donderdag 28 november 2019

TEDx Antwerp

De voorbije jaren was ik al enkele keren naar TEDx Ghent geweest; vorig weekend ben ik voor het eerst ook eens naar TEDx Antwerp gegaan. Onder de naam TEDx worden in beide steden (en op tal van plaatsen elders in de wereld) lokale evenementen georganiseerd in de huisstijl van TED. Iedereen die het internet gebruikt, heeft op zijn minst al een of meer TED-video’s gezien: inspirerende, boeiend gebrachte presentaties over een bijzonder breed gamma aan onderwerpen.

Op de website van het TED-evenement in Antwerpen stonden wel korte bio’s van de 14 sprekers, maar er stond niet bij waarover ze zouden spreken. Voor het talrijk opgekomen publiek was het dus een beetje een verrassing, maar één ding stond wel op voorhand vast: waarover het ook zou gaan, het zouden interessante en boeiende verhalen worden, daar kon je zeker van zijn. Want dat is het keurmerk van TED: de sprekers hebben allemaal iets te vertellen dat de moeite waard is, en ze worden gecoacht om het op een vlotte manier te brengen.

Als er ergens in Vlaanderen een TED-evenement georganiseerd wordt en ik ben die dag toevallig vrij, dan is de kans erg groot dat je mij daar kunt aantreffen.

www.ted.com
tedxantwerp.be

maandag 18 november 2019

Spektakelmusical 40-45

Ik heb een bijzonder muzikaal weekend achter de rug: vrijdagavond naar de avant-première van Annie, zondagmorgen naar een aperitiefconcert, en zondagavond naar de spektakelmusical 40-45.

Ja, we zijn er dan eindelijk toch geraakt. Deze musical ging op 7 oktober vorig jaar al in première in het pop-uptheater van Studio 100 in Puurs. Iedereen had er de mond van vol en gooide kwistig met superlatieven. Eigenlijk stond ik er eerst wat argwanend tegenover. Vijf jaar geleden hadden we de voorganger gezien, ’14-’18: de musical, en daar was ik niet echt wild van. Veel spektakel, dat wel, maar als musical vond ik ’m toch niet erg geslaagd. De liedjes bleven niet hangen, en het verhaal was maar zo-zo.

Net als bij 14-18 wordt ook bij 40-45 gebruik gemaakt van rijdende tribunes. Bij 14-18 reed de tribune soms wat vooruit, dan weer wat achteruit, en dat was het dan. Bij 40-45 heeft men het anders aangepakt. Er zijn acht rijdende tribunes, die onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen. Niet enkel vooruit of achteruit, maar alle kanten op. Soms staan alle tribunes naast elkaar opgesteld, even later vier aan de ene kant, vier aan de andere kant, en op een ander moment staan ze allemaal in een cirkel. Daardoor wordt de techniek veel beter benut dan bij de vorige musical, en de bewegingen (vooruit, achteruit, opzij of draaiend) zorgen voor een ervaring die vergelijkbaar is met de camerabewegingen in een bioscoopfilm, waardoor het spektakel erg filmisch overkomt.

Ook al is het niet veel, rijdende tribunes maken toch wat lawaai, dat hadden we vorige keer al ondervonden. Maar deze keer hadden we er minder last van, omdat we allemaal een koptelefoon op hadden. Dat wist ik van tevoren, en dat was eigenlijk ook een van de redenen waarom ik wat argwanend was. Een muzikale voorstelling bijwonen met een koptelefoon op je hoofd, het leek me een bijzonder vreemd idee. Er is geen live orkest. Je luistert dus via een koptelefoon naar muziek die van tevoren opgenomen is. Tja, dat kan ik thuis natuurlijk ook. De acteurs zingen en spreken gelukkig wel live.

Maar het geluid viel best mee. De koptelefoon zat comfortabel, en is eigenlijk een noodzaak wanneer de tribune alle kanten op rijdt. Niet enkel om het lawaai van het rijden wat te dempen, maar ook om een ander probleem op te lossen. In een gewone concertzaal bevinden de luidsprekers of het orkest zich op een vaste plaats, en dat zou niet werken wanneer je als toeschouwer voortdurend naar een andere plek in de zaal rijdt.

Ik moet eerlijk toegeven dat 40-45 mijn verwachtingen ruimschoots overtroffen heeft. Het verhaal kon boeien; de muziek en de songs waren bijzonder genietbaar. Alles zat goed, eigenlijk heb ik nergens iets op aan te merken. Studio 100 heeft duidelijk geleerd van het experiment met 14-18 en is erin geslaagd de opvolger in alle opzichten beter te maken. Deze nieuwe productie heeft een beter verhaal met zowel ernstige, vrolijke, dramatische als ontroerende scènes. Ze heeft betere liedjes, bevat nog meer technisch vernuft, maakt beter gebruik van de rijdendepodiumtechniek en is bij momenten ronduit spectaculair. Het bijzonder uitgestrekte podium biedt niet enkel plaats aan een grote groep acteurs en figuranten; er rijden decorstukken, auto’s en een trein op, en er stort zelfs een vliegtuig op neer. O ja, ik moet ook waarschuwen voor de occasionele pyrotechnische effecten en luide knallen, die sommige bezoekers misschien wat schrik zouden kunnen aanjagen.

Toch zijn er enkele minpuntjes. De zitjes in het pop-uptheater zijn een stuk minder comfortabel dan de stoelen in een écht theater, ik miste toch wel de aanwezigheid van een live orkest, en de parking zit vol putten en hobbels. Aan dat laatste erger ik me dubbel omdat een parkeerticket niet bepaald goedkoop is: 10 euro als je het vooraf online koopt, 12 euro als je het ter plekke betaalt. Voor die prijs mag Gert Verhulst op zijn minst die putten eens laten vullen! Als je de beste plaatsen wilt (in de eerste zes rijen op de tribunes), betaal je daar een stevig prijskaartje voor, en ook de drankjes in de bar zijn eerder prijzig.

Over de muziek (van Steve Willaert en Will Tura), het script en de teksten (van Frank Van Laecke en Allard Blom) ben ik vol lof, net als over de acteer- en zangprestaties van de cast.

Jelle Cleymans en Jonas Van Geel nemen de hoofdrollen voor hun rekening. Van Cleymans wist ik al dat hij meer dan behoorlijk kon acteren en zingen. Ik ken hem datuurlijk van Spring, maar ik had hem ook al twee keer in een musical aan het werk gezien: Kuifje – De Zonnetempel (2007) en 14-18 (2014). Jonas Van Geel kende ik eigenlijk alleen maar als gekkebekkentrekker op tv, maar in 40-45 laat hij zien dat hij ook serieuze rollen aankan.

Verder deden er nog een hele resem bekende acteurs en actrices mee: Nathalie Meskens, Marleeen Merckx, Peter Van De Velde, Jan Schepens en Jo De Meyere. Die laatste heeft ondertussen de respectabele leeftijd van 80 jaar bereikt, maar voelt zich nog prima thuis op een podium en beschikt nog over een krachtige stem. Als je de musical een hele tijd geleden gezien hebt of pas later gaat bekijken, kan het overigens goed zijn dat je met een andere cast te maken kreeg of nog zult krijgen.

Mocht je nog twijfelen, aarzel niet langer! 40-45 is méér dan de moeite waard. Alle lof en positieve kritieken die de productie krijgt toebedeeld, zijn meer dan terecht! Er zijn nog voorstellingen tot half mei 2020.

40-45.live

zondag 17 november 2019

Aperitiefconcert

Wanneer ik naar een klassiek concert ga, is dat meestal ’s avonds, maar vandaag was het weer eens tijd voor een heus aperitiefconcert op zondagvoormiddag. Het concert vond plaats in het auditorium van het Brugse Sint-Lodewijkscollege, waar ik vele decennia geleden middelbare school liep.

Er waren twee belangrijke redenen waarom ik dit concert graag wou bijwonen. Om te beginnen was het concert een eerbetoon aan wijlen Paul Hanoulle, oud-muziekleraar aan het college, van wie ik gedurende meerdere jaren muziekles heb gekregen. Paul Hanoulle was ongetwijfeld een van de betere leerkrachten die ik me herinner van mijn middelbare schooltijd. Als leerling heb je altijd een aantal leerkrachten naar wie je opkijkt en wiens lessen je bijzonder graag bijwoont, en een aantal anderen die je maar niets vindt. Paul Hanoulle behoorde zonder twijfel tot de eerste categorie. Muziek was een ware passie voor hem, en hij kon bijzonder goed lesgeven. Hij was ook stichter en dirigent van de jeugdmuziekgroep van het college, Ons Dorado, en pionier van de muziekpedagogie van Carl Orff. Dankzij hem heb ik toen onder andere kennisgemaakt met Carmina Burana, dat nog steeds tot mijn favoriete werken behoort.

De tweede reden waarom ik dit concert niet wou missen, was dat één van de drie muzikanten die het concert uitvoerden, een oud-klasgenoot van mij was: Peter Van Heyghen. Peter heeft van muziek zijn beroep gemaakt. Ik had hem acht jaar geleden laatst aan het werk gezien tijdens een concert in het kader van het MAfestival in Brugge. de ‘MA’ in ‘MAfestival’ staat voor musica antiqua: oude muziek.

Peter Van Heyghen heeft zich ontpopt tot een internationaal erkend specialist op het gebied van de uitvoering van oude muziek uit de 16e, 17e en 18e eeuw (renaissance en barok). Hij concerteert wereldwijd als solist (blokfluit en zang), onder andere met het kamermuziekensemble More Maiorum en het blokfluitconsort Mezza Luna. Hij dirigeert ook verschillende ensembles en barokorkesten. Daarnaast doet hij nog tal van andere zaken die met oude muziek te maken hebben (onderzoeker, publicist, referent, docent).

Paul Hanoulle

Net als de rest van het publiek heb ik erg van het concert genoten. Naast Peter Van Heyghen (blokfluit) stonden ook Patrick Beuckels (traverso) en Guy Penson (basso continuo) op het podium. Beuckels is net als Van Heyghen oud-leerling van het Sint-Lodewijkscollege en oud-lid van Ons Dorado. Guy Penson begeleidde de twee fluitisten op een klavecimbel. De drie brachten een gevarieerd programma met werken van Quantz, Bach, Händel en Telemann.

Aangezien het om een aperitiefconcert ging, was er achteraf gelegenheid om bij een hapje en een drankje wat bij te praten met oude bekenden. Ik vond het bijzonder aangenaam om weer even te kunnen converseren met onder anderen Peter, Marc (een andere oud-klasgenoot) en enkele van mijn oud-leerkrachten.

zaterdag 16 november 2019

Annie!

In 2012 woonden we reeds een voorstelling van Annie bij in de Antwerpse Stadsschouwburg. Al sinds de bioscoopversie uit 1982 (met Aileen Quinn, Albert Finney, Carol Burnett en Ann Reinking) behoort Annie tot mijn favoriete musicalsoundtracks.

Gisteravond hebben we opnieuw een voorstelling van Annie bijgewoond, deze keer een avant-première in het casino-kursaal van Oostende. De voorstelling was verfrissend en actueel, met simpele maar doeltreffende decors, een Annie zonder krulhaar, en een vrouw als president.

De rolverdeling was gisteren als volgt: Josefien Derijcke als Annie, Edwin Jonker als Oliver Warbucks, Deborah De Ridder als Grace Farrell, Willemijn Verkaik als Miss Hannigan, Doris Baaten als de president, Sjoerd Spruijt als Rooster Hannigan en Myrthe Huber als Lily Suite. Ze werden bijgestaan door een bijzonder getalenteerd ensemble en vijf al even talentvolle kinderen.

De kindercast bestaat uit twee groepen. De hoofdrol, Annie, wordt de ene keer vertolkt door Josefien Derijcke, de andere keer door Chaya Van Mol; de andere kinderen zijn verdeeld in twee teams: team geel en team groen. Vooral de jongste, Fien Vosters (team groen) stal gisteren de harten van het publiek.

Al van bij het begin merkte ik dat een groot deel van de cast uit Nederlanders bestond. Deze productie is dan ook een samenwerking tussen het Belgische Music Hall, de Nederlandse Theateralliantie en Mark Vijn Theaterproducties.

Deborah De Ridder deed ook al mee in de Vlaamse musicalversie van 2012, toen niet als de lieftallige Grace, maar als de gemene Miss Hannigan. De Ridder heeft overigens zelf als kind ooit de rol van Annie gespeeld in de jaren 90.

We kunnen iedereen die van musical houdt alleen maar aanraden deze voorstelling te gaan bekijken. Vandaag en morgen nog in Oostende, volgende week woensdag tot en met zaterdag in zaal Capitole in Gent, en van 18 februari tot 1 maart in de Stadsschouwburg Antwerpen. Je kunt ook even de grens overwippen om een voorstelling in Nederland bij te wonen. Er zijn voorstellingen op verschillende data en locaties, nog tot in mei.

anniedemusical.nl
www.musichall.be/shows/annie

donderdag 14 november 2019

ZAV-100

Wie deze blog volgt, weet dat er zoiets bestaat als typewedstrijden, en weet dat ik daar af en toe aan deelneem. Gisteren heb ik weer aan zo’n wedstrijd meegedaan. Maar het was toch wat anders dan anders. Een nieuwe wedstrijdformule waar ik nog geen ervaring mee had.

Bij een ‘gewone’ wedstrijd moet je doorgaans gedurende 10 of 30 minuten een doorlopende tekst overtypen. Iedere toetsaanslag die je maakt levert een punt op, maar elke typefout kost je 100 strafpunten. Je moet een bepaalde minimumsnelheid halen (op internationaal niveau 360 aanslagen per minuut) en je mag een bepaald foutenpercentage niet overschrijden. Er zijn verschillende categorieën volgens de leeftijd van de deelnemers.

Met dat soort wedstrijden had ik al heel wat ervaring. Zo is er jaarlijks de internetwedstrijd van Intersteno, waarbij je in één of meer talen naar keuze kunt deelnemen: telkens gedurende 10 minuten een tekst overtypen die op het scherm verschijnt. Om de twee jaar is het dan tijd voor het serieuze werk: het wereldkampioenschap. Die wedstrijd vindt iedere keer op een andere locatie plaats – doorgaans in een Europees land –, duurt een half uur en je typt niet over vanaf het scherm maar vanaf papier. Zo kwamen afgelopen zomer de snelste typisten van de hele wereld bijeen in het Italiaanse Cagliari, de hoofdstad van Sardinië.

De wedstrijd van gisteren, ZAV-100, was iets helemaal anders. Binnen een tijdspanne van een uur mocht je 25 keer één minuut een tekst van het scherm overtypen. Na elke minuut werd je score (her)berekend. Dat ging als volgt: eerst wordt gekeken hoeveel aanslagen je hebt getypt en hoeveel fouten je hebt gemaakt. Per fout gaan er 100 punten af. Wat overblijft is je netto-resultaat. Is dat netto-resultaat beter dan je vorige score, dan komt de helft van het verschil erbij; in het andere geval behoud je je oude score.

Ingewikkeld? Niet echt, maar een paar voorbeeldjes maken het veel duidelijker. Je begint met een score van nul. Heb je na één minuut bijvoorbeeld 400 aanslagen getypt en heb je daarbij één fout laten staan, dan houd je netto 300 punten over. Dat is beter dan je vorige score (nul), dus de helft van het verschil komt erbij: (300 − 0) / 2 + 0 = 150. Heb je in de tweede minuut 380 aanslagen getypt zonder fouten, dan heb je in de tweede minuut een netto-resultaat van 380. Dat is opnieuw beter dan je vorige score (150), dus de helft van het verschil komt er weer bij: (380 − 150) / 2 + 150 = 265. En dat gaat zo door tot je 25 keer een minuut hebt getypt. Iedere keer probeer je om een hogere score te bekomen.

Je score is dus altijd lager dan je maximale typesnelheid, maar zal na verloop van tijd die snelheid steeds meer benaderen (net als een asymptotische functie in de wiskunde). Je score kan na iedere minuut alleen maar hoger, nooit lager worden. Immers: voor iedere minuut dat je netto-resultaat hoger is dan je score, zal je score verhogen; is je netto-resultaat gelijk of lager, dan blijft je score onveranderd. Na 25 keer een minuut typen, of wanneer het uur om is, ken je je eindscore. Na een uur is de wedstrijd voor alle deelnemers afgelopen en is de eindrangschikking bekend.

In tegenstelling tot de jaarlijkse internetwedstrijd, waarbij alle deelnemers binnen een periode van enkele weken kunnen typen op een moment dat het hen uitkomt, typten bij ZAV-100 alle deelnemers immers op hetzelfde moment. ZAV-100 was een internationale wedstrijd, waaraan de beste typisten van de wereld deelnamen. De tussenresultaten verschenen in realtime op de facebookpagina van Intersteno, en de definitieve resultatenlijst kun je bekijken op de wedstrijdwebsite.

Daar krijg je in eerste instantie de volledige lijst met alle deelnemers te zien, maar je kunt filteren op naam, taal of categorie. Er zijn vier leeftijdscategorieën, net als bij de internetwedstrijd van Intersteno: kinderen (jonger dan 12 jaar), scholieren (12 tot 16 jaar), junioren (17 tot 20 jaar) en senioren (21 jaar en ouder).

De Belgen namen talrijk deel aan de wedstrijd, zowel in het Nederlands als in het Frans, en zetten puike prestaties neer. Beste Belg is Klaas Nollet met een score van 545,3. Zelf ben ik best trots op mijn eigen score van 529,8, nog net goed voor een plaatsje binnen de top tien in mijn leeftijdscategorie (senioren). In totaal namen 388 typisten uit 14 landen deel.

De Nederlanders waren helaas massaal afwezig. Jammer, want we zijn altijd wel te vinden voor een wedstrijdje België-Nederland. De allersnelste van de wereld vinden we bij de junioren: Jonáš Vala uit Tsjechië, die afgelopen zomer ook al een aantal gouden medailles meebracht van het WK, haalde een duizelingwekkende monsterscore van maar liefst 866,9. Daarmee klopt hij Sean Wrona, de favoriete sneltyper uit de Verenigde Staten, die nog vlotjes 845,9 haalde. Hoe ze het voor elkaar krijgen, is me een raadsel.

ZAV-100 is een initiatief van Interinfo Tsjechië, de Tsjechische tak van Intersteno. De naam ZAV-100 verwijst naar de grote bezieler Jaroslav Zaviačič van de populaire Tsjechische ZAV-methode om te leren typen. Zaviačič vierde dit jaar zijn 80e verjaardag, en tegelijkertijd bestaat Interinfo Tsjechië 20 jaar. 80 + 20 = 100, vandaar: ZAV-100.

Ik vond het een erg leuke wedstrijdformule. Vooral het feit dat alle deelnemers, over de hele wereld, op hetzelfde ogenblik met elkaar in competitie gaan, creëert een bijzondere sfeer. Tussen twee keer een minuut door kon je even snel een blik werpen op de (tussen)resultaten van je concurrenten, die in realtime op de facebookpagina van Intersteno verschenen. Wat mij betreft is dit initiatief beslist voor herhaling vatbaar. Maar dan bij voorkeur wel tijdens het weekend, want heel wat mensen hebben hier een paar uur, een halve dag of zelfs een dag vakantie voor moeten nemen. Anderen konden jammer genoeg niet meedoen omdat ze aan het werk waren.

100.zav.cz
100.zav.cz/en/results
www.interinfo.org
www.intersteno.org

maandag 7 oktober 2019

ESA Open Dag 2019

Afgelopen weekend ben ik voor de tweede keer naar de ESA Open Day getrokken in Noordwijk. Daar bevindt zich het European Space Research and Technology Centre, kortweg ESTEC. Eén keer per jaar worden de gebouwen en terreinen van ESTEC opengesteld voor het publiek. Daarnaast is er ook een bezoekerscentrum, Space Expo, dat het hele jaar door geopend is. Net zoals vorig jaar was alles weer heel netjes geregeld, met meerdere gratis parkeerplaatsen in de omgeving, vanwaar pendelbussen de bezoekers naar ESTEC brachten.

Ik was wat eerder dan vorig jaar en kon daardoor nog de korte openingsceremonie meemaken. Op de ESA Open Dag 2019 was er speciale aandacht voor de 50e verjaardag van Apollo 11, de maanmissie die in juli 1969 voor het eerst in de geschiedenis mensen naar het oppervlak van de Maan bracht (en veilig weer terug). Voor de gelegenheid had de ESA twee NASA-astronauten uitgenodigd die hun sporen hebben verdiend in het Apollo-programma: Walter Cunningham (Apollo 7) en Rusty Schweickart (Apollo 9).

ESA Open Dag 2019

Naast Cunningham en Schweickart waren er ook nog twee ESA-astronauten te gast: de Duitser Alexander Gerst (ISS-expedities 40/41 en 56/57) en de Nederlander André Kuipers (Sojoez TMA-4 en ISS Expeditie 30/31), vaste klant op de ESA Open Day.

Dat betekent dat ik weer drie nieuwe namen mag toevoegen aan het lijstje van astronauten die ik in levende lijve ontmoet heb – de teller staat nu op 16, waarvan 9 NASA- en 7 ESA-astronauten.

Op de Open Dag is van alles te zien, te doen en te beleven. De dag is sowieso te kort, dus je moet keuzes maken. Vorig jaar had ik van Detlef en Annette, twee mede-ruimtefanaten die ik ken van FedCon, een uitgebreide rondleiding gekregen, met interessante bezoeken aan het Test Centre en de permanente tentoonstelling in het Erasmusgebouw. We brachten toen ook veel tijd door bij de Open Stage, een groot podium dat buiten op de parking staat opgesteld. Maar dit jaar hebben we ons, wegens de aanhoudende regen, moeten beperken tot binnenactiviteiten.

We wilden de presentaties van de Apollo-astronauten zeker niet missen, en ook niet die van Alexander Gerst.

Alexander Gerst maakte een eerste ruimtevlucht met een Soyuz TMA naar het ISS in 2014, waar hij zes maanden lang deel uitmaakte van Expeditie 40/41. Hij mocht er een EVA uitvoeren (extra-vehicular activity, een ruimtewandeling). Hij keerde terug naar het ISS op zijn tweede vlucht in 2018 (Expeditie 56/57). Hij werd er de tweede ESA-astronaut die commandant werd van het ISS (na Frank De Winne in 2009). Daarmee was hij meteen ook de jongste ISS-commandant ooit. Op de ESA Open Day brengt Alexander Gerst een bijzonder boeiende en leerrijke presentatie.

De volgende spreker is geen astronaut, maar wel een oude bekende: Mark McCaughrean, senior ESA science advisor, die de voorbije jaren telkens een bijzonder gewaardeerd spreker was op FedCon, en die we ook op de ESA Open Day 2018 aan het werk hebben gezien. Ook deze keer geeft hij een erg interessante presentatie met als titel ‘Who owns space?’.

En dan is het tijd voor de twee gewezen Apollo-astronauten, die elk om beurt aan het woord komen, eerst Rusty Schweickart, daarna Walt Cunningham. Beide mannen hebben ondertussen al een respectabele leeftijd bereikt (Schweickart wordt later deze maand 84, Cunningham is al 87). Ze maakten deel uit van Apollo-missies 7 en 9, die bij het grote publiek maar weinig in de herinnering voortleven.

Apollo 7 was de eerste bemande Apollo-missie. Samen met zijn collega’s Wally Schirra en Donn Eisele maakte Cunningham in oktober 1968 een vlucht van bijna 11 dagen in een baan om de Aarde, met als voornaamste doel de CSM (Command and Service Module) uitgebreid te testen als voorbereiding op een eerste vlucht naar de Maan. Het was de eerste Amerikaanse bemanning die de ruimte in ging na het ongeluk met Apollo 1 in 1967, waarbij drie astronauten om het leven kwamen bij een test op de grond. Het was ook de eerste vlucht waarbij drie astronauten samen de ruimte in gingen.

Nadat Apollo 8 in december 1968 voor het eerst mensen in een baan om de Maan bracht (maar nog zonder maanlander), was Apollo 9 weer een testvlucht in een baan om de Aarde. Deze keer kon voor het eerst de volledige configuratie uitgetest worden, mét maanlander. Dit was de vlucht van Rusty Schweickart, samen met James McDivitt en David Scott. De vlucht duurde iets meer dan 10 dagen. Tijdens deze vlucht werd ook het ruimtepak getest dat de astronauten op de Maan zouden dragen. Rusty Schweickart moest daarvoor een EVA uitvoeren. Terwijl zijn collega’s een probleem met een camera oplosten, kreeg Schweickart tijdens zijn ruimtewandeling wat extra tijd, die hij maar al te graag benutte om het wijdse uitzicht op de Aarde en op de ruimte ten volle in zich op te nemen.

Het spreekt vanzelf dat het verhaal van deze astronauten erg tot de verbeelding spreekt. Ik ben dan ook heel blij dat de ESA hen naar Nederland heeft gehaald en dat ik op deze open dag naar hun ervaringen heb kunnen luisteren.

Voor de ESA Open Dag 2019 zijn ondanks de regen maar liefst 9159 bezoekers naar Noordwijk afgezakt. Ze kwamen van overal, dus zeker niet alleen maar uit Nederland en de buurlanden. Jammer genoeg viel deze open dag, net als vorig jaar, weer samen met het jaarlijkse weekend van de Belgische Vereniging voor Sterrenkunde (VVS). Maar ik heb mijn weekend netjes opgedeeld: zaterdag VVS in Blankenberge, zondag ESA in Noordwijk.

www.esa.int
www.esa.int/About_Us/ESTEC
www.space-expo.nl

dinsdag 1 oktober 2019

Maan/Moon

Onder de titel Maan/Moon loopt nog tot 6 oktober een interessante fototentoonstelling in het FOMU (Fotomuseum Antwerpen). Afgelopen weekend brachten we er met enkele leden van Volkssterrenwacht Beisbroek een geleid bezoek. De tentoonstelling belicht twee verschillende aspecten van de Maan: enerzijds het wetenschappelijk-historisch-technologische aspect: het bestuderen van de Maan en de space race om er te geraken, anderzijds de poëtische kant van de Maan. Heel wat kunstenaars lieten zich door dit bijzondere hemellichaam inspireren.

De tentoonstelling bestaat voornamelijk uit foto’s, maar er zijn ook enkele video’s en kunstobjecten te zien, alsook artikels uit kranten en tijdschriften die 50 jaar geleden verschenen naar aanleiding van de eerste mensen op de Maan. In een grote zaal is een volledige wand bekleed met reproducties van de befaamde fotografische maanatlas van Maurice Lœwy en Pierre Puiseux uit 1910.

Ondertussen horen we een bekende klassieke pianomelodie: de Mondscheinsonate van Beethoven. Maar wie goed luistert, merkt al gauw dat er wat aan schort. Hier en daar ontbreekt er een noot en is het ritme wat uit balans. Onze gids van het FOMU legt ons uit hoe dat komt: het stuk dat we horen is het resultaat van een signaal dat naar de Maan is gestuurd, door de Maan werd gereflecteerd en vervolgens op Aarde weer werd opgevangen. Daardoor zijn er storingen in het signaal opgetreden, ten gevolge van het reliëf van de Maan en de atmosfeer van de Aarde. Wanneer het ontvangen signaal weer in muziek wordt omgezet, ontbreekt hier en daar iets, of is het ritme niet meer helemaal correct. Interessant, en toch nog erg genietbaar.

We zien ook stereobeelden van de Maan, ontstaan door meerdere foto’s te combineren, het onvermijdelijke videofragment van de Moon Speech van Kennedy, een relaxte Werner von Braun (met voeten op het bureau) met op de achtergrond een hele reeks schaalmodellen van raketten, en een levensgrote foto van een jonge Margaret Hamilton met een stapel kettingpapier zo hoog als zijzelf. Het is een afdruk van alle software die aan het Massachusetts Institute of Technology werd ontwikkeld om de Apollo-vluchten te kunnen uitvoeren.

Ook bijzonder – in een ruimte met weinig licht – is een oude daguerreotype, een van de oudste nog bestaande foto’s van de Maan. Al dat moois – en nog veel meer – is ook verzameld in een prachtig fotoboek dat bij de tentoonstelling hoort.

www.fotomuseum.be