zaterdag 24 oktober 2026

Bye-bye Google Maps, hello OpenStreetMap en Organic Maps!

Jarenlang was ik een enthousiaste gebruiker van Google Maps, ondanks het feit dat Microsoft enkele verwoede pogingen heeft gedaan om mij richting Bing Maps te duwen (met bijna dezelfde agressieve technieken waarmee ze Chrome-gebruikers naar Edge proberen te lokken). Maar je weet ondertussen hoe ik over Google en Microsoft denk: we zijn véél te afhankelijk geworden van deze grote softwarebedrijven aan de andere kant van de oceaan, dus ik ben op zoek gegaan naar goede alternatieven.

OpenStreetMap (OSM) is een openbron-initiatief dat het resultaat is van heel veel vrijwilligers overal ter wereld, die samenwerken om actuele en zo volledig mogelijke kaarten te maken. Op OpenStreetMap heet de Golf van Mexico nog altijd gewoon de Golf van Mexico en Lake Ontario nog altijd Lake Ontario (zelfs als je vanuit Amerika surft). Dat is al een groot pluspunt.

OpenStreetMap is vaak verrassend gedetailleerd en is sterk voor wandel- en fietsroutes. Het is openbron, dus iedereen kan eraan bijdragen en iedereen mag OSM voor eigen toepassingen gebruiken. Dat doen bijvoorbeeld smartphone-apps als Organic Maps en OsmAnd. Met die twee apps kun je de kaarten ook offline gebruiken. Ideaal voor wandel- of fietstochten. De wandelpaden die het natuurgebied hier in mijn buurt doorkruisen, vond ik allemaal terug op OSM en in de Organic Maps-app, die ik inmiddels op mijn smartphone geïnstalleerd heb. Op Google Maps waren die nergens te bespeuren!

Meer dan een jaar geleden al heb ik een fout op Google Maps gerapporteerd, die vandaag nog altijd niet is rechtgezet! Als je wilt weten waarover het ging: in Knokke-Heist waren ineens een paar nieuwe straten op Google Maps verschenen, die helemaal niet bestaan! Ze waren blijkbaar gebaseerd op een luchtfoto, waarop bij een grote werfzone tijdelijke aanrijroutes van werfverkeer ten onrechte werden aangezien voor nieuwe wegen! Ook op OSM is ondertussen in dezelfde buurt een nieuwe weg verschenen, maar die bestaat wel degelijk, terwijl hij op Google Maps nog altijd ontbreekt. Het gaat om de in- en uitrit van de nieuwe ondergrondse parkeergarage die deel uitmaakt van diezelfde werfzone. Ter illustratie hierboven drie schermafdrukken, alle drie gemaakt op 31 augustus 2026: (links) Google Maps, (midden) luchtfoto op Google Maps, (rechts) OpenStreetMap. N.B.: de kaartlaag die Google ‘Satelliet’ noemt, bevat overigens voornamelijk luchtfoto’s die vanuit vliegtuigen gemaakt werden, dus geen satellietfoto’s.

Dus als je denkt dat Google Maps beter of nauwkeuriger is dan een openbron-kaart als OpenStreetMap, dan heb je het mis! Als ik een nauwkeurige en correcte kaart wil zien, dan surf ik voortaan naar www.openstreetmap.org! Je kunt OSM perfect gebruiken zonder een account aan te maken, maar als je zelf wil meewerken om het product te verbeteren, bijvoorbeeld om ontbrekende paden, wegen of plaatsen toe te voegen, dan heb je een account nodig. Zoals gezegd heb ik op mijn smartphone inmiddels de Organic Maps-app geïnstalleerd, die gebruik maakt van de OSM-kaarten. Net als de Google Maps-app kun je dit prima gebruiken als routeplanner voor verschillende vervoersmiddelen: met de auto, te voet, met het openbaar vervoer of per fiets.

Alternatieven voor Google Streetview moet ik nog even wat grondiger bestuderen. Maar ik heb alvast KartaView (voorheen OpenStreetCam) ontdekt, een volledig open-sourceplatform dat sterk geïntegreerd is met OpenStreetMap.

kartaview.org
organicmaps.app
osmand.net
wego.here.com
www.openstreetmap.org

woensdag 7 oktober 2026

200 jaar Koninklijke Sterrenwacht van België

Exact 200 jaar geleden, in 1826 – dus nog vóór het ontstaan van België – werd een instituut opgericht dat nu de Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB) heet (of in het Frans: Observatoire Royal de Belgique, afgekort tot ORB). Het oorspronkelijke gebouw van de sterrenwacht bevond zich in Brussel. Vandaag de dag zou geen mens het in zijn hoofd halen om een sterrenwacht te bouwen in een grootstad, maar in 1834, toen het gebouw voltooid werd en de eerste instrumenten in gebruik genomen konden worden, was er nog geen sprake van lichtvervuiling. Enkele decennia later begon het gebouw toch te klein te worden en verhuisde de sterrenwacht naar Ukkel, toen nog een plattelandsdorp. Het oorspronkelijke gebouw aan het Queteletplein in Brussel wordt nu gebruikt als kabinet van de minister van begroting. Het plein is overigens genoemd naar Adolphe Quetelet, de initiatiefnemer en de eerste directeur van de Koninklijke Sterrenwacht.

Tijdens het laatste weekend van september hield de KSB een open dag, die deze keer natuurlijk helemaal in het teken stond van de 200e verjaardag. Op de ruime site in Ukkel zijn nu overigens drie instituten gehuisvest: de Koninklijke Sterrenwacht, het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) en het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA). Het KMI kent natuurlijk iedereen, maar van het BIRA hebben de meeste mensen wellicht nog nooit gehoord. Deze wetenschappelijke instelling doet onderzoek naar de hogere lagen van de atmosfeer, neemt deel aan internationale waarnemingsprogramma’s en bedient daarnaast ook de Belgische experimenten aan boord van ruimtesondes en het internationaal ruimtestation (ISS).

Ik had het weekend van 26-27 september al lang van tevoren gereserveerd in mijn agenda. Ik was nog nooit op de site in Ukkel geweest en wou er absoluut eens naartoe. Er viel heel wat interessants te beleven. In het hoofdgebouw kon het publiek kennismaken met actueel ruimteonderzoek en ruimtemissies waar België aan deelneemt. Ook het museum kon gratis bezocht worden, met heel wat oude astronomische instrumenten zoals meridiaankijkers, astrolabia, kleine telescopen, kompassen, heliometers, heliostaten, kwadranten en sextanten, een theodoliet, etc.

Uiteraard waren ook de telescopen te bezichtigen, die elk hun eigen koepel hebben. Momenteel worden de twee grootste telescopen niet meer gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek, want ook in Ukkel is de lichtvervuiling ondertussen veel te groot om nog waardevolle waarnemingen aan de nachtelijke hemel te kunnen doen. Onder de eerste koepel staat de grote Cooke-Zeiss-refractor (lenzenkijker) met een 45 cm-objectief (oorspronkelijk 38 cm) en een brandpuntsafstand van 6,99 meter (oorspronkelijk 6,6 meter). De tweede koepel herbergt een Schmidt-telescoop, een reflector (spiegelkijker) met een spiegeldiameter van 40 cm en een brandpuntsafstand van 140 cm.

De derde koepel bevat vier kleinere telescopen die wél nog in gebruik zijn. Deze toestellen worden gebruikt om de zon te observeren. De eerste kijker is een historische Grubb-refractor die een beeld van de zonneschijf op een tekentafel projecteert. Daar tekenen waarnemers met de hand de zonnevlekken over. Deze ietwat archaïsche methode maakt een vergelijking mogelijk met historische tekeningen die dateren van vóór de komst van de fotografie. De andere drie kijkers zijn uitgerust met CCD-camera’s en nemen de zon waar in respectievelijk wit licht (visueel), H-alpha (de chromosfeer) en calcium-K (de hogere atmosfeer).

Op de graspleinen tussen de gebouwen stond een grote tent opgesteld met heel wat infostanden, en waren er enkele grote opblaasbare versies van zon, maan en planeten te zien.

Ter gelegenheid van de 200e verjaardag is er ook een boek verschenen met als titel De Koninklijke Sterrenwacht van België – 200 jaar, 200 verhalen, verkrijgbaar in het Nederlands, in het Frans en in het Engels. Uiteraard heb ik een exemplaar gekocht. Ik zal er vast nog heel wat uit kunnen leren over de geschiedenis van de sterrenwacht.