séguin, die ook al aan Marvel-reeksen mocht werken.

forceofgold.wpg.be

maandag 22 augustus 2016

Amoras

Op het eiland Amoras moet het eerste Suske en Wiske-stripverhaal zijn dat ik als kind gelezen heb. Amoras is de naam van een fictief eiland waar Wiske, tante Sidonia en professor Barabas kennis maken met Suske. Het eiland duikt ook op in enkele latere albums.

In mijn kinder- en jeugdjaren heb ik heel wat Suske en Wiske-verhalen gelezen. Op een bepaald moment had ik een groot aantal albums in mijn verzameling, maar die boeken heb ik lang geleden allemaal van de hand gedaan.

Suske en Wiske is wellicht het toonvoorbeeld van een oer-Vlaamse stripreeks. De reeks is anno 2016 nog steeds bijzonder succesvol, niet enkel in Vlaanderen, maar ondertussen ook al geruime tijd in Nederland.

Tegenwoordig lees ik geen strips meer, maar comics. Een comic is eigenlijk ook een strip, maar dan op zijn Amerikaans. Ik lees graag de Marvel comics, in het Engels.

Lambik en Jerom moeten een brandje blussen (uit de persmap van Amoras)

In 2013 verscheen ineens Amoras op het toneel, een Suske en Wiske-spin-off die helemaal anders was van stijl. Amoras (met als ondertitel Suske en Wiske, The Saga Unfolds) had qua tekenstijl veel meer weg van een Amerikaanse comic. De vertrouwde personages zagen er volwassener uit, de tekenstijl was veel beter ontwikkeld, en de donkerder sfeer, het taalgebruik en het grafische geweld maakten duidelijk dat deze reeks op een veel rijper publiek mikte dan de originele Suske en Wiske-reeks.

Amoras werd aangekondigd als een eenmalige verhalenreeks die in zes afleveringen zou verschijnen, aan een tempo van twee per jaar. Deel 1 was meteen, ongetwijfeld mede dankzij de groots opgezette mediacampagne, een instantsucces. De reeks kon van bij de aanvang op een schare toegewijde fans bogen, waartoe ik ook graag mezelf reken.

Amoras – cover van deel 1Een poosje geleden alweer is het laatste deel verschenen, meteen een aanleiding om nog eens de hele – nu complete – reeks te herlezen. Wie de afzonderlijke boeken nog niet heeft, kan de hele ‘saga’ nu ook gebundeld kopen. Nog iets wat ze van de Amerikaanse comics hebben afgekeken. De échte verzamelaars zullen wellicht zowel de losse afleveringen (bij voorkeur in hardcover-uitvoering) als de bundel in hun bezit willen hebben (kassa, kassa!). Ondertussen is er ook al een ‘making of’ verschenen, waarin het hele proces van de totstandkoming van Amoras uit de doeken gedaan wordt.

De reeks nog eens opnieuw lezen is beslist aan te raden, want als zo’n verhaal over drie jaar uitgesmeerd wordt, heb je de misschien de neiging om een beetje de draad kwijt te raken. Zeker als het een verhaal betreft dat veelvuldig gebruik maakt van tijdsprongen, want Suske en Wiske / Amoras mag dan wel niet echt sciencefiction zijn, ze hebben natuurlijk wel de teletijdmachine van professor Barabas, en er wordt veelvuldig overgeschakeld van heden naar toekomst en weer terug!

Hoewel ik het bij momenten een beetje overdreven bloederig vond – het had m.i. even goed met wat minder expliciet geweld gekund – heb ik erg van de reeks genoten. Als de makers besluiten om nog meer Suske en Wiske-verhalen in deze format uit te brengen, zal ik ze graag lezen.

Tot slot nog enkele weetjes: het verhaal vindt grotendeels plaats in het jaar 2047, exact 100 jaar na het verschijnen van het eerste Suske en Wiske-album Op het eiland Amoras. De reeks werd in 2013 gestart ter gelegenheid van de viering van de 100e verjaardag van Willy Vandersteen, de bedenker van Suske en Wiske. De tekeningen zijn van Charel Cambré en het scenario is van Marc Legendre.

www.amoras2047.com

maandag 26 oktober 2015

The Martian: wetenschappelijk accuraat?

De voorbije weken kon je op deze blog al heel wat lezen over The Martian, het boek en de film waar iedereen het tegenwoordig over heeft.

Voor het grote publiek gaat het om een boeiend en interessant verhaal, maar je kunt je natuurlijk afvragen hoe realistisch het allemaal is. Hoe zit het met de wetenschappelijke juistheid van The Martian?

In het kort: op een paar details na valt het reuze mee! Auteur Andy Weir heeft alles in het werk gesteld om zijn verhaal zo geloofwaardig mogelijk te maken. Hij heeft zich verdiept in hemelmechanica (het kruispunt van sterrenkunde en wiskunde, een vakgebied dat zich bezighoudt met de berekening van de banen van hemellichamen en ruimtevaartuigen) om de reistijd en baan van de Marsraket nauwkeurig te kunnen uitrekenen. Weir is computerprogrammeur, en voor hem was het een koud kunstje om zelf de nodige software te schrijven voor het uitvoeren van alle berekeningen die hij nodig had voor zijn verhaal. Wat dat aspect van The Martian betreft, klopt alles alvast als een bus!

The Martian

Zonder die nodige software zouden die berekeningen een hels karwei zijn. De Hermes, het ruimteschip dat de astronauten van en naar Mars brengt, maakt immers een gebruik van een ionenmotor. Daardoor beweegt het zich niet met een constante snelheid voort in de ruimte, maar wordt het voortdurend versneld (gedurende de eerste helft van de trip) of vertraagd (gedurende de tweede helft).

Zo goed als alle technologie in het verhaal is gebaseerd op bestaande NASA-technologie. Uiteraard heeft de NASA vandaag de dag nog geen raket om mensen naar Mars te brengen, maar die tijd is niet meer zo veraf. Als je je baseert op wat de NASA vandaag de dag al verwezenlijkt heeft en wat de plannen zijn voor de nabije toekomst, dan is het eenvoudig om te extrapoleren.

Bemande Marsmissies zullen waarschijnlijk ongeveer verlopen zoals in The Martian: op het ogenblik dat astronauten naar Mars gelanceerd worden, staat er op Mars al een raket klaar om hen terug naar de ruimte te brengen: de MAV (Mars Ascent Vehicle). Dat blijkt uiteindelijk Watneys redding te zijn, maar hij moet er wel een lange rit met de marsrover voor over hebben om vanaf zijn locatie, de landingssite van Ares III – zo heet de fictieve derde bemande Marsmissie –, naar de Ares IV-site te rijden, waar al een MAV klaar staat voor toekomstige astronauten.

Bij zijn pogingen om zo lang mogelijk op Mars te overleven, moet astronaut Mark Watney zeer creatief omspringen met de materialen die hij ter beschikking heeft. Daarbij maakt hij gebruik van zijn kennis van scheikunde om water, zuurstof en brandstof te creëren en zich te ontdoen van schadelijke gassen. Ook wat scheikunde betreft heeft Weir zich uitstekend geïnformeerd, en klopt alles tot in de details. Of toch bijna, want één detail heeft Weir over het hoofd gezien, zo bleek na feedback van een van zijn lezers, een chemicus. Bij het chemische proces waarmee het hoofdpersonage brandstof creëert zou de temperatuur in de habitat namelijk met 400 graden gestegen zijn, en dat is natuurlijk fataal. Had hij dat op voorhand geweten, dan had de auteur dat probleem eenvoudig kunnen oplossen door het proces over een langere tijd te laten verlopen, zodat de temperatuurstijging binnen de perken zou blijven.

Twee dingen zijn echter niet wetenschappelijk accuraat, en dat wist Andy Weir al toen hij het boek schreef. Maar het grote publiek zal er beslist niet op letten. Aan het begin van zijn verhaal had Weir een dramatische gebeurtenis nodig die ervoor moest zorgen dat de bemanning van Ares III de planeet halsoverkop moest verlaten terwijl Mark Watney voor dood achterbleef. De auteur koos voor een storm, die hardware vernielde of omver blies en zelfs de MAV dreigde te doen kantelen.

Nu stormt het inderdaad wel eens op Mars, maar die stormen lijken geenszins op de orkanen die de Aarde af en toe teisteren. Het grote verschil is namelijk dat Mars een bijzonder ijle atmosfeer heeft. In vergelijking met de Aarde is de Marsatmosfeer ongeveer 200 keer zo ijl. Wanneer het ‘stormt’ op Mars, dan stelt de kracht van de wind dus eigenlijk niet zoveel voor. Een storm op Mars is daardoor eerder te vergelijken met een zacht briesje op Aarde en kan dus onmogelijk voor de vernieling zorgen die aan het begin van het verhaal wordt beschreven. Maar goed, dit was de trigger die de plot in gang zette, en van dan af aan is alles wetenschappelijk gezien behoorlijk accuraat.

The Martian

Een tweede zaak is de kwestie van de kosmische straling. In het verhaal wordt ervan uitgegaan dat Watneys ruimtepak, zijn Marsrover en de Marshabitat hem voldoende bescherming bieden tegen straling. In werkelijkheid is dat niet zo. Wanneer we straks écht astronauten voor langere tijd naar Mars gaan sturen, dan is dat een van de problemen die nog opgelost moeten worden. In tegenstelling tot de Aarde beschikt Mars dus niet over een dikke atmosfeer (zie hoger) en ook niet over een magnetisch veld. Op Aarde zorgen die twee voorzieningen ervoor dat het grootste deel van de schadelijke straling uit de ruimte wordt afgebogen of geabsorbeerd: het magnetisch veld vangt de geladen deeltjes in en leidt ze langs de magnetische veldlijnen naar de polen, waar ze voor noorderlicht en zuiderlicht zorgen. De deeltjes die toch door het magneetveld raken, worden op hun tocht doorheen de atmosfeer geabsorbeerd. De weinige deeltjes die het aardoppervlak bereiken, kunnen nog weinig schade aanrichten.

Ter info: kosmische straling bestaat voornamelijk uit deeltjes en gammastralen. Ze worden door de zon uitgestoten en onze richting op geblazen of komen uit het verre heelal (bv. van ontploffende sterren). Hoe hoger je je bevindt, hoe meer van die straling je te verwerken krijgt. Mensen die veel vliegen (met name piloten en ander vliegtuigpersoneel) krijgen dus in de loop van hun leven een hogere dosis straling te verwerken dan wie met twee voeten op de grond blijft, en bij het vliegen over de polen loop je meer straling op dan bij het vliegen over lagere breedtegraden.

Astronauten op Mars zullen dus in een goed beschermde habitat moeten verblijven en hun tijd buiten de habitat zoveel mogelijk moeten beperken. In The Martian doet astronaut Mark Watney dat absoluut niet: hij brengt heel wat tijd op het Marsoppervlak door, en het mag dan ook een wonder heten dat hij het zo lang op Mars uithoudt. Om de stralingsniveaus binnen de perken te houden, zou de habitat beschermd moeten worden door een laag lood van meerdere centimeters dik, een laag van 10 cm water of een meter rots! Omdat zoveel water of lood een enorm gewicht vertegenwoordigt dat onmogelijk vanaf de Aarde gelanceerd kan worden, ligt het dus voor de hand om astronauten op Mars ondergronds te laten wonen (in natuurlijke grotten of lavatunnels van uitgedoofde vulkanen).

Aan die twee puntjes kunnen science geeks zich misschien wat ergeren, maar het blijft fictie natuurlijk. Voor de rest zit The Martian bijzonder knap in elkaar en heeft Andy Weir zijn huiswerk écht wel heel goed gedaan. Alle lof!

Al bij al is The Martian wellicht de meest realistische van alle sciencefictionfilms die we de laatste tijd te zien hebben gekregen.

www.foxmovies.com/movies/the-martian

woensdag 7 oktober 2015

The Martian: van gratis e-boek tot kaskraker

Sciencefiction dringt steeds meer door tot de mainstream, zeker in de film. Voor het derde achtereenvolgende jaar krijgen we een scifi-film in onze bioscoopzalen die een kassucces wordt en die niet enkel scifi-fans maar ook het grote publiek kan bekoren: twee jaar geleden was er Gravity (met Sandra Bullock en George Clooney), vorig jaar Interstellar (met o.a. Matthew McConaughey, Michael Cane, Matt Damon, Anne Hathaway en Jessica Chastain), en dit jaar het langverwachte The Martian (alweer met diezelfde Matt Damon en Jessica Chastain).

In dit blogje wil ik het echter niet zozeer over de film hebben maar over het boek, en meer bepaald over de onwaarschijnlijke manier waarop het tot stand gekomen is.

Auteur Andy Weir en zijn debuutroman The Martian

The Martian is een waar succesverhaal. Auteur Andy Weir had bij het schrijven van zijn boek, dat uiteindelijk zijn debuutroman zou worden, nooit kunnen vermoeden tot welk succes het zou leiden. Om te beginnen had hij helemaal niet de intentie om er ook maar iets aan te verdienen. Hij zette zijn boek aanvankelijk hoofdstuk per hoofdstuk op zijn blog, en wist zo heel wat lezers naar zijn site te lokken. Toen het boek in 2011 eenmaal af was, kwam al snel de vraag van lezers om het als e-boek te kunnen downloaden. Andy Weir moest even uitzoeken hoe hij dat voor elkaar moest krijgen, maar hij is een pientere kerel en plaatste al gauw een epub-bestand op zijn site. Iedereen die het wou, kon het bestand gratis en voor niets downloaden. Weir was immers helemaal niet van plan om het naar een uitgever te sturen en het te proberen verkopen.

Heel wat lezers maakten zo voor het eerst kennis met de e-boekversie van The Martian. Maar een epub-bestand downloaden van een website en het op een e-reader plaatsen is iets wat voor veel mensen toch wat te moeilijk blijkt (ja, ik weet het, het is doodsimpel, maar sommige mensen zijn nu eenmaal niet zo handig met computers). Daarom kwam al snel de vraag om het boek beschikbaar te maken in de Kindle Store van Amazon. Wanneer je een Kindle hebt, is een e-boek kopen bij Amazon kinderspel: het boek wordt immers automatisch naar je toestel gedownload; je hoeft geen kabeltje aan te sluiten en geen bestand te kopiëren. Maar via Amazon kan een auteur geen gratis e-boeken verspreiden. De minimumprijs die door Amazon opgelegd wordt, is 99 cent. Dus voortaan verkocht Andy Weir zijn e-boek voor de spotprijs van 99 cent (waarvan 30% naar de auteur gaat en 70% naar Amazon).

The Martian – coverAl gauw waren er meer exemplaren via Amazon verkocht dan er gratis van Andy’s website waren gedownload. Boeken die veel worden verkocht, verschijnen in Amazons bestsellerlijst. Hoe meer exemplaren er worden verkocht, hoe hoger een boek opklimt in de bestsellerlijst. Op die manier krijgt het boek natuurlijk nog meer aandacht, wat er op zijn beurt voor zorgt dat het nóg meer verkocht wordt. En zo werd The Martian alvast bij e-boeklezers een instant succes.

Ook uitgevers kijken natuurlijk wel eens in Amazons bestsellerlijst, en het duurde dan ook niet lang vooraleer Andy Weir door een uitgeverij gecontacteerd werd om een papieren versie en een audioversie van het boek uit te brengen. In 2013 sloot Weir overeenkomsten met Podium Publishing voor het audioboek en met Random House (Crown Publishing Group) voor de papieren uitgave. In februari 2014 verscheen het boek, en van dan af aan maakten nóg meer lezers kennis met The Martian. Binnen de kortste tijd haalde het boek de bestsellerlijst van (onder andere) de New York Times.

Je begrijpt dat dit niet de typische gang van zaken is voor een debuutroman. Vele aspirant-schrijvers hebben al vele manuscripten naar vele uitgeverijen gestuurd (en teruggekregen) alvorens ze erin slagen een boek gepubliceerd te krijgen, áls ze daar überhaupt ooit in slagen. Bij Andy Weir ging het vanzelf, en was het net omgekeerd. De uitgeverijen contacteerden hém, of ze alsjeblieft zijn boek mochten publiceren. Wat kun je je als schrijver nog meer dromen?

Maar de successtory is nog lang niet gedaan. Nog voor The Martian in de boekwinkels lag, had Weir al een telefoontje gekregen van 20th Century Fox, die een optie wou op de filmrechten. Een optie betekent nog niet dat de film daadwerkelijk gemaakt zal worden, maar op die manier verzekert de filmmaatschappij zich ervan dat de concurrentie niet met de rechten gaat lopen. Filmmaatschappijen kopen heel vaak dergelijke opties, maar slechts een kleine fractie daarvan wordt uiteindelijk verfilmd. Andy dacht dus dat het wel niet zo’n vaart zou lopen, maar het duurde niet lang vooraleer Fox een ervaren scenarist op het project zette: Drew Goddard (van Cloverfield, The Cabin in the Woods, World War Z). Even later werden onderhandelingen gestart met niemand minder dan Ridley Scott om de film te regisseren. Scott heeft zijn sporen in het genre ruimschoots verdiend met o.a. Alien en Blade Runner. Toen ook de naam van steracteur Matt Damon viel, besefte Weir dat het menens was.

The Martian – cover van de filmversieBij mijn bezoek aan Boedapest afgelopen zomer heb ik daar weinig gezien dat op een Marslandschap leek, maar dat is de stad waar een groot deel van The Martian (in een studio) verfilmd werd. Ondertussen is de film in première gegaan, en het is al meteen een net zo groot succes als het boek.

Het is een cliché dat het boek meestal beter is dan de film, maar in dit geval blijkt dat toch (gelukkig!) niet op te gaan. Ridley Scott is erin geslaagd een bioscoopversie af te leveren die zeker niet moet onderdoen voor het boek. Tenminste volgens de positieve kritieken die ik overal hoor, want ik heb de film (voorlopig) nog niet zelf gezien. Maar ook auteur Andy Weir is alvast bijzonder lovend over het resultaat.

O ja, ik zou bijna nog vergeten zeggen waar het over gaat, maar daar lees je meer over in een volgend blogje, wanneer ik het over de film zal hebben. Samengevat: in de niet zo verre toekomst wordt een astronaut voor dood achtergelaten op Mars. Maar wat blijkt? Hij leeft nog, en staat nu voor de hopeloze opdracht om zichzelf in leven te houden tot er hulp komt opdagen (en dat kan best wel even duren als je op een andere planeet zit). Gelukkig blijkt hij bijzonder vindingrijk te zijn (en een goede kennis van scheikunde te hebben).

Een hele tijd geleden al heb ik het boek gelezen (de e-boekversie uit 2014, in het Engels) en ik was helemaal in de ban van het verhaal. Het boek is alvast een echte pageturner en een bijzonder grote aanrader! Ondertussen is het ook in het Nederlands vertaald en ligt de filmversie in zowat alle supermarkten en boekhandels. Je kunt er niet naast kijken: zoek naar een cover met het hoofd van Matt Damon in een astronautenhelm. Hij ligt vast in de etalage of bij de top 10.

Andy Weir is my new hero! In onderstaand filmpje hoor je hem zelf uitleggen hoe het allemaal gegaan is.

www.andyweirauthor.com
www.galactanet.com

dinsdag 21 april 2015

Nooit meer typen

Afgelopen zondag werd in boekhandel Limerick in Gent Nooit meer typen voorgesteld, een prachtig fotoboek over de verzameling oude schrijfmachines van Willem Frederik Hermans (1921-1995), een van Nederlands bekendste schrijvers.

Nooit meer typenAls wedstrijdtypisten en schrijfmachineliefhebbers waren we uiteraard op dit evenement aanwezig. Na toespraken van uitgeefster Tania Van de Vondel van uitgeverij Luster en Gert Brouns van boekhandel Limerick werd het eerste exemplaar officieel overhandigd aan Ruprecht Hermans (zoon van).

De locatie voor deze boekvoorstelling is niet toevallig: boekhandel Limerick is sedert zowat anderhalf jaar immers de trotse eigenaar van de Hermans-collectie. De schrijfmachines belandden uiteindelijk in Gent nadat het Tilburgse museum waar de verzameling oorspronkelijk stond, de deuren moest sluiten omdat ze geen subsidies meer kregen. Maar dat verhaal kon je eerder al op deze blog lezen.

In meer dan 100 foto’s werd een selectie van 38 van de mooiste exemplaren uit de rijke verzameling magistraal in beeld gebracht door kunstfotograaf Philippe Debeerst. Behalve de foto’s bevat het boek ook bijdragen van Hermanskenners Peter Terrin en Christophe Vekeman en schrijfmachinekenner Dirk van Weelden. De foto’s worden vergezeld door informatie en anekdotes, citaten uit interviews en facsimile’s van door W.F. Hermans getypte pagina’s.

Ben je ook een schrijfmachineliefhebber of Hermans-fan, dan mag dit pareltje van een fotoboek natuurlijk niet in je boekenkast ontbreken. Wij hebben ons exemplaar alvast op de boekvoorstelling laten signeren.

De titel van het boek is een verwijzing naar Hermans’ bekende roman Nooit meer slapen (waarvan Gert een door Hermans gesigneerd exemplaar heeft liggen) en tegelijkertijd een allusie op de vergane glorie: de schrijfmachines hebben hun rol in de geschiedenis vervuld, en er zal nooit meer op getypt worden. Daarbij laten we gemakshalve even buiten beschouwing dat in Boekhandel Limerick altijd wel een paar machines staan waarop bezoekers een paar zinnen kunnen schrijven.

Aanstaande zondag, op 26 april, staat de schrijfmachinecollectie van W.F. Hermans opnieuw in de belangstelling. Dan is het erfgoeddag, en de verzameling maakt immers deel uit van zowel het literaire als het industriële erfgoed. Voor de gelegenheid is boekhandel Limerick (in de Koningin Elisabethlaan 142 in Gent, vlakbij het Sint-Pietersstation) komende zondag de hele dag open. Ook op andere dagen is de collectie daar voor alle belangstellenden gratis te bezichtigen.

Over het nieuwe boek werd al uitgebreid verslag gedaan in de pers. Hieronder vind je twee video’s: de eerste is een reportage van de regionale televisiezender AVS en een tweede is het programma De wereld draait door van NPO 1 (Nederland), waar Brouns en Vekeman op 20 april te gast waren.

20150417-NIEUWS-08 from AVS on Vimeo.

www.erfgoeddag.be
www.lusterweb.com

dinsdag 11 november 2014

Boekenbeurs 2014

Het was bijzonder druk op de boekenbeurs gisteren. Ik had het kunnen weten natuurlijk. Het was een brugdag én mooi weer, dus mensen trekken er massaal op uit. Maar ja, we hadden geen andere keuze. We konden ons niet permitteren om een dagje vrij te nemen en in de week te gaan. Wegens onze drukke agenda was gisteren de enige dag die we nog vrij hadden.

Op bepaalde momenten was er op sommige plaatsen geen doorkomen aan. Zo is het niet leuk meer. En dan te bedenken dat we eigenlijk een uitnodiging hadden voor de openingsavond (die we, eveneens wegens onze drukke agenda, jammer genoeg moesten laten schieten)!

Boekenbeurs 2014

Hier en daar stonden lange rijen mensen aan te schuiven. Voor boeken? Lang niet altijd. Wel voor een anonieme figuur die in een muizenpak zat te signeren – een zekere Stilton, als ik het goed voor heb –, of voor een foto met een of andere illustere BV die met een ghostwriter werkt en zelf met alle aandacht gaat lopen. Het e-paviljoen, waar het grote publiek de voorbije jaren kennis kon maken met e-reading, had dit jaar veel meer weg van een kinderopvang, waar de kinderen zich zaten te amuseren op grote en kleine tablets.

Voor de rest ook een hoop dingen die niets met boeken te maken hebben. Iemand zin in een Royco-soepje? Abdijbiertje proeven? Beemster-kaasje misschien? Uw eigen gepersonaliseerde postzegel? En heel veel wedstrijden, waar je de indruk krijgt dat je effectief een kans hebt om iets te winnen, maar waar je eigenlijk alleen maar je e-mailadres achterlaat zodat je in de komende tijd weer bestookt kunt worden met allerlei reclame-mails. Ik doe daar dus niet meer aan mee.

Ik krijg ook de indruk dat er ieder jaar meer kinderboeken en meer strips te zien zijn. Begrijp me niet verkeerd: dat laatste vind ik absoluut geen slechte ontwikkeling. Strips zijn al lang niet meer uitsluitend voor kinderen, en het wordt hoog tijd dat het grote publiek de strip, de comic en de graphic novel serieus gaat nemen.

Maar dat grote publiek gaat blijkbaar voornamelijk naar de boekenbeurs voor kookboeken. En ook met onzin als astrologie en healing is voor uitgevers nog altijd veel geld te verdienen. Natuurlijk ook veel boeken over de Eerste Wereldoorlog dit jaar.

Maar erg lang ben ik niet gebleven. Zoals ik al zei: véél te druk, en wie mij een beetje kent, weet dat ik een grondige hekel heb aan grote menigten. Na één keer de vier hallen met boeken te hebben doorlopen, hield ik het dus voor bekeken en heb ik tram 2 naar Antwerpen Centraal genomen om er de tentoonstelling Het Avontuur van de Evolutie te gaan bekijken. Maar dat is stof voor een volgend blogje…

O ja, ik heb overigens wel nog een leuk boek meegebracht: Things to make and do in the Fourth Dimension, van Matt Parker.

www.boek.be
www.boekenbeurs.be

zondag 31 augustus 2014

De essentie van de genetica

Als onderdeel van het Cartoonfestival 2014, dat dit jaar als thema Iedereen GENiaal heeft, en mooi aansluitend op de zomerlezing met als titel De genetische revolutie die professor Cassiman vorige week gaf, vond vanmorgen in cultuurcentrum Scharpoord in Knokke-Heist een panel plaats over humane genetica. Dit evenement kwam tot stand in samenwerking met de KU Leuven.

Na een algemene inleiding gaven drie Vlaamse onderzoekers elk een lezing over een bepaald aspect van de humane genetica: Gert Matthijs, Pascal Borry en Maarten Larmuseau. Het panel werd gemodereerd door Lieven Verstraete, bekend van het zondagochtendduidingsprogramma De zevende dag op één. Oorspronkelijk was er nog een vierde spreker voorzien (Koen Devriendt), maar die kon helaas niet komen. Na afloop was er gelegenheid voor vragen uit het publiek.

De essentie van de genetica

Erg veel volk blijkt op zondagmorgen niet uit hun bed te komen voor wetenschap, want de zaal zat maar halfvol. Zij die dat wel hadden gedaan, werden beloond met drie boeiende uiteenzettingen, waar ze ongetwijfeld heel wat van hebben kunnen opsteken.

Gert Matthijs is moleculair geneticus en werkt op het Centrum Menselijke Erfelijkheid van het UZ Leuven. Hij legde de basisprincipes van de genetica uit: wat zijn genen, wat is een genoom, hoe gebeurt een genetisch onderzoek en wat zijn de mogelijkheden en beperkingen?

Pascal Borry, docent medische ethiek, spitste zich toe op maatschappelijke thema’s en ethische kwesties die met genetica te maken hebben.

Maarten Larmuseau, evolutionair geneticus, had het over forensische genetica en moleculaire archeologie, en toonde met kaarten aan hoe je historische migraties kunt linken aan genetische informatie.

Lieven Verstraete, Maarten Larmuseau, Gert Matthijs en Pascal Borry

Net zoals op de lezing van Jean-Jacques Cassiman vorige week werd duidelijk hoe snel alles binnen dit onderzoeksgebied evolueert, en het is bijzonder boeiend om dit alles een beetje te proberen opvolgen.

Uiteraard werden de presentaties opgeleukt met enkele cartoons.

Binnen dit project hebben studenten de voorbije weken enkele bezoekers van het cartoonfestival (waaronder ook schrijver dezes) een vragenlijst voorgeschoteld over wat ze denken over verschillende aspecten van de genetica. De eerste taartdiagrammen werden vanmorgen ook gepresenteerd, maar op de interpretatie van de antwoorden is het nog even wachten.

Gert Matthijs en Pascal Borry hebben in de aanloop tot het cartoonfestival samen een populair-wetenschappelijk boek over humane genetica geschreven, in begrijpelijke taal en bedoeld voor het grote publiek: Iedereen geniaal – Humane genetica in woorden & cartoons, uitgegeven bij Ballon Comics. Beslist de moeite waard voor wie meer over dit onderwerp wil weten.

cartoonfestival.knokke-heist.be/essentie
www.kuleuven.be

vrijdag 16 mei 2014

Cosmos-pakket

In een eerder blogbericht schreef ik al over Cosmos: A Spacetime Odyssey, de nieuwe prestigieuze documentaireserie die op 9 maart in première ging en momenteel wereldwijd wordt uitgezonden. Inmiddels is gebleken dat de nieuwe reeks een groot succes is en niet moet onderdoen voor haar beroemde voorganger.

Heel wat van de podcasts waar ik naar luister, hebben de voorbije maanden aandacht besteed aan de nieuwe reeks. Een van die podcasts is The Skeptic Zone, een Australische podcast over wetenschap en kritisch nadenken.

Cosmos-boek en blok

Ter gelegenheid van de nieuwe serie gaf The Skeptic Zone twee Cosmos-pakketten weg aan de luisteraars: het eerste pakket zou verloot worden onder de Australische luisteraars, het tweede onder het internationale publiek. Al wat je moest doen was een mailtje sturen met een getal tussen 0 en 1 miljard. Er zou een willekeurig getal gekozen worden en wie daar het dichtste bij zat, won het pakket. Simpel, niet?

Hoewel ik mijn kansen niet erg hoog inschatte, heb ik toch maar een mailtje ingezonden. Deze populaire podcast heeft ongetwijfeld een hoop luisteraars over de hele wereld, en heel wat van hen zijn beslist geïnteresseerd in zo’n Cosmos-pakket. Maar het kost weinig moeite, en niet geschoten is altijd mis, dacht ik maar. Mijn enige probleem was: welk getal stuur ik op? Ik had natuurlijk gauw een willekeurig getal uit mijn mouw kunnen schudden, maar ik besloot het probleem aan te pakken zoals het een echte computergeek betaamt. Ik opende dus een terminal-venster en typte volgend commando:

perl -e "print int(rand(1e9))"

Cosmos-pakketDit leverde het getal 274246081 op, en dat is wat ik in mijn mailtje naar Australië heb gestuurd.

Je voelt me al komen: groot was mijn verbazing toen ik enkele dagen later een mailtje van The Skeptic Zone kreeg waarin stond dat ik de gelukkige winnaar was. Een onschuldige hand had negen keer een cijfer van 0 tot 9 getrokken, en mijn getal bleek wonder boven wonder het dichtst in de buurt te zitten.

In de volgende aflevering van de podcast werden de namen van de twee winnaars aangekondigd. Enigszins tot mijn genoegen slaagde Richard Saunders, de Australische host van The Skeptic Zone, erin om mijn naam vrij behoorlijk uit te spreken. Je kunt het zelf beluisteren in aflevering 282 van 16 maart (het betreffende segment start op 24:30).

Inmiddels is het pakket na exact twee maanden veilig en wel bij mij thuis geraakt. Helemaal van de andere kant van de planeet. Er zit een gesigneerd Cosmos-boek in, een kleurrijk notablok van Cosmos: A Spacetime Odyssey, en een foto van Richard Saunders.

Het boek is de recente herdruk (2013) van het originele Cosmos-boek van Carl Sagan uit 1980, met een voorwoord door Neil deGrasse Tyson, de host van de nieuwe Cosmos. Het is gesigneerd door Ann Druyan én Neil deGrasse Tyson. Ann Druyan is Carl Sagan’s weduwe en executive producer, regisseur en schrijver van de nieuwe serie. Zij schreef ook de inleiding bij deze nieuwe uitgave. Carl heeft het boek indertijd aan haar opgedragen. Neil deGrasse Tyson is de host van de nieuwe reeks, en al sedert jaar en dag een van mijn favoriete sterrenkundigen en wetenschaps­popularisators. Ik ben er natuurlijk ontzettend blij mee.

Tot slot nog een voor de hand liggende tip voor de mensen die altijd klagen dat ze nooit iets winnen: je moet natuurlijk wel eerst meedoen hé!

Opgedragen aan en gesigneerd door Ann Druyan

én gesigneerd door Neil deGrasse Tyson!

skepticzone.tv
www.cosmosontv.com

zondag 16 maart 2014

Typen 2013

In 2012 heb ik voor het eerst een bescheiden boekje uitgegeven over de typewedstrijden waar we dat jaar aan deelgenomen hebben en alle randactiviteiten die daaruit voortvloeiden. Het begon als een uitsluitend elektronische publicatie (ePub en PDF), maar een aantal lezers wilden toch ook graag een gedrukt exemplaar, zodat ik besloot het boekje uit te geven bij Lulu.com. Het kreeg de titel Typen 2012.

Ook in 2013 hebben we heel wat beleefd op typegebied: we hebben oud en nieuw in Nederland gevierd met enkele typevrienden, we hebben deelgenomen aan internetwedstrijden en aan het Nederlands kampioenschap computertypen. Het belangrijkste gebeuren van het jaar was ongetwijfeld het Intersteno-congres in Gent, met de wereldkampioenschappen sneltypen. Vorig jaar was er ook heel wat te doen omtrent de verhuis van de schrijfmachinecollectie van de Nederlandse schrijver W.F. Hermans naar Gent. Er was dus weer stof genoeg om een nieuw boekje mee te vullen.

Typen 2013

Dat nieuwe boekje is er nu. Het heet Typen 2013 (hoe origineel!) en ik heb het maar meteen uitgegeven bij Lulu.com. Het boekje telt 128 pagina’s, is voorzien van 70 kleurenfoto’s en is verkrijgbaar als paperback of e-book (ePub en PDF). De coverillustratie is een detail van een van de schrijfmachines uit de Hermans-collectie. Meer informatie vind je op de bijbehorende website typen2013.gebotopia.be, waar je onder andere ook enkele koppelingen naar fotoalbums en videoclips vindt als uitbreiding bij je leeservaring. Je vindt er ook de download-links voor de e-book-versies en de link naar Lulu.com om een gedrukt boek te bestellen.

Dit boekje is in de eerste plaats een leuke herinnering voor onszelf en voor alle mede-Top-Typers (zo noemen we ons groepje Belgische en Nederlandse wedstrijdtypisten). Ben je als buitenstaander benieuwd naar onze belevenissen? Download het e-book of bestel meteen een gedrukt exemplaar. Ik wens jullie alvast veel leesplezier!

typen2013.gebotopia.be

zondag 9 december 2012

Oh Myyy!

ohmyyyAls je, zoals ik, een Star Trek-fan bent, dan weet je ongetwijfeld wie George Takei is. Takei, een Amerikaans acteur met Japanse roots, verwierf eind de jaren ’60 bekendheid met zijn rol als Mr. Sulu in de originele Star Trek-reeks.

Takei is ondertussen 75, en zette amper twee jaar geleden zijn eerste stappen op sociaalnetwerksites: eerst Twitter, dan Facebook. Het mag dan ook een klein wonder heten dat hij vandaag de dag een van de meest invloedrijke persoonlijkheden op Facebook is. Jawel: zijn Facebookpagina heeft ondertussen al meer dan drie miljoen ‘likes’, en hij heeft een schare fans verzameld die bijzonder geëngageerd zijn.

Over dat alles heeft hij nu een boek geschreven: Oh Myyy! (een van Georges kenmerkende uitspraken), met als ondertitel: There goes the Internet! En wat meer is: George heeft, zoals het een echte digitale techneut beaamt, besloten om over te gaan tot self-publishing. Geen uitgever nodig, gewoon alles zelf doen, en uitbrengen als e-book. Nadeel is dat de lay-out er niet echt professioneel uitziet, maar een bijzonder groot voordeel is dat de auteur hierdoor de tijd tussen schrijven en publiceren drastisch heeft kunnen inkorten.

De voorverkoop ging al van start toen George nog volop bezig was met schrijven, en hij beloofde de eerste duizend intekenaars een extra hoofdstuk, exclusief voor hen. Maar hij zou het boek wel uitbrengen als een met een wachtwoord beveiligd pdf-bestand. Niet echt praktisch om te lezen op de e-reader, maar ik besloot toch om Oh Myyy! in voorverkoop aan te schaffen. Immers: ik ben een van die drie miljoen toegewijde fans van George, en ik was bijzonder benieuwd naar wat hij in zijn boek allemaal te vertellen had.

Ik heb er geen spijt van gekregen: van zodra ik de tijd had, ben ik meteen beginnen lezen, en twee dagen later had ik het boek al uit. Het was een kleine moeite om de pdf-encryptie er met een op het internet gevonden tooltje snel af te halen, zodat ik het bestand toch comfortabel op mijn Sony Reader kon lezen. (Don’t worry, George, I won’t illegally distribute your book.) Ondertussen is de officiële versie (zonder het extra hoofdstuk, weliswaar, want daar ben je nu te laat voor) beschikbaar voor de Kindle en de Nook.

Een absolute aanrader voor alle fans van George Takei, en voor iedereen die benieuwd is naar hoe je succesvol de sociale media bespeelt. Het boek is bijzonder vlot geschreven en is doorspekt met humor. Oh Myyy!

www.facebook.com/georgehtakei
www.theohmybook.com
twitter.com/GeorgeTakei

donderdag 3 november 2011

Boekenbeurs 2011

Boekenbeurs 2011Traditiegetrouw zijn we dit jaar weer naar Antwerpen gespoord voor de boekenbeurs, die in 2011 aan zijn 75e editie toe is. Op deze eerste beursdag viel het nog tamelijk mee met de drukte. 1 en 11 november en het weekend daartussenin wou ik beslist vermijden, want is het soms echt niet te doen, weet ik uit ervaring.

Meteen bij het binnenkomen splitsten we ons op. Miche ging met Annelies mee aanschuiven voor handtekeningen en foto’s. Ze gingen op zoek naar Patrick Lagrou (auteur van de Dolfijnenkind-jeugdreeks), Gert Verhulst en Walter De Donder (beter gekend als Gertje en de burgemeester) en Samson-tekenaar Jean-Pol, en Piet Huysentruyt, wereldberoemd in heel Vlaanderen van zijn SOS Piet-boeken en natuurlijk van de tv.

Gisteren ging het er trouwens nog over in Volt op één: een kwart van alle boeken die op de boekenbeurs verkocht worden, zijn kookboeken, naar het schijnt. Dat kan kloppen, want wij hebben vier boeken gekocht en een ervan was een boek van SOS Piet. Annelies gaat er enkele dingen uit proberen. Ik heb me kandidaat gesteld als proever.

Er is een tijd geweest dat ik van Antwerpen thuis kwam met meer boeken dan ik kon lezen, dus ik probeer me tegenwoordig wat in te tomen. Ik lees nog steeds bijzonder graag en ongetwijfeld veel meer dan de gemiddelde Vlaming, maar ik moet mijn vrije tijd verdelen over een heleboel hobby’s en bezigheden. Lezen is daar maar één van. Bovendien vind ik op de boekenbeurs meestal niet de boeken die ik wil.

Ik ben duidelijk een atypische lezer. Waar de gemiddelde Vlaming blijkbaar voornamelijk geïnteresseerd is in kookboeken, Vlaamse thrillers – daar is overigens niets mis mee hoor – en boeken over om het even wat als er maar een BV op de cover staat, besteed ik mijn leestijd voornamelijk aan wetenschapsboeken (fysica, astronomie, kosmologie), boeken over nieuwe technologieën (informatica, futurologie, ruimtevaart), af en toe een biografie van een wetenschapper of een acteur, en als ik wat tijd over heb een occasionele thriller, een sci-fi- of een fantasy-verhaal.

De meeste van die boeken lees ik dus in het Engels, want ze zijn vaak niet of nog niet in het Nederlands vertaald. Vroeger bestelde ik ze via Amazon, maar sedert een jaar lees ik volop e-books op mijn Sony Reader. De vele voordelen van e-books zijn duidelijk: (iets) goedkoper dan het papieren boek, geen verzendingskosten, en niet vruchteloos zitten wachten tot de postbode langs komt. Op gelijk welk moment van dag of nacht kan ik een e-book aankopen en meteen beginnen lezen. Bijkomend voordeel: ik heb geen plaatstekort meer op mijn boekenplank, want al die e-books nemen natuurlijk geen fysieke ruimte in, alleen maar enkele luttele megabytes op mijn harde schijf. En ik hef me geen breuk meer aan stapels papieren boeken, want op mijn e-reader passen er met gemak enkele honderden, misschien wel duizend.

e-readingkrantE-books zijn bij de doorsnee Vlaming nog steeds een onbekend fenomeen, maar op de boekenbeurs verscheen dit jaar zowaar een e-paviljoen, waar toch enige bescheiden aandacht besteed werd aan e-books, e-readers en tablets. Daar was ook de eerste e-readingkrant in Vlaanderen te krijgen. Een poging om de pdf-versie van de e-readingkrant te downloaden van de Boekenbeurs-website resulteerde helaas een een ‘pagina niet gevonden’-foutboodschap. Misschien moeten de organisatoren toch eerst nog maar wat oefenen met dat e-uitgeven. Wellicht zul je niet verbaasd zijn als ik zeg dat ze in de States maar ook in Nederland al véél verder staan met het hele e-readinggebeuren. Zoals gewoonlijk hinkt België ook op dit terrein weer een beetje achterop, al zullen ze dat bij Boek.be wellicht niet meteen willen toegeven.

Op de boekenbeurs heb ik voor mezelf enkel het nieuwe filmboek van Jan Verheyen gekocht. Dat boek bevat heel wat foto’s en andere grafische elementen en is daardoor niet zo geschikt om als e-book op mijn Sony Reader te lezen. Ik heb er geen enkel probleem mee om dat toe te geven. Je ziet: ondanks mijn uitgesproken voorliefde voor digitaal blijf ik ook de analoge boekindustrie steunen.

Ik had dat ene boek natuurlijk net zo goed in de plaatselijke Standaard Boekhandel kunnen kopen, daarvoor hoefde ik niet naar Antwerpen. Maar ik kan wel ontzettend genieten van de sfeer op de boekenbeurs (wanneer het niet te druk is, tenminste), en of ik ze nu koop of niet, ik neus bijzonder graag rond in al die boeken. Ik heb ook een paar titels onthouden van boeken die ik later misschien nog wil lezen, en ik heb ook erg goed gelet op de grote verscheidenheid aan covers en vormgevingen. Kwestie van wat inspiratie op te doen voor als ik zelf nog eens een boek maak...

We moeten binnenkort beslist nog eens een dagje terug naar Antwerpen, want we hebben geen tijd meer gehad om te shoppen, om naar het MAS te gaan, om een kijkje te nemen in de nieuwe Disney Store op de Meir, om eens binnen te wippen in Aquatopia en zelfs niet om de tentoonstelling over 75 jaar Boekenbeurs te bezoeken in het Letterhuis. Ik vrees dat een dag zelfs te kort zal zijn om dat allemaal te doen, dus we zullen keuzes moeten maken. Je ziet: we willen allerlei dingen doen maar hebben altijd tijd te kort. En dan te bedenken dat er mensen zijn die zich de ganse dag zitten vervelen! (Tip: lees eens een boek.)

De link naar de pdf-versie van de e-readingkrant heb ik uiteindelijk toch gevonden. Je vindt ’m hieronder:

www.boek.be
www.boek.be/sites/default/files/E-readingkrant_2011.pdf
www.boekenbeurs.be

woensdag 10 augustus 2011

Het nieuwe normaal

Peter Hinssen - Digitaal is het nieuwe normaalDigitaal is het nieuwe normaal, dat is de stelling van Peter Hinssen, en meteen ook de titel van zijn nieuwste boek, dat ik eerder dit jaar met veel belangstelling in een mum van tijd uitgelezen heb. Toen ik ontdekte dat de auteur op 9 augustus in Knokke-Heist een voordracht zou komen geven, besloot ik meteen om eens te gaan luisteren, al moest ik daarvoor wel een paar uur van mijn bijzonder schaarse verlof opofferen. Maar het was de moeite waard! Peter Hinssen is immers niet zomaar de eerste de beste auteur, hij is vooral een visionair en begenadigd spreker, en omschrijft zichzelf zonder blozen als een tweedegeneratienerd. Een man naar mijn hart dus.

Met een bijzonder geslaagde mix van humor en feiten loodst hij het publiek in onvervalste TED-stijl doorheen zijn visie over digitale technologie. Hij gaat ervan uit dat we momenteel zowat halfweg zitten in de digitale revolutie, bij het omslagpunt waarop digitaal het nieuwe normaal wordt. Laat iemand van 40 een digitale camera zien, vraag: ‘wat is dat?’, en je krijgt als antwoord: ‘een digitale camera’. Stel dezelfde vraag aan een vijftienjarige en zij antwoordt kortweg: ‘een camera’. Dat er ooit nog iets anders bestaan heeft dan digitale camera’s, daar heeft die jongere geen flauw benul van. De jongere is wat Hinssen een ‘digital native’ noemt: iemand die is opgegroeid met digitale technologie; de oudere generaties zijn digitale migranten: mensen die nog uit het analoge tijdperk komen.

Maar halfweg betekent ook aan de rand van het onbekende. Hij vergelijkt het met een zwembad, waarin we voorzichtig begonnen zijn in het ondiepe stuk en nu tot in het midden zijn gewaad, waar er ook een omslagpunt is, naar het diepere gedeelte toe. Om het diepe stuk over te zwemmen is er heel wat meer zwemkunst nodig! Peter Hinssen probeert ons daarvoor klaar te stomen. Hij gaat daarbij zowel in op de digitale revolutie in het bedrijf als bij de consument thuis. Een beetje merkwaardig is overigens dat die consument thuis vaak over nieuwere en krachtiger technologie beschikt dan op het werk. Het werk, dat is dat deel van de dag waarin je nog gebruik moet maken van oudere technologie, want de kans is groot dat je thuis een krachtiger computer hebt staan en een snellere internetverbinding hebt.

Ik ben blij dat ik naar zijn voordracht ben gaan luisteren. Peter Hinssen heeft niet zomaar een samenvatting van zijn boek gegeven. De manier waarop hij de dingen aanbrengt en de passie en de kennis van zaken waarmee hij spreekt, maakten het beslist de moeite om hem live aan het werk te zien.

Hinssens boek heb ik uiteraard volledig digitaal gelezen (als e-book), want ik mag dan wel ouder dan 40 en dus een digitale immigrant zijn, ik ben volledig geïntegreerd en spreek accentloos de digi-taal. :)

Tot slot nog een kort videoclipje dat Peter Hinssen tijdens zijn voordracht liet zien. Als je 15 bent, dan snap je waarschijnlijk ook niet waarom het grappig is.

www.peterhinssen.com

maandag 22 november 2010

Gratis e-books

Sedert ik mijn e-reader heb, ben ik eens op zoek gegaan naar gratis e-books. Ik heb er inmiddels al een heleboel gevonden. Gewoon legaal, welteverstaan, want gratis hoeft natuurlijk geen synoniem te zijn met illegaal (ja, illegale e-books zijn er natuurlijk ook, en wie weet wat torrents zijn heeft ze zo gevonden).

Af en toe is er dus een schrijver of uitgever die een nieuw boek onder de aandacht wil brengen door, al of niet tijdelijk, de e-bookversie gratis op het net te gooien (zoals onlangs nog 15 minuten van Maaike Schutten, of What matters now van Seth Godin). En tot eind dit jaar kun je nog iedere week een gratis boek krijgen op www.eBookstick.nl. Soms vragen de milde schenkers een kleine tegenprestatie: wil je het bestand downloaden, moet je daar dan eerst melding van maken via Twitter of Facebook; pay with a tweet heet dat. Op die manier maak je wat promotie voor het boek dat je hebt gedownload. Een kleine tegenprestatie, en het kost je niets. Ook bij Copia (www.thecopia.com), een nieuw social e-readingplatform, kun je gratis enkele boeken krijgen die elders gewoon worden verkocht. Maar dan moet je wel eerst een account aanmaken.

Je vindt ook makkelijk een hoop klassiekers waarvan het copyright al lang verlopen is en die dus vrij verspreid mogen worden. Zo heb ik op www.epubbooks.com en op Project Gutenberg (www.gutenberg.org) een heleboel boeken gedownload van schrijvers als Charles Dickens, H.G. Wells, Jules Verne, Lewis Carroll, R.L. Stevenson, Mark Twain en Arthur Connan Doyle, om er maar enkelen te noemen. Heel wat van die klassiekers heb ik weliswaar in mijn jeugd al gelezen, maar een hoop andere nog niet, en die achterstand wil ik nu inhalen. Het grootste aanbod van gratis boeken is uiteraard Engelstalig, maar Project Gutenberg heeft ook een redelijk aanbod in andere talen.

Eén ding is me in ieder geval duidelijk geworden: ik ga de komende tijd wat meer lezen en wat minder tv kijken (of wat minder slapen)…

www.ebookstick.nl
www.epubbooks.com
www.gutenberg.org
www.paywithatweet.com
www.thecopia.com