Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen

maandag 27 juli 2026

Dida

Als je er eenmaal begint op te letten, hoor je het overal. Het komt gelukkig (nog) niet voor in geschreven teksten, maar op de Vlaamse radio- en tv-zenders en in Vlaamse podcasts hoor je om de haverklap ‘dida’. In Nederland daarentegen lijkt ‘dida’ nog niet echt doorgebroken.

Dida wordt gebruikt als betrekkelijk voornaamwoord. Ja, nu kijk je misschien wat vreemd op, want dida heb je indertijd beslist niet op school geleerd. In het Nederlands worden er vier betrekkelijke voornaamwoorden gebruikt: dat, die, wat en wie. Ik geef hieronder enkele voorbeeldzinnen waarin deze woorden gebruikt worden:

  • Het boek dat ik heb gelezen, heeft me heel erg ontroerd.
  • De film die ik heb gezien, was spectaculair!
  • Alles wat ik doe, mislukt!
  • De man van wie ik eerder de paraplu had geleend, zag ik zonet terug.

Maar nu is er dus ook dida. Dida wordt gebruikt door mensen die niet goed weten of ze nu die of dat moeten gebruiken. Het is nochtans niet zo moeilijk: dat gebruik je bij enkelvoudige het-woorden (bv. het boek dat ...); die gebruik je voor enkelvoudige de-woorden (bv. de film die ...) of voor meervouden (bv. de boeken die ..., de films die ...).

Maar als je die simpele regel niet kunt onthouden of als dat niet helemaal overeenstemt met je eigen taalgevoel, dan mag je voortaan dus blijkbaar ook gewoon dida gebruiken. Enkele voorbeelden:

  • De film dida gisteren op tv was, vond ik maar saai.
  • Er kwam veel verontwaardiging als reactie op de beslissing dida de minister nam.
  • De nieuwe auto dida ik heb gekocht, heeft veel bekijks.

Dida is een samentrekking van die en dat. Als je dida gebruikt – wat je goeie recht is –, dan geef je daarmee dus openlijk toe dat je geen flauw idee hebt of het nu die of dat moet zijn, en dus vernoem je ze voor de zekerheid maar allebei: die-dat, kortweg dida. Vooralsnog is dida niet opgenomen in de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje), maar dat is ongetwijfeld slechts een kwestie van tijd... Taal evolueert immers constant, en de woordenboeken passen zich daaraan aan.

Heel veel mensen gebruiken al dida. Ook mensen die hoog opgeleid zijn en van wie je dus eigenlijk mag verwachten dat ze wel degelijk het verschil zouden moeten kennen tussen die en dat, zoals politici of allerlei experten die opgevoerd worden bij interviews op radio en tv. Als je er eenmaal begint op te letten, hoor je het voortaan vast overal!

maandag 21 februari 2022

Woordel

Eind vorig jaar plaatste Josh Wardle uit Brooklyn (New York) zijn woordspelletje Wordle online. Het principe is simpel: elke dag is er een nieuw vijfletterwoord dat je in maximaal zes pogingen moet zien te raden.

Na elke poging krijg je hints: de letters krijgen een achtergrondkleur die aangeeft hoe dicht je bij het te raden woord zit: groen is een correcte letter op de juiste plaats, geel is een letter die wel in het woord zit, maar op een andere plaats, en grijs is een letter die niet in het woord zit. Met die informatie in gedachten doe je vervolgens een nieuwe poging, tot je uiteindelijk het woord geraden hebt of tot je alle zes beurten opgebruikt hebt.

Het spelletje werd snel een hype. In november 2021 waren er nog maar 90 mensen die Wordle speelden, maar twee maand later was dat aantal al opgelopen tot 300.000, begin februari al meer dan een miljoen. Wordle leverde Wardle geen windeieren op, want eind januari 2022 kon hij de rechten op het spel voor een niet nader genoemd bedrag van minstens een miljoen dollar verkopen aan The New York Times. In februari verhuisde Wordle van Wardles persoonlijke website naar de website van de New York Times, waar het, voorlopig althans, nog gratis beschikbaar blijft.

Heb je het woord geraden, dan kun je je resultaat delen op sociale media. Uiteraard zonder het woord zelf te verraden, want alle spelers moeten elke dag hetzelfde woord zien te raden. Klik je op de ‘Share’-knop, dan wordt een rooster van gekleurde vakjes (zonder letters) naar je klembord gekopieerd, zodat je het kunt plakken in een tweet, in je Facebookstatus of op gelijk welk ander platform. Toen de populariteit van Wordle begon te groeien, verschenen al snel massa’s tweets met gekleurde vakjes op Twitter. Dat maakte andere Twitter-gebruikers nieuwsgierig, waardoor het aantal Wordle-fans snel toenam.

Al snel verschenen de eerste Wordle-klonen: andere programmeurs maakten hun eigen versie van Wordle, zowel in het Engels als in andere talen. Sommigen probeerden er zelfs munt uit te slaan.

Niet zonder enige trots kan ik jullie vandaag aankondigen dat ook ik mijn eigen Nederlandstalige Wordle-kloon gemaakt heb. Ik heb mijn webapp de naam Woordel gegeven en het spel gehost op mijn eigen website. Vanaf vandaag kan iedereen – helemaal gratis! – elke dag Woordel spelen op gebotopia.be/woordel.

Ik heb de broncode van Wordle niet gebruikt of schaamteloos gekopieerd, maar ik heb heel goed opgelet hoe het spel zich gedraagt en vervolgens geprobeerd het gedrag van de oorspronkelijke Wordle zo goed mogelijk na te bootsen met eigen technieken, wat een erg leerrijke ervaring was!

Hier en daar heb ik een kleinigheid aangepast of een extraatje toegevoegd. Zo heb ik de kleuren lichtjes gewijzigd (onder andere lichtoranje in plaats van vuilgeel), een ander (mooier) lettertype gebruikt en ondersteuning voor azerty geïmplementeerd. Voor het maken van Woordel heb ik gebruikgemaakt van PHP, MySQL, HTML, CSS en Javascript. Woordel werkt in alle moderne webbrowsers, maar ik heb niet de extra moeite genomen om Woordel compatibel te maken met verouderde browsers (zoals Internet Explorer), want dat heeft weinig zin. Als je zelf nog zo’n oude browser gebruikt, dan is het de hoogste tijd om te upgraden, alleen al voor je eigen online veiligheid.

In tegenstelling tot wat ik verwacht had, was de grootste uitdaging niet het schrijven van de PHP- of Javascript-code, want dat bleek relatief eenvoudig, maar het op punt stellen van de CSS-stijlen, om alles te laten werken op allerlei verschillende grote en kleine schermen en om de animatie-effecten van Wordle zo goed mogelijk na te bootsen.

Voor Woordel heb ik zelf een eigen lijst van Nederlandse vijfletterwoorden moeten samenstellen. Ik heb me daarvoor gebaseerd op de Nederlandse woordenlijst van OpenTaal. Uit die lijst heb ik in eerste instantie alle vijfletterwoorden geselecteerd (in totaal meer dan 5500). Vervolgens heb ik de lijst ingekort tot iets meer dan 2100 veelgebruikte woorden, waaruit elke dag een willekeurig woord gekozen wordt. Dat aantal is vergelijkbaar met Wordle, dat aanvankelijk een lijst van 2315 Engelse woorden gebruikte. De New York Times heeft die lijst wat ingekort – alle ‘aanstootgevende’ woorden moesten eruit. Mijn uiteindelijke lijst bevat geen accentwoorden, eigennamen of plaatsnamen, wel leenwoorden (Nederlandse woorden die overgenomen zijn uit bijvoorbeeld het Frans of het Engels).

Je kunt Woordel zowel op je desktop en laptop als op je tablet en smartphone spelen. Onderaan op het scherm wordt een virtueel toetsenbord afgebeeld, dat je niet alleen kunt gebruiken om letters te typen, maar waarop je ook gemakkelijk kunt zien welke letters je al gebruikt hebt en welke niet. De oorspronkelijke Wordle en zowat alle andere Wordle-klonen gebruiken daarvoor een qwertyklavier. Javascript kan niet van tevoren detecteren welke toetsenbordlay-out je gebruikt, maar Woordel schakelt al snel over naar een azertyklavier van zodra hij merkt dat je op een azertytoetsenbord aan het typen bent. Daar zullen de Belgische Woordel-fans ongetwijfeld heel gelukkig mee zijn.

Omdat er elke dag maar één woord te raden valt, bestaat er gelukkig geen enkel gevaar dat je aan dit spelletje verslaafd geraakt en het uren aan een stuk blijft spelen waardoor je niet meer aan de rest van je leven toekomt. Elke dag wordt in principe een willekeurig woord gekozen, maar Woordel onthoudt de gekozen woorden en vermijdt dat een woord te snel opnieuw aan de beurt komt.

gebotopia.be/woordel
www.nytimes.com/games/wordle

donderdag 8 maart 2018

Typfout of typefout?

In de inleiding van Verzamelde typeverslagen 1981-1989, mijn verzamelboek uit 2010 waarin ik een aantal verslagen van trips naar internationale typewedstrijden uit de jaren 80 bijeenbracht, achtte ik het nog nodig een kleine taalkundige toelichting op te nemen: in navolging met de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal (het bekende Groene Boekje) zou ik het steevast hebben over typewedstrijd, typemachine, typediploma, typeverslag etc., dus steeds met een ‘e’ na ‘typ’. Deze toelichting was nodig omdat de meeste Belgische lezers (in tegenstelling tot de Nederlanders) dat wellicht niet gewoon waren: zij lieten die ‘e’ doorgaans weg (en schreven dus typwedstrijd, typmachine etc.), hoewel die tussenletter er volgens het Groene Boekje wel degelijk hoorde te staan.

Ondertussen is de situatie veranderd. Wie de nieuwste versie van de officiële woordenlijst raadpleegt op woordenlijst.org, zal merken dat beide varianten (dus zowel met als zonder ‘e’) nu opgenomen zijn. In het Groene Boekje (editie 2015) vind je nu dus ook typcursus (naast typecursus), typdiploma (naast typediploma), typexamen (naast type-examen), enz.

Zo zie je maar dat taal iets levends is, en dat de regels niet in steen gebeiteld zijn maar aangepast worden aan hoe taal in de praktijk gebruikt wordt. In tegenstelling tot wat velen denken, legt een woordenboek overigens niet op hoe het (in theorie) moet, maar legt het vast hoe het (in de praktijk) gaat. Daardoor is het onvermijdelijk dat er om de zoveel tijd een nieuwe editie van het Groene Boekje of of van de Dikke Van Dale gepubliceerd wordt. Er ontstaan voortdurend nieuwe woorden en woordvormen, oude woorden raken in onbruik, en bestaande woorden krijgen nieuwe of verliezen oude betekenissen.

In een tijd als die waarin we nu leven, waarin technologische ontwikkelingen elkaar heel snel opvolgen en waarin er heel snel nieuwe sociale omgangsvormen ontstaan, merken we dat dat gepaard gaat met een snelle evolutie van de taal. Het taaltje dat jongere mensen en computernerds tegenwoordig gebruiken (met woorden als chillen, chatten, liken en streamen), is daardoor vaak zo goed als onbegrijpbaar geworden voor het oudere segment van de bevolking.

taaladvies.net/taal/advies/vraag/1525

donderdag 17 november 2016

De IJ

Na meer dan een half leven twijfelen hoe het nu precies moest, ben ik er inmiddels al een tijdje achter dat je woorden als IJslander en IJzer wel degelijk met twee hoofdletters moet schrijven. De reden dat ik daar zo lang over heb moeten nadenken, is dat dat op het eerste zicht tegen alle logica in gaat. Op school hebben we immers duidelijke regels voor het gebruik van hoofdletters geleerd, en ze hebben ons nooit verteld dat je bij sommige woorden niet enkel de eerste, maar ook de tweede letter als hoofdletter moest schrijven.

Ik ben er dus lang van overtuigd geweest dat je Ijslander en Ijzer moest schrijven – dus met een hoofdletter I gevolgd door een kleine letter j – en als verwoed kruiswoordpuzzelaar ergerde ik me er ook steevast aan dat je in de meeste kruiswoordraadsels de IJ in één vakje moest proppen, ondanks het feit dat het wel degelijk om twee aparte letters gaat.

Er zijn nog meer zaken waar ik me aan erger. Dat mensen de IJ en de Y met elkaar verwarren, bijvoorbeeld. Dat wiskundedocenten het steeds over ‘x en ij’ hebben wanneer ze het over ‘x en ypsilon’ (of ‘x en i-grec’) zouden moeten hebben. En erger nog: dat woorden die met IJ beginnen – zoals IJslander – in sommige woordenlijsten onder de Y gealfabetiseerd worden in plaats van onder de I.

Maar ondertussen weet ik precies hoe het zit met die IJ. Of dat denk ik toch.

In het Nederlands is de ij namelijk een digraaf en een ligatuur. Digraaf is gewoon een ander woord voor tweeklank. Een ligatuur is een typografisch begrip waarbij een teken samengesteld is uit twee of meer letters.

Een bekende ligatuur is bijvoorbeeld de œ in het Frans, die samengesteld is uit een o en een e. Je vindt deze ligatuur terug in Franse woorden als sœur, œuvre en œuf. Dat laatste woord schrijf je aan het begin van de zin als Œuf. Zie je al waar dit naartoe gaat? Begint Œuf nu met twee hoofdletters in plaats van één? Neen, helemaal niet! Aan het begin van Œuf staat één hoofdletter, namelijk de Œ, een ligatuur die samengesteld is uit een O en een E.

Net als de O en de E in Œ vormen ook de I en de J in IJ een ligatuur, met dat verschil dat de I en de J hier niet tegen elkaar aan kleven en je dus nog steeds de samenstellende letters apart kunt onderscheiden. Maar omdat het om een ligatuur gaat, wordt ij dus IJ (en niet Ij) aan het begin van een zin of aan het begin van een eigennaam.

De IJ en de ij zijn ook als één teken (glyph) opgenomen in de Unicode-standaard. Unicode is een internationale standaard waarin zo goed als alle bestaande tekens uit bijna alle talen ter wereld een plaatsje hebben gekregen. Computers maken gebruik van Unicode om al die tekens op te slaan en weer te geven. De Unicode voor de IJ is U+0132, voor de ij U+0133. Maar die codes worden uiterst zelden gebruikt. Wanneer je echter Unicode U+0133 gebruikt voor de ij, dan zal de computer wel correct ‘ijzer’ veranderen naar ‘IJzer’ wanneer je hem vraagt om het woord met een hoofdletter te laten beginnen (een functie die in het Engels ‘capitalize’ heet).

Wanneer je de IJ als één teken beschouwt (en dus Unicode U+0132 gebruikt in plaats van twee aparte letters I + J), dan heeft dat nog meer gevolgen. Wanneer je een woord aanspatieert (d.w.z. wanneer je meer ruimte tussen de letters plaatst), dan krijg je bijvoorbeeld dit:

V R IJ D A G (in plaats van V R I J D A G)

Of als je de letters onder elkaar plaatst, zoals in een kruiswoordpuzzel, dan krijg je dit:

V
R
IJ
D
A
G

In de meeste lettertypen zul je geen of nauwelijks verschil zien tussen de ligatuur-IJ en de aparte letters I + J, maar in sommige lettertypen is dat verschil wél duidelijk. In het lettertype Familiar Pro bijvoorbeeld wordt de I een flink stuk korter en wordt hij als het ware in de J geschoven. Het geheel lijkt dan sterk op een hoofletter U met een stukje eruit.

In Nederland is het gebruik van de ij als ligatuur veel meer ingeburgerd dan in Vlaanderen (al zijn natuurlijk lang niet alle Nederlanders zich daarvan bewust). Nederlanders schrijven dus vaker ‘IJzer’, Vlamingen vaker ‘Ijzer’. Vóór de invoering van de personal computer hadden Nederlandse schrijfmachines vaak een aparte toets waarop de ij als één teken stond, maar merkwaardig genoeg kon met die toets alleen de kleine letter ij getypt worden, niet de hoofdletter IJ (zie foto aan het begin van dit artikel).

Tot slot nog dit: de IJ mag alleen een ligatuur worden wanneer het om de digraaf (tweeklank) gaat. In het Nederlands is dat het geval bij de meeste woorden met een IJ, maar niet altijd. Een tegenvoorbeeld is een uit het Frans afkomstig woord als bijouterie. Hier gaat het niet om de digraaf ij, met andere woorden: de i en de j vormen in dat woord geen tweeklank en horen daarom niet bij elkaar. Ze behoren immers tot twee verschillende lettergrepen: bi-jou-te-rie.

Samengevat: voortaan schrijf ik woorden als IJsland en en IJzer met twee hoofdletters, en ik voel me daar niet langer ongemakkelijk bij.

Meer over de ij vind je op onderstaande links naar Wikipedia, het Genootschap Onze Taal en de website van Ruud Harmsen. Je leest er onder andere waarom het soms toch zin heeft om woorden met een IJ in alfabetische lijsten onder de Y te sorteren.

nl.wikipedia.org
onzetaal.nl
rudhar.com

maandag 31 maart 2014

Folders en mappen

Sedert het moment dat we allemaal overgeschakeld zijn van MS-DOS naar Windows, nu toch al weer heel wat jaartjes geleden, is de verwarring omtrent folders en mappen sterk toegenomen. Vroeger was er geen twijfel mogelijk: een map was een kartonnen of plastic kaftje waar je blaadjes in kon opbergen, en een folder was een stukje kleurig drukwerk waarmee ergens reclame voor gemaakt werd. Nu is dat niet meer zo, en dat komt omdat zowel folder als map in het computerjargon geslopen zijn.

In MS-DOS stonden bij elkaar horende bestanden in een directory, en zo’n directory kon op zijn beurt ook weer subdirectory’s bevatten. Met de komst van Windows werden dat ineens mappen en submappen, en ze werden voorgesteld met een pictogram dat op een kartonnen mapje geleek.

Het toeval wil nu, dat wat in de Nederlandse versie van Windows een map heet, in de Engelse versie een folder wordt genoemd. Inderdaad: folder is de Engelse vertaling van map. Gevolg: heel wat mensen die Engels en Nederlands door elkaar gebruiken – ja, zulke mensen bestaan, en ze zijn met velen –, hadden het al gauw over folders waar ze eigenlijk mappen bedoelden.

folder – map – kaart

Maar het werd nog erger. Het woordje map blijkt op zijn beurt óók een bestaand Engels woord te zijn. Map is namelijk de Engelse vertaling van kaart (in de betekenis van wereldkaart, landkaart, wegenkaart enz.). Denk maar aan Google Maps. En diezelfde mensen die graag Engels en Nederlands door elkaar gebruiken, hebben het tegenwoordig steeds vaker over een map, waar ze eigenlijk een kaart bedoelen.

Nu is het natuurlijk de gewoonste zaak van de wereld dat we voor heel wat computertermen, waar geen Nederlandse benaming voor bestaat, gewoon de Engelse term overnemen. Maar in het geval van kaarten en mappen is daar natuurlijk geen enkele reden toe.

Kunnen we het voortaan dus weer gewoon over mappen hebben, in plaats van over folders?

Nederlands Engels
kaart map
map folder
folder leaflet